Recht tegenover Karl Marx zijn graf bevindt zich het graf van Herbert Spencer, de vader van het sociaaldarwinisme

Het sociaal-darwinisme toen en nu (deel 2)

donderdag 30 oktober 2014 18:05

In
een eerste bijdrage ‘Crisis, sociaal-darwinisme en wetenschappelijke
ontdekkingen over menselijke natuur’ hebben we de nieuwste wetenschappelijke inzichten
in de menselijke natuur belicht. De mens heeft het vermogen om een supersociaal
en daardoor ook slim breindier te zijn. Dat laat hem toe om cultuur en economie
te ontwikkelen. We argumenteerden dat het niet de hebzucht is die de crisis veroorzaakt. Het is het
kapitalisme dat noodzakelijkerwijze door haar inherente tegenstellingen crisissen van overproductie produceert en dat hebzucht tot norm verheft. In deze tweede bijdrage gaan we in
op de geschiedenis en de actualiteit van het sociaaldarwinisme.

Op de Londense begraafplaats Highgate Cemetery
bevindt zich het graf van Karl Marx. Recht tegenover zijn graftombe ligt het
graf van Herbert Spencer, de vader van het sociaaldarwinisme. De buste van Marx
kijkt letterlijk schuins neer op het graf van Spencer. Heel symbolisch, maar weinig
geweten.

Spencer gebruikte de theorie van Darwin over
natuurlijke selectie, de strijd om het bestaan en ‘survival of the fittest’, om
de bikkelharde concurrentie en uitbuiting door de toenmalige kapitalisten te
verantwoorden. Het begrip ‘survival of the fittest’ is door Spencer trouwens
zelf geïntroduceerd en werd alsdusdanig door Darwin overgenomen in zijn
beschrijvingen van de natuurlijke evolutie. De burgerij en haar ideoloog
Spencer stelden dus dat de moordende concurrentie in de economie niets anders
was dan de strijd voor het bestaan die Darwin in de natuur had ontdekt, maar
dan toegepast op de maatschappij. Die ideologie noemde ze het sociaaldarwinisme. Volgens de sociaal-darwinisten bestonden er ook superieure en
inferieure rassen. Zij verzetten zich tegen iedere vorm van sociale
ondersteuning, want dat zou de natuurlijke selectie tegengaan en de gezondheid
van het eigen ras of het eigen volk verzwakken. Werklozen bijvoorbeeld waren
volgens de sociaaldarwinisten parasieten en luiaards die zelf de schuld
droegen voor hun eigen situatie en geen enkele bescherming verdienden.

Karl
Marx en het sociaaldarwinisme avant la lettre

Ook in dit debat is het werk van Karl Marx en
Friedrich Engels een visionaire inspiratiebron. Marx en Engels verwelkomden het
werk van Charles Darwin als een onderbouwing van de
dialectisch-materialistische natuurbeschouwing. Toch waren ze ook bezorgd over
de invloed van het werk van Thomas Malthus op Darwin. Malthus was naast
theoloog ook de eerste beroepseconoom die betaald werd door de Oost-Indische
Compagnie om traktaten te schrijven die de schuld voor de miserie van de armen
bij de armen zelf moesten leggen. Zijn theorie moest ook dienen als
rechtvaardiging van het verzet van de Engelse bourgeoisie tegen sociale hulp
aan de armen. Volgens Thomas Malthus groeide de bevolking aan een exponentieel
tempo, sneller dan de groei van bestaansmiddelen, die lineair zou verlopen. Dat
zou leiden tot een overbevolkingscrisis. Alleen een natuurlijke selectie, een
rem op de bevolkingsgroei en competitie gebaseerd op het recht van de sterkste
konden dit probleem oplossen, aldus Malthus. Sociale, beschermende maatregelen
waren not done, want ze zouden de
bevolkingsgroei alleen nog doen toenemen. Malthus was zo in feite
de.grondlegger van een sociaal-darwinisme avant
la lettre
. Dezelfde Malthus was echter de inspiratiebron voor Darwin en
voor zijn theorie van natuurlijke selectie door de strijd voor het bestaan. 

