De community ruimte is een vrije online ruimte (blog) waar vrijwilligers en organisaties hun opinies kunnen publiceren. De standpunten vermeld in deze community reflecteren niet noodzakelijk de redactionele lijn van DeWereldMorgen.be. De verantwoordelijkheid over de inhoud ligt bij de auteur.

Historicus Piet Emmer, wegpoetser van het Bloed dat aan de Westerse slavernij kleeft

Historicus Piet Emmer, wegpoetser van het Bloed dat aan de Westerse slavernij kleeft

donderdag 1 juli 2021 00:06
Spread the love
HISTORICUS PIET EMMER, WEGPOETSER VAN HET BLOED, DAT AAN
DE WESTERSE SLAVERNIJ KLEEFT
Geschreven naar aanleiding van zijn artikel:
”WIE EEN BEPERKTE BLIK OP DE SLAVERNIJ WIL, SPOEDE ZICH NAAR HET RIJKSMUSEUM”
ZIE OOK
”Alle reukwerken van Arabie kunnen deze misdaden niet uitwissen”
Vrij vertaald naar Shakespeare’s Macbeth [slaapwandelende Lady Macbeth,
Act 5, Scene 1]
Vrijwel ieder zinnig mens is het erover eens, dat de transatlantische slavenhandel en de daaruit voortvloeiende slavernij in de Amerika’s [1] een misdaad tegen de menselijkheid is [2], als zodanig genoemd in het Statuut van Rome [3] en in niet
misverstane bewoordingen veroordeeld in de Universele Verklaring voor de
Rechten van de Mens [4], alsmede in Internationale Verdragen. [5]
Nu zullen mijn trouwe en minder trouwe lezers opmerken:
Waarom komt Astrid Essed daar nu mee, anno 2021, nu deze MIsdaad ook
van Staatswege officieel is omgezet in jaarlijkse herdenkingen in aanwezigheid
van de Koningin of Koning, ministers, de burgemeester? [6]
Omdat ik recentelijk een artikel heb gelezen, zo ongelooflijk, dat de oren van
een normaal denkend 21ste eeuws mens daarvan gaan wapperen!
Het artikel luidt: ”Wie een beperkte blik op de slavernij wil, spoede zich
naar het Rijksmuseum”
Lees zelf lezers, onder noot 7!
Ik moet u wel bekennen, dat ik, als druk schrijvend Bloggertje, mij heb afgevraagd, of ik wel op dergelijke bij elkaar geraapte 17e eeuwse gevaarlijke nonsens
[onderstaande een uitleg, waarom ik het gevaarlijke nonsens vind], moet
ingaan, maar heb tenslotte besloten, dit toch te doen.
In de eerste plaats:
Omdat historicus Piet Emmer er al jarenlang alles aan doet om een van de Zwartste Bladzijden in de Weserse Geschiedenis, te bagatelliseren en vooral in
2020 [slim, Coronatijd, mensen hadden wel iets anders aan hun hoofd, dan deze apologeet te attacqueren, met vooral een verwijt naar de media, die hem de ruimte gaven!], actief blijkt te zijn geweest,[8], tot aan het indienen van een
klacht tegen een journalist, die het mijns inziens gerechtvaardigd tegen hem opnam! [9]
In de tweede plaats:
Omdat in deze Tijden, nu het fascisme in Nederland helaas steeds meer salonfahig lijkt te worden [10], slavernij en kolonialisme apologeten steeds meer de kans lijken te krijgen [11]
Dat is gevaarlijk voor het maatschappelijke denkklimaat, het politieke klimaat, de verhoudingen tussen mensen.
In de derde plaats:
Omdat ik het vermoeden heb, dat weinig mensen uit het anti-racistische veld
nog de moeite zullen nemen, in te gaan op Emmer’s Gevaarlijke Onzin, hoewel ik wel twee goede en strijdbare stukken ben tegengekomen. [12]
Ook in het verleden heeft hij stevige tikken gehad! [13]
Maar goed:
Daarom heb ik toch besloten, op deze wat nevelachtige en toch zonnige
Zondagmiddag, de Handschoen op te nemen en Emmer, via zijn artikel, van
repliek te dienen.
Daar zal het niet bij blijven:
Ook het Dagblad Trouw ontvangt van mij een Brief op Poten over het geven
van  ruimte aan dergelijke kwaadaardige schrijfsels.
TEN AANVAL DUS:
Mijn aanval zal eruit bestaan, dat ik delen uit het artikel [14], die ik relevant vind, citeer, waarna ik er nader op in ga.
WIE EEN BEPERKTE BLIK OP DE SLAVERNIJ WIL, SPOEDE ZICH NAAR HET RIJKSMUSEUM [15]
VOORAF:
Ik heb het grootste respect voor het feit, dat steeds meer Nederlandse musea ”dekoloniseren!”
Daarmee bedoel iik:
Meer aandacht voor het slavernijverleden, het plaatsen van bordjes bij
schilderijen van al dan niet ”beroemde” mensen, die een aandeel hadden in
de slavernij, het niet meer gebruiken van misleidende historische termen als
”Gouden Eeuw” [16]
Kortom:
Het rechttrekken van de geschiedenis.
Ik juich in dit verband de Slavernij tentoonstelling van het Rijksmuseum
toe [17], waartegen Emmer in zijn artikel tekeer gaat.
OP NAAR HET ARTIKEL:
”Wie een beperkte blik op de slavernij wil, spoede zich naar het Rijksmuseum” [18]
CITAAT 1 HISTORICUS PIET EMMER
 
