Het inkomen van de boer II

Het inkomen van de boer II

vrijdag 23 september 2011 23:52

op het vorige deel kreeg ik de reactie dat hier ook al feedlots zijn. Het is inderdaad zo dat er nog weinig varkens zijn die gewoon eigendom zijn van de boer die ze kweekt. Om diverse redenen kweken de boeren op contract. Meelfabricanten, groothandelaren…(algemene naam: integratoren), hebben, verspreid over het land, massa’s dieren. Als je wilt, verspreide feedlots. Toch zijn er verschillen.

– Amerikaanse feedlots werken met personeel en hopelijk hebben deze mensen een fatsoenlijk statuut, in Vlaanderen is het personeel een zelfstandige boer die alle bedrijfsrisico’s mag dragen. Een soort schijnzelfstandigheid die door de mazen van de wet glipt.

– De Amerikaanse feedlots treden naar buiten met een afgewerkt product, met een merknaam. Blijkbaar vinden zij hun grootschaligheid een verkoopsargument van degelijkheid. Ze kunnen alleen maar zo groot worden omdat ze zo goed zijn is blijkbaar een onderliggende gedachte. De Vlaamse verspreide feedlots hebben geen merk, ze hebben er totaal geen voordeel aan om promotie te voeren. Ze opereren totaal onzichtbaar in de voedselketen.

Je hoort mij niet zeggen dat het allemaal goed is of slecht is. Je kunt zeggen dat de integrator profiiteert van de kleine boer, maar anderzijds geeft de integrator die boer wel de kans om zijn (misschien nog niet eens afbetaalde) stallen te benutten. Zonder deze contracten wachtte er waarschijnlijk een faillisement. Vermits niemand zulke stallen koopt zijn ze waardeloos. Vermits de meeste boeren nog steeds onder eiegen naam werken zou het familiekapitaal mee verkocht worden om de put te dempen. Het is dus niet zwart wit, maar ik blijf het een triest verhaal vinden.

De echte Vlaamse feedlots

Ik weet niet van wie en hoe het kapitaal samengebracht wordt, maar de enkele lange stallen achter een woonhuis verdwijnen in het niets bij wat er sinds enkele jaren op sommige plaatsen uit de grond kruipt. De omvang is fabrieksmatig, massaal. Het heeft alles waar ik niet voor sta en toch moet ik zeggen dat het knap gezien is. Er zit een zekere consequentie in.

-Gewone stallen stinken. Van deze mastodonten ruik je nauwelijks waar ze voor dienen. De lucht wordt gewassen. geurstoffen en ammoniakdampen (broeikasgassen) worden verwijderd vooraleer de lucht naar buiten mag.

-Gewone stallen hebben mestoverschotten. De fabrieken verwerken de mest tot groene stroom. Het restproduct is een stabiel gegeerd product in binnen- en buitenland.

-Gewone stallen zijn in verhouding tot de afnemers nog altijd maar klein. Varkensfabrieken staan evenwichtiger ten opzichte van de groothandel en kunnen een betere prijs bedingen of hebben een lagere kostprijs. Sommigen dromen er openlijk van om een eigen slachthuis en eigen uitbeenderij te hebben. Dan krijg je dus een enorme fabriek waar aan de ene kant voeder binnen gaat en aan de andere kant komen er koteletten uit.

Ik vind het een vreselijk idee om dieren als levende vleesfabrieken te zien, maar op deze manier komt de productie wel op gelijke hoogte van de groothandel en distributie. Op die manier wordt sterk gevisualiseerd wat het eindresultaat van grootschaligheid is. Waarschijnlijk zal de consument aanhalen dat hij het niet geweten heeft.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!