William Paul Peynsaert

Huisfotograaf van Louis Paul Boon: “Hij was een anarchist met een geweldig gevoel voor humor”

dinsdag 23 december 2014 11:44

Paul
van Den Abeele
overleed deze week op 85-jarige leeftijd. In 2012 had ik met hem in mijn geboortestad Aalst, en in het bijzijn van journalist en assistent-uitgever Thomas Blommaert, een interview ter ere van het Boonjaar. Het was een toffe oude man, met een gezond gevoel voor humor, die zeer bescheiden zijn foto’s toonde en met veel enthousiasme vertelde over een goeie maat van hem: Louis Paul Boon. 

(dit interview komt van http://tederdraads.wordpress.com/)

Paul
van Den Abeele is 82 jaar, maar als hij over Louis Paul Boon spreekt,
fonkelen zijn ogen precies alsof hij weer veertig jaar jonger is. Een
gesprek over zijn vriendschap met Louis en zijn Jeanneke, over flessen
whisky, maar ook over een eerdere huldiging op het Aalsterse stadhuis in
1942 die zonder Boon doorging. “De burgemeester zei: ‘Louis jongen, ge
zijt hier altijd welkom, maar niet vandaag. We moeten hier straks nog
een schrijver huldigen.’”

William Peynsaert en Thomas Blommaert

DeWereldMorgen.be

Louis Paul Boon met de nog iets jongere Paul van Den Abeele. Hier met baard. (Foto archief Paul van Den Abeele)

Paul van Den Abeele was een half leven fotograaf van De Standaard.
In augustus wordt hij 83 en boeken lezen zit er niet meer in –
“Mannekes, oud worden, dat is iets speciaal, zulle.” Met Louis Paul Boon
had hij vaak professionele contacten, maar de twee onderhielden ook een
hechte vriendschap.

Paul van Den Abeele. Ik zat samen op school met Frans Boon,
die altijd over zijn broer en diens boeken vertelde. Louis had toen een
eigen uitleenbibliotheek. Ik ben daar eens langsgegaan maar het heeft
nog een hele tijd geduurd voor we bevriend raakten. Hoe die bibliotheek
precies werkte? Hij kocht boeken in Nederland: hele stapels voor een
habbekrats. Om ze te ontlenen moest je een klein bedrag betalen. Louis
moest ook iets verdienen, hé.

Was hij toen al beroemd?

Paul van Den Abeele. Zeker niet. Zelfs niet in Aalst. In 1942 won hij de Leo J. Krynprijs met De voorstad groeit.
Hij mocht ook voor felicitaties bij oorlogsburgemeester Victor Bocque,
die Boon goed kende… als schilder. Boon klopte aan op het stadhuis en de
burgemeester zei: “Louis jongen, ge weet dat ge hier altijd welkom
zijt, maar niet vandaag. We moeten hier straks nog een schrijver in de
bloemen zetten.” (lacht) Hij is toen maar naar huis gegaan en de
ceremonie ging zonder hem door. Eigenlijk werd Boon pas beroemd toen hij
op tv kwam. In de jaren vijftig zat hij in het panel van de tv-quiz ’t Is maar een woord. Hij was heel gevat en grappig.

Veranderde de bekendheid hem?

Paul van Den Abeele. Nee. Boon is altijd Boon gebleven. Het
stoorde hem soms wel dat zijn televisiewerk een grotere weerklank kreeg
dan zijn schrijfwerk. Maar hij stond graag in de kijker, wat heel
menselijk is. Om maar iets te zeggen: als ik een foto van hem nam, kon
ik niet garanderen dat die in de krant kwam, want ik had weinig in de
pap te brokken op De Standaard. Mijn baas Gaston Durnez
daarentegen had veel meer te zeggen. Wel, als Louis mij samen met Gaston
zag opduiken was hij content: dan wist hij zeker dat hij in de krant
kwam.

Hoe zou u Boon typeren?

