De community ruimte is een vrije online ruimte (blog) waar vrijwilligers en organisaties hun opinies kunnen publiceren. De standpunten vermeld in deze community reflecteren niet noodzakelijk de redactionele lijn van DeWereldMorgen.be. De verantwoordelijkheid over de inhoud ligt bij de auteur.

Hoe kijken we naar vrouwelijke seksualiteit in onze hedendaagse maatschappij?

Hoe kijken we naar vrouwelijke seksualiteit in onze hedendaagse maatschappij?

zondag 24 december 2017 16:23
Spread the love

Naar aanleiding van het einde van 2017, dacht ik eraan om een paper die ik in opdracht van de master van Gender en Diversiteit had gemaakt hier te posten. Het gaat immers over hoe we naar vrouwelijke seksualiteit kijken in onze maatschappij, nog voor de hashtag #metoo populair werd en een internationale deining had veroorzaakt. Deze paper heb ik gemaakt tijdens januari 2017 als reactie op een column van Saskia de Coster.

 

?

In haar column schrijft de Coster (2017) dat men in de hedendaagse maatschappij een foutief beeld schetst van de vrouwelijke seksualiteit: seks is iets dat potentieel gevaarlijk is en waartegen de vrouw beschermd moet worden. Hierbij vraagt ze zich af of dit niet opnieuw de vrouw als passief wezen omschrijft en dus onderdrukkend werkt. Verder associeer ze flirten met de seksuele grenzen met een actieve vorm van vrouwelijke seksualiteit. “Alsof je tijdens seks doorlopend expliciet ja moet zeggen” is een quote van haar die mij ertoe dreef deze paper te schrijven. We hebben inderdaad, zoals de Coster (2017) zegt, een probleem met hoe campagnes/media/mensen de problematiek rond seksisme en seksueel geweld aankaarten, maar een tegenreactie schrijven waarin het flirten met seksuele grenzen en het ridiculiseren van wederzijdse toestemming via een impliciete wijze wordt gepromoot, helpt de zaak niet vooruit. Het promoot immers onze androcentrische kijk op vrouwelijke seksualiteit alsook de veelgebruikte madonna-hoer dichotomie. In deze paper probeer ik beide onderwerpen te linken aan de column van de Coster (2017).

