HOOFDZAKEN door Monique Melief: “mannen” zijn bang van vrouwen!

integraal overgenomen stuk uit EDITIO

maandag 29 februari 2016 10:16

HOOFDZAKEN

De in Londen woonachtige Iraanse journaliste Masih Alinejad opende begin mei 2014 een Facebookpagina die zij MyStealthyFreedom, MijnStiekemeVrijheid, doopte[1]. Ze kreeg het idee nadat ze een foto van zichzelf op Facebook had geplaatst waarop ze in het vroege voorjaar zonder hoofddoek door zonnig Londen liep. Daarop lieten veel vrouwen uit Iran weten dat zíj die vrijheid niet hadden en er wél naar verlangden.

Als antwoord postte Masih een foto van haar achter het stuur zonder hoofddoek, die eerder in Iran was genomen. “Het ontbreekt vrouwen in Iran dan wel aan vrijheid,” schreef zij, “maar toch slagen wij erin aan de geboden van het Iraanse regime voorbij te gaan. Wij weten ónze momenten van vrijheid te creëren.” En zij vroeg de vrouwen naar hún momenten van stiekeme vrijheid. Honderden Iraanse vrouwen stuurden haar vervolgens foto’s toe, op een afgelegen plek in de bergen, tussen de ruïnes van Persepolis, in de metro in Teheran en zelfs voor regeringsgebouwen. Masih postte ze anoniem op de Facebookpagina en daarmee gaf ze deze vrouwen een podium.

Masih Alinejad wordt in 1976 geboren in Babol, Iran. Met haar aangeboren zucht om te onderzoeken, om te weten, raakt ze op jonge leeftijd politiek betrokken. In 1994 wordt zij gearresteerd vanwege kritische vlugschriften tegen het regime.

Vanaf 2001 werkt zij als journaliste voor de Hambastegi daily en voor het Iranian Labour News Agency. Wanneer ze in 2005 een controversieel artikel schrijft over de hoge nieuwjaarsbonussen voor de leden van het Iraanse parlement, verklaart het parlement haar tot persona non-grata. Masih blijft als freelancer doorschrijven en ze verandert niet van toon. In 2008 publiceert de Eternad Melli daily haar artikel “The song of the Dolphins”. Daarin vergelijkt ze het gedrag van toenmalig president Ahmadinejad met het gedrag van een dolfijnentrainer. Ze schetst de mensen rondom de president als hongerige dolfijnen, die hun kunstjes verrichten in ruil voor wat voedsel. Op zijn rondgang door het land, zo geeft Masih aan, komen de mensen niet voor de president, ze komen voor wat hij geeft.

Er volgt oproer in de pers. Er werd getornd aan het zorgvuldig opgebouwde beeld van Ahmadinejad, de door zijn volk geliefde president. Conservatieven beschuldigen haar van het beledigen van de president en het Iraanse volk. Juridische vervolging blijft uit, maar ze moet een hoge prijs betalen. Ze wordt met de dood bedreigd, haar familie achtervolgd en de Iraanse staatsmedia lanceren een haatcampagne. Masih wijkt uit naar Londen.

Met het openen van haar Facebookpagina raakte Masih een zenuw van het Iraanse regime. Een belangrijke wapen van het regime, het dragen van de hoofddoek, de kracht van de zichtbaarheid van de islam in het straatbeeld, werd haar uit handen geslagen. Vanaf dag één na de revolutie, de omverwerping van het regime van de Sjah in 1979, mogen vrouwen niet zonder hoofddoek de deur uit. Duizenden vrouwen gingen de straat op, maar de protesten werden neergeslagen en veel vrouwen raakten ontgoocheld.

Hun aandeel in de grote volksopstand tegen het regime van de Sjah leverde hén in ieder geval geen vrijheid op. Het regime stelde meteen een speciale moraliteitseenheid in, de religieuze politie, die vrouwen op straat in de gaten houdt. Draagt de vrouw haar hoofddoek niet of niet goed, dan krijgt ze een boete of gevangenisstraf. De regels van de hidjab, de hoofddoek, dienen in acht te worden genomen. En de vrouwen hebben zich noodgedwongen aangepast aan het gedrag dat van hen verwacht wordt. De sociale controle fungeert als onzichtbaar traliewerk.

In augustus 2013 werd Hassan Rouhani gekozen tot president van Iran. Even leek het alsof er een lichte bries zou gaan waaien. Rouhani sprak uit dat vrouwen die geen hoofddoek dragen ook deugdzame moslima’s zijn. Kort daarna vroeg hij de politie mild te zijn als het om zaken van hoofddoeken gaat. Veel meer kon de president niet doen tegen het strenge politieoptreden. De werkelijke macht in de islamitische republiek ligt bij de conservatieve geestelijk leiders, de ayatollahs. De agenten leggen verantwoording af aan hoogayatollah Ali Khamenei, de geestelijk leider van Iran en niet aan de regering van Rouhani. In Iran bestaat geen scheiding van kerk en staat en de beginselen van vrijheid en gelijkheid kunnen niet tot gelding worden gebracht. De hoop op hervormingen is inmiddels vervlogen.

Masih Alinejad strijdt op de eerste plaats voor het recht voor mannen en vrouwen om zich vrij te mogen uitdrukken. Het verplicht dragen van de hoofddoek is één aspect van die strijd, al mogen we het als symbool niet onderschatten. Het is de vlag van het regime.

