De community ruimte is een vrije online ruimte (blog) waar vrijwilligers en organisaties hun opinies kunnen publiceren. De standpunten vermeld in deze community reflecteren niet noodzakelijk de redactionele lijn van DeWereldMorgen.be. De verantwoordelijkheid over de inhoud ligt bij de auteur.

Het onwaarschijnlijke verhaal van dr Aafia Siddiqui

Het onwaarschijnlijke verhaal van dr Aafia Siddiqui

vrijdag 8 april 2011 17:10
Spread the love

De ‘war on terror’ doet de rechten van de mens imploderen. Figuren als Obama, zijn mediagenieke ambassadeur in Brussel en madam Clinton zijn installateurs van een neofeodaal project, niet in opmars maar reeds grotendeels een feit. De regressie van het recht in de wereld wordt in ijltempo geregeld, en het massale volksbedrog wordt een mondiale norm.

Waakzaamheid is geboden, maar vooral besluiten om tot actie over te gaan. Misschien is het al te laat, en kunnen alléén hogere goddelijke machten van linkse aard er nog iets aan doen, en bijvoorbeeld in één uithaal alle deugnieten van de aarde wegvegen.

86 jaar opsluiting

September 2010 werd dr. Aafia Siddiqui, een toegewijde wetenschapster van het MIT en Brandeis in de States, moeder van drie kinderen, veroordeeld door een New-Yorks rechter tot 86 jaar opsluiting. Ze komt vrij in 2096. Als alles goed gaat natuurlijk, want ze is opgesloten in een gevangenis voor vrouwelijke psychiatrische patiënten.

Yvonne Ridley, gekende Engelse journaliste die moslima werd, en die enkele programma’s heeft op Press TV, deelt mede dat in die gevangenis jaarlijks vele jonge vrouwen in verdachte omstandigheden ‘overlijden’. Aafia is daar opgesloten in ‘solitary confinement’, en zelfs haar naaste familieleden mogen haar niet bezoeken.

Ikzelf schrijf haar met regelmaat een brief, je weet maar nooit dat ie terechtkomt. Haar adres is: Dr. AAFIA SIDDIQUI # 90279-054, FMC Carswell, Federal Medical Center, P.O.Box 27137, Fort Worth Texas 76127, USA. 

Ik schrijf die brief op verzoek van de beweging Justice for Dr Aafia Siddiqui. Misschien doe je het ook,  als je tot op het einde raakte van dit artikel.

Dr. Aafia Siddiqui, de zoveelste ‘spookgevangene’

Dr. Aafia Siddiqui is de zoveelste nieuwe ‘spookgevangene’ in de States, dat wil zeggen ‘iemand die zonder enige tenlastelegging, zonder onderzoek, zonder enige vorm van proces, of met een schijnproces volstrekt van de samenleving wordt afgesloten, als het ware levend wordt begraven’. Je kan het fenomeen zonder enige schroom gelijkstellen met de middeleeuwse vergeetput.

Aafia is een van vele gevangenen in de States, in Irak, in Afganistan, in Pakistan, Marokko enz, die via geheime transporten door de lucht van het één gevang naar het andere werden gesleurd, om in het geniep gemarteld te worden buiten de States, tot ze ‘meewerkten’ en alle mogelijke namen van zogenaamde ‘terroristen’ zouden verklappen.

De USA martelt in naam van onze ‘security’. Dat is het argument. De States willen alle terroristen van de hele wereld pakken en zonder proces, -natuurlijk, want anders zou uitkomen dat hun ‘war on terror’ op niks is gebaseerd- in de vergeetput gooien, zodat wij eindelijk op ons gemak zijn. Let wel, dagelijks komen er nieuwe categorieën terroristen bij.

Als je in de States bv openbaar maakt dat je twijfelt aan de officiële verklaring betreffende 9/11, ben je aanhanger van een ‘conspiracy-theory’, en professoren collega’s van Obama zijn  volop bezig dat weldra gelijk te stellen aan terrorisme. Als je niet loyaal bent aan de officiële versie van hoe alle vorken op alle stelen zitten, riskeerde je vroeger het label van ‘communist’, met alle gevolgen van dien. Nu is dat het label ‘terrorist’, ook met alle gevolgen vandien…

Dr Aafia Siddiqui is een moslim

Ik weet het wel: Dr Aafia Siddiqui is een moslim. Dat is al één stigma in onze westerse perceptie. Ze droeg bovendien ten allen tijde in het openbaar een hoofddoek…Weeral een reden om de aandacht voor haar zaak niet op te brengen. Ten derde is ze helaas terecht gekomen in de tot bureaucratische monoliet van maatregelen, die keizer Bush in de nadagen van 9/11 heeft ontworpen om zo snel als mogelijk een ‘levensgevaarlijk’ aantal ‘terroristen’ genadeloos op te sluiten, om het christelijke beschaafde westen van ondergang te behoeden.

De mensen werden er snel gewoon aan: massale geheime arrestaties in het holst van de nacht, inrichting van miljarden dollars kostende privé security bedrijven, tientallen nieuwe geheime staatsagentschappen her en der, opsluiting van kinderen, middeleeuwse tortuur, ‘embedding’ van alle vormen van vrije pers, doorlichting van iedereen die het vliegtuig neemt door de staatssecurity met gevaarlijke X-straal-machines, waar geen enkel radioloog doorheen wil, vieze fouillering tot diep in onze onderbroek.

