Het mankement.

zondag 5 juli 2020 20:03
Spread the love

Dag Mijnheer Filip

Dat was mij daar een heel schoon geste wat gij deed in die brief naar die Minister van Congo. Waarlijk, ik kreeg er tranen van in mijn ogen. Hoe gij zo vol respect en medeleven kunt schrijven, awel, dat ziet ge niet veel meer den dag van vandaag.

Het is dan ook geen wonder dat gij hiermee vriend en vijand hebt verrast. Te meer omdat uw brief zo buiten enig tijdsbesef lijkt te zijn opgesteld.

En hoewel ik persoonlijk vind dat een monarchie vandaag de dag op zijn zachtst gezegd ook een anachronisme is, doe ik toch mijn hoedje af voor wat gij, wars van de huidige tendensen en de vele vuilspuiterijen ten aanzien van de donkerder gekleurde medemensen, de afgelopen week hebt gedaan. Chapeau! Het lijkt wel een nieuw baken van verantwoordelijkheidszin. Een morele mijlpaal waar menig zelfverklaard utopist langs beide zijden van het politieke spectrum en iedereen daar tussenin, nog iets van leren kan.

Het is juist. Hoe den Belg zich in het verre Congo heeft misdragen is bijna te gruwelijk voor woorden. We mogen daar niet, wat zeg ik, nooit aan voorbijgaan. We moeten blijven trachten er woorden voor te vinden en die ter lering doorgeven aan onze toekomstige generaties. Schop de mensen tot ze een geweten hebben, zo leerde mijn meester me.

Tegelijk moest ik denken aan mijn nonkel Georges, de broer van mijn ma, die in het tumultueuze jaar negentienhonderdzestig hals over kop terugkwam uit het hart van dat zwarte continent. Gebroken en verloren. Hij heeft – naar eigen zeggen – alles moeten achterlaten wat hem lief was en is daar, tussen ons gezegd eigenlijk nooit meer overheen gekomen.

Omdat hij hier ten velde ook niets had behalve de kleren aan zijn lijf, is hij dan maar bij ons thuis ingetrokken. Op gezette tijden slofte hij van de voorplaats naar de keuken en dan weer terug, alwaar hij in de zetel sliep en wanneer hij er niet lag te slapen er tegen de sterren aan het pijpen was. En hoewel de voorplaats voor zijn komst ook al verboden terrein was voor ons – kinderen – werd dat met de komst van nonkel Georges nog maar eens benadrukt.

Dat weerhield mij er niet van geregeld naar binnen te sluipen. Ge weet wel hoe dat gaat. Bovendien had nonkel Georges op een gegeven moment een stapel stripverhalen van de Rode Ridder binnengebracht waaraan ik al gauw verslingerd raakte. Dat nonkel Georges het moeilijk had met de situatie, was verder niet enkel te merken aan het woelen en het kreunen tijdens zijn slaap, maar ook aan zijn gesteun en zijn weeklagen wanneer hij zijn pijp aan het roken was of bij gelijk wat hij maar ondernam en waarbij zijn mond moest worden geopend. En hoewel ik toen veel te jong was om ook maar iets te begrijpen van dat alles, geloof ik echt dat het te maken had met een soort van gemis. Het mankement, zoals we dat hier zeggen.

Wat hij juist miste, daar had ik het raden naar, maar het had vast iets te maken met de blote borsten van de vrouwen ginder in de Congo. Want tussen al die Rode Ridder-strips vond ik geregeld ook van die blote borsten boekjes. Ge zult begrijpen, meneer Filip, dat ik daar als jonge pagadder toch ook wat ondersteboven door raakte. Al begreep ik er de ballen van en hield ik meer van de zacht suggestieve erotiek van Willy Vandersteen. De naaktheid zelf was voor mij toen nog niet zo beladen of interessant, vermoed ik. Dat is pas later gekomen, toen ik onder andere die beelden op teevee zag verschijnen van in het rond springende Afrikaanse vrouwen en bij het op en neer gaan van hun blote borsten. Ja, dat moet het geweest zijn. Die beweging.

