De community ruimte is een vrije online ruimte (blog) waar vrijwilligers en organisaties hun opinies kunnen publiceren. De standpunten vermeld in deze community reflecteren niet noodzakelijk de redactionele lijn van DeWereldMorgen.be. De verantwoordelijkheid over de inhoud ligt bij de auteur.

Ikigai in Vlaanderen

Ikigai in Vlaanderen

zaterdag 16 januari 2021 10:49
Spread the love

(Dit is niet zozeer een opinie als wel een getuigenis over geestelijke gezondheid en zingeving.)

‘Laat je niet opjagen! Dat zou ik tegen mijn dochter zeggen. Later, als ze een studie of opleiding of roeping volgt.’

‘Laat dat voor jou dan ook een wijze les zijn’, zei mijn psycholoog. ‘Laat je niet opjagen. Neem je tijd om je ikigai te vinden.’

Ik was er zelf over begonnen. Wees niet bang, mijn zielenknijper is niet één of andere obscure oosterse goeroe. Maar het Japanse thema ikigai blijft me mateloos fascineren. ‘Dat waarvoor je ’s morgens uit je bed wilt komen.’ Niet moet komen. Ik spreek voor mezelf, maar op dat vlak lijk ik quasi klinisch depressief. In tegenstelling tot de natuurlijke ‘joie de vivre’ van mijn dochter, haar levenslust, worstel ik met mijn ‘raison d’ être’. Mijn dochter is mijn ikigai, ik ben ‘verliefd’ op haar, maar ik kan haar energiepeil amper volgen. Als ze bij de mama is, durf ik al wel eens te veel en te lang te slapen. Dat is het tegenovergestelde van ikigai, dan ben ik even terug die oude kluizenaar van vroeger, die hikikomori zoals ze dat fenomeen in Japan zo mooi beschrijven. Het is natuurlijk winter en we zitten met de coronapandemie. Het is een periode die uitnodigt tot introspectie. Maar de realiteit is dat ik in tegenstelling tot de huidige technische werklozen wel een job had kunnen hebben, maar omdat ik de stress niet meer aankon, heb ik er afstand van genomen. Mijn huisarts had me naar een psycholoog gestuurd gespecialiseerd in burn-out in de hoop van mij tools aan te bieden om de stress te lijf te kunnen gaan, maar na meerdere sessies had ik geen zin om me te herprogrammeren. Ik ben een stresskonijn, dat zit in mijn bloed, dat zit in mijn familie. Mijn vader en zijn vader hebben een mediterraans temperament. Het heeft me wel aan het denken gezet. Ik heb nu tijdelijk de luxe om op zoek te gaan naar mijn ikigai. Zelfs als ik zonder inkomen val, heb ik genoeg spaargeld om het twee jaar uit te zingen. Dat is wellicht ook de reden dat ik zo schraperig was, de vrees dat een soort ‘midlifecrisis’ mij zou overvallen. Gelukkig kan ik de poëzie er wel van smaken: de eeuwige twijfelaar, de eeuwige zoeker.

De ernstigste fase van mijn hikikomoribestaan, toen ik ook bij mijn ouders niet meer werkte, waren er maar enkele dingen die mij uit mijn bed kregen: zaterdag gaan voetballen en dromen dat je Ronaldinho bent, en naar feestjes gaan in de hoop van een lief te vinden die me zou redden van mijn lethargie. Ik ben van een kaal reis teruggekomen. Ha ha. Het is wel bizar dat de sporadische liefdes me quasi manisch maakten, en me ook in een diep dal deden terecht komen als het sprookje eindigde. Is het een vorm van narcisme? Die nood aan liefde en bevestiging? Of ben ik gewoon koket, behaagziek, en hoe gewoon is dat? Ze zeggen wel eens dat je zelf je geluk maakt, maar alleen is maar alleen. Volgens mij is de natuurlijke toestand van de mens die van een sociaal dier. Verstoting is zowat het ergste dat kan gebeuren. Pesten is reëel. Kan je ook jezelf verstoten? In ieder geval buiten voetbal en de liefde was er niet veel om mij uit mijn bed te krijgen. Het is maar de vraag of ik het gered had zonder de materiële steun van mijn ouders. De wachtuitkering die ik ontving van Vadertje Staat ontlastte meer mijn ouders dan dat ik ervan kon leven. En zo ben ik door de mazen van het net geglipt, jaren! Mijn psychiater wou mij niet in ziekenkas laten gaan omdat hij schrik had dat ik er nooit meer uit zou geraken. En zo ben ik jaren een NEET kunnen zijn, het westerse equivalent van hikikomori: Not in Education, Employment, or Training.