De met veel tamtam aangekondigde en inmiddels geopende tentoonstelling ‘Slavernij’ in het Rijksmuseum typeert de slaven vrijwel zonder uitzondering als zielige underdogs, terwijl veel wetenschappelijke studies van de laatste vijftig jaar keer op keer laten zien dat die gedweeë, sullige ‘Sambo’ zonder initiatief, die alles accepteert en zich naar believen laat straffen, vernederen en uitbuiten, nooit heeft bestaan.” [19]
MIJN COMMENTAAR:
 
Ja en Nee
Inderdaad:
In zoverre geef ik historicus Piet Emmer gelijk, dat wat hij noemt ” die gedweeë, sullige ‘Sambo’ zonder initiatief, die alles accepteert en zich naar believen laat straffen, vernederen en uitbuiten” [20] een niet correct Beeld
van de Werkelijkheid zou zijn.
Integendeel!
Zoals hij als historisch onderzoeker dient te weten [en natuurlijk ook wel weet], is dat er in de Amerika’s en op slavenschepen tal van
slavenopstanden geweest zijn [21], die meer dan duidelijk laten zien, dat de slaven die extreme situatie van onvrijheid en de-humanisering niet over hun
kant lieten gaan!
Maar wat betreft het ongenuanceerde karakter van de
uitspraak van Emmer:
”…… terwijl veel wetenschappelijke studies van de laatste vijftig jaar keer op keer laten zien dat die gedweeë, sullige ‘Sambo’ zonder initiatief, die alles accepteert en zich naar believen laat straffen, vernederen en uitbuiten, nooit heeft bestaan.” [22]
Met het woord ”nooit” gaat hij in de fout.
Sowieso moet je oppassen met woorden als ”altijd”
en ”nooit”
In dit geval is het onzin, omdat wel degelijk situaties
bestonden, waarbij slaven, gede-humaniseerd en
gehersenspoeld door de onmenselijke en repressieve behandeling, zich niet zozeer ”naar believen lieten
straffen, vernederen en uitbuiten” [23], maar omdat zij, heel vaak, geen andere keuze hebben.
Bovendien bestaat het gevaar, dat bij ontkenning van
het beeld van de ík citeer Emmer] ”zielige underdog” [24], het onterechte Beeld ontstaat, dat de slaven minder
repressief werden behandeld.
Dat is nonsens!
Quod erat demonstrandum! [25]
Want ware de behandeling ”draaglijk”, vanwaar dan al
die slavenopstanden, getuigenissen zoals van Stedman [26] en ga zo maar door?
Maar moet ik dat betogen, anno 2021?
Iedereen met een normaal verstand en zeker gezien de
beschikbare kennis begrijpt, hoe het leven er moet
hebben uitgezien van geroofde mensen, als vee verhandeld en gedwongen, zonder loon of vooruitzicht
op invrijheidsstelling [manumissies kwamen pas later, vooral vanaf  de 18e eeuw voor] [27], te werken voor
de rijkdom van een ander, in casu de witte plantage eigenaar!
CITAAT 2 HISTORICUS PIET EMMER
”De tentoonstelling documenteert slechts een aantal levensgeschiedenissen van slaven en die beperking verhindert dat er een aantal fundamentele problemen aan de orde komen, zoals de vraag waarom de Europeanen voor hun koloniën slaven uit Afrika en Azië haalden en niet uit hun eigen continent en waarom Afrika en Azië in staat bleken in de loop der eeuwen steeds meer slaven te leveren.”
MIJN COMMENTAAR
 
Met deze uitspraak suggereert historicus Piet Emmer,
dat de tentoonstelling een ”eenzijdig beeld” zou geven en de geschiedenis zou scheeftrekken.
Niets is minder waar!
In de eerste plaats begrijpt de bezoeker ook, dat hier sprake is van een aantal levensgeschiedenissen van
slaven en dat zo licht wordt geworpen op
het slavernijverleden.
Maar belangrijker:
Hoezo eenzijdig, zoals Emmer suggereert
Juist in het VERLEDEN werd er een eenzijdig beeld geschapen!
Zo kwam onderwijs over slavernij, in Nederland, zeker op de Lagere School [voorloper van de term ”basisschool] niet of nauwelijks voor [28], standbeelden
van koloniale moordenaars [kolonisatie ten tijde of na de slavernij] prijkten op pleinen etc, zonder enig kritisch commentaar voorzien, wegbereiders van de slavenhandel
zoals Michiel de Ruyter werden als ”helden” vereerd [29] en ga zo maar door!
DAT is het scheeftrekken van de geschiedenis meneer Emmer!
En dat is decennialang het geval geweest!
En nu er eindelijk aandacht is voor authentieke verhalen
van tot slaafgemaakten zelf, nu er een einde komt aan de Verheerlijking van de Gouden Eeuw, zou dat ineens een
”beperking’ zijn? [30]
 
Het rechttrekken van de geschiedenis, DAT wat het Rijksmuseum terecht doet!
Wat het Amsterdam Museum doet, door de term ”Gouden Eeuw” niet meer te gebruiken! [31]
 