Waar Darwin op 22-jarige leeftijd zijn ideeën
ontwikkelde op basis van zijn waarnemingen en overpeinzingen tijdens de reis
met de Beagle, deed Friedrich Engels op dezelfde jonge leeftijd zijn eerste
ideeën op vanuit zijn veldwerk en onderzoek, neergeschreven in De toestand van de arbeidersklasse in
Engeland
(1845). Toen al viel Engels Malthus aan en weerlegde hij diens
theorie als volgt: “Malthus heeft eveneens op zijn manier gelijk wanneer hij
beweert dat er steeds overbodige bevolking is en dat er altijd te veel mensen
op de wereld zijn; hij heeft pas ongelijk wanneer hij beweert dat er meer
mensen zijn dan er met de voorhanden levensmiddelen gevoed zouden kunnen
worden. De overbodige bevolking wordt veeleer veroorzaakt door de concurrentie van de arbeiders onderling (…) de ten top gevoerde
prestaties van ieder afzonderlijk, de arbeidsdeling, de invoering van machines
en de exploitatie van de natuurkrachten, maken een massa arbeiders brodeloos.
[…] Maar deze brodeloze arbeiders raken buiten de markt: zij kunnen niets meer
kopen en de vroeger door hen verbruikte hoeveelheid handelswaren wordt nu niet
meer verlangd en behoeft dus niet meer geproduceerd te worden. De vroeger bij
deze productie betrokken arbeiders worden dus ook weer brodeloos en vallen uit
de markt. En zo gaat dat steeds verder, steeds dezelfde kringloop.”[1] Nog voor hij Karl Marx had leren kennen vatte
Friedrich Engels hier in een tiental lijnen de essentie van de marxistische
economische analyse en de verklaring voor de crisis samen. De overbevolkingscrisis van Malthus is volgens Engels een crisis van overproductie en anarchie in de kapitalistische productie. Later pakte Marx ook Malthus aan voor zijn
politiek van victim blaming, de
slachtoffers zelf de schuld geven van hun miserie. “Intussen is de theorie van
Malthus, die graag als natuurwet zo uitgedrukt wordt, dat de bevolking sneller
groeit dan de levensmiddelen, de bourgeois des te meer welkom omdat zij zijn
geweten tot rust brengt, hem de hardvochtigheid tot morele plicht heeft
gemaakt, de gevolgen van de maatschappij tot gevolgen van de natuur heeft
gemaakt, en aan de andere kant maakt dat hij de ellende van het proletariaat
als diens eigen schuld en straf kan beschouwen. De proletariër kan immers het
natuurinstinct door zijn verstand beteugelen en zo door morele waakzaamheid de
natuurwet tegenhouden in haar schadelijke ontwikkeling.”[2] 

Charles
Darwin en het sociaaldarwinisme

 Darwin zelf verwierp het racisme en de
slavenhandel. Dat kwam toen wel overeen met de belangen van de Britse bourgeoisie
van die tijd. In haar wereldwijde concurrentie met de Fransen was het voor de Britse imperialisten voordeliger om de afschaffing van de slavernij te bepleiten. De Britten hadden zich grotendeels los gemaakt van beroep te moeten doen op slavenarbeid, terwijl de Fransen er nog zeer afhankelijk van waren. Darwin haatte ook het racisme en de slavenhandel omdat
hij tijdens zijn reis met de Beagle oprecht zwaar emotioneel gechoqueerd was door de
mishandeling van de Afrikaanse slaven die hij daar ontmoet had. Maar Darwin liet
zich snel verleiden tot een sociaal-economisch sociaal-darwinisme. Karl Marx
had zijn eerste manuscript van Het Kapitaal naar Charles Darwin gestuurd in de
hoop dat die er een reactie of woordje over zou schrijven. Darwin bedankte Marx
beleefd en schreef dat zij beiden goed werk aan het doen waren, Darwin op het terrein van de
natuur en Marx op het terrein van de politieke economie. Later werden in de
archieven van Darwin nog het manuscript van Marx zijn Kapitaal teruggevonden.
Darwin had alleen de eerste pagina’s geplooid… Hij had het beter verder
gelezen, dan was hij misschien geïmmuniseerd geweest tegen  het sociaaldarwinisme, want deze ideologie had
uiteindelijk ook Darwin zijn geest aangetast. Dat bleek nog het duidelijkste
wanneer in 1993 in het archief  van de Zwitserse
sociaal-darwinist professor Flick een brief van de hand van Darwin van 1872
werd gevonden en waarin Darwin schrijft: ‘We moeten ons tegen de vergroting van
de sociaal-economische gelijkheid verzetten, aangezien dit de zwakken zou
bevoordelen en zodoende tot degeneratie zou leiden. Tegen de Engelse vakbonden,
die zich op het standpunt stellen dat alle werklieden – de goeden en de slechten,
de sterken en de zwakken – allemaal evenlang zouden moeten werken en hetzelfde
loon zouden moeten ontvangen. De bonden zijn ook gekant tegen stukwerk – kortom
tegen elke vorm van competitie. (…) dat de allerlaagste bevolkingsgroepen (de
zeer armen en zorgelozen, die vaak ontaard zijn door ondeugden) bijna altijd
vroeg trouwden en – veel – kinderen kregen, terwijl het betere deel van de
bevolking (de behoedzamen en spaarzamen, die in het algemeen ook anderszins
deugdzaam zijn) pas laat huwden en dus minder kinderen kregen. (…) de zorgeloos
levende, vuile, oneerzuchtige Ier zich vermenigvuldigt als de konijnen, waarbij
de spaarzame, verstandige en gelovige Schot als terughoudende voortplanter  ver achterbleef.”