Een ‘hitlist’

Keizer Obama doet er nog een schepje bij: naast het recht om je zonder vorm van proces in de vergeetput te donderen, zoals ze met Aafia hebben gedaan, mag de staat je, eenmaal gebrandmerkt als terrorist, overal ter wereld, of je nu Amerikaan bent of niet, zonder je te arresteren, zonder proces, gewoon doodschieten. Er is een ‘hitlist’ , en als je daar op staat, mag de CIA, of de FBI of een andere killer je omverschieten.

Al die nieuwe maatregelen worden in films, in de Amerikaanse maar ook in onze pers voorgesteld als een natuurlijk, vanzelfsprekende, noodzakelijk (maar eigenlijk goed) kwaad. In de States is het kwade goed geworden, en het goede kwaad. Ze zijn daar gek geworden, en bijzonder gevaarlijk. Pas op als ze komen vechten om de goeden te beschermen: het is eigenlijk om de kwaden te beschermen.

Aafia is in de raderen gesukkeld van dit apparaat, dat na tien jaar reeds weegt op de internationale politieke wereld als een onverwijderbaar monoliet. Guantanamo blijft, de ‘hitlijst’ blijft, de tortuur blijft, de vernederende veiligheidscontroles op steeds meer plaatsen in de wereld nemen dagelijks toe. Soldaat Wesley Manning en Wikileaks-baas Julian Assange staan een lot te wachten, gelijk aan dat van Aafia Siddiqui. De wereld kijkt toe, maar ziet niks. Doet niks. Niks aan te doen.
Aafia heeft geen geluk.

Doen verdwijnen, mét haar drie kinderen

Het was de bedoeling van de States Aafia van de aardbol te doen verdwijnen, mét haar drie kinderen. Ja, je leest het goed: met haar drie kinderen.

Drie factoren hebben dat belet. Ten eerste heeft de familie van Aafia, (haar moeder, zus en broer) full time onderzoek gedaan, alle mogelijke juridische stappen gezet, de Pakistani gemobiliseerd, die massaal in beweging zijn gekomen.

Ten tweede zijn er de fenomenale en moedige inspanningen van de Engelse journaliste Yvonne Ridley, (die de zaak in 2008 met grote trom in de westerse pers kon pressen). Ten derde zijn er een steeds groter groep mensen die naar best vermogen nauwkeurig boek houden van de beestestreken van de diverse geheime diensten van de States (met 1 miljoen werknemers!).

Daardoor is primo de zaak Aafia Siddiqui in de openbaarheid gekomen, is ontdekt dat ze nog leefde, is ze tenslotte opgedoken in extreem vreemde omstandigheden, en zijn na zeven jaar opsluiting en mishandeling reeds twee van haar kinderen terechtgekomen. Het derde, haar jongste kind, nog een boreling op het moment dat Aafia werd ontvoerd, is naar alle waarschijnlijkheid vermoord in gevangenschap.

Je kan zelf naar vele sites op internet gaan, om daar alle details over haar lot te lezen zijn. De meest informatieve site over Aafia is www.justiceforaafia.org. Ik vind het mijn plicht om haar verhaal te vertellen, als democraat, als historisch enigszins bewuste en toch elementair beschaafde mens.

Ik wil, als je aan de soepele en charmante Obama denkt, of aan madame Clinton, of aan de sympathieke Amerikaanse ambassadeur in Brussel meneer Gutmann, dat je hen meteen associeert met wat zij Aafia hebben aangedaan, en nog aandoen. Dat zou prachtig zijn. Dat zou iets toevoegen aan de waarheid. Dat zou de leugen in het algemeen, en hun zeer smerige leugenachtigheid in het bijzonder, aan de kaak stellen.

In onze media geen spoor

Hoe kwam ik nu Aafia op het spoor? Want in onze media is zij volstrekt onbekend. Welnu, op zekere dag ontdekte ik via een Iranees winkelier (- de baas van ‘De Zijderoute’ op de Gentse Vlasmarkt in Gent) de website ‘Press TV’, en later via deze site de TV post met dezelfde naam, die je kan oppikken met de schotelantenne. Press TV is de beruchte Engelstalige door Iran gesponsorde site, waar het wereldnieuws niet door de westerse bril maar door een Iranese wordt gepresenteerd.

Het is niet zo’n rijke post als Al Jazeera, maar om alles weten over het Midden-Oosten is onmogelijk zonder die post. Er doen bovendien bijzonder interessante mensen aan mee, zoals de buitengewone Britse politicus George Galloway, de hogervermelde Britse journaliste Yvonne Ridley, de islamoloog Tariq Ramadan, die daarom zijn post als prof Islamologie aan een Nederlandse Univ verloor, en last but not least Lauren Booth, de jongere stiefzus van de vrouw van Tony Blair.

Press TV

Lauren bekeerde zich een tijdje terug ook tot de Islam, – wat dat ook moge zijn… Zij presenteert mede het zeer goede programma ‘Remember Palestine’. (Nu, Press TV is ook ‘under attack’ van het Brits bestuur, zoals uit Wikileaks bleek. De UK zoekt middelen om de zender te verbieden.)