Maar we lezen de rest van het Citaat [2] van Emmer:
De tentoonstelling documenteert slechts een aantal levensgeschiedenissen van slaven en die beperking verhindert dat er een aantal fundamentele problemen aan de orde komen, zoals de vraag waarom de Europeanen voor hun koloniën slaven uit Afrika en Azië haalden en niet uit hun eigen continent en waarom Afrika en Azië in staat bleken in de loop der eeuwen steeds meer slaven te leveren.”
Hiermee tracht Emmer de aandacht af te leiden van het
verwerpelijke karakter van de slavernij:
Want wat maakt het voor de juiste beoordeling van de slavernij
uit. wat voor problemen de slavenhalers, de Europeanen
dus wat de transatlantische slavernij betreft, hadden bij
het halen van slaven, die in hun kolonieen als wettelijk
als Ding werden beschouwd [32], werden geroofd, werden gedehumaniseerd.
Of om het groffer te zeggen:
Wie kan het ene M schelen, althans bij de belichting
van de slavernij, waarom niet de ”eigen” ”witte mensen”,
die trouwens ook eeuwenlang lijfeigenen geweest zijn [33]
niet voor dit beulswerk werden gereserveerd?
Ik beschouw trouwens deze Vraagstelling van Emmer als
een manier om de aandacht af te leiden van waar het
werkelijk om gaat:
Het vertellen, vanuit slave narrative oogpunt [34]
wat slavernij werkelijk betekende, zodat mensen,
van wie het ver staat, zich beter kunnen inleven.
CITAAT 3 HISTORICUS PIET EMMER

Morele oordelen

Bovendien worden zowel de bezoekers van de tentoonstelling als de lezers van de daarbij behorende bundel opstellen voortdurend geconfronteerd met hedendaagse morele oordelen zoals de verontwaardiging over het feit dat de slaven af en toe op zaterdag moesten werken. Pardon, een vrije zaterdag in de 18de en 19de eeuw?” [35]

MIJN COMMENTAAR:

Ik merk, dat ik nu wel nijdig begin te worden.

Want nog los van het wel zeer merkwaardige feit, dat Emmer bezwaar zou hebben tegen het feit, dat in de tentoonstelling gewezen wordt op het verderfelijke

karakter van de slavernij, is er een nog belangrijker punt, dat van de ”hedendaagse morele oordelen” [36]

Want los van het feit, dat het natuurlijk niet ging, om een

”vrije zaterdag in de 18e en 19e eeuw” [37] [hoe dom

denkt Emmer, dat zijn lezers zijn?], klopt zijn

weergave van de zogenaamde ”hedendaagse morele oordelen” van geen kanten, zoals hij zelf

trouwens toegeeft in een AD interview dd 22 augustus 2020! [38]

Ook moet hij daarin wel toegeven, dat slavernij ”verschrikkelijk” was [39], al haast hij zich in datzelfde interview te zeggen, dat ”niet iedere plantage een hel

op aarde was” [40]

Alsof iemand dat ooit gezegd heeft en alsof dat iets afdoet aan het feit, dat je als slaaf de uiterste vorm van

rechteloosheid had!

Maar terug naar dit artikel:

Emmer heeft het over ”hedendaagse morele oordelen”

[dat Verhaal over die vrije zaterdag neem ik niet serieus].

terwijl hij wijselijk dus niet vermeldt, dat dat, nogmaals,

klinkklare onzin is:

Een aantal predikanten heeft zich in de 17e eeuw,  Eeuw van de Slavernij, actief verzet tegen slavernij en slavenhandel! [41]

Sterker nog:

In de beginperiode van de WIC [West Indische Compagnie] werd de slavernij zelfs op

calvinistische gronden afgewezen! [42]

Over ”hedendaagse morele oordelen” gesproken

CITAAT 4 HISTORICUS PIET EMMER

”Dat slavernij overal in de wereld voorkwam lijkt het Rijksmuseum niet te interesseren, waardoor de bezoeker de indruk krijgt dat de slavenhandel en slavernij voornamelijk Europese erfzonden zijn: ‘In Afrika leefden mensen in de koloniale tijd met de realiteit van mensenhandelaren, nomaden op paarden, die nachtelijke rooftochten organiseerden om mensen te ontvoeren.’ [43]

MIJN COMMENTAAR:

Het Rijksmuseum geeft helemaal geen verkeerde voorstelling van zaken, Emmer doet dat!

Nergens is beweerd, dat slavenhandel en slavernij ”voornamelijk Europese erfzonden zijn”  [44]

Het enige, dat het Rijksmuseum doet, is meer inzicht

geven over de praktijk en de bestialiteit van het systeem

slavernij.

En nergens wordt beweerd, dat slavernij niet ook in Afrika voorkwam.

Maar dat gezegd hebbende:

Is het simpele feit, dat slavernij ook in Afrika en andere

delen van de wereld voorkwam [45] een excuus voor de bestiale mensenroof, de-humanisering, foltering, ontheemding, onteigening en verkrachting van  miljoenen Afrikanen? [46]

Lees over excuses van hele en halve slavernijapologeten

als Emmer ook dit inzichtelijke artikel: ”Twaalf vragen over slavernij, die je maar beter niet had kunnen stellen” [47]

CITAAT 5 HISTORICUS PIET EMMER

Niet gekoloniseerd

Het Rijksmuseum verzwijgt echter dat Afrika ten tijde van de Atlantische slavenhandel helemaal nog niet gekoloniseerd was en dat de ‘rooftochten’ en ‘ontvoeringen’ dus onmogelijk de Europeanen in de schoenen kunnen worden geschoven.