 Sociaaldarwinisme
in Duitsland

 In Duitsland gebruikte de Duitse bourgeoisie
Darwin aanvankelijk nog op progressieve wijze tegen de Pruisische aristocratie
en haar achterlijke religieuze denkbeelden. Duitsland was de opkomende
industriële natie en de feodale ketens voor deze ontwikkeling moesten ook
ideologisch doorbroken worden. Eens de Duitse eenmaking gerealiseerd vormde de
burgerij een compromis met de aristocratie om dan als gezamenlijke klasse de
strijd aan te gaan tegen het opkomende proletariaat. Dat weerspiegelde zich in het compromis tussen
kanselier Bismarck en Keizer Willem. In die strijd tegen de opkomende
arbeidersbeweging was ook in Duitsland het het sociaaldarwinisme zeer nuttig.
Dertig jaar later kende dit zijn climax onder de nazi’s.

Een belangrijke figuur in de verspreiding van
het Darwinisme en later het sociaaldarwinisme in Duitsland was Ernst Haeckel.
Haeckel was een belangrijke bioloog, maar ook een ideoloog, betaald door staal-
en kanonnen producent Krupp. Kenmerkend voor Haeckel was dat hij in
tegenstelling tot Spencer opkwam voor een vorm van ‘altruïsme’. Spencer vond
ieder altruïsme een teken van zwakheid dat het ‘gezondmakingsproces’ van
natuurlijke selectie in de weg stond. Maar Haeckel maakte onderscheid tussen twee
vormen van altruïsme: enerzijds ‘wederkerig altruïsme’. Dat was iets goed omdat
het ‘de bereidheid van het individu omvatte om het eigenbelang  ondergeschikt te maken aan het belang van de
collectiviteit, in het bijzonder de gezondheid van het ras’. Anderzijds het ‘parasitair
altruïsme’, als iets slecht ‘parasieten, luie bedelaars, simulanten, zij die
zich alleen door list en geweld in leven wisten te houden en zo een deel van de
bestaansmiddelen opeisten, zonder dat ze daarvoor een (sociaal nuttige)
tegenprestatie leverden.’ Ernst Haeckel voelde zich bevriend met Charles
Darwin en hij bejubelde de prestaties van het Brits imperium. Maar wanneer de
tegengestelde belangen met het opkomende Duitsland naar boven kwamen in aanloop van de eerste Wereldoorlog schaarde
hij zich onomwonden achter zijn eigen bourgeoisie en tegen de Britten. Dat deed
hij vanuit eenzelfde racistische logica waarmee hij de Duitse onderklasse
beschimpte: ‘Als verdedigers van de Europese beschaving voor te doen,
gebruikenEngeland en Frankrijk barbaarse Indiërs en wreedaardige Senegal-negers
(de “hyena’s van het slagveld”), die de edele, fijngebouwde Duitse
vrijwilligers en soldaten beestachtig verminken.  Zij plegen verraad aan het blanke ras.Engeland,
op het oog zo’n vrome eilandstaat, had deze amorele oorlog bewust ontketend in
zijn egoïstisch streven naar de wereldheerschappij. Dit Engeland, dat allerlei
inferieure mensenrassen mobiliseerde om het germaanse broedervolk te
vernietigen, is de doodsvijand geworden.’