Hoe wij als blanke usurpator ook onze vleselijke lusten op die inboorlingen hebben botgevierd. En dat wij uit jaloerse weerwraak dan maar al die handjes zijn gaan afhakken omdat ze dreigden de vruchten aan te raken die wij ons – behoorlijk onrechtmatig overigens – toe-eigenden.

Het is fijn dat gij dat erkent en ermee in het reine wenst te komen. Maar hoe zoudt ge zelf geweest zijn, meneer Filip, bij het aanschouwen van zoveel naaktheid en al dat trillend en ogenschijnlijk welwillend vlees? Enfin, ieder zijn smaak natuurlijk, maar het feit dat het daar allemaal maar voor het rapen viel, dat moet toch ongetwijfeld de verbeelding hebben geprikkeld, zo denk ik dan. De potentie in overvloed! En hoe wij dat dan met een schamel lapje aan beschavingskoorts hebben trachten te bedekken.

In de met dikke gordijnen verduisterde voorplaats heeft nonkel Georges het overigens ook niet lang meer uitgehouden. Ik schat nog een jaar of vier. Hij werd magerder en magerder. Rookte meer pijp dan goed was en begon ten langen leste ook te rochelen en te hoesten totdat hij er helemaal aan ten onder ging.
’t Is de slechte lucht hier en dat verdomde weer,” zo vergoelijkte hij zijn barre gezondheid en zijn nog desastreuzere handelingen, wanneer hij vol weemoed herinneringen opdiste over zijn tijd in den Congo en haar ongerepte natuurlijke schoonheden (wist ik veel wat hij daar echt mee bedoelde) maar hiermee ontegensprekelijk het zalige weer van ginder tot bij ons naar binnen bracht.

Wat hij daar echt uitspookte, ik bedoel welk beroep hij daar uitoefende, daar ben ik echter nooit achter gekomen. En ondertussen zijn mijn ouders er ook al lang niet meer om te verklaren hoe de vork nu juist in de steel zat. Ik denk dan gauw dat het gelijk als met alles is met die oudere generatie, die kunnen zwijgen als een graf.

Ik weet alleen dat hij geen pastoor was, want dat was zijn broer. Nonkel Pater, zoals wij hem toepasselijk noemden. Maar hem verging het al even slecht. Hoewel die nooit tot in de Congo is geraakt, is die wel ooit gaan wandelen in de Pyreneeën om dan nooit meer terug te komen. Hij werd zoveel jaren later dan maar gemakshalve dood verklaard. En nu ik dat hier zo neerschrijf valt mij op hoe nauw of gelijklopend onze persoonlijke geschiedenissen zijn, want hebt gij daar ook geen nonkel of zoiets gehad die verongelukte in de bergen?

Enfin, het zegt veel over de tijd waarin we zijn opgegroeid, denk ik dan. De dingen overkomen ons en eigenlijk hebben we maar weinig invloed op hoe de wereld rondom ons draait. Het was overigens pas toen ikzelf negerinnentetten leerde kennen dat ik kon begrijpen hoe verzot nonkel Georges er aan geweest kon zijn. Die heerlijke met opgeklopt eiwit en suiker gevulde chocoladebollen op een krokant koekje. Stevig en bijtgraag van buiten, zeemzoet en mals van binnen. Je bleef er aan zuigen als was je nog een boreling. Ik kan ze hier nu kopen bij de bakker aan 1,20 € ’t stuk. Niet goedkoop, maar zelfgemaakt en smakelijker dan dat heb ik ze nog nooit gegeten.

Het probleem is dat we die dingen nu ook niet meer mogen noemen zoals we dat vroeger deden en dat is toch wel een beetje jammer. Zeker wanneer ik bedenk dat nonkel Georges er zo van hield. Het is alsof de taal samen met hem zal verdwijnen. En met hem ook zijn herinneringen en zijn verhalen. Maar als dat nodig is om vooruit te kunnen en voor de goede vrede of gewoon uit respect voor de andere, wel laten we dat dan maar snel doen, denk ik. Al bestaat er voor vanalles nog geen geschikt alternatief woord.

Vriendelijke en eerbiedwaardige groet

 

 

Creative Commons

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!