[48]

MIJN COMMENTAAR

Dat wordt ook niet gedaan, meneer Emmer het ”ontvoeringen” ”in de schoenen van Europeanen schuiven”

Het klopt, inderdaad, dat bij de rooftochten naar slaven, Afrikaanse

slavenhalers een belangrijke rol speelden [49]

Zij kenden het gebied en deden vaak het vuile werk voor de Europese slavenhandelaren.

Maar dat ontstaat de Europese slavenhandelaren absoluut niet van hun misdadige schuld!

Want hoewel aangeleverd door Afrikanen, was dat in

het directe, economische belang van de Europese mensenrovers, die de tot slaaf gemaakten gevangennamen, massaal ontvoerden, de-humaniseerden en onder extreme repressie lieten werken op de respectievelijke plantages!

Of om het te zeggen met de kernachtige bewoordingen van Sander Philipse in zijn artikel ” ”Twaalf vragen over slavernij, die je maar beter niet had kunnen stellen”:

AFRIKANEN WERDEN VAAK VERKOCHT DOOR ANDERE AFRIKANEN.

Correct. Dus?

DUS KUNNEN WE EUROPEANEN NIET SCHULDIG HOUDEN VOOR TRANS-ATLANTISCHE SLAVERNIJ!

Oeh, die ga ik de volgende keer in de rechtszaal gebruiken. “Edelachtbare, ik ben niet schuldig aan brandstichting want Pietje Bell gaf me de benzine.” Daarnaast valt er nogal wat te zeggen over de rol die Europees kapitaal speelde in het aansporen, uitbreiden en in stand houden van de West-Afrikaanse slavernij.” [50]

CITAAT 6 HISTORICUS PIET EMMER

”Tegen alle logica beweert de directeur van het Rijks, Taco Dibbits in het voorwoord van het magazine voor scholieren Slavernij en nu? dat ‘de arbeiders op de plantages niet betaald’ kregen. Zou hij werkelijk geloven dat de plantagebezitters hun voor veel geld gekochte slaven lieten verhongeren?” [51]

MIJN COMMENTAAR

Moet ik op deze opmerking van Emmer ingaan?

Ik doe het toch maar.

Ik dacht, dat het toch wel algemeen bekend is-en hij als

historicus weet dat natuurlijk dondersgoed, dat de belangrijkste kenmerken van slavernij waren, het feit, dat een slaaf niet als ”mens” werd beschouwd, maar als een

Ding, dat kon worden gekocht, verkocht etc, handelswaar dus [52] EN daaruit voortvloeiende:

Het feit, dat de SLAVEN [Geen ARBEIDERS meneer Emmer, want die worden WEL betaald] NIET werden betaald! [53]

Natuurlijk kregen zij wel te eten, anders konden zij

niet werken!

Maar sinds wanneer is het voeden van slaven, hetzelfde als betaling?

Zie onder noot 54 nog wat extra informatie over de door

Emmer zo verfoeide en door mij toegejuichte tentoonstelling in het Rijksmuseum.

CITAAT 7 HISTORICUS PIET EMMER

Beloning

Niets is minder waar. Zo kregen de slaven van de Surinaamse plantage ‘Catharina Sophia’ in de 19de eeuw weliswaar geen geld, maar gemiddeld 94,57 gulden per jaar aan voedsel en 13,58 gulden aan kleding en huishoudelijke artikelen alsmede huisvesting, het gebruik van een moestuin en medische zorg. [55]

MIJN COMMENTAAR

Emmer spreekt zichzelf tegen

In het citaat 6 schrijft hij

”Tegen alle logica beweert de directeur van het Rijks, Taco Dibbits in het voorwoord van het magazine voor scholieren Slavernij en nu? dat ‘de arbeiders op de plantages niet betaald’ kregen” [56]

Om in citaat 7 te vermelden

”Niets is minder waar. Zo kregen de slaven van de Surinaamse plantage ‘Catharina Sophia’ in de 19de eeuw weliswaar geen geld, maar gemiddeld 94,57 gulden per jaar aan voedsel en 13,58 gulden aan kleding en huishoudelijke artikelen alsmede huisvesting, het gebruik van een moestuin en medische zorg.” [57]

Ontroerend

Maar hiermee geeft Emmer dus toe, wat ieder weldenkend mens al wist, dat de slaven NIET werden betaald.

En ja, hun kleding en voeding kosten nu eenmaal geld he!