 De
uitloper: de Nazistische holocaust

In Duitsland werd het sociaaldarwinisme door
de nazi’s gebruikt om de holocaust te verantwoorden. Hun campagne begon eind de
jaren ’30 met een bewuste en geplande hetze tegen psychiatrisch of mentaal
gehandicapte Duitse patiënten. Affiches werden verspreid (zie bijlage) met
daarop een gehandicapte en een Duitse verpleger. De tekst luidde:“60000
rijksmark kost deze gehandicapte de volksgemeenschap gedurende zijn levenstijd.
Volksgenoten dat is ook uw geld.  Lees
‘Het nieuwe volk’ maandblad van het rassenpolitiek bureau van de NSDAP” (1938) Deze
mensen werden eerst ontmenselijkt om daarna het gevoel van empathie en solidariteit
bij de bevolking af te breken, opdat ze zich zou desolidariseren. Op deze manier
werden de Duitse geesten rijp gemaakt voor het doden van psychiatrische patiënten,
gehandicapten, sociaal ‘onnuttigen’, arbeidsonbekwamen. Geïnspireerd op de
sterilisatiewetten van Californië werden eerst 300.000 mentaal gehandicapten
door de Nazi’s gesterilliseerd. In 1939 na bovenstaande campagne werden in zes
centra in Duitsland 70.000 gehandicapten vergast. Aanvankelijk in kelders van
de uitroeiingscentra waar de vergassing gebeurde met de uitlaatgassen van
vrachtwagens. Tijdens die campagne werden de uitroeIingstechnieken voor de latere
holocaust op punt gesteld. Jan Hertogen beschrijft op zijn blog
zijn bezoek aan de plaatsen die deze uitroeiing herdenken. Zie de foto’s.

 Hedendaagse empirische onderbouwing

 Vandaag wordt de bovenstaande analyse die Friedrich
Engels over de crisis van overproductie al op 23 jarige leeftijd maakte tijdens
zijn bezoeken aan de arbeiderswijken van Manchester impliciet bijgetreden en
onderbouwd met een massa empirische data verzameld door ’s werelds meest
gerenommeerde niet-marxistische economen. Ik denk aan nobelprijswinnaar Joseph
Stigliz en zijn nieuwste boek The price
of inequality[3]
, Jeffrey Sachs en
zijn boek The price of civilization[4] of de hoofdeconoom
van de UNCTAD en voormalig Duits viceminister van Financiën onder Schroder I,
Heiner Flassbeck, wiens UNCTAD-jaarrapporten van 2010, 2011 en 2012 door Robert
Wade, professor in de politieke economie aan de London School of Economics,
worden beschouwd als de belangrijkste evidence
based
kritiek op het neoliberalisme. Deze werken geven eensluidend een
hedendaagse wetenschappelijke onderbouwing van de slogan die door de indignados en Occupy Wall Street werd
gelanceerd: ‘Wij zijn de 99 %’. De drie economisten komen tot de
vaststelling dat gedurende meer dan dertig jaar het aandeel van de lonen in het
nationaal inkomen overal en ononderbroken gedaald is. Zeg maar dat er een
voortdurend toenemende transfer van meerwaarde heeft plaatsgehad van de wereld
van de arbeid naar die van het kapitaal. De drie economisten stellen vast dat
het neoliberalisme niet zomaar de kloof tussen arm en rijk heeft doen toenemen.
Het is de kloof tussen de 1 % rijksten en de overige 99 % van de
bevolking die onophoudelijk is toegenomen. Daar ligt de echte breuklijn in de
samenleving. Alle bovenstaande auteurs tonen met actuele harde economische data
aan dat precies die ongelijkheid de oorzaak is van de huidige crisis van
overproductie, zoals Friedrich Engels in bovenstaande citaat 160 jaar geleden
al formuleerde. De concurrentie om de maximale winst, waarbij ieder bedrijf
probeert zijn werknemers altijd meer te doen produceren met minder volk en
tegen minder loonkosten, leidt op macro-economisch vlak tot een botsing tussen
de massale daling van de koopkrachtige vraag, enerzijds, en de toenemende
productie(capaciteit), anderzijds, met als gevolg de crisis van overproductie.
Alle voornoemde auteurs wijzen erop dat het voortzetten van het neoliberalisme
als antwoord op de crisis de nefaste toestand voor de 99 % alleen maar zal
verergeren. Het neoliberalisme maakt 99 % van de bevolking ziek. Het zopas in het Nederlands vertaald verschenen monumentale werk ‘Kapitaal in de 21° eeuw’ van Thomas Piketty bevestigt nogmaals bovenstaande met een massa empirisch materiaal.