De hoofddoek lijkt primair bedoeld om de lustgevoelens van de man te pareren. Het gebod geeft aan hoe bang mannen zijn om hun zelfbeheersing te verliezen en zich te laten gaan in fitna (chaos), telkens wanneer ze een ongesluierde vrouw tegenkomen. Gaan mannen er dan van uit dat ze minder goed in staat zijn het hoofd te bieden aan verleidingen dan vrouwen? En omgekeerd, als mannen vrezen vrouwen te zien bezwijken voor hun mannelijke charmes, waarom hebben ze dan het dragen van de sluier niet voor zichzelf ingesteld? Hoe het ook zij, om de vrouw als enige verantwoordelijk te houden voor de lustgevoelens van de man is een denkwijze die de gelijkheidsbeginselen tussen man en vrouw grondig overtreedt.

De spanning in Iran rondom de hidjab neemt de laatste tijd toe. De geestelijke leiders en hun omvangrijke achterban beklagen zich in toenemende mate over de ‘zedeloosheid’ onder de Iraanse vrouwen. De vrouwen willen los uit het web dat hun mannelijke geloofsgenoten hebben gespannen. Er vinden opstootjes plaats waarbij moslimvrouwen rake klappen uitdelen aan de moraliteitspolitie.

Het Iraanse regime, zegt de journaliste, is in verwarring. Ondanks alle inspanningen laat het regime zelf nu weten dat het onzedelijk dragen van een hoofddoek meer en meer opgang maakt. Het regime blijft hameren op het gebod. Wekelijks wordt het onderwerp aan de orde gesteld in het vrijdagsgebed. De kracht van de zichtbaarheid van de islam is in het geding en daarmee de macht van het regime. De adviseur van Khamenei, grootayatollah en de hoogste geestelijk leider van Iran, Hadad Adel, liet zich in dit opzicht danig in de kaart kijken[2]. Het regime zou, volgens de adviseur, subsidies moeten verlenen om zich ervan te verzekeren dat vrouwen gesluierd blijven. Vijfendertig jaar onderdrukking en controle op het naleven van de regels van de hidjab is onvoldoende gebleken. Het verzet van de vrouwen uit 1979 blijkt een veenbrand.

Het posten van haar stiekeme-moment-foto door Masih is, al was het niet zo bedoeld, uitgelopen op een politieke actie[3]. Het is geen protest tegen de hoofddoek, haar inzet is de vrijheid om de hoofddoek te mogen afleggen. Veel vrouwen die hun foto’s hebben ingestuurd zijn gelovig, ze geloven alleen niet in de verplichte hoofddoek. De vrouwen willen niet dat hun haar gegijzeld wordt door het Iraanse regime.

Die nadruk op de vrijheid om te kiezen is belangrijk, aldus Masih. Want de berichtgeving in de media rondom de site blijft te vaak beperkt tot het stigmatiserende karakter van de hoofddoek voor de moslimvrouwen. De werkelijkheid is beduidend complexer.
Er zijn moslima’s die zich uit vrije wil bedekken, de jonge vrouw die de hoofddoek uit een zekere behoefte aan identiteit of zelfs uit provocatie als embleem gebruikt. Er zijn moslima’s die zeer conservatief denken over seksualiteit, maagdelijkheid en de sluier.

Afgelopen mei trokken in de hoofdstad Teheran nog honderden zwaargesluierde vrouwen door de straten om de arrestatie te eisen van dames die ‘onfatsoenlijk’ gekleed gaan. Het onderwerp roept veel emoties op en vraagt om de genade van het precieze kijken. De vrouwen hoeven niet gered te worden, ze willen zelf kiezen. Er blind van uitgaan dat iedere vrouw met een hoofddoek onderdrukt wordt maakt van de vrouw juist het zwakke geslacht. Soms willen vrouwen zich geheel bedekken en soms niet. Vrouwen kunnen er zelf verantwoording voor dragen. De hoofddoek als symbool van onderdrukking óf de hoofddoek als symbool van vrijheid is een te eenvoudige voorstelling van zaken.

De foto’s op de Facebookpagina mogen niet in Iran. De vrouwen lopen een bewust risico door herkenbaar zonder hoofddoek buitenshuis op de foto te gaan. Ze riskeren een arrestatie, zweepslagen of een gevangenisstraf. Het Iraanse regime zelf ruikt de zwavel van de duivel. Wie in Iran de controle over de kledij verliest, verliest ook die over de geest. De inzendingen ontroeren. Een foto van een grootmoeder, dochter en kleindochter met bijschrift: “Ik wil dat mijn kleindochter de wind door haar haren voelt gaan voordat het grijs wordt.” Een andere deelneemster schrijft: “Degenen die zeggen dat ik mijn land maar moet verlaten als ik geen hidjab wil dragen,” antwoord ik “de hidjab is niet mijn keus. Ik wil vrijheid hebben in mijn eigen land”.

Deze woorden zijn ook Masih op het lijf geschreven. Die vrijheid is voor haar hoofdzaak, met – ogenschijnlijk toevallig – de hoofddoek als symbool.

[1] https://www.facebook.com/StealthyFreedom

[2] http://www.youtube.com/watch?v=CEMNA1DHfh0 Unveiling of Women in Iran, 3 June 2014.

[3] http://www.youtube.com/watch?v=kkQB0tbhbbM

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!