En ik deed wat hikikomori doen: ik ging stapels boeken, films en muziek halen bij de bibliotheek. Ik stond om 14u op omdat ik de nacht daarvoor om 5u gaan slapen was. Soms sliep ik zelfs de klok rond tot 17u. Waanzin! Timide teende ik dan naar de superette over mij voor een dieet van diepvriespizza’s, chips, chocola en frisdrank. Ik had ook een PlayStation 2 waar ik veel op gamede, nog voor je online kon gaan, dus ook op die manier was er geen sociaal contact. En wat iedere nacht terugkwam, was de weerstand om te gaan slapen, want de dag erna was er geen reden om op te staan. Het was een vreemd verlangen dat de nacht eeuwig zou duren. Ik was het noorden kwijt. Zwaar. Er was geen richting in mijn leven. Vandaar dat we daarvoor uitdrukkingen hebben die gerelateerd zijn aan het kompas. Gedesoriënteerd is ook zo’n uitdrukking. De Oriënt is het Oosten en komt van het Latijnse oriri: opkomen, ontstaan, geboren worden. Daar waar de zon opkomt. Japan, het land van de Rijzende Zon. Het tegenovergestelde is het westen, in het Frans l’ occident, van het Latijnse occidere: sterven, ondergaan. Daar waar de zon ondergaat. Ze zegden wel eens dat de Amerikaanse pioniers naar het Westen trokken om de zon in te halen, het daglicht. Ze volgden de ondergaande zon. Terwijl die toch iedere dag terug opkomt. Ook mijn blikveld was niet gericht naar de toekomst, ik leefde als een zombie, een levende dode. Ik wou de tijd doen stilstaan. Nooit volwassen worden. Het is een mirakel dat ik eruit geraakt ben, maar hoe ben ik er ooit in beland? Ik had een droom, ambitie. Dat weerspiegelde zich in de boeken die ik nog steeds las als hikikomori. Zo één boek zorgde er zelfs voor dat ik ’s morgens vroeg opstond, Het verhaal van onze voorouders: Een pelgrimstocht naar de oorsprong van het leven, van Richard Dawkins. Dat paste binnen mijn filosofische obsessies. Zo had ik er drie: waar komt het heelal vandaan, wat is het verschil tussen leven en niet-leven, en is de ziel een product van onze hersenen. Dat filosoferen in combinatie met mijn obsessief-compulsieve stoornis was een giftige cocktail. Het leidt me terug naar mijn studiekeuze na het secundair onderwijs. Ik wist echt niet wat ik wou doen. Ik deed heel graag Latijn maar ik had geen Griekse gedaan dus klassieke filologie was toen geen realistische optie. Geneeskunde was ook een optie maar ze raadden me dat af door mijn smetvrees, en ze hadden schrik dat ik vooral mezelf zou onderzoeken.  En last but not least natuurkunde, mijn leraar geschiedenis had het laatste jaar één en ander laten vallen over de warmtedood van het heelal, en na die zomer De Wereld Van Sofie gelezen te hebben, had ik de indruk dat de boeiendste filosofische uitdagingen te vinden waren in de kosmologie. Tot ik de cursussen vast had. Iemand die ik kende was het jaar daarvoor begonnen aan fysica aan de unief. Zo wiskundig! Die voorkennis had ik niet, en wiskunde zei me ook niet zoveel. De onderwerpen die me aanspraken zoals quantummechanica en thermodynamica kwamen ook maar pas aan bod in de licentiaatsjaren. Geen idee hoe ik me door de kandidaturen zou moeten worstelen. Het werd dan Germaanse talen: ik las veel, schreef zelf veel, was een Tolkien-aficinado, enz. Nederlands en Engels werden mijn keuzevakken.

