Homans, ‘Thatcher aan de Schelde’ en de auto van een leefloontrekker

Homans, ‘Thatcher aan de Schelde’ en de auto van een leefloontrekker

Het boek ‘Thatcher aan de Schelde’ van één van de belangrijkste deskundigen op gebied van armoede prof. Jan Vranken heeft bij Liesbeth Homans duidelijk een open zenuw geraakt.

zondag 27 april 2014 07:33

De respectloosheid en arrogantie  waarmee ze tegen de éminence grise van het
onderzoek over armoede uitvaarde in Terzake
was grenzeloos.
 ‘Als niet tot iet komt, kent iet
zichzelve niet’, vertelde een patiënt mij. De man is actief in de vereniging
waar armen het woord voeren. Jan Vranken komt zelf uit een mijnwerkersgezin en hij
is het levende bewijs dat dit gezegde zeker niet van toepassing is op alle
mensen die het ‘gemaakt hebben’ in de samenleving.

In De Standaard schrijft Homans als reactie op het boek
van Jan Vranken:“Beweren dat het OCMW mensen die in het bezit zijn van een
wagen een leefloon zou weigeren tot ze die verkocht hebben, is niet alleen
juridische nonsens. Het gaat ook lijnrecht in tegen de filosofie die we
hanteren en die tot doel heeft om mensen (opnieuw) aan het werk te krijgen. Een
wagen kan daarbij een belangrijke troef zijn.”(DS 25/04/2014)

Volgend citaat komt letterlijk uit het Vademecum van het
Antwerps OCMW:

“BEZIT VAN EEN AUTO

Rechtspraak hieromtrent stelt: “Het kan niet worden aanvaard
dat de kosten die een auto met zich meebrengt, hetzij van aankoop, hetzij van
onderhoud, verzekering, taksen, brandstof en dergelijke meer, kunnen gedragen
worden door iemand die beweert zonder bestaansmiddelen te zijn.” (AR 2030052 –
21.06.2006).

Indien blijkt dat de klant over een auto beschikt, is dit
feit op zich geen afdoende reden om financiële steun te weigeren. Een verslag
moet sowieso worden gemaakt. In dat verslag dienen de volgende zaken aan bod te
komen:

wie heeft de auto aangekocht? wanneer werd de auto
aangekocht? met welk geld? hoe worden de vaste kosten (zoals verzekering,
wegenbelasting, benzine,…) betaald?

De bespreking met de klant zal de motivering tot het verder
verlenen van financiële steun bepalen.”

In de praktijk komt dit erop neer dat het bezit van een
auto, of van spaargeld, of van een huiseigendom, hoewel dat strikt juridisch
niet als argument mag tellen, mee wordt genomen in de redenering om leefloon te
weigeren onder het argument: ‘behoeftigheid niet aangetoond’. “Een auto om
werk te zoeken”, die redenering heb ik op de Bijzondere Comités waar
beslist wordt over toekennen van leefloon nog nooit gehoord, integendeel. Zelfs
bij het in het bezit zijn van een wrak van een oude auto wordt de klant
geconfronteerd met de vraag  “of hij
dan wel behoeftig is”  en aangedrongen en
zelfs ook afgesproken dat de auto moet verkocht worden.

Dit stuk uit het vademecum dateert van onder
Monica De Coninck maar wordt vandaag zeker zo streng toegepast. In 2013 werd in
Antwerpen aan 7.625 mensen het (equivalent) leefloon geweigerd of afgepakt. Einde
2013 telde het Antwerps OCMW nog 7.335(equivalent) leefloontrekkers. In 2013
gaf ook het Locaal Advies Comité van het Antwerps OCMW toestemming tot
volledige afsluiting van

water, gas of elektriciteit bij 5.424 gezinnen!  Het OCMW dat bedoeld is als instrument tot
inclusie wordt meer en meer een machine van exclusie, zeker in Antwerpen. Het
aantal leefloontrekkers in Antwerpen bedraagt 22 per 1000 inwoners. Ter
vergelijking in Gent: 33 per 1000 inwoners. Nochtans is de armoede in Antwerpen
een kwart hoger dan in Gent en de werkloosheid dubbel zo hoog.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!