De eerste maal dat ik de site van Press-TV bezocht viel mijn oog op een summier artikeltje over Dr Aafia Siddiqui. Ik klikte het aan, en las dat ze op punt stond in New York voor een rechtbank te verschijnen. Dat was eind 2009. De inhoud van het artikel intrigeerde me, en ik ging op internet op zoek naar de avonturen van Dr Aafia.

Dossier Aafia Siddiqui

Ik ben er drie volle dagen mee zoet geweest. Ik heb in mijn leven al véél meegemaakt, maar het verhaal van Dr Aafia Siddiqui slaat alles, overschrijdt alle grenzen: het is gruwelijk, griezelig, ondenkbaar, afschuwelijk. Het verhaal van Aafia gaat over de schreef van elke moraal, van elk geweten, valt saam met de allervuilste vuile kern van de ‘crimen’, de helse, verkeerde, omgekeerde, duivelse daad.

Het verhaal van Aafia is een griezelige schande, is onrecht in een absolute satanische vorm, waarbij de duivel hier de krankzinnige waan is in de ban waarvan de huidige regering van de USA vertoeft en maar niet uitgeraakt.

Aafia Siddiqui werd geboren op 2 maart 1972 in Karachi, Pakistan. Zij heeft een broer en een oudere zus, ook dokter. Aafia’s vader is Mohammad Siddiqui, een in de UK opgeleid geneesheer. Mama Siddiqui is gewoon huisvrouw.

Aafia zelf heeft drie kinderen: Ahmed, geboren in 1996, Maryam, geboren in 1998, en Suleman, geboren in 2002. Suleman is nog steeds spoorloos. Aafia verhuisde van Karachi naar Texas in 1990, om bij haar broer te gaan inwonen, nadat ze één jaartje studeert aan de Univ van Houston. Nadien vertrekt ze naar en studeert ze af aan het prestigieuze MIT, het Massachusetts Institute of Technology.

Haar medestudenten beschrijven haar als een rustigeen  ijverige student, een devote moslima, in geen enkel opzicht de ‘Lady Al Quaeda’ zoals ze in de pers en door de overheid later werd voorgesteld. Een medestudent zei over haar in een interview met de BBC: “Ik herinner me Aafia als een lief, lichtjes verbitterd, maar onschuldig en onschadelijk meisje’.

De Koran uit het hoofd

Terwijl ze aan het MIT studeerde werd ze actief lid van de Muslim Student Association (MSA). Die ontwierp educatieve middelen om de Islam aan niet-moslims op een aantrekkelijke en toegankelijke manier te verduidelijken, -iets waar bv ook een ‘westers’ islamoloog als Tariq Ramadan dagelijks mee bezig is.

Haar gemeende bekommernis als moslima dringt uiteraard door tot haar academische denken en praxis: tijdens het tweede jaar aan het MIT won ze bv een beurs van 5000 dollar om een studie te maken over ‘het effect van de Islam op Pakistaanse vrouwen’.

Aafia staat m.a.w. tegelijk volop in de Islam-beleving én in het volle politieke, culturele en intellectuele leven van haar tijd. Tijdens de Balkan-oorlog verzamelt ze steun voor haar Bosnische moslim-broeders.

Zij kent de Koran uit het hoofd, maar behaalt de titel van doctor in de natuurkunde, aan de ‘moeilijkste’ Amerikaanse wetenschappelijke instelling.

Na haar studies aan het MIT stemt ze toe in een huwelijk met Mohammed Amjad Khan, een student medicijnen voorgesteld door haar ouders. En dan gaat ze voor de Brandeis University, een ‘research’ university, ook in Massachusetts, voor een postgraduaat op het gebied van cognitieve neurologische wetenschap.

Ik ben daar een beetje gaan zoeken, en die ‘Cognitive Neuroscience’ lijkt een richting in de neurologie met focus op hoe culturele omgeving en verouderingsproces het verwerven van kennis beïnvloeden. 

Zondebok voor 9/11

Aafia verschoof die focus in haar doctoraat naar hoe een cultuurparadigma als de Islam de kennis-absorptie bij kinderen beïnvloedde. Ik denk dat zij ervan overtuigd was, dat welopgevoede moslimkinderen bijzonder snel en diepgaand konden leren, beter dan kinderen uit andere cultuurgroepen;- en daarop was ze experimenteel volop bezig aan het Brandeis toen het eigenaardige drama van 9/11 zich voordoet.

Ik wil de lezer er op wijzen, – zonder er hier diep op in te gaan, dat in de States door steeds méér geloofwaardige en goedgedocumenteerde mensen, onder andere een organisatie van meer dan duizend ondernemers en ingenieurs-architecten, aangedrongen wordt op een nieuw en ernstiger onderzoek naar de exacte omstandigheden van 9/11. Wijzelf zijn er door lezing van véél betrouwbare documenten vast van overtuigd dat het opgezet spel was. Ik ben dus ook, volgens de er aan komende nieuwe Obama-normen, een terrorist.

Hoe dan ook, voor Aafia en haar gezin worden het bange en moeilijke tijden. Een onbekommerd islamitisch-educatief dagelijks wetenschappelijk onderzoek en experiment zit er niet meer in. De Islam wordt in exponentiëel toenemende mate zondebok voor 9/11. Aafia’s man wordt net als duizenden andere moslim-intellectuelen op brutale wijze aan de tand gevoeld door de FBI. Aafia en haar man besluiten samen in 2002 naar Pakistan terug te keren.