Een androcentrische blik op vrouwelijke seksualiteit

De passieve seksualiteit van de vrouw heeft al een lange voorgeschiedenis. Al sinds de 12e eeuw beziet men de vrouw als gedoemd tot het behagen van en zichzelf onderwerpen aan de heteroseksuele man. Hildegard van Bingen is één van de eerste, op schrift gevonden, vrouwelijke denkers die pleitte voor een zelfstandige seksuele identiteit van de vrouw. Zij schreef toen al over het beleven van een orgasme bij de vrouw en de man (Halsema, van der Burg, Vintges, Vasterling, & Ceton, 2013). Het dichotoom begrippenkader waarbij de vrouw als een passief wezen wordt beschouwd dat binnen de private sfeer moet vertoeven bestaat dus al langer dan vandaag en is mede dankzij Rousseau ingeburgerd geraakt in ons Westers denken. Citaten uit zijn boek Emile ou de l’éducation (1762) zoals deze “… en daarom moet ze al vroeg leren zelfs onrecht te verdragen en de misdragingen van een echtgenoot zonder klagen te dulden …” lijken een gegeven van het verre verleden te zijn tot we dieper graven in onze wetten, ons taalgebruik en beeldvorming (Rousseau, Noël, & Brassinga, 1980, p. 341). Verkrachting binnen het huwelijk werd pas in 1989 in België als strafbaar bevonden en heel wat Belgen vinden verkrachting binnen een relatie nog altijd ongeloofwaardig, een gedachte die ik vaak persoonlijk heb mogen aanhoren online (bijv. crazyliebling, 2015). Het begrip “wederzijdse toestemming” behoort nog niet tot de standaard woordenschat rond seksualiteit. Dat bewees, volgens mij, het debat rond de resultaten van de Eurobarometer (Van Lent, 2016). Daarom vind ik de quote van de Coster (2017) waarbij ze expliciete toestemming in het belachelijke dreigt te trekken zo gevaarlijk in onze hedendaagse maatschappij. Ook de link die ze maakt tussen de vele campagnes/onderzoeken/… om seksisme aan te kaarten en het beeld rond passieve vrouwelijke seksualiteit baart me zorgen omdat deze link er één is die ze zelf heeft gelegd vanuit haar eigen dichotome denken alsook haar eigen androcentrische blik op seks en seksualiteit. Campagnes/onderzoeken/… rond seksisme, seksueel geweld, wederzijdse toestemming etc. beschrijven de maatschappelijke problematiek die er bestaat rond deze onderwerpen. Dit wil geenszins zeggen dat deze zaken per se de vrouw in een passieve, onderdrukkende positie duwen, net zoals het benoemen van een slachtoffer als slachtoffer in plaats van ‘survivor’ niet wil zeggen dat je als slachtoffer per se geen agency hebt of toegeschreven krijgt. De fout die hier vaak gemaakt wordt is dat men in dichotomieën denkt. Het koppelwoord slachtoffer-dader wordt automatisch gelinkt aan passief-actief, waardoor de link tussen campagnes/onderzoeken/… en passieve vrouwelijke seksualiteit niet ver te zoeken is. Het klopt, zoals de Coster (2017) in haar column aankaartte, dat men dit type van vrouwbeeld kan bestendigen en versterken, maar dit komt grotendeels door de eigen androcentrische kijk op vrouwelijke seksualiteit. De Coster (2017) maakt zichzelf zondig aan deze blik door te veronderstellen dat campagnemakers/onderzoekers/… en hun publiek de vrouwelijke seksualiteit automatisch als passief classificeren. In het overgrote deel zal haar veronderstelling correct zijn, maar toch kunnen we er niet om heen dat deze aanname een androcentrische oorsprong heeft. Men beschouwt immers de mannelijke seksualiteit zowel in deze column als in onze maatschappij als de norm en omschrijft de vrouwelijke seksualiteit in functie van deze norm door veelvuldig gebruik te maken van de bijvoeglijke naamwoorden “passief” en “actief”. Haar column zou veel bijval vinden bij de libertaire feministen zoals bijvoorbeeld Gayle Rubin, waarbij men de eigen vrouwelijke lust centraal plaatst en men vrouwen een individuele seksuele agency wil toekennen. Maar in hoeverre is het flirten met de seksuele grenzen werkelijk een individuele keuze? Hoe weet men of de seksuele objectivering binnen ons patriarchaal systeem al dan niet als een oorzakelijke factor kan beschouwd worden van dit flirten? Als we kijken naar het pornografiedebat tijdens de jaren tachtig, zien we dat Dworkin en MacKinnon, beiden radicaal culturele feministen, zich over gelijkaardige vragen hebben ontfermd. Hoewel we pornografie en de eigen ervaringen omtrent vrouwelijke seksualiteit niet volledig met elkaar kunnen vergelijken, kan het eerste gegeven volgens Dworkin en MacKinnon wel enorm schadelijke gevolgen hebben op het concept van vrouwelijke seksualiteit. Zeker als we dit willen toepassen op de activiteit “flirten met seksuele grenzen”, zou het effect van pornografie op deze “actieve vorm van vrouwelijke seksualiteit” tot meer verkrachting en seksueel geweld kunnen leiden naar analogie met de getuigenissen die we in het boek van Susan Brownmiller  Against our will (1975) lezen.

Madonna-hoer dichotomie

Daarnaast doet de zoektocht van de Coster (2017) naar de vrouw die wilt flirten met de seksuele grenzen en actief op zoek gaat naar seks in plaats van deze passief te ondergaan me denken aan de madonna-hoer dichotomie. Binnen deze tegenstelling kan een vrouw enkel gerespecteerd worden door een heteroseksuele man wanneer ze puur is en niet te veel verschillende sekspartners heeft gehad. Een seksueel actieve vrouw wordt daarentegen ‘vereerd’ met de term hoer. Hoe je het ook draait of keert, een vrouw die controle wilt uitoefenen over haar eigen seksualiteit is onmogelijk, het oordeel staat telkens klaar. Dit fenomeen kunnen we klasseren onder het double bind principe van Bateson zoals geciteerd in Jenkins (2014). In onze situatie krijgt de vrouw te maken met twee conflicterende seksuele gedragscodes (madonna versus hoer) die onmogelijk tegelijkertijd te vervullen zijn. Het is enorm moeilijk om als vrouw uit deze dichotomie te stappen, gezien je bij het verdedigen van de eigen seksualiteit in elke situatie verweten wordt het tegenovergestelde te belichamen. Een ‘hoer’ die wilt bewijzen dat ze dit niet is, wordt als preuts aanzien en een ‘madonna’ die haar seksuele eer wilt ‘redden’, loopt het risico om met tegenzin seks te hebben. In beide gevallen zien we dat de eigen vrouwelijke seksualiteit niet erkend wordt. Deze bevinding is heden ten dage nog altijd enorm problematisch en de column van de Coster (2017) helpt de vrouwelijke seksualiteit niet vooruit. Integendeel, volgens Jenkins (2014) is het belangrijk om double bind situaties zoals deze madonna-hoer dichotomie te herkennen en wel voor twee redenen. Ten eerste zorgt dit ervoor dat we stoppen met naar elkaar het vingertje te wijzen. Onze vrouwelijke seksualiteit wordt niet gedefinieerd door ‘de madonna’ of ‘de hoer’, maar door onze maatschappij die deze tweespalt in ons denken heeft geïntroduceerd. De onmacht om controle uit te oefenen over de eigen vrouwelijke seksualiteit heeft dus een structurele oorzaak. Een tweede reden waarom double bind situaties herkennen belangrijk is volgens Jenkins (2014) is dat we ons dan eindelijk kunnen focussen op het verkrijgen van structurele verandering in plaats van beter ons best te doen om te overleven binnen deze madonna-hoer dichotomie. Deze vorm van verandering kunnen we volgens mij bewerkstelligen door radicale feministen en genderspecialisten aan het roer te plaatsen van organisaties zoals Sensoa of de eindtermen rond relationele en seksuele vorming aan te passen en uit te breiden zodat respect voor ieders seksualiteit centraal staat.

