Hoe onze kunstenaars aan politiek doen

Hoe onze kunstenaars aan politiek doen

zaterdag 3 september 2011 13:29

Kunstenaars en hun politieke uitspraken staan weer volop in de aandacht. Vooral acteurs, theatermakers en zangers, mengen zich in het debat, tot vreugde van sommigen of tot ergernis van anderen. Deze kunstenaars profileren zich als progressief en pleiten veelal in pro-Belgische zin. Maar hoe kunnen we de bijdrage van deze groep tot het politieke debat beoordelen? Waarin bestaat de kritische rol van de kunstenaar? Een korte filosofische reflectie.

Anti-establishment

Kunstenaars presenteren zich graag als anti-establishment, zetten zich af tegen wat en wie burgerlijk is. En je staat burgerlijk in het leven als je denkt te weten wie je bent en ook nog de middelen hebt om je als zodanig te laten erkennen. Je stelt dan mee de algemeen geldende normen op en je valt er ogenschijnlijk mee samen. Bij het establishment hoor je dus, als je meeschrijft aan de regels van het betamelijke. De elite heeft machtsaanspraken en zal ernaar streven de bestaande machtsrelaties te bewaken, te behouden, indien nodig zelfs te bevechten. Maar macht is nooit definitief verworven en wie haar bezit, is nooit gerust…. Vandaar dat het doel van elke elite, volgens Machiavelli het beknotten van de vrijheid is. Daartegenover staat het streven van het volk: naar vrijheid, in de zin van ‘vrij van’ de overheersing door de ander, die de voorwaarden voor de machtsrelaties bepaalt.
Als kunst een politiek rol speelt, dan bestaat het anti-burgerlijke van de kunstenaar erin dat hij de bestaande machtsverhoudingen juist wil contesteren. Niet door openlijk politieke acties te stellen, maar door de kunstzinnige onthulling van de machtsrelatie zelf. Dit is de subversieve kracht van de kunst, waardoor ze wordt gevreesd door de vertegenwoordigers van de gevestigde orde. Uiteraard kan kunst over iets heel anders gaan, of kunnen kunstenaars zelf heel andere motieven hebben – ik bespreek vooral de mogelijk politieke functie van kunst.
Dan wordt het interessant als de kunstenaar een anti-autoritaire houding aanneemt. Als hij kijkt met de blik van wie tot de minderheid behoort degene die de norm van de meerderheid als leidraad neemt, in vraag stelt. Naarmate kunst hierin slaagt, draagt ze bij tot de cultuurkritiek. In die zin heeft kunst ook een politieke dimensie, zelfs al komt er geen enkele expliciete politieke boodschap bij kijken.

Anarchist

Neem nu de acteerprestatie van Matthias Schoenaerts in ‘Rundskop’. Natuurlijk springt de spectaculaire fysieke transformatie meteen in het oog. Toch is het meest opmerkelijke de acteerprestatie zelf. Want een acteur kan allerlei trucs toepassen, dat garandeert nog geen kunstzinnige interpretatie. Ongemakkelijk intiem leert de kijker de leefwereld kennen van iemand die geconfronteerd wordt met verlies, met een onherstelbare breuk tussen schijnbare macht en werkelijke onmacht. Ik vermoed dat je zoiets alleen kunt spelen als je jezelf op het spel zet, als je kunt loslaten wat je in de ogen van de ander bent. En van jezelf. Je bent bereid iets op te diepen dat ergens onbewust verscholen zit en dat de andere mensen juist willen laten waar het verborgen zit. Kunst laat een kwetsbaarheid toe die elke mens gewoonlijk tracht te verhullen.
In een samenleving waar de overheid en de cultuur pretenderen te weten wat het betekent om man te zijn, of vrouw, om lief te hebben, om iets te verwezenlijken, worden er weinig of geen interessante bijdragen geleverd aan de kunst: er is dan juist geen ruimte voor vraagtekens, voor de keerzijde van de schijnbare wereld, voor de vaststelling dat we nu eenmaal heel wat minder weten dan we denken. Vooral wanneer het gaat over wie we zijn.

Academica

Al heeft een kunstenaar het dus niet expliciet over politiek, zijn werk is een onontbeerlijke verrijking voor wie zich met politiek bezighoudt. Juist omdat het minderheidsperspectief niet vanzelfsprekend is. Een voorbeeld van het meerderheidsperspectief: het leven van een academica. Ik ben geen kunstenares, maar veeleer een actrice met één rol: ik heb de hoofdrol in het leven van Tinneke Beeckman, een stuk met het kunstzinnige equivalent van een soap. Het gaat over een filosofe, die rondloopt, mensen ontmoet, lesgeeft, opiniestukken schrijft… Steeds neem ik de plaats in die de maatschappij mij toedicht, behoorlijk aangepast aan de conventies. Natuurlijk weet ik dat de productie waarin ik speel mindere kanten heeft. Zo wacht ik al jaren op een teken van de regisseur en de scenarist durft wel eens in herhaling te vallen. Hoelang het nog zal lopen is ook onduidelijk. Maar verder zijn er weinig verrassingen, vereist het stuk niet echt dat ik het beeld dat ik van mezelf heb en anderen van mij, loslaat. Integendeel. In mijn stuk geldt: hoe aangepaster, hoe meer kans op succes.
Maar als burger kan ik met een expliciet politieke actie wél verzet aantekenen tegen de orde zoals die bepaald is door het establishment – al revolteer ik niet door het tonen van een andere manier om in de wereld te zijn, zoals de kunstenaar dit wel doet.

Kunstenaars in het publieke debat – ‘revolutionaire’ ideeën?

Mag een kunstenaar zich dan niet over hedendaagse politieke kwesties uitspreken? Uiteraard wel. In een democratie mag ieder zijn standpunt uitleggen. Maar dan spreken kunstenaars als gewone burgers die deelnemen aan het publieke debat. Hun uitspraken hebben niet meer profetische, poëtische of morele kracht dan de woorden of daden van anderen, al krijgen ze meer media-aandacht. Op zich is die aandacht begrijpelijk: mensen zijn nu eenmaal nieuwsgierig naar ideeën van bekende mensen. Hun inmenging wordt echter best afgemeten aan de kwaliteit van hun politieke argumenten. Ze verdient evengoed een kritisch onderzoek als de woorden van een havendirecteur, een vakbondsleider of een bedrijfseigenaar. Elke mening weerspiegelt namelijk evengoed een bepaalde positie in het machtsspel tussen wie heeft en wil behouden, en de anderen.
De artistieke vrijheid in het gewone leven vasthouden, is kiezen voor een leven aan de buitenkant van de samenleving. Alleen daar is er echte vrijheid. Voor de echte rebel houdt niemand een receptie. Hij krijgt geen lintje, schudt niet de hand van de één of andere minister, ontvangt geen subsidie… Al die activiteiten zijn voor wie behoort tot het establishment.
En als burgers die tot het establishment behoren, spreken, wat kunnen we dan verwachten? Inderdaad. Een streven naar het behoud van het voorrecht om de heersende regels van de maatschappij te bepalen. Laten we dit niet verwarren met een revolutionair (politiek) verzet… Ik weet dus wie me tot denken aanzet: de kunstenaar als hij zich kunstzinnig uitdrukt.

Tinneke Beeckman

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!