Het lokaal beleid en interculturele competentie
Interculturaliteit, Beleid, Arbeidsmarktbeleid, Gemeenteraad Oostende, Groen! Oostende, Nweke, Collins Nweke -

Het lokaal beleid en interculturele competentie

dinsdag 20 september 2011 20:14

Het was met een gemengd gevoel dat ik gisteren de studie las waaruit blijkt dat Vlaaderen één van de meest geglobaliseerde regio’s ter wereld is. Mijn eerste gevoel was die van trots: ik woon in een geglobaliseerde Belgische regio. Schrik! Wat met het omgaan met die globalisatie, vroeg ik mij vervolgens af.  Globalisering impliceert een toename van (culturele) diversiteit op alle maatschappelijke domeinen. Het houdt veel positieve kanten in. De negatieve kant is dat een toename van diversiteit ook uitdagingen meebrengt. Interculturaliteit is misschien redelijk jong in Vlaanderen maar besteden wij op lokaal niveau voldoende aandacht in de  ontwikkeling van de nodige competenties om goed te kunnen omgaan met interculturaliteit?  

Het Centrum voor Intercultureel Management en Internationale Communicatie weet ons te vertellen dat “die verhoogde aandacht voor diversiteit en interculturaliteit in vele sectoren zich nog onvoldoende uit in de nodige professionele competenties om met die multiculturele realiteit aan de slag te gaan” Ik weet uit eerste hand dat deze stelling volledig klopt, zeker in Oostende!

Na het bijwonen van het Teejfestival van de Nepalese gemeenschap in Oostende, heb ik veel nagedacht hoever wij als lokaal beleid staan met intercultureel management. De Nepalezen verenigen zich onder de naam Nepali Samudaya. Die organisatie wil Oostendenaars en Nepalezen samenbrengen en wil een dialoog creëren. Ze vieren jaarlijks het Teejfestival, dag van de Nepalese vrouw. Daarnaast organiseren ze uitstappen en andere activiteiten voor jong en oud, Belgen en niet-Belgen. Nepali Samudaya en andere organisaties van de etnisch-culturele minderheden zijn zelfhulpgroepen. Ze betekenen ook een nieuwe, zo niet verrijkend, product in de Vlaamse cultuurmarkt. Daar moeten wij voor open staan als de dominante cultuur.  

Alles verloopt niet altijd vlekkeloos. In een probleembeschrijving in de Oostendse wijk in ontwikkeling, ‘de Interbellumwijk’ lezen wij het volgende  “wat voor sommigen het mooie is aan andere culturen, resulteert voor anderen vaak in overlast”  Daarvoor dient het lokaal beleid hun nut te bewijzen in interculturele management, niet door de politie met combi’s te sturen maar wel door een intercultureel bemiddelaar, straathoekwerker of wijkagent te voet of met de fiets op  pad te sturen. Zij stimureren dialoog en wederzijds respect. Ze sporen tijdig de problemen op en lossen ze met passend menselijke interventies.

Als ervaringsdeskundige en vertegenwoordiger van een belangenorganisatie van de etnisch-culturele minderheden ten opzichte van het stadsbestuur, werkte ik vijf jaar geleden een driepuntenvoorstel uit. Het ging over de hoge werkloosheid (tot 43%) bij de etnisch-culturele minderheden, over de minderhedenadviesraad en over behoeftenanalyse bij de doelgroep. Ik ben er mij van bewust dat het leven veel ruimer  is dan die drie domeinen maar deze zijn precies de grootste pijnpunten die ik in die  vijf jaar in Oostende als een centrumstad ervaar.

Hoge werkloosheid bij de Etnisch-Culturele Minderheden (ECM) Er werd binnen de dienst Sociale Zaken (thans dienst Samenleven genoemd) van Stad Oostende in 2004 gestart met een diversiteitsplan. Het plan moest, naast aandacht voor andere minderheidsgroepen (holebi, oudere werkzoekenden, vrouwen…) de werkkansen van de ECM bevorderen. Na 2 jaar werking had men niet aan de rand van deze doelstelling geraakt. Wij zagen ook geen concrete plannen om dit te doen. Als doelgroepvertegenwoordiger stelde ik dan ook voor aan het stadsbestuur om:

  • een grondige evaluatie van het stadsbeleid betreffende de hoge werkloosheid bij allochtonen uit te voeren,
  • te werken aan een doeltreffend diversiteitbeleid dat tot de verhoging van de tewerkstellingskansen van de ECM zal leiden,
  • een allochtonenwerkplan (naar analogie van het Jongerenwerkplan) te realiseren, met het Sociaal Huis als voortrekker, gezien de aanzienlijk grote oververtegenwoordiging van de doelgroep in het leeflonersbestand.
  • het stadsbestuur, als grootste werkgever in Oostende, een voorbeeldfunctie te laten vervullen door meer allochtonen in dienst te nemen.