Conclusie

Vanuit mijn eigen feministische visie probeer ik de talloze campagnes/onderzoeken/… waarover de Coster (2017) spreekt, te zien als een bron van informatie waarmee vrouwen zich gesterkt kunnen voelen om controle te verkrijgen over hun eigen seksualiteit en om in contact te komen met concepten zoals wederzijdse toestemming en deze actief te kunnen implementeren in het eigen seksleven. Daarnaast vind ik dat we onze eigen androcentrische kijk op vrouwelijke seksualiteit in vraag moeten durven stellen. Het is moeilijk om te praten over onze vrouwelijke seksualiteit gezien deze nog altijd in functie staat van de mannelijke seksualiteit. De patriarchale machtsverhoudingen die momenteel nog altijd actief zijn, zorgen ervoor dat vrouwen maar een beperkte vrijwillige keuze hebben wat betreft de beoefening van hun seksualiteit. Een mogelijke oplossing voor dit probleem is om de heteronormativiteit binnen onze opvattingen rond seksualiteit in vraag te stellen. Ik ben ervan overtuigd dat het doorbreken van de heteronorm en de erkenning van het lesbianisme binnen onze maatschappij ervoor kan zorgen dat vrouwelijke seksualiteit als een volwaardige vorm van seksualiteitsbeleving wordt bezien. Pas dan zal het lukken om zowel de androcentrische kijk op vrouwelijke seksualiteit alsook de madonna-hoer dichotomie aan diggelen te slaan, maar eerst hebben we een diepgaand maatschappelijk debat nodig.

Referenties

Brownmiller, S. (1975). Against our will: Men, women, and rape. New York,  NY: Simon and Schuster.

de Coster, S. (2017, januari 17). Seks lijkt voor een vrouw iets wat altijd ingedamd moet worden, iets potentieel gevaarlijks en ontoelaatbaars. Geraadpleegd 24 januari 2017 via http://www.demorgen.be/ opinie/seks-lijkt-voor-een-vrouw-iets-wat-altijd-ingedamd-moet-worden-iets-potentieel-gevaarlijks-en-ontoelaatbaars-be2adbfc/

Halsema, A., van der Burg, I., Vintges, K., Vasterling, V., & Ceton, C. (2013). Vrouwelijke filosofen: een historisch overzicht. Atlas Contact, Uitgeverij.

Jenkins, K. (2014). “That’s not philosophy”: feminism, academia and the double bind. Journal of Gender Studies, 23(3), 262–274.

Rousseau, J., Noël, J., & Brassinga, A. (1980). Emile of Over de opvoeding. Meppel: Boom.

Vandekerckhove, A. (2015, april 4). Persoonlijke reactie op uitspraak Willem Elias (victim-blaming). [Videobestand]. Geraadpleegd op 26 januari 2017 via https://www.youtube.com/watch?v=Nm9fpFbWNZ0

Van Lent, R. (2016, november 25). Seks zonder toestemming? Oké voor veertig procent van de Belgen. De Standaard. Geraadpleegd op 26 januari 2017 via http://www.standaard.be/cnt/ dmf20161124_02590695

 

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!