Bovenop de externe komen er ook spanningen in het huwelijk. Aafia is acht maand zwanger van haar jongste, als ze besluit om te scheiden.

Je ziet het: een moderne vrouw, die het oude een kans geeft, (het gearrangeerde huwelijk), maar desondanks niet aarzelt om haar eigen weg te gaan, als dat oude een vergissing blijkt.

‘War on terror’

Zij gaat bij haar ma in Karachi wonen, mét de kinderen. Khans ex, woont op een andere plaats in Karachi. Nadat haar jongste geboren is, blijft ze daar de rest van het jaar. Maar in december 2002 reist ze toch opnieuw naar de States, voor een job in de streek van Baltimore, waar haar zus ook werkte, in het Sinai Hospital.

Nu, op 1 maart 2003 arresteert de Pakistaanse geheime politie Khalid Sheikh Mohammed, het zogenaamde ‘meesterbrein’ van 9/11. Hij verdwijnt in het nada van een reeks ‘geheime’ gevangenissen en komt boven in Guantanamo in 2006. Samen met hem worden er talloze anderen opgepakt. Er wordt naar hartelust gemarteld, en kijk eens aan, iedereen bekent ?

In één slag is de pasverklaarde ‘war on terror’ wordt het hele westerse met bloed en tranen bevochten democratische rechtssysteem in de vuilbak gekieperd, en wordt het feodale rechtssysteem van voor de Franse revolutie, waar de tortuur hét middel was om een onderzoek tot een goed einde te brengen, opnieuw geïnstalleerd. Niet te geloven.

Over die arrestatie van Khalid hangt een potdikke mist, over de arrestaties van vele anderen en hun volkomen inhumane reeds negenjarige vakantie in het Amerikaanse deel van Cuba, zijn al boeken vol geschreven.

Uit de lectuur daarvan komt één ding als naar voor: de States hebben in hun oorlog tegen de Sovjets via Afganistan een ‘militaire Frankenstein’  geschapen, -de Taliban en Al Quaeda-, die ze inzetten waar ‘oorlog’ nodig is. Via geregisseerde oorlogshaarden herschept de neofeodale elite (-een paar honderd USA en UK miljardairs) de wereld met andere woorden tot hun gehoorzame wingebied. Je moet het maar kunnen.

Aafia kwam nooit in de luchthaven

Aafia en haar kinderen verdwenen 27 dagen later, op 28 maart 2003.

Haar moeder vertelt dat Aafia van het ouderlijk huis in Gulshan-e-Iqbal, (letterlijk de ‘tuinen van Iqbal’, een groot Pakistaans dichter), een residentiële commerciële wijk in Karachi , waar één miljoen mensen wonen, van overal in héél Pakistan.  Ze vertrok in een metro-taxi om het vliegtuig te nemen naar Rawalpindi, in het noorden van Pakistan.

Ze kwam nooit in de luchthaven aan. In februari 2010, dus zeven jaar later, verscheen haar oudste zoon terug op het toneel, na zeven jaar opsluiting. Die vertelt, als hij het Urdu terug machtig was geworden, en nadat hij bekomen was van zijn enge avontuur, precies wat er gebeurd was. Hijzelf, zijn ma Aafia, zijn zusje en de baby stapten uit het huis in de taxi, en om de hoek in de volgende straat wachtten 15 tot 20 man hen op: er was een ‘blanke vrouw’ bij, en leden van de ISI-(de geheime politie van Pakistan) met drie tot vijf wagens.

Ze werden alle vier ontvoerd. Aafia werd in een zwarte wagen geduwd, en de huilende kinderen in een andere wagen. Later vertelde Aafia aan haar advokaat dat er onmiddellijk een kap over haar hoofd werd getrokken, dat haar drugs werden toegediend, dat ze, toen ze wakker werd uit de verdoving, vastgebonden lag op een hospitaalbed, op een plaats die Karachi niet kon zijn, want de lucht was er veel te droog.

Tijdens haar proces in New York begin 2010 beschrijft haar advokate Elaine Sharpe dat alles erop wees, dat de kleine baby gedood werd tijdens de arrestatie. Aafia heeft haar advocate bovendien verteld, dat haar tijdens een van de ‘verhoren’ een foto werd getoond van haar baby, in een plas bloed.
Op dit moment is nog steeds niet geweten of Suleiman, die nu 8 jaar zou zijn, nog in leven is.

Pakistaanse kranten meldden de volgende dag dat een vrouw ‘opgesloten’ werd op beschuldigingen van terrorisme. De bevestiging van dat bericht werd gegeven door een woordvoerder van het Ministerie van Binnenlandse Zaken. Andere media hadden het erover dat ‘Aafia Siddiqui opgepikt was voor ondervraging door een intelligence agency, naar een onbekende plaats’. Een jaar later verscheen in de pers dat een woordvoerder van de regering meedeelde dat ze in 2003 overgegeven was aan de US-autoriteiten.

The grey lady of Bagram

Aafia Siddiqui werd al meer dan een jaar vermist, als de FBI haar foto op haar website plaatst, en van dan af in de zogenaamde corporate media afgeschilderd als Lady Al Quaeda. Aafia’s moeder vertelt in een BBC-interview in 2003, hoe een ‘man met een motorhelm op’, die hij niet afzette, bij haar thuis arriveert, en haar verwittigt, dat ze zich koest moest houden als ze haar dochter ooit wilde terugzien.

