Het recht om je land te verlaten ?

dinsdag 5 oktober 2010 15:34

“Een ieder heeft het recht welk land ook, met inbegrip van het zijne, te verlaten en naar zijn land terug te keren” Art. 13 van de Universele verklaring van de rechten van de Mens

Vertrekken. Optie legale migratie ?

Senegal, Dakar, anno 2010 « Partir, c’est dur » « Pourquoi ? » « Avoir le visa pour l’Europe. Ce n’est pas facile. C’est impossible. »

Zowat kenmerkend voor iedere taxichauffeur op zoek naar een begeerde klant, ambulante verkoper met niet meer dan een paar slippers of gsmkaarten te koop in de hand of werkloze hooggeschoolde die wat rondhangt voor de deur van een vriend die net een gouden zaakje heeft gedaan als intermediair. De informele sector is overal aanwezig, dus ook geen bankrekening, loonfiches, een vast en regelmatig inkomen… allen noodzakelijk voor het bekomen van een visa… voor een (kort of langer) verblijf in het Eldorado, de Schengenruimte.

Legaal migreren om zichzelf en/of zijn familie een beter toekomst te bieden lijkt dan ook voor het overgrote deel van de Senegalese bevolking bijna onmogelijk. Immers, slechts 12 % van de bevolking op actieve leeftijd heeft een “formele” job en kan dus beschikken over een “regelmatig inkomen”. Zowat de helft van deze formele jobs bieden een voldoende groot inkomen om te voldoen aan het criteria “voldoende bestaansmiddelen”. Volgens de officiële schattingen werkt 60% van de actieve bevolking in de informele sector. Deze groep heeft een inkomen maar deze is officieus en onregelmatig. Niet goed genoeg dus voor een visa-aanvraag.

Een andere tactiek is iemand vinden in Europa die garant voor je wil staan, maar houdt dan ook risico’s in voor de garant. Maar dan moet je familie of vrienden hebben die op zijn minst een permanente verblijfsvergunning hebben.

Bovendien moet je nog de kosten voor je visa-aanvraag kunnen betalen. 60 € voor de visa-aanvraag bij de ambassade. Maar ook voor de nodige documenten voor de aanvraag moet je heel wat neertellen : een reservering van een vliegtuigticket, een reisverzekering, medische attesten, etc. Maar hier eindigt het kostenplaatje niet. In Senegal kan je immers enkel een visa-aanvraag indienen in Dakar of Saint-Louis, wat dus voor velen enorme verplaatsings- en verblijfskosten betekent. Tussen je aanvraag en de beslissing gaat makkelijk een maand. Bovendien zijn er landen zoals in Guinée-Conakry waar je geen visa-aanvraag kan doen voor België en je je dus ook tot in Dakar moet verplaatsen. Zowat de helft van de mensen die we ontmoeten op de Belgische ambassade voor de dienst visas is afkomstig van dit buurland. Deze mensen leggen zo’n 1000 km af, zonder enige zekerheid op een positief antwoord op hun visa-aanvraag.

Droom Europa. Optie clandestien migreren?

Een 50-tal jonge mannen en vrouwen tussen de 20 en 50 jaar oud met een onregelmatig inkomen hebben we lukraak bevraagd naar hun verlangens voor het “avontuur Europa”. 45 hadden er redelijk wat voor over om er te kunnen geraken. Maar beseffen dat dit bijna een onmogelijke opdracht is geworden. Slechts drie hadden het er voor over om het op clandestiene wijze te proberen. “Hmm, maar wat dan met dat beeld die Europa achtervolgt waarbij ze letterlijk overspoelt zou worden met 1000en, sommige media spreken over 100.000en, Afrikanen klimmend over de muren van Melilla en Ceuta of de ‘gracht’ -rondom burcht Europa- overzwemmend ?”, dacht ik.

Na verschillende ontmoetingen met verschillende lokale, nationale en internationale instanties lijkt het me erop dat de internationale-lokale media, Frontex met haar hoogstaande opsporingsstechnologie, alsook het IOM met haar sensibiliseringscampagnes in hun opzet geslaagd zijn !

