Hoe de Economisten de planeet verwarmen

Hoe de Economisten de planeet verwarmen

zondag 30 oktober 2016 09:46

Hoe de Economisten de planeet verwarmen

Ik publiceer graag dit artikel door mijn vriend Johan Hoebeke geschreven, dat uit ideologische hoek de marktbenadering van het klimaatprobleem kritiseert, evenals de idee om “milieukosten te internaliseren in de gehele kostprijs” in plaats van het ecologisch gemeengoed te beschermen tegen privatisering. Want een prijs plakken op ecosystemen komt daar op neer. Wiebe Eekman, 29 oktober 2016

Recensie over het boek van Antonin Pottier ‘Comment les économistes réchauffent la planète’ (Anthropocène-Seuil, 2016) door Johan Hoebeke 18 oktober 2016

De schrijver begint met een analyse over de oorsprong van het vandaag geldend economisch discours en de kloof tussen dit discours en de werkelijkheid. De neoklassieke economische theorie waarvan het neo-liberaal discours gebruik maakt vertrekt van het achttiende eeuwse gedachtengoed dat in de sociale wetenschappen als volledig achterhaald wordt beschouwd: het eerste is een antropologie die beweert dat elk individu als autonoom wezen los van elke gemeenschap enkel zoekt zich te verrijken om zijn verlangens te bevredigen (de homo oeconomicus); het tweede berust op een politieke en sociale visie van de gemeenschap als een som van individuen, die met elkaar wedijveren om hun verlangens te bevredigen. Waar men verwacht dat dit tot chaos en conflicten zou leiden, stelt de theorie dat dit integendeel tot sociale orde leidt waar uit persoonlijk belang iedereen bijdraagt tot het gemeenschappelijk goed en dat de marktinteracties spontaan leiden naar de sociale orde waarbij iedereen wel bij vaart (de onzichtbare hand van de markt). Zulk een markt is de enige manier om banden tussen de individuen te leggen en een stabiele maatschappij op te bouwen. Reeds in 1944 ontkrachtte Polanyi (1) vanuit historisch standpunt dit economisch denken en meer en meer bewijzen uit de neurologie, de psychologie en de antropologie stapelen zich de laatste twintig jaren op om de homo oeconomicus als een ideologische hersenschim aan de kaak te stellen (2). Nochtans blijft dit mensbeeld overheersen in de denkwereld van de hedendaagse overheersende economische scholen in grote mate omdat het mathematisch veel gemakkelijker te modelleren is dan de werkelijkheid.

Het is daarom ook dat economisten geen vat kunnen krijgen op het klimaatprobleem. Voor hen draait alles op analyses van kost-winst factoren. Productie vraagt kapitaal en arbeid. De technische vooruitgang verhoogt de productiviteit. De uitstoot is een gevolg van de productie maar de technische vooruitgang vermindert hem. De broeikasgasuitstoot verhoogt de globale temperatuur die de totale productie vermindert. Uitstoot verminderen kost iets maar levert ook winst op. De klimaatverandering wordt dus herleid tot een puur economisch probleem waarbij uitstootvermindering bijkomende investeringen vraagt en de hedendaagse consumptie vermindert om deze in de toekomst te verhogen. De economist zal dus bepalen hoeveel rijkdom aan de toekomst moet worden doorgegeven: sparen om te investeren in de productie of uitstoot verminderen om te investeren in het ‘kapitaal klimaat’. De economist zal uitrekenen wat de optimale  temperatuursverhoging is. Daarvoor berekent hij de schade. De resultaten zijn huiveringwekkend. Voor een globale temperatuursverhoging van 8°C wordt een schade van 6% aan het BNP berekend! Het absurde van deze berekening is dat geen enkele studie kan voorzien wat de schade zal zijn, eens dat de temperatuur 3°C hoger ligt. In de ‘ideale’ wereld van de economist is dit van geen belang. Zijn mathematische modellen, enkel op kost-winst gesteund, hebben met de ‘reële’ wereld niets te maken maar spelen natuurlijk troeven in de handen van klimaat-sceptici en oliebaronnen die, op de analyse van de economisten steunend, de wetenschappelijke analyses van klimatologen, geografen en fysici in twijfel trekken.

Een tweede misvatting van de economisten is het ontkennen van het beheer van een gemeengoed. Volgens hen is de atmosfeer, die voor iedereen gratis is, gedoemd tot overexploitatie omdat het de CO2 niet meer kan opnemen. De oplossing is dus een ‘prijs te geven aan de koolstof’. Een eenheidsprijs in een wereld van perfecte markten en rationele individuen waarin de enige onvolmaaktheid het uitstoten van CO2 is kan terug tot perfectie komen door een eenheidsprijs aan koolstof te geven. De economist vergeet dat in de ‘reële’ wereld de uitstoot door een houtskoolvuur, essentieel voor de voeding van laat ons zeggen een Afrikaan, een totaal andere waarde heeft dan de uitstoot van een Belg, die elke dag in de file naar zijn werkplaats tracht te komen. De resultaten van de koolstofprijs op de markten zijn gekend. Niet alleen hebben de transacties fenomenale fraudes mogelijk gemaakt maar zij hebben op geen enkele manier de uitstoot van CO2 verminderd. Indien er in Europa een vermindering van CO2 uitstoot waarneembaar is, is dit enkel te wijten aan de economische crisis, die voor dezelfde economisten totaal onverwacht kwam.

Als conclusie vraagt de auteur van het boek dat de economist zijn ivoren toren verlaat en zich met de ‘reële’ wereld confronteert. Ik vrees dat dit een vrome wens zal blijven zolang het neo-liberaal bestel de ‘economist’ als wetenschappelijk alibi kan gebruiken om het winstbejag, aan de basis van dit bestel, te rechtvaardigen. Gelukkig zijn er meer en meer ‘heterodoxe’ economen die afstand nemen van deze ‘ideale’ wereld en ervan bewust zijn dat de ‘reële’ wereld niet in mathematische formules oplosbaar is.

(1)   Polanyi K. (1944) The great transformation. Farrar and Rinehart, New-York.

(2) Van Duppen D. & Hoebeke J. (2016) De supersamenwerker, EPO, Berchem-Antwerpen

(3)  Meadows D. (1972) Rapport van de Club van Rome. Aula 500, Uitgeverij het Spectrum.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!