De tijd verstrijkt. De familie van Aafia houdt zich helemaal niet koest, maar kijk, zowel de Pakistaanse regering als de US-officials in Washington ontkenden ook maar iets te weten over Aafia’s gevangenschap. De zus van Aafia, Dr. Fowzia, vertelt eveneens dat de toenmalige minister van binnenlandse zaken Syed Faisal Saleh Hayat haar in 2004 vertelde dat Aafia was vrijgelaten, en weldra naar huis zou komen.

Aafia vertelt aan haar advokate dat ze samen met haar kinderen gekidnapt werd door de Pakistaanse geheime politie en overgeleverd aan de Amerikanen. Ze houdt vol dat ze gedurende vijf jaar in een reeks geheime gevangenissen werd opgesloten. Ze vertelt dat ze in die periode langdurig en herhaaldelijk is mishandeld, gemarteld en verkracht. Aafia’s beweringen krijgen grond door getuigenissen van voormalige Bagram-gevangenen, opgeschreven door de journaliste Yvonne Ridley, die de aanwezigheid in Bagram bevestigden van een vrouwelijke gevangene van Pakistaanse origine, met de identiteit van ‘gevangene 650, the grey lady of Bagram…’.

Yvonne Ridley schreeuwt het uit in de internationale media: ‘Who is the grey lady of Bagram, who is prinoner 650? ‘, en ze heeft success: het internationaal Comité van het Rode Kruis bevestigt dat in Bagram – Afghanistan, in een voormalige Sovjetgevangenis een vrouw is opgesloten. Onmiddellijk na zijn vrijlating uit Guantanamo in 2009 verklaart de ex-gevangene Byniam Mohamed dat de vrouw die hij in Bagram zag, prisoner 650, ‘de grijze dame van Bagram’, inderdaad Aafia Siddiqui was.

De US had voorheen steeds absoluut ontkend dat in Bagram een vrouwelijke gevangene aanwezig zou geweest zijn, of dat Aafia daar ooit werd vastgehouden, behalve voor medische verzorging ( -nadat ze haar hadden neergeschoten-), in juli 2008.

Weinig is voorlopig geweten over wat met Aafia en haar kinderen gebeurde in de vijf jaar dat ze vermist warden. Aafia heeft slechts heel korte tijd contact gehad met de buitenwereld, nadat ze ‘boven water’ kwam in 2008. Hoewel, toen ze door een Pakistaanse parlementaire commissie in october 2009 werd bezocht in haar New-Yorkse gevangenis, lichtte ze de sluier een beetje op: ‘Ik ben door de levende hel gegaan’.

Ze zegt dat ze gehersenspoeld werd door mensen die perfect Engels spraken, -misschien waren het Afghanen. Ze vermoedde dat het geen Pakistanen waren. Ze beschrijft hoe ze geforceerd werd valse bekentenissen te doen, en verklaringen te ondertekenen. Ze werd gemarteld, maar wou niet ingaan op de details. Ze werd afgedreigd met de tortuur van haar kinderen, als ze niet ‘meewerkte’.

Gedurende haar mensonterende proces in New York verwees Aafia expliciet naar de martelingen die haar aangedaan warden, naar de verkrachtingen, naar de marteling van haar kinderen, dat ze bedreigd werd dat ze teruggezonden zou worden naar de ‘bad guys’ – mannen die Amerikaans klonken, maar die volgens haar geen echte Amerikanen waren, ‘gezien de gruwelijke behandeling die zij haar hadden gegeven’. Na het proces  in New York in 2010 bleek dat de Pakistaanse regering Aafia’s familie een zwijgplicht hadden voorgesteld, in ruil voor de vrijlating van Aafia’s oudste zoon.

Op 7 juli 2008 resulteerde een persconferentie geleid door de koppige en zeer bekwame Britse journaliste Yvonne Ridley in een massale internationale berichtgeving over de zaak Aafia Siddiqui: de media stelden de vraag waar ze was, en ook belangrijke politieke personen in Pakistan, de UK, de USA deden dat. In België horen we niks.

En kijk, enkele weken na die golf van mediabelangstelling meldt de US Administratie ‘dat ze was gearresteerd door Afghaanse Strijdkrachten samen met haar 13 jaar oude zoon, even buiten het politiebureau van Ghazni, in het bezit van handboeken voor explosieven, en ‘gevaarlijke substanties in flessen’.

Niet te geloven. De CIA heeft haar samen met haar zoon in de directe nabijheid van een moskee afgezet. Het was immers gewoonte dat de Afghaanse politie verdachte figuren die rondhingen op het moment dat de mensen de moskee verlaten, subiet neerschoten, om bloedbaden te vermijden.

Eerste teken van leven

En die dag kwamen de mensen inderdaad uit de moskee, merken haar verward uitziende persoon en de jongen op, gaan een kijkje nemen, om te zien wat er scheelt. Ze merken dat Aafia helemaal van de wijs is, begrijpen haar niet, roepen de politie erbij, die er niet op schiet, maar haar en de jongen naar het dichtst bijzijnde politiekantoor in Ghazni brengt. De commandant daar beseft dat het Aafia is, -er wordt daar een filmpje opgenomen, dat je kan vinden op Youtube.