Het is zo moeilijk, uitgehongerde slaven en/of slaven, die half de hongerdood sterven, hard te laten werken

En zonder kleding in de verzengende zon werken, wordt ook zo lastig……

CITAAT 8 HISTORICUS PIET EMMER

”In dezelfde tijd verdienden de landarbeiders in Drenthe ongeveer 150 gulden per jaar zonder huisvesting, moestuin en doktershulp. Bovendien wijst de directeur op de Nachtwacht van Rembrandt met daarop een jong kind met een donkere huidskleur en vraagt: ‘En waarom moest hij als kind al werken?’. Is hij niet op de hoogte van het feit dat in Rembrandts tijd en nog velen eeuwen daarna kinderarbeid heel normaal was?” [58]

Ronduit laag vind ik, dat Emmer twee vormen van flagrant onrecht, slavernij en extreme armoede, op

onethische wijze als het ware tegen elkaar uit tracht te spelen.

Wil hij nu beweren, dat de slaven beter af waren dan landarbeiders in Drente, in diezelfde periode!

Verbijsterend.

En dat voor een historicus!

Want hoe gruwelijk ook het uitbuitingssysteem van

landarbeiders in die tijd [trouwens, zowel zij als

slaven waren het slachtoffer van het zelfde roof en uitbuitingsysteem], landarbeiders konden niet gekocht of verkocht worden, ze konden niet verscheept en verhandeld worden, ze werden niet gebrandmerkt, geketend, noem maar op.

Wat onverlet laat, dat hun positie verre van benijdenswaardig was.

Maar Dingen waren zij niet!

En ja, kinderarbeid was gruwelijk en daar stonden zowel

landarbeiderskinderen als slavenkinderen aan bloot, maar een landarbeiderskind kon niet weg van de ouders worden verkocht en verhandeld, hoe gruwelijk ook

de omstandigheden!

CITAAT 9 HISTORICUS PIET EMMER

Bezit

Zonder enig bewijs meldt de tentoonstellingsbundel dat slaven geen bezit mochten hebben. Hoe was het dan mogelijk dat sommige slaven zichzelf vrijkochten en waar kwam in het eerste jaar na de vrijverklaring die koopgolf onder de ex-slaven vandaan? Ook beweert de bundel dat slaven niet mochten lezen en schrijven, maar hoe kon de zwarte abolitionist (voorstander afschaffing slavernij, red.) Equiano dan zijn memoires schrijven als hij dat als slaaf niet had geleerd? ” [59]

MIJN COMMENTAAR [IN TWEE DELEN UITGESPLITST]

DEEL 1

Emmer schrijft:

”Zonder enig bewijs meldt de tentoonstellingsbundel dat slaven geen bezit mochten hebben. Hoe was het dan mogelijk dat sommige slaven zichzelf vrijkochten en waar kwam in het eerste jaar na de vrijverklaring die koopgolf onder de ex-slaven vandaan?” [60]

[COMMENTAAR ASTRID ESSED]

Er even van uitgaande, dat de informatie van Emmer klopt [ik heb het zo gauw niet kunnen checken], dat er

in de tentoonstellingsbundel wordt beweerd, dat slaven

geen bezit mochten hebben, het volgende:

In zoverre geef ik Emmer gelijk, dat het niet hebben

van bezit niet in alle tijden en in alle gevallen absoluut was:

Slavernij als systeem sloot het ontvangen van loon

uit [61], maar er waren inderdaad gevallen bekend, waarbij slaven producten konden verkopen of voor

zichzelf konden werken, waarmee zij inderdaad een

bescheiden bedrag konden opbouwen. [62]

En inderdaad kon het voorkomen, dat slaven zich zo

konden vrijkopen [63].

Wat Emmer er echter NIET bij vermeldt in zijn betoog [64], is dat zowel het zichzelf vrijkopen als het hebben van bezit, verkregen door het werken voor zichzelf, alleen mogelijk was met toestemming van de meester. [65], wat natuurlijk voortvloeide door de in wezen

rechteloze positie van een slaaf. [66]

DEEL 2

Emmer schrijft:

”Ook beweert de bundel dat slaven niet mochten lezen en schrijven, maar hoe kon de zwarte abolitionist (voorstander afschaffing slavernij, red.) Equiano dan zijn memoires schrijven als hij dat als slaaf niet had geleerd?” [67]

[COMMENTAAR ASTRID ESSED]

Hier denkt Emmer slim te zijn, maar hij is niet

slim genoeg!

Want de bundel ”beweert” niet alleen, dat slaven niet mochten lezen en schrijven [68], dit vrij algemeen bekende feit [onder deskundigen, maar

ook uit overleveringen door nazaten van de slaven],

is door bronnen gestaafd [69], zoals Emmer ongetwijfeld weet, als hij zijn onderzoek tenminste

goed gedaan heeft [en ik heb geen reden, daaraan te

twijfelen] [70]

Dat dit verbod niet ten allen tijden, en in alle

omstandigheden werd gehandhaafd, is een andere zaak. [71]

De quasi slimme redenatie van Emmer [72] [zie

ook bovenstaande, DEEL 2], schuilt hierin, dat hij

het verbod op lezen en schrijven voor de slaven in

twijfel trekt [73], door ernaar te verwijzen, dat de

zwarte abolitionist Equiano [74], het toch als slaaf geleerd zou moeten hebben.

Ik citeer Emmer, nogmaals:

”Ook beweert de bundel dat slaven niet mochten lezen en schrijven, maar hoe kon de zwarte abolitionist (voorstander afschaffing slavernij, red.) Equiano dan zijn memoires schrijven als hij dat als slaaf niet had geleerd?” [75]

Maar wat Emmer hierbij, bewust of niet, uit het oog lijkt te verliezen is, dat er op iedere regel natuurlijk uitzonderingen zijn.

