Het vraagstuk van de vermiste studenten
Vermissingen, verdwijningen, studenten, jongeren -

Het vraagstuk van de vermiste studenten

maandag 4 juni 2012 19:39

De voorbije maanden berichtten de media voortdurend over vermiste studenten. Wil dit zeggen dat er nu meer verdwijningen zijn of besteden de media hier gewoon meer aandacht aan dan vroeger?
Volgens Dirk Depover, de woordvoerder van Child Focus, zijn er verschillende factoren waar we rekening mee moeten houden. 
Allereerst leken de vermissingen van de voorbije maanden erg op elkaar. Het ging telkens om studenten en het liep telkens tragisch af.

Door de gelijkenissen tussen de verschillende verdwijningen werd er bewust beslist om een ruime oproep te doen tot getuigen. Ook het feit dat het inzetten van justitie, politie en elektronische middelen niet voldoende was, speelt hierin mee.  Door de oproep tot getuigen ontstond er ook solidariteit tussen de mensen.

De media moeten bij de zaak blijven. Ze mogen geen aanleiding geven tot meer paniek en hun informatie moet gefocust blijven.  “Media proberen een positief doel na te streven, maar brengen een negatief onderwerp naar de voorgrond” aldus Dirk Depover. Daarom is het belangrijk dat de communicatie altijd bijgestuurd wordt en dat er duiding wordt gegeven.

De media kunnen dus een positieve en negatieve rol spelen. Doordat Child Focus, politie en justitie oproepen tot getuigenis via de media, worden de verdwijningen sneller opgelost. Minder positief is dat een oproep tot getuigen via de media aanleiding kan geven tot paniek.

Opsporingsberichten zijn streng gelimiteerd en moeten getoetst worden aan de  ministeriële richtlijn die de bepalingen oplegt voor opsporingsberichten.

Korte opsporingsberichten met een lokale verspreiding mogen zonder toelating verspreid worden. Voor alle andere opsporingsberichten is de ondertekende toelating nodig  van de slachtoffers, familie of hun advocaat.  De opsporingsreportages en de korte berichten die geen onderdeel zijn van een opsporingsprogramma mogen maximum één keer per dag worden uitgezonden.
Ook moet er vermeden worden dat er een negatief effect ontstaat bij de bevolking zoals wraakacties en persoonlijke onderzoeken. Daarnaast mag het opsporingsbericht geen aanleiding geven tot een stijgend onveiligheidsgevoel.
Sensatiezucht kan niet. Media moeten een neutrale tonen hanteren, zodat er geen verkeerd beeld van de slachtoffers of criminaliteit ontstaat bij de bevolking.

In 2010 had Child Focus in totaal 1873  verdwijningsdossiers, in 2006 waren dit er 3092. Elk jaar lopen er minder verdwijningsdossiers. De Cel Vermiste Personen opent elk jaar steeds meer dossiers, maar vindt de meeste vermiste personen wel terug.  Cijfers van 2011 zijn nog niet beschikbaar.

Veel vermissingen worden dus opgelost. Een verklaring hiervoor kan gezocht worden in het aanbod van nieuwe kanalen. Mensen kunnen geïnformeerd worden via sociale media zoals Twitter en Facebook waar ze daarna ook hevig reageren  en discussiëren op de artikels over vermissingen.
Ook Child Alert is een nieuwe toepassing. Deze vraagt om te getuigen in geval van een verdwijning van een kind waarbij er onmiddellijk levensgevaar is.

Het aantal verdwijningen kan nog niet vergeleken worden met vroeger, omdat er nog geen cijfers hierover beschikbaar zijn. We kunnen wel zeggen dat de media  en nieuwe toepassingen een belangrijkere rol spelen in het oplossen van vermissingen. Maar daarom moeten we nog niet meteen beginnen panikeren over onze kinderen.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!