Sinds de evenementen in Ceuta van 2005 (in oktober en november 2005 hebben Afrikaanse migranten massaal de grens pogen over te steken aan de Spaanse grens,  Ceuta, met als gevolg dat verschillende migranten gedood en verwond werden door de Guardia Civilia en de Marokkaanse autoriteiten) wordt West- en Noord-Afrika overspoeld met sensibiliseringscampagnes van de Internationale Organisatie voor Migratie (IOM), in opdracht van Europa, om jongeren te wijzen op de gevaren van “clandestiene migratie”. Clandestiene migranten worden hierdoor vooral begrepen door onze ondervraagden als die jongeren die via de oceaan of de woestijn Europa pogen binnen te geraken. Een clandestiene migrant wordt niet persé geïnterpreteerd als een migrant die zich in Europa in een illegale situatie bevind omwille van het verliezen van zijn verblijfsvergunning (bvb omdat de duur van zijn visa verstreken is). Immers, eens in Europa, ben je binnen, en is het slechts kwestie van zoveel mogelijk geld te verdienen om zo snel mogelijk terug te kunnen keren. Zo is en blijft de redering van een zeer groot deel van de Senegalese bevolking.  Want “als je die migranten ziet, die terug komen uit Frankrijk of Spanje met al die cadeaus, luxe en geld… ze bouwen huizen voor hun familie, rijden rond in een mooie wagen…”.

De belangrijkste reden voor deze groeiende afkeer ten opzichte van “clandestien migreren” is echter door de steeds grotere pakkans en lagere slaagkansen die deze weg hen kan bieden sinds Frontex ook operationeel werd in niet-EU-landen. Frontex is het Europees Agentschap voor het beheer van de operationele samenwerking aan de buitengrenzen, deze coördineert o.m. de gezamenlijke grenscontrole-operaties van de EU-lidstaten. Sinds februari 2008 coördineert het agentschap ook permanente patrouilles van vliegtuigen en schepen in de Atlantische Oceaan. Het betreft een samenwerking van Europese lidstaten en Afrikaanse landen die mee instaan voor de operaties.

 Frontex heeft haar werkingsmiddelen de laatste jaren dan ook enorm zien stijgen om bijvoorbeeld intensief maritiem te gaan samenwerken met Senegal en Mauritanië om zodoende de Atlantische kust af te zoeken naar kleine pirogues met potentiële migranten. Gwenaëlle de Jacquelot, vertegenwoordiger van het CIMADE in Dakar, ondervond ook dat er, “steeds minder en minder pirogues vertrekken vanuit Nouadhibou [Mauritanië] en Senegal. Niet alleen de tocht wordt moeilijker door de strengere controles maar ook de organisatie van zulke expedities. Organisatoren en deelnemers van zulke boottochten worden met argusogen bespied en indien nodig in gesloten centra gestoken. Migreren blijft echter een opportuniteit. Wanneer een jongere die al jaren Afrika doorkruist op zoek naar een betere toekomst de kans krijgt om met een pirogue te vertrekken richting Europa zal hij niet aarzelen ”.

Per land Noord-Afrika bereiken blijkt eveneens een helse tocht te zijn. Libië, Tunesië, Algerije, Marokko maar ook Mauritanië, Senegal, Tsjaad, Niger en Mali worden steeds meer onderworpen aan de Europese druk om hun eigen grenzen te gaan controleren zodat de eigen emigranten en transitmigranten, op doortocht in één van bovenstaande landen, niet uit het land geraken. Ondanks akkoorden binnen het CEDEAO-gebied van vrij verkeer van personen binnen de West-Afrikaanse regio (gelijkaardig aan het Europese Schengenakkoord), worden steeds meer landen in West-Afrika onder druk gezet om de eigen nationale grenzen te controleren en de toegang drastisch te beperken.

Europese migratiepolitiek. Het bieden van perspectieven?

Ondanks het feit dat vele migranten jarenlang onderweg zijn, zich meerdermalen in levensbedreigende omstandigheden bevinden en vaak het slachtoffer zijn van misbruiken, zien we op het terrein weinig tot geen organisaties die humanitaire of andere hulp bieden aan deze groep van transitmigranten. Deze categorie van migranten blijft tot op vandaag onzichtbaar voor het merendeel van humanitaire en ontwikkelingshulp van NGO’s én internationale organisaties, ondanks haar grote zichtbaarheid binnen de nationale en internationale media en politiek.