Het is het eerste teken van leven van Aafia sedert haar verdwijning, in 2003. Het filmpje gaat de wereld rond. Je ziet dat Aafia helemaal tureluut is, een schim van de wondermooie jonge vrouw die ze 6 jaar voordien was, uitgemergeld, gezwollen lippen en geslagen gezicht, vertrokken, niet om aan te zien, en o zo zwak.

Ze verbergt zich in doodangst onder haar sluier, en beschermt de jongen die bij haar is. Het is om te schreien als je het ziet. De commandant besluit echter, ook in de war, en roept de FBI erbij. Ze wordt daarheen gebracht. Vanaf dan is het uiteraard weer helemaal mis gegaan. Aafia zit wezenloos in het FBI-kantoor, maar heft waar ze zit even een gordijn op om te zien als er daarachter geen weg naar buiten is, om te ontsnappen. Ze wordt prompt in de buik geschoten.

Naar buiten toe wordt gezegd, dat Aafia een geweer uit de handen van haar bewaker heeft gerukt, dat ze als een gevaarlijke gekkin is beginnen schieten, en dat daarom de soldaat handelde in wettige zelfverdediging. Ze wordt snel naar de kliniek van het vliegveld van Bagram, waar ook de beruchte gevangenis ligt.

Ze zit opnieuw gevangen, er wordt een groot stuk van haar darmen weggenomen, ze heeft zes maand nodig om te recupereren, wordt opnieuw ondervraagd, alsof ze nog nooit gevangen heeft gezeten, ditmaal in het perspectief van de aanklacht van de States tegen haar persoon voor poging tot moord op een FBI-officier’.

Schijnproces

Ze wordt in 2009 overgebracht naar New York, waar begin 2009 het proces plaatsvindt.  Alle democratische rechten worden haar ontzegd: ze kan haar advocaten niet zelf kiezen, ze mag haar kidnapping, de ontvoering van haar kinderen, haar verblijf in de gruwelgevangenissen en de tortuur niet ter sprake brengen, er wordt gewerkt met valse getuigenissen, en alle bewijzen die haar advocaat aanbrengt die in haar voordeel spreken, worden van tafel geveegd.

Aafia vertelde gedurende dit schijnproces  dat de tas waar die dingen in zaten, niet de hare was, dat die tas haar meegegeven was, en dat ze zich niet bewust was van wat er in zat. Ze zegde ook dat ze onder het dreigement van marteling van haar kinderen met de hand een reeks terreurdoelen in de US uit een tijdschrift moest overschrijven. Ze herinnerde zich de jongen bij haar aan het Ghazni politiebureau, die misschien haar zoon was, maar ze kon het niet met zekerheid zeggen, gezien ze al zeven jaar gescheiden waren.

Op 3 augustus 2008 bezocht een FBI officier het huis van haar broer in Houston, Texas, en bevestigde dat Aafia gevangen werd gehouden in Afganistan. Op maandag 4 augustus bevestigen federale aanklagers in de US dat Aafia Siddiqui uitgeleverd werd aan US vanuit Afghanistan, waar ze volgens hun bewering opgesloten was sedert midden juli 2008. Verder beweren ze, dat Aafia tijdens haar gevangenschap gevuurd heeft op US officieren, (niemand werd gewond) en dat ze zelf tweemaal beschoten werd gedurende de schermutseling.

Aafia bevestigt, nadat ze van het Afghaans politiebureau werd overgebracht naar het politiebureau van de FBI, dat ze zich probeerde te verbergen achter een gordijn, om weg te lopen, omdat ze dacht dat ze weer naar een geheime gevangenis gebracht zou worden. Ze ontkent echter categoriek dat ze een geweer gegrepen heeft, of dat ze op iemand zou hebben geschoten..

Eind augustus 2008 bevestigt Michael G. Garcia, de US procureur generaal van het zuidelijk Afghanistan in een brief aan Dr Fowzia Siddiqui, dat Aafia’s zoon, Ahmed, onder de hoede van de FBI is geweest sinds 2003, en dat hij onder de hoede was gesteld van de Karzai-regering. Voorheen had de smerige ros, de US ambassadeur in Pakistan, madame Anne W. Patterson ten stelligste beweerd dat de US administratie geen enkele informatie had over de kinderen van Aafia. Eigenaardig is dat de door Wikileaks gelekte boodschappen van de USA-ambassade in Pakistan naar Washington dat bevestigen: ze weten niks over Aafia noch haar kinderen.

Volgens een ambtenaar van het ministerie van binnenlandse zaken van Afghanistan, die geciteerd werd in de Washington Post, werd Ahmed kort in bewaring gehouden door het Afghaanse Ministerie van Binnenlandse zaken na zijn arrestatie in augustus 2008, en was daarna overgebracht naar een Afghaanse Geheime Dienst, het National Directorate of Security, (NDS), berucht om de brutale behandeling van zijn gedetineerden, ondanks het feit dat hij te jong was  om als een crimineel behandeld te worden, zowel volgens Afghaans als internationaal recht.

Onder de Afghaans Juvenile Code is de minimum leeftijd voor criminele responsabiliteit 13 jaar, en volgens het UN Committee on the Rights of the Child is de minimumleeftijd voor criminele verantwoordelijkheid onder de leeftijd van 12 jaar ‘niet internationaal acceptabel’.