Verontrustende ideologische ontwikkelingen

Nicholas Wade wetenschapsjournalist van de New York Times
schreef dit jaar het boek ‘A Troublesome Inheritance: Genes, Race and Human
History’. Het boek is  gespekt
met onomwonde racistische ideeën: “Foreign aid is probably wasted because pour
countries are not genetically prepared for the institutions necessary for
wealth.” Dit anno 2014! In 1994 was er nog veel verontwaardiging over het boek ‘The
Bell Curve’  van de Amerikanen Herrnstein
& Murray dat zogezegd handelde over de normaal verdeling van het IQ in de
samenleving. Hun stelling luidt: “Europeans have become the world’s richest and most powerful
people mainly because they are genetically the most open, curious, innovative
and hard-working” . De auteurs drongen erop aan dat steun voor zwangerschapsbegeleiding en
kraamzorg voor vrouwen uit arme gezinnen zou worden gestaakt omdat deze
bevolkingsgroep volgens hen zich aan de lage kant van de intelligentiecurve bevinden
en zo het globale niveau naar omlaag halen. Beide boeken krijgen in de VS gelukkig een storm van kritiek over zich van honderden integere wetenschappers die zulke onwetenschappelijke dwaasheden niet meer pikken.

Maar dit zijn geen ver van mijn bed evoluties. Ook in eigen
land maak ik me grote zorgen over de opkomst van sociaaldarwinistische denkbeelden.  De manier waarop voormalig voorzitter van het Antwerps OCMW en
vandaag superminister in de Vlaamse regering Liesbeth Homans in de pers zwart
op wit durfde liegen
om de hetze tegen de meest kwetsbaren van de samenleving aan te wakkeren is
onthutsend.  België heeft nu een staatssecretaris voor
Asiel en Migratie Theo Francken (N-VA)  die
zonder schroom blijk geeft van zijn sympathie voor een nazi-collaborateur en de
meerwaarde van Marokkaanse en Congolese migranten in vraag stelt. Een N-VA
politicus Matthias Storme die zonder scrupule een zogenaamd  ‘recht op discriminatie’
verdedigt en dan benoemd wordt als waakhond in de Raad van Bestuur van het Centrum
voor Gelijke Kansen en Racismebestrijding.

Twee Britse psychiaters: twee visies op de wereld en op de mens

De Britse psychiater Theodore Dalrymple is de inspiratiebron
voor Bart De Wever. In zijn fameuze boek ‘Leven aan de onderkant. Het systeem
dat de onderklasse instandhoudt’  schrijft
hij op p.68  ‘De oorzaak van de criminaliteit onder de blanke bevolking van Engeland is voor
elke redelijk oplettende waarnemer volmaakt duidelijk, hoewel de criminologen
er nog niet achter zijn. De ooraak is het tatoeëren van de huid. Een langzaam
werkend virus, zoals het virus dat scrapies veroorzaakt bij schapen, wordt met
de de tatoeëernaald in het menselijk lichaam gebracht en vindt zijn weg naar de
hersenen. Binnen een paar jaar zet het de getroffenen aan tot diefstal van
auto’s, inbraak en mishandeling. (…)Ik heb mijn virale theorie over het
ontstaan van criminaliteit voor het eerst geformuleerd toen ik opmerkte dat ten
minste negen van de tien blanke Engelse gedetineerden getatoeëerd waren, meer
dan drie of vier keer zo vaak als het gemiddelde van de bevolking. Ik weet
zeker dat het statistische verband tussen criminaliteit en tatoeëren sterker is
dan tussen criminaliteit en enige andere factor, misschien met uitzondering van
roken. Bijna alle Engelse criminelen zijn rokers, iets wat sociologen ook op
onverklaarbare wijze over het hoofd hebben gezien.’ Dit citaat even om het absurde en
pseudowetenschappelijke van deze dwaze sociaaldarwinistische redeneerwijzen te
illustreren. Ik werd uitgenodigd om een vorming te geven over de sociale
zekerheid op een bijeenkomst van vakbondsmilitanten die werkzaam waren als
bouwvakker. Ik heb hen dit citaat van Dalrymple voorgelezen en had geen moeite
meer om de N-VA ideologie te ontmaskeren.