Vele migranten uit West-Afrika zijn vele jaren onderweg. Zij pogen toegang te verkrijgen tot Europa via verschillende landen in de hoop elders meer geluk te hebben.  Vaak leven deze mensen onder mensonwaardige omstandigheden en zijn het voorwerp van zware misbruiken (door politie, douane, werkgevers, passeurs, etc).  Projecten om alternatieven op internationale migratie te bieden aan deze migranten worden belooft maar niet in de praktijk omgezet. Zo bvb “Plan REVA” (REtour Vers l’Agriculture) in Senegal zou in 2006 gesponsord worden door de Spaanse staat, specifiek in dit geval voor de reïntegratie van gerepatrieerde migranten.  Echter, de doelgroep noch de betrokken middenveld-organisaties hebben tot op vandaag hierin slechts marginale investeringen gezien.

Naast noodzakelijke ontwikkelingshulp en dus het bieden van volwaardige toekomstperspectieven voor deze (kandidaat-)migranten is humanitaire hulp essentieel om een aantal basisrechten van  deze “migranten onderweg” te vrijwaren. Caritas P.A.R.I. (Point d’Accueil pour Refugees et Immigrés) in Dakar, Senegal, La Mission Catholique in Nouadhibou, Mauritanië en andere christelijk geïnspireerde initiatieven betekenen een kleine uitzondering op deze regel. Door een gebrek aan financiële middelen kunnen deze organisaties slechts op minimale wijze humanitaire hulp bieden waardoor een volwaardig alternatief op migratie niet geboden kan worden aan deze migranten die vaak al jaren onderweg zijn.  

Waarom andere NGO’s binnen deze doelgroep hier niet actief zijn, dit in een land als Senegal waar je zowat alle hulporganisaties kan terugvinden? Het is politiek gezien niet zo aantrekkelijk om als noodhulporganisatie hulp te bieden aan “clandestiene migranten”. Vaak worden zulke initiatieven omschreven als een vorm van “passeurs”. Ze zouden migranten helpen in Europa te geraken door hen fysiek en mentaal de kracht te geven om hun reis verder te zetten.

Sandy Lamalle, juriste en politicologe voor het ’Institut de relations internationales et stratégiques’, stelt dat “het Europese programma voor de periode van 2007-2013 voor de management van migratiestromen een budget van 5 miljard € voorziet en dit voor meer dan enkel

  1. het collaboreren met landen van origine en transit voor de bestrijding van illegale migratiestromen.

Maar ook om:

  1. legale migratiestromen mogelijk te maken in functie van Europa’s noden (in de vorm van circulaire migratie bvb)

en door

  1. bij te dragen tot de ontwikkeling van emigratielanden”.

Niet enkel het bestrijden van migratie – en mensen hierdoor het recht ontzeggen om het eigen land te verlaten – zou dus binnen het actieplan van Europa moeten liggen, maar ook perspectieven bieden aan kandidaat-migranten door enerzijds legale migratie mogelijk te maken en anderzijds door jongeren kansen te bieden in eigen land.

Bijdragen tot de ontwikkeling van het Zuiden kan dus een valabel alternatief betekenen op humanistische ideeën zoals het volledig open stellen van de internationale grenzen. De grens tussen Ceuta en Melilla (Spaanse enclave op het Afrikaanse continent) en Marokko is vandaag immers een « economische grens ». Ze markeert de grens tussen Noord en Zuid. Deze grens is één van de meest ongelijke in de wereld. Het BBP van de Spaanse enclave is 13 keer hoger dan die aan Marokkaanse kant.

Natuurlijk zal iedere geïnvesteerde  X € in bijvoorbeeld een micro-project voor jongeren niet gelijkgesteld kunnen worden aan 1 migrant minder in Europa, zoals het beleid graag zou kwanitificeren. Maar wat steeds terugkwam wanneer we jongeren bevroegen in Senegal is het “gebrek aan perspectieven, aan opportuniteiten in eigen land”. Zeer weinig (potentiële) migranten migreren vanuit het idee voorgoed in Europa te blijven. Ze zien Europa als een springplank voor een betere toekomst : studies kunnen volgen die beter gevaloriseerd worden, een som bijeensparen om een eigen winkeltje op te starten… thuis. Want het idee ooit terug te keren naar huis blijft bestaan bij het overgrote deel, migrant of potentiële migrant, moeder of zoon, legaal of illegaal.   

Volg het vervolg: Levenslang onderweg: interview met twee “clandestiene” transitmigranten in Dakar

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!