Met andere woorden:

Dat uiteindelijk de meester bepaalt, wat hij wel of

niet met zijn slaven wil doen.

En er zijn nu eenmaal meesters geweest, zoals in

geval van Equiano, maar ook de latere zwarte dichteres,

de eerste poezie publiciste, Phillis Wheatley en Ukawsaw

Gronniosaw, de eerste zwarte publicist in Groot-Britannie, die dit Verbod aan hun laars hebben gelapt. [76]

Dat maakt dat verbod niet minder waar, dat zegt vooral iets

over die meesters.

CITAAT 10 HISTORICUS PIET EMMER

” De slaven waren het eigendom van een ander en ‘daarom kon er juridisch gezien geen sprake van mishandeling of verkrachting zijn’ door de eigenaar.

Waarom zijn er dan processen gevoerd tegen planters, die een slaaf hadden gemarteld of gedood?” [77]

MIJN COMMENTAAR

Hierin heeft Emmer ja en nee gelijk.

Ja, wat betreft de processen tegen planters [slavenhouders]

Er is inderdaad sprake [en dan beperk ik mij hier tot Suriname] van tegen planters [slavenhouders dus] gevoerde processen wegens mishandeling van slaven.

Zo was er een proces tegen een juffrouw Pieterson en

een mevrouw Mauricius. [78]

Ook tegen anderen zijn processen gevoerd [79]

Maar daar moet WEL bij gezegd worden, dat de mishandelingen byzonder extreem waren en overweging was natuurlijk onrust in de kolonie

en de vrees, dat de slaven zouden ontvluchten.

Ik citeer uit ”Wij, Slaven van Suriname” van onafhankelijkheidsstrijder en verzetsman Anton de Kom [80]:

” De slaven van mevrouw Mauricius deelden nu aan het Koloniale Hof mede, dat zij weg zouden loopen wanneer de gouverneursweduwe niet uit het beheer der plantage ontzet werd. Inderdaad probeerde het Hof haar over te halen om de plantage voortaan door een administrateur te doen beheeren, ‘omdat men anders voor eene totale ruïne der bezitting harer pupillen vreesde’, maar mevrouw

Mauricius gaf te kennen, dat de heerschappij over haar eigendom door niemand beter gevoerd kon worden dan door haar zelve.” [81]

Nee

Wat Emmer er echter NIET bij vertelt [vandaar dat ”nee”

hier] is, dat aan dergelijke processen nauwelijks consequenties voor de planters [slavenhouders] waren

verbonden:

Zo kreeg genoemde juffrouw Pieterson volop gelegenheid de kolonie Suriname te ontvluchten, voordat er uberhaupt sprake was van een veroordeling [82]

en was er in geval van genoemde mevrouw Mauricius slechts sprake van een ”vermaning”, haar plantage door een administrateur te laten beheren. [83]

Dus Ja en Nee, meneer Emmer, er werden inderdaad processen tegen slavenhouders gevoerd [84], maar bij zeer extreme gevallen, waarbij kans op oproer en ontvluchting van slaven een rol speelden [85], en zonder

noemenswaardige consequenties voor de slavenhouders. [86]

CITAAT 11 HISTORICUS PIET EMMER

”Dat de tentoonstelling geen wetenschappelijk, maar een activistisch karakter draagt blijkt ook uit de constatering dat de Europese slavenhandelaren slaven ‘tot object’ maakten. Deden hun Afrikaanse en Arabische collega’s dat dan niet? Kun je de Europeanen verwijten dat ze steeds meer kindslaven kochten?”

MIJN COMMENTAAR

Meneer Emmer, uw ”Afrikaanse/Arabische slavenhandelaars” mantra valt mij tegen!

Van een wetenschapper mag toch verwacht worden,

dat hij is uitgegroeid boven het niveau van ”zij deden het ook” [87], wat velen het laatst op de kleuterschool zeiden.

Want WAS er Afrikaanse en Arabische slavenhandel?

JA, dat is een algemeen bekend feit. [88]

Ik wil zelfs zo ver gaan om te beweren, dat zonder hulp

van Afrikaanse slavenophalers en het verschijnsel

van Afrikaanse slavernij [89], het voor Europese handelaren heel moeilijk geworden zou zijn, een verderfelijk succesvolle onderneming als de transatlantische slavenhandel op te zetten! [90]

Het is dan in dit verband ronduit verbijsterend, de laatste zin van Citaat 11 te lezen:

”Kun je de Europeanen verwijten dat ze steeds meer kindslaven kochten?”” [91]

Ieder zinnig, rationeel denkend mens, dat uitgaat

van de eigen verantwoordelijkheid voor de eigen daden en misdaden op conto van de daders schuift, waar ze thuishoren,  zal deze wijze van redeneren niet alleen

belachelijk vinden, maar ronduit verachten!

Schrijfster dezes uiteraard dus ook!