Paul van Den Abeele. Als een gevoelige grappenmaker. Een soort
anarchist, maar met een geweldig gevoel voor humor. Zeer ad rem. Hij en
zijn vrouw Jeanne waren hier eens op bezoek en ik ging om taart. Ik was
wat verstrooid en liep heel de weg naar huis met die taart te zwieren.
Toen ik ze op tafel zette was ze precies soep geworden. Zegt Boon:
“Allez, Paul, schep de taart maar uit.” Op een andere keer kwam ik hem
tegen op straat. Socialist Julien Kuypers (eerste voorzitter van de raad
van bestuur van de BRT en ook hoofdredacteur van het Nieuw Vlaams
Tijdschrift, n.v.d.r.) had net Bergop geschreven, een
geschiedenis van de arbeidersbeweging in België. Hij klampt mij aan en
grijnst: “Zeg, ik ga het vervolg schrijven: Bergaf”.

Waarover spraken jullie zoal?

Paul van Den Abeele. O, wij maakten veel plezier. Ik zat bij De Standaard,
bij de flaminganten en de katholieken, hij zat bij de socialisten. Wel,
bij mij liepen er geen echte katholieken rond en bij hem geen echte
socialisten. Daar wisselden we voorbeelden van uit en dan konden we goed
lachen. Ook godsdienst was een vast gespreksonderwerp. Dan vroeg hij
mij: “Paul, kunt ge zoiets nu echt geloven?” Waarop ik repliceerde:
“Maar Louis, het zou toch schoon zijn moesten engelen en de hemel echt
bestaan?”

Hoe was zijn relatie met zijn vrouw Jeanne?

Paul van Den Abeele. Heel goed. Jeanne deed alles voor hem. Ze
verbeterde zijn werk en typte het uit, hij had het maar te dicteren.
Maar achter de schermen zwaaide zij de plak, hoor. Tegen het einde van
zijn leven vroeg Louis me eens hem naar het graf van Daens te voeren,
want hij had geen rijbewijs. Hij was toen al ziek. Ik ga hem halen bij
hem thuis, hij stapt in, maar voor we vertrekken roept Jeanne mij terug:
“Paul, laat hem alstublieft niets drinken.” Ik knik, maar zit nog geen
paar seconden terug in de auto of hoor Louis al vezelen: “Laat ons tot
bij u rijden, Paul. Hebt gij geen whisky in huis?” Ik vertel hem wat
Jeanne mij opgedragen heeft. Waarop hij riposteert dat hij dat allemaal
wel weet. Om daar even later aan toe te voegen: “Wat voor een vriend
zijt gij feitelijk ?” (wijst naar de tafel in zijn living) Hij heeft die fles daar soldaat gemaakt.

Ziet u een evolutie in zijn werk?

Paul van Den Abeele. Er is een duidelijk verschil tussen de
boeken bij uitgeverij Manteau en de boeken daarna. Ik zeg niet dat de
ene beter zijn dan de andere maar die bij Manteau zijn toch wat boonser.
Zelf heb ik niet echt een favoriet, tenzij De voorstad groeit.

Wist je trouwens dat Pieter Daens oorspronkelijk een manuscript van
mijn toenmalige collega Luc Laforterie was? Boon heeft dat gewoon
helemaal herwerkt en naar zijn hand gezet. Met volle instemming van Luc
natuurlijk.

Had hij spijt toen hij de Nobelprijs niet won?

Paul van Den Abeele. Nee, hij was blij. Tenminste, dat zei
hij. Ik zat samen met nog drie vrienden bij hem terwijl hij op het
nieuws zat te wachten. Buiten stond de hele pers. Hij foeterde: “Kijk
nu, heel mijn straat zit hier nu al stampensvol pottenkijkers. Win ik
die prijs, dan is het helemaal om zeep.” Maar het was de Duitser
Heinrich Böll die ermee ging lopen.

Wat zou Boon van al de herdenkingen en feestelijkheden ter gelegenheid van zijn honderdste verjaardag vinden?

Paul van Den Abeele. Hij zou daar zeker met volle teugen van genoten hebben. En hij zou ’t meeste lachen en plezier maken van allemaal!

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!