Ahmed werd eindelijk bevrijd en aan zijn grootmoeder in Karachi overgedragen in September 2009. Hij heeft er dus, bovenop zijn ongekende avonturen in de krochten van de FBI en de CIA, nog een jaartje bij gekregen in de beruchtste Afghaanse gevangenis…

Het proces van Aafia Siddiqui begon op dinsdag 19 januari 2010, in een gerechtshof in Manhattan . Vlak voor de jury binnentrad, keerde Aafia zich naar de aanwezigen in de zaal, en zei: ‘Dit is geen eerlijk proces. Waarom ben ik hier? Er zijn verschillende versies van wat er gebeurd is…’. Drie mensen in Staatsdienst getuigden op de eerste dag: legerkapiteitn Robert Snyder, John Threadcraft, een voormalig legerofficier en John Jefferson, een FBI agent. Beiden waren gelegerd in Afghanistan op het moment van de zogezegde aanslag.

Tijdens het proces, terwijl Snyder getuigde dat Aafia gearresteerd werd in het bezit van een handgeschreven nota met plannen om de Empire State Building aan te vallen, alsook de Brooklyn Bridge en Wall Street, onderbrak een luide uitbarsting van Aafia de procesgang. Ze schreeuwde haar onschuld uit naar Snyder: ‘Ik zal nooit een kans krijgen om me te verdedigen! Stel je voor dat jij in een gevangens zit, waar je kinderen gemarteld worden…Dit is géén lijst van doelen in New York. Ik was nooit van plan die dingen te bombarderen. Je liegt!

‘De voormiddag van de conclusies getuigde de laatste persoon tegen Aafia, nl FBI Special Agent, Angela Sercer. Sercer ondervroeg Aafia 12 uur per dag gedurende veertien dagen, toen ze in het hospitaal van Bagram terechtgekomen was. Ze probeerde Aafia Siddiqui’s verhaal te ontzenuwen, met de bewering dat Aafia haar verteld had dat ze de laatste jaren ondergedoken was, en dat ze iemand gehuwd was, om een andere naam te krijgen.

Maar toen Sercer aan een kruisverhoor onderworpen werd door Aafia’s advocaat, gaf ze toe dat Aafia haar gezegd had dat ze doodsbenauwd was om wéér gemarteld te worden. Sercer gaf toe dat Aafia zich extreem bezorgd toonde over het ‘welzijn van de jongen’ die bij haar was, troen ze werd gearresteerd, en elke dag vroeg ze naar hem. Bovendien wou Aafia geen woord kwijt, tenzij haar beloofd werd dat de jongen geen haar gekrenkt zou worden.

Volgens de getuigenis van Sercer zei Aafia dat de Afghanen haar geslagen hadden, dat haar ex-echtgenoot haar en haar kinderen (thuis) ook had geslagen, dat ze bang was om fysiek gepijnigd te worden, dat ze heel erg inzat met het welzijn van haar kinderen, maar dat ze vermoedde dat ze gemarteld waren of gedood in een geheime gevangenis. Als de advokaat Elaine Sharpe tenslotte expliciet vroeg :’Aafia zei dat ze dood waren, he?’ antwoordde Sercer weigerachtig: ‘Ja’.

Het proces nam een ongewone wending als bleek dat de vingerafdrukken op het geweer waarmee Aafia zou hebben geschoten, niet die waren van Aafia. Getuige Masood Haider Gul, de commandant van het politiekantoor, vertelde bovendien een gans anders verhaal dan dat van getuige kapitein Schnieder.

De verdediging verwierp alle beschuldigingen.

Het proces was een aanfluiting van een normale gerechtsgang. Kidnapping, de zeven, jaar lange gevangenhouding, de martelingen, de schabouwelijke behandeling van de kinderen, werd niet tot de procesgang toegelaten. Aafia werd als een geesteszieke behandeld. Het proces duurde twee weken, en de jury confereerde twee dagen.

86 jaar gevangenis

Op 3 februari 2010 werd Aafia schuldig bevonden aan alle haar ten laste gelegde feiten: poging tot moord op USA-soldaten.
Het is een mysterie hoe een frele, verzwakte en slechts 50 kilogram wegende vrouw drie US officieren, twee vertalers, en twee FBI agenten kon overmeesteren, een geweer grijpen en ze aanvallen, er geen enkele raken, en bij de schermutseling zelf gewond raken.

Het is onbegrijpelijk wat de jury ertoe heeft gebracht ze schuldig te vinden:
-er waren geen vingerafdrukken van Aafia op het bewuste geweer.
-er was op Aafia geen spoor van residu te vinden van de geweerschoten.
-er waren geen kogelgaten van het bewuste geweer in het lokaal te vinden.
-er waren geen geweerpatronen gevonden in de kamer, van het geweer waarmee geschoten zou zijn.
-de 6 getuigen tegen Aafia leggen tegenstrijdige verklaringen af.
– de verklaringen die Aafia deed aan FBI agent Sercer,  werden afgelegd terwijl ze 24 uur per dag onder constante bewaking was in de kliniek van Bagram.

Ze was al die weken met armen en benen vastgebonden aan haar ziekenhuisbed, moest een diversiteit aan pillen slikken, werd vanhaar slaap beroofd, en hing voor drinken en eten volledig af van de genade van een cipier. Sercer heeft tijdens het verhoor nooit gezegd dat ze een FBI agente was. Het gebruik van die verklaringen werd aangevochten door de verdediging, op basis van de ‘Miranda Rights’, waar op dat moment nog elke burger recht op had. (Je weet wel, de rechten van de gearresteerde om te zwijgen, om er een advokaat of iemand van de ambassade bij te halen, en bovendien moet iedereen die ondervraagt, zeggen wie hij is.