CITAAT 11 HISTORICUS PIET EMMER

Wetenschappelijk onderzoek laat zien dat alleen Afrikaanse handelaren bepaalden hoeveel man-, vrouw- en kindslaven te koop werden aangeboden. Zelfs de plantageklok, die ’s morgens het begin van de werkdag aankondigde, is volgens het Rijksmuseum een symbool van uitbuiting en geweld. Maar zou dat instrument net als in Europa geen middel zijn geweest om de efficiency en daarmee de winst te verhogen, waardoor de slaven meer loon konden afdwingen in de vorm van beter eten, medische verzorging en betere huisvesting?” [92]

MIJN COMMENTAAR

Zoals schrijfster dezes reeds opmerkte, is het wat betreft de Westerse verantwoordelijkheid voor de misdaad, die transatlantische slavenhandel en slavernij

was, van geen enkele betekenis, of alleen Afrikaanse handelaren bepaalden hoeveel man-, vrouw- en kindslaven te koop werden aangeboden, of niet.

Hun aandeel is kwalijk, zonder meer, zoals iedere vorm

van slavenhandel en slavernij  [noot 93 met een artikel van Emmer, laten we fair zijn], maar kan niet als vergoeilijking, bagatellisering of welke vorm van

apologie gebruikt worden voor de Westerse misdaad:

Transatlantische slavenhandel en slavernij.

De Westerse handelaren waren geen passieve actoren,

die alles overkwam, maar hadden een duidelijke VRAAG, zoveel mogelijk gezonde slaven om in

de meest maximale zin uit te buiten, en kregen het AANBOD geleverd van Afrikaanse en ook Arabische handelaren. [94]

Het is dus belachelijk, hen [de Europese handelaren]

op deze rare Emmer manier te ontslaan van hun verantwoordelijkheid.

En dan de laatste zin van Citaat 11

”Maar zou dat instrument [de plantageklok, zie bovenstaande gehele Citaat 11] net als in Europa geen middel zijn geweest om de efficiency en daarmee de winst te verhogen, waardoor de slaven meer loon konden afdwingen in de vorm van beter eten, medische verzorging en betere huisvesting?’ [95]

Net als in Europa, meneer Emmer?

Er was geen slavernij meer in Europa, na de late Middeleeuwen. [96]

Een ”middel om de efficiency en daarmee de winst te verhogen, waardoor de slaven meer loon konden afdwingen in de vorm van beter eten, medische verzorging en betere huisvesting?”

In de eerste plaats ONTVANGEN de slaven geen loon, dat is het kenmerk van slavernij immers [97]

In de tweede plaats:

“loon afdwingen in de vorm van beter eten, medische verzorging en betere huisvesting?”

Eten, medische verzorging en betere huisvesting IS geen loon.

In de derde plaats:

Tijdens de slavernijperiode werd er maar zeer weinig ”afgedwongen” tenzij de slavenhouders/het

koloniale Bestuur bang was voor oproer en opstand.

CITAAT 12 HISTORICUS PIET EMMER

”Wie hoopt dat de tentoonstelling hem of haar op de hoogte brengt van de laatste wetenschappelijke inzichten hoeft het Rijksmuseum niet te bezoeken, maar wie zijn stereotiepe opvatting over de slavenhandel en slavernij bevestigd wil zien, komt in het Rijksmuseum ruimschoots aan zijn trekken.” [98]

MIJN COMMENTAAR

Het getuigt van morele moed, dat het Rijksmuseum, evenals het Amsterdam Museum [99] heeft besloten

niet meer weg te kijken, waarmee onbedoeld het slavernijverleden werd gebagatelliseerd, maar de misdaad van de slavernij te benoemen en te

beschrijven in een tentoonstelling, waarbij 10 slave narratives centraal staan. [100]

Degene, die hier een beperkte, verdraaide en gebagatelliseerde kijk heeft op Neerlands slavernijverleden is historicus Piet Emmer zelf.

En vrijwel iedereen, die mijn bovengenoemde weerlegging

van Emmer’s ”argumenten” met aandacht heeft gelezen [en de noten heeft geraadpleegd] zal dat met schrijfster dezes eens zijn.

Maar nog een bewijs van de apologetische en bijna bizarre wijze van redeneren van Emmer:

EMIGRATIE:

LAATSTE CITAAT HISTORICUS PIET EMMER

[ARTIKEL IN AD]

”’Toen ik onderzoek deed naar hoeveel ruimte slaven hadden tijdens het vervoer op slavenschepen, vergeleek ik dat met vrije migranten uit die tijd en met de ruimte die wij nu hebben in een vliegtuig, economy class. Iedereen weet hoe krap dat is. Ik zei er bij: maar wij zijn naar een paar uur weer uit het vliegtuig, terwijl slaven zes weken in vaak tropische temperaturen op zo’n kleine ruimte zaten. Toch verweten mijn critici dat ik slavernij gelijk stelde aan een vakantiereis. Onzin. Op schepen met Europese landverhuizers was de ruimte per persoon trouwens soms nog krapper.” [101]

MIJN COMMENTAAR

Ja lezers, u leest het goed.

Dit heb ik niet verzonnen.