Het was een compleet fiasco. Mijn OCD had me volledig in de ban. In plaats van te studeren, las ik boeken over kosmologie en piekerde mij te pletter. Ik ging zelfs niet naar de les. Toen ik de berg cursussen zag, sloeg ik in paniek. ‘Dit lukt me niet meer.’ Ik was studeermoe uit het Xaveriuscollege gekomen. Mijn geheugen voelde vol aan en ik had absoluut geen zin meer in examenstress. Erg, hé, ik was supernieuwsgierig, las nog elke dag, maar de gedachte mijn controle op te geven en mijn lot te leggen in de anonieme handen van een professor, deden me de handrem optrekken. Vijfentwintig jaar later is die handrem er nog steeds. Ik heb mijn roeping gemist. En dat bedoelde ik met ‘Laat je niet opjagen, lieve dochter!’. Ik had mij niet door mijn angsten mogen laten leiden. Ik had wel klassieke filologie moeten gaan studeren. Op mijn ritme en tempo. Waar een wil is, is een weg. Of een voorbereidend jaar wiskunde en dan het jaar daarop fysica aan het RUCA. Oké, misschien is het administratief niet mogelijk om veel meer jaren te doen over een studie dan één of ander regeltje zegt. Maar daar gaat het niet over. Het gaat over dat waar je voor uit je bed wil komen. Over levenslust en joie de vivre. Een voormalige klasgenoot van het college was quasi een genie. Hij was geneeskunde gaan studeren en specialiseerde zich als neuroloog. Toen hij eindelijk afgestudeerd was, pleegde hij zelfmoord door zich onder een trein te werpen. Een gewelddadige dood die niet bij hem paste. Ik heb buiten wat geruchten het mysterie rond zijn dood nooit opgehelderd. Volgens zijn prof was hij schizofreen, dat was één van de geruchten. Hij had door zijn studie ontdekt dat hij zelf een ziekte had die hem stelselmatig zou opvreten, was een ander gerucht. Een collega-student neuroloog was niet welkom op de koffie omdat de moordende concurrentie ook een rol gespeeld zou hebben in zijn beslissing. Een ander verhaal dat de ronde deed was dat hij eigenlijk helemaal geen dokter wou worden, maar veel liever met muziek wou bezig zijn. Hij had wel wat van Kurt Cobain. En wat kon hij goed luisteren, maar over zichzelf repte hij met geen woord.

Kan het, jezelf zot studeren? Mijn moeder zei dat soms wel eens over mij. Ik heb mijn secundair veel te dwangmatig afgemaakt. Ik had een burn-out avant-la-lettre. Het is een hangende plaat, jaren geleden werden mijn vrienden er al knetter van. Ik wil geen zielepoot zijn, maar de mislukking van mijn studies, het feit dat ik geen bachelor of master heb, voelt als unfinished business. Toen ik onlangs over de Holocaust-overleefster Edith Eva Eger las en dat die op middelbare leeftijd een studie psychologie aanvatte en haar carrière begon op éénenvijftigjarige leeftijd, dan spitsten mijn oren zich. Ik heb ondertussen eens gekeken op de website van de VDAB, en je kan effectief als werkzoekende starten aan verschillende bacheloropleidingen. Ik kan alleen dan wellicht niet tegen de RVA zeggen wat ik tegen mijn dochter zou zeggen dat ze tegen zichzelf zou moeten zeggen: ‘Ik laat me niet opjagen!’

Ik weet ook niet wat ik echt wil: wat is de obsessie en wat is mijn wil? Quasi het verschil tussen dwang en drang. De laatste jaren heb ik gewerkt als leerkracht maar na anderhalf jaar had ik het al vlaggen. De stress had me volledig opgebrand. Zijn scholen wel compatibel met mijn mainframe?