Gelukkig zijn er in Groot-Brittannië nog andere psychiaters dan
Dalrymple. David Bell is de voorzitter van The British Psychoanalytic Society. Op een lezing over ‘On Love’ voor de fameuze London School of Economics op 29 november
2011 besloot hij met volgende veelzeggende gedachtengang: “We moeten ons de
volgende vraag stellen over de menselijke natuur. Als we het erover eens zijn dat
we allemaal  impulsen hebben die leiden tot vernietiging omwille van
hebzucht, een drang naar eigen  bevrediging, narcisme enz.   Als we het er ook over eens zijn dat we
allemaal impulsen in ons hebben die ons drijven naar herstel, om zaken in de
wereld op te bouwen.  Dan kunnen we ons afvragen welke soort van sociale
structuren de vernietigende kant van onze natuur ondersteunen, en welke soort
van sociale structuren de herstelzijde van onze natuur ondersteunen. Welke
soort sociale context breekt onze menselijke capaciteit tot herstel,
ondersteunt onze hebzucht en onze drang naar geweld.(…)  Ik denk echt dat we niet ver moeten gaan zoeken.  Voor mij is de gehechtheid tot de gemeenschap
ontstaan doorheen de welvaartstaat.  De welvaartstaat biedt je de opportuniteit
aan tot herstel en tot gemeenschapszin. Die welvaartstaat wordt nu vernietigd
voor onze ogen.  Het lijkt me dat kapitalisme een systeem is, een
fundamenteel systeem is voor zelfvernietiging. Het geeft geen stem aan de
liefdevolle zijde van onze natuur. Het draait onze natuur naar puur
individualistisch, narcistisch eigenbelang en vernietigt onszelf in dit
proces.”

‘De toestand van de arbeidersklasse in Engeland’ is een zeer visionair
boek dat Friedrich Engels schreef op 24 jarige leeftijd, na grondig
terreinonderzoek in de volkswijken en op de werkplaatsen gecombineerd
met wetenschappelijke studie. In twee blog postings heb ik een uitgebreide bespreking aan dit meesterwerk gewijd.

http://community.dewereldmorgen.be/blog/dirkvanduppen/2014/12/02/een-van-de-meest-visionaire-boeken-uit-de-marxistische-literatuur-de-toestand-van-de-arbeidersklasse-in-engeland-1844-van-friedrich-engels

http://community.dewereldmorgen.be/blog/dirkvanduppen/2014/12/02/boekbespreking-de-toestand-van-de-arbeidersklasse-in-engeland-van-friedrich-engels-deel-ii-en-vervolg

[1]     Friedrich
Engels, De toestand van de
arbeidersklasse in Engeland,
1845.
Zie: http://www.marxists.org/nederlands/marx-engels/1845/toestand/11.htm.

[2]     Karl
Marx, Loonarbeid en kapitaal, 1849.
Zie: http://www.marxists.org/nederlands/marx-engels/1849/1849loonarbeid.htm.

[3]     Joseph Stigliz, The
price of inequality,
2012, W.W. Norton Company, New York, 449 p. ISBN 978-0-393-08869-4.

[4]     Jeffrey Sachs, The
price of civilization
, 2012, Random House
Trade Paperbacks, New York, 352 p. ISBN 978-0812980462.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!