Emmer zegt dit in een interview in het AD, getiteld ” ER WORDT GEDAAN ALSOF ELKE PLANTAGE

EEN HEL OP AARDE WAS” [102]
Hoewel iedere zin gevaarlijke en verderfelijke nonsens uitademt, neem ik toch de moeite, hierop in te gaan.
Want Emmer vergelijkt:
Geroofde en ontvoerde Afrikanen met vrije migranten, wat de ruimte, die zij op de respectieve vervoersmiddelen [slavenschip versus vliegtuig] hebben.
Dat al is een GOTSPE, omdat het qua situatie een absurde vergelijking is.
Emmer vergelijkt ook:
De situatie van geroofde en ontvoerde Afrikanen op
een slavenschip met die van [pauper]Europese  landverhuizers naar veelal de Verenigde Staten.
Qua ruimte dan.
Ik hoef niemand uit te leggen, dat iedere vergelijking tussen geroofde tot slaaf gemaakten enerzijds en vrije migranten en vrije landverhuizers, hoe verpauperd ook, verderfelijk mank gaat.
Toch doe ik het:
Eerst de vrije migranten:
[Citaat Emmer herhaald]
”’Toen ik onderzoek deed naar hoeveel ruimte slaven hadden tijdens het vervoer op slavenschepen, vergeleek ik dat met vrije migranten uit die tijd en met de ruimte die wij nu hebben in een vliegtuig, economy class. Iedereen weet hoe krap dat is” [103]
[COMMENTAAR ASTRID ESSED]
Ten eerste gaat het om de tegenstelling tot slaaf gemaakten en vrije migranten
Dat is een wereld van verschil en Joost mag weten,
waarom Emmer een vrije en onvrije situatie
in een vergelijking betrekt.
Ten tweede:
Het vervoer in een economy class mag krap zijn, op
een slavenschip onmenselijk:
Welke slaaf werd door een stewardess bediend, met een
selectie aan eten, kranten, films?
Welke vrije migrant werd of wordt geketend vervoerd,
wordt het vliegtuig uitgesmeten, als hij/zij ziek is, welke vrouwelijke migrante wordt aan boord van het vliegtuig verkracht door de bemanning? [104]
Want DAT was de realiteit op een slavenschip,
Slaven waren immers koopwaar, ”dingen”, en aan
zieke koopwaar had je niets!
De landarbeiders:
 
Weer citeer ik Emmer
 
Op schepen met Europese landverhuizers was de ruimte per persoon trouwens soms nog krapper.” [105]
En weer zeg ik tegen Emmer:
Waren die landverhuizers geroofd, werden ze geketend
vervoerd, werden hun vrouwen door de bemanning
verkracht, werden ze overboord gegooid, als ze ziek waren? [106]
Natuurlijk waren hun reisomstandigheden bepaald niet ideaal [107], maar hoe durft u, meneer Emmer, hen en hun reisomstandigheden in een adem te noemen
met geroofde Afrikanen?
Welke migrant werd verkocht bij aankomst?
Welke landverhuizer werd verkocht?
Dit citaat van Emmer getuigt wel van weerzinwekkende lef:
”Ik zei er bij: maar wij zijn naar een paar uur weer uit het vliegtuig, terwijl slaven zes weken in vaak tropische temperaturen op zo’n kleine ruimte zaten” [108]
Is dit het enige verschil, dat Emmer wenst te noemen?
En dat voor een historicus, een wetenschapper, die heel goed weet, hoe de omstandigheden op een slavenschip waren, dat slaven werden geketend, verkracht, overboord gegooid, als Dingen werden behandeld…. [109]
Het zegt wel genoeg over Emmer….
Epiloog:
De Mantra’s van historicus Emmer hoeven niet
herhaald te worden:
 
Niet iedere plantage was een Hel op Aarde [110]
Er was ook Afrikaanse en Arabische slavernij en
slavenhandel [111]
Landarbeiders in Drenthe hadden het ook slecht
en kinderarbeid kwam niet alleen bij slaven voor, maar
ook in Drenthe en de rest van Nederland [112]
Slaven kregen weliswaar geen geld, maar kleding en voedsel [113] 
En tenslotte vergelijkt hij de overtocht van
slaven met die van vrije migranten [wat zit je krap in de
economy class…] en Europese landverhuizers… [114]
 
Al zijn apologetische en vergoeilijkingsredenen heeft
schrijfster dezes in bovenstaand Betoog ontkracht.
 
Want het belangrijkste wordt door Emmer genegeerd:
Ook al zullen er weleens slavenhouders geweest zijn,
die hun slaven relatief beter behandelden, of toestonden te leren lezen en schrijven [115], de essentie was en bleef, dat slaven EIGENDOM waren.
Een redelijke slavenhouder vandaag kon de slaaf, zonder
enige controle over zijn lot, morgen verkopen aan een
meester, die hem doodwerkte, mishandelde, etc.
Vrouwen en kinderen konden verkocht worden, samen of
apart, met of zonder man en vader, etc.
 
Het niet kunnen beschikken over je eigen lichaam, leven, toekomst etc, DAT was het misdadige en daaruit kwam alle andere onderdrukking en misdadigheid voort.
 
Dus meneer Emmer, hoezeer u het ook wilt
verbloemen:
”Alle reukwerken van Arabie kunnen deze misdaden
niet uitwissen. ” [116]
 
Astrid Essed
 
ZIE VOOR NOTEN
 
NOTEN 1 T/M 116
NOTEN 1 T/M 15
NOTEN 16 T/M 30
NOTEN 31 T/M 50
NOTEN 51 T/M 70
NOTEN 71 T/M 90
NOTEN 91 T/M 116
Creative Commons

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!