Als ik mijn dochter niet had, een wetenschap die me pas overviel vanaf dat ze er was, zou ik wellicht kiezen voor de zee. Er is een subcultuur van zeilende zigeuners en surfbums. Geld dient om van het achterste van een trein te werpen, zei Cus d’Amato, de legendarische trainer van Floyd Patterson en Mike Tyson. Het zijn in ieder geval zaken waar ik ook voor uit mijn bed kom: de schoonheid van de zee tijdens het zeilen ondanks de zeeziekte, en het eeuwige onverzadigbare golfsurfen. Dat is de droom nu: met mijn dochter naar Japan gaan, naar Okinawa en zeilen, surfen, zwemmen, duiken. Maar ik zit vast aan België, Vlaanderen met zijn arbeidsethos. Waarom kan het hier niet wat Franser, of Spaanser of Italiaanser. Meer dolce vita, meer dolce far niente? Laten we eerlijk zijn, mensen, die net zoals mij last hebben van meer dan een winterdip, is het normaal dat wij even hard moeten werken in de winter als in de zomer? Dat er zo weinig flexibiliiteit is op de arbeidsmarkt? Want dat is toch wat ze wel van ons verlangen? Stressbestendigheid en flexibiliteit. Heel mijn hikikomoribestaan was eigenlijk een daad van verzet, van opstand. Ik had nu in januari een redderscursus kunnen starten, in februari een bibliotheekopleiding, in september een opleiding tot podiumtechnicus, en na gisteren overweeg ik zelfs een bachelor biochemie, en fantaseer ik over een master. Maar ik hak nog geen knopen door. Ik heb geen zin in weer een teleurstelling door een mislukking. Wat wens ik mijn kind toe? Dat ze haar roeping vindt, dat ze zoals Laura Dekker op veertienjarige leeftijd foert durft zeggen tegen het systeem en de wereld gaat rondzeilen, figuurlijk of letterlijk. De beste leerschool! Wat haar roeping ook mag zijn: dans, schilderkunst, mode, ontwikkelingshulp, …

Wat zou ik tegen mezelf zeggen? Ik weet het niet, ik ben zo wispelturig als de pest. Wat ik ooit het beste kon, skateboarden, heb ik opgegeven omdat ik het niet meer leuk vond. Ik heb wellicht een stamp onder mijn gat nodig. Ik ben een enfant terrible. Of is het toch iets anders. Ik herinner mij, in het prille begin van mijn universitaire studie dat mijn ouders juist hun eigen horeca-zaak hadden open gedaan, dat ik vereenzaamd was. Mijn ouders woonden al boven de zaak, en ik nog in het oude appartement. Ik keek naar de Cosby-show omdat ik me reddeloos verloren voelde. Mensen zijn niet gemaakt om alleen te zijn. Sommige dingen kan je beter delen omdat ze unheimlich kunnen zijn: filosoferen bij voorbeeld en poëzie lezen.

Henry David Thoreau, de schrijver van Walden, een boek dat gaat over zijn kluizenaarschap in een hut aan een meer in de bossen van Massachusetts, een soort hikikomori dus, heeft een mooi aforisme: If a man does not keep pace with his companions, perhaps it is because he hears a different drummer. Let him step to the music which he hears, however measured or far away. A Different Drummer is ook het meesterwerk van de Afro-Amerikaanse schrijver William Kelley, de godfather van ‘wokeness’, en is vertaald als Uit De Maat. De vraag is wie uit de maat is, ik, of onze dolgedraaide maatschappij. Thoreau nodigde ook uit tot burgerlijke ongehoorzaamheid als een samenleving fundamenteel onrechtvaardig is. Hij viseerde dan vooral de slavernij en de Mexicaans-Amerikaanse Oorlog (1846 – 1848).

Hoe dit schrijven eindigen? Volgens Ken Mogi is één van de peilers van ikigai jezelf aanvaarden, of juist jezelf loslaten, als je onhaalbare verwachtingen hebt. Ik ben er voor mezelf nog niet uit. Wat doe ik met mijn gefnuikte ambities, mijn mislukte studies. Kwel ik mezelf nog langer of laat ik het los? Wat doe ik met mijn overgevoeligheid voor stress? En vooral hoe integreer ik terug in de arbeidsmarkt?

Moest ik het allemaal opnieuw kunnen doen, zoals mijn kind nu aan het begin van haar levensreis staat, zou ik dan bij voorbeeld wel Latijn Griekse doen om dan klassieke filologie te gaan studeren? Weliswaar op eigen ritme en ‘zonder me op te jagen’? Of zou ik kiezen voor vitalisme, en zou ik het ruime sop opgaan zoals Laura Dekker, en zou ik Kaapverdië, de Caraïben, het Panama-kanaal, Paaseiland, Tahiti en zoveel meer zien op veertienjarige leeftijd. Voor mezelf is het te laat. Maar mijn ikigai is in ieder geval mijn kind te gidsen op haar reis. Misschien moet dat voor de moment niet meer zijn. Maar wederom zijn alle tips welkom om me te helpen mijn ikigai te vinden. Onze identiteit, ons ik wordt mede gevormd door de ander. Deze hikikomori is nog niet terug volledig dichtgeklapt, ik sta een klein beetje open voor jullie.

Creative Commons

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!