Maar het verhaal is nog niet gedaan: de strafmaat zal maar een jaar later worden uitgesproken. Na haar veroordeling wordt ze gevangen gehouden in het Metropolitan Detention Centre in New York: bij ieder bezoek aan de rechtszaal werd ze onwaardigege fouilleerd, ontkleed en ‘onderzocht’ in haar geslachtsdelen, als er geen bommen in zaten. Telkens weer werd bezoek, waar ze legaal recht op had, geweigerd. Sedert begin maart 2010 werd alle contact met haar familie verboden, mocht ze geen brieven ontvangen. Geen telefoons, geen lectuur, niks: dat zou de ‘veiligheid van de natie’, in gevaar brengen.

April 2010 wordt een 12 jaar oud meisje afgezet voor het huis van Aafia’s zus Fowzia Siddiqui in Karachi, door onbekenden. Ze beweerden dat het meisje de vermiste dochter was van Aafia. Aanvankelijk twijfelde Fowzia daar aan. DNA tests werden gedaan, in opdracht van de Pakistaanse regering. De minister van Binnenlandse zaken bevestigt dat het meisje Maryam was, Aafia’s dochter, en dat haar DNA overeenkwam met dat van haar broer Ahmed, en hun vader Amjad Khan. Op een persconferentie deelde senator Talha Mehmood mee dat Maryam Siddiqui in het gezelschap van een Amerikaanse soldaat, genaamd John, uit de Bagram gevangenis. Hij vermeldde tevens dat Maryam gedurende zeven jaar opgesloten werd in een ‘koude donkere kamer’ .

Nadat de uitspraak verschillende malen was uitgesteld, werd Aafia Siddiqui op 23 september 2010 uiteindelijk veroordeeld tot 86 jaar in gevangenis. Ze mag er uit in 2094. Ze zal dan 122 jaar zijn.

Wat er van Aafia’s jongste zoon is geworden, Suleiman, blijft een groot mysterie.

Besluit

Dit is het Amerika van vandaag. Obama, Madame Clinton, onze sympathieke Amerikaanse ambassadeur in Brussel Gutmann, de beschaafde maskers voor de ergste en gruwelijkste smeerlapperij. Ik bid en smeek iedereen die dit verhaal leest, naar internet te gaan en daar alles op te spitten.

Het verhaal van Aafia is immers een sleutel, waarvan  het goed begrip de deur opent naar begrip van véél méér wat er in deze wereld gebeurt aan kwade en verderfelijke dingen, door toedoen van de States. De facto gebeuren in de States nu reeds voldoende dingen, waar je voor achteruit deinst, als voor een fascistisch regime. De Amerikanen weten het nog niet, maar het evolueert allemaal heel snel.

‘Dochter van de Natie’

In Pakistan is Aafia de ‘Dochter van de Natie’. Iedereen kent haar verhaal. Sta een Palestijns nachtwinkeltje binnen, en vraag naar Dr Aafia: je zal zien, hoe ze allemaal de States als Satan zien, die kinderen en onschuldige moeders martelen en in de vergeetput gooien. Honderdduizenden in Pakistan zijn op straat gekomen toen haar vonnis werd uitgesproken.

De mensen hadden gehoopt dat de Pakistaanse regering het voor mekaar zou krijgen haar te bevrijden. De Pakistanen zijn het hartsgrondig beu. Hun regering en leger zijn 100% leenheer van de States. Vorige maand nog werd de gelijkaardige hemeltergende zaak van de CIA agent Raymond Davis, die in koele bloede twee Pakistaanse jongemannen in de rug had doodgeschoten, en er zelfs rustig een foto van nam, onder druk van de States vrijgelaten, nadat de familie onder dwang ‘bloedgeld’ ten belope van 2,3 miljoen dollar, geschonken door de Saoedi-Arabische koning, aanvaardde.

De rellen om deze zaak zijn nog bezig. Raymond Davis was een CIA-agent, die in dagelijks contact met de Taliban en Al Quaeda stond, jongens uit de arme streken van de Punjaab recruteerde, die dan opgeleid worden tot zelfmoordcommando, en ingezet door die CIA-Taliban en CIA Al Quaeda, in héél Pakistan, om er verwarring en absolute onrust te zaaien…

Een paar minuten nadat de heel familie van zijn twee slachtoffers had getekend, wandelde aperte moordenaar Raymond Davis vrij naar buiten. Aafia zit in de vergeetput.

Het is onwerkelijk, dat ik hier nu dit verhaal schrijf. Het is als een spannende, maar niet-werkelijke film. Toch is het waar: ik schrijf Aafia regelmatig een brief, naar een van de ergste gevangenissen in de States. Ik weet niet als ze bij haar terecht komen, als ze mijn brieven leest. Maar ik weet één ding: dit mag niet. Als we zo’n dingen laten passeren, hebben we géén moraal, geen geweten, en gaan we akkoord met deze ergste misdaad. 

8 april 2011: Internationale actiedag voor de bevrijding van Dr Aafia Siddiqui

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!