Minderhedenadviesraad Oostende (MARO) De MARO heeft de voorbije jaren goed gepresteerd bij het sensibiliseren rond multiculturariteit van de Oostendse bevolking. Andere doelgerichte projecten, o.a. fietsles voor allochtonenvrouwen zijn goede zaken. Maar de MARO moet meer betekenen dan multiculturele fuiven en fietslessen. De situatie wat het minderhedenbeleid betreft, was zo dat, vijf jaar geleden, de stad Oostende zichzelf adviseerde! De integratieambtenaar was tevens voorzitster van de adviesraad; zij was ook de verslaggeefster van alle vergaderingen. Kritische stemen werden op verschillende subtiele manieren geintimideerd; onvolledige verslagen van de MARO-vergaderingen werden immers uitgegeven. Kortom, de MARO bestond wél op naam maar er ontbrakt de vereiste structuur om onafhankelijk te kunnen werken. Het voorstel was:

  • een vergelijkende studie te maken  over de werking van de MARO en andere adviesorganen van stad Oostende tegen eind 2007.
  • een grondige herstructurering en verzelfstandiging van de MARO door te voeren tegen eind 2008.

Behoeftenanalyse De situatie waar reactief wordt ingespeeld op de problemen van de doelgroep moet plaats maken voor een proactief minderhedenbeleid. Dit vereist een onderzoek naar de leefomstandigheden en verwachtingen van de etnisch-culturele minderheden. Het laatste onderzoek vanuit stad Oostende was in 1997. Behalve een paar losstaande bevragingen, baseert men nog steeds het minderhedenbeleid op een verouderd onderzoek. In mijn ogen was het onontbeerlijk een grootschalige en professionele bevraging van alle ECM in Oostende over hun leefomstandigheden en verwachtingen uit te voeren.

Waar staan wij vandaag met interculturele management in Oostende? De MARO is herstructureerd, gelukkig maar! De doelgroep wordt assertiever in haar culturele uiting, dankzij een goed administratief ondersteuningsaanbod aangemoedigd door stad. Een minder goede herstructurering is de wijziging in het toekennen van de werkingssubsidie aan allochtone zelforganisaties. Nu moet werkingsubsidie aangevraagd worden bij de dienst Cultuur in plaats van, zoals vroeger, bij de Integratiedienst. Dit dreigt de activiteiten van de verenigingen te beperken tot puur cultuur en ander meer alternatieve culturele expressies en zeker een sociale inzet sterk te beknotten. Daarbij komt dat het bedrag van subsidie dat men bij de dienst Cultuur kan bekomen voor sommige organisaties bedroevend laag uitvalt. Dit is geen opbouwend interculturele beleidswerk.

Nog een goede zaak is het feit dat door selectief te werk te gaan met projecten, houdt de integratiedienst zich bezig met coördinatie en beleidswerk. Er is ook een zelfstandig bestuur van de Minderhedenadviesraad. De integratieambtenaar is geen voorzitter meer van de adviesraad maar ondersteunt amtshalve de werking van de raad. Met de nodige bijsturing kan men nu zeggen dat na 14 jaar, de trein eindelijk vertrokken is richting echt intercultureel management. De trein moet wel enkele tussenstopjes doen.

Ten eerste, het blijft een serieus probleem dat het minderhedenbeleid in Oostende steeds gebaseerd is op een verouderd onderzoek. Dit moet veranderd worden, anders blijven we verkeerd bezig. Een grootschalig en professioneel onderzoek naar de noden en behoeften van de doelgroep wordt nu dringend.

Ten tweede, een moderne stad met oog voor interculturele management moet er rekening mee houden dat voor de zelforganisaties ‘cultuur’ mogelijks meer of anders is dan de criteria die de dienst Cultuur hanteert voor de toekenning van subsidie. Men dient ook rekening te houden met de sociale dimensie en inzet van de allochtone organisaties. Werkingssubsidie, na bewijs van degelijke werking, is voor hen veel toegankelijker dan projectsubsidie. Er mag gebouwd worden aan een goed vertrouwensrelatie tussen de dienst Cultuur en de zelforganisaties.

Het beleid moet durven zichzelf de vraag stellen:” Waarom is de werkloosheid van niet-Belgen, temeer die van de niet-Europese allochtonen zo groot?” Hierover durven wij niet te speculeren. Een professioneel onderzoek zal dit wel uitwijzen, want een situatie grondig bestuderen, draagt bij tot het verhogen van competentie.

Ten slote is er pas sprake van een resultaatgericht intercultureel management als de nodige competenties zijn verworven. Aan wie anders dan de lokale overheid om dit alles te coördineren?

Collins NWEKE | raadslid OCMW-Oostende
 

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!