Het Grote Dourverslag!
Festival, Dour Festival, Dour -

Het Grote Dourverslag!

woensdag 21 juli 2010 18:25

Dour staat niet toevallig bekend als het zwaarste (en soms warmste) festival in België. Ook dit jaar werd het een uitputtingsslag, met veel, heel veel optredens van s’middags tot s’morgens vroeg, zon, een epische onweersbui op woensdag, maar helaas met de middenmoot als rode draad.

Het is achteraf altijd opzoeken geblazen wàt je nu precies allemaal hebt gezien. Veel zapwerk hoort er altijd bij op Dour, dat in de eerste plaats een festival blijft om dingen te ontdekken. Toch poogde de organisatie dit jaar met één grote headliner een nieuwe stap te zetten. Dat mislukte behoorlijk. In het verleden is Dour wel eens het festival geweest waarop fantastische revelaties naar voor kwamen (denk maar aan Explosions in the Sky in 2004), maar vandaag is het programma minder daarop gericht, en zien we vooral dansbare namen, lokale pop-rock bandjes en dus die paar ‘grotere namen’. Gelukkig blijft de hip hop programmatie van dj Lefto nog stevig rechtop staan, en dat zal in dit verslag nog duidelijk worden.

Met 125000 bezoekers over vier dagen was het dus wat minder deze keer, en de prijs van 110 euro (ter vergelijking: het huidige formaat van festival met een vergelijkbaar budget kostte in 2004 slechts 70 euro) zal vermoedelijk de hoofdfactor zijn. De organisatoren krabben zich aan het hoofd en zoeken excuses in een poging het alternatieve imago van Dour in stand te houden. Niettemin valt het verschil tussen Dour en andere grote Belgische festivals steeds verder te zoeken.

Dag 1 begon zeer stevig met Kapitan Korsakov, dat spijtig genoeg veel te luid en slecht gemixt speelde. Mintzkov is één van die bands die niet op Dour zouden mogen staan, wegens irrelevant voor een ‘European Alternative Music Event for Music Lovers’. Iets dat dan weer wél altijd bij Dour past: New York Ska-Jazz Ensemble. Nouja, de naam zegt het zelf al, maar ook de dwarsfluit op het einde van het optreden zorgde voor een persoonlijke touch.
Meteen nadien begon de carrousel van -al dan niet plaatselijke- van oorsprong Franstalige synthpop-rock bandjes. Allemaal in het kielzog van en inferieur aan Ghinzu, die de laatste dag zou headlinen. Piano Club was de eerste die door de mand viel.
Neen, dan toch liever het stevige werk van Baroness. Met veel echo’s van het geniale Mastodon, maar helaas spelend met waardeloze drumpartijen, werd dit een kleine teleurstelling.
Na een ommetje bij de redelijk goed klinkende Wax Tailor, ging het richting mainstage. The Maccabees geven een eigen invulling aan gitaarpop, met enkele ska-invloeden. Het aangename optreden werd echter gefnuikt door het helse circus dat ‘The Fountain of Happiness’ heet. Voor wie al op Werchter was: de Coca-Cola stand, dus. Daarover later nog meer.
Meteen nadien viel al meteen de muzikale climax van Dour: Faith No More. Over het optreden kunnen we kort zijn: geniaal, maar niet thuis horend op dit festival. Het geluid was al de hele vier dagen erbarmelijk op het hoofdpodium, maar de wei en het podium zélf waren gewoon veel te klein voor een band van dat kaliber. En toch stond het niet vol, wat het nog wat extra pijnlijk maakte. Voor de fans en Patton was er echter niks aan de hand: covers van ‘Boom Bom Pow en ‘Ben’ (jawel, respectievelijk Black Eyed Peas en Michael Jackson), de aanranding van een reuzeballon, brandhout maken van een bakvis, een kind aan het wenen brengen en ten slotte een spot kapotslaan, het is niet meer dan normaal. Ook op Pukkelpop vorig jaar wisselden apocalyptische taferelen zich af met genialiteit, maar dan in veel betere omstandigheden, ook al was het optreden ginder dan weer te kort. Inderdaad, de sets van Dour en Pukkelpop hadden gewisseld mogen worden. Uiteindelijk draait het allemaal rond Patton, en hij blijft een held die op dezelfde hoogte mag staan als pakweg Thom Yorke. Een man met een missie, die doet wat veel mensen uit het publiek denken (bijvoorbeeld bij de VIP’s op Pukkelpop), een idealist, iemand met een fantastische smaak en een zeer groot hart. Hij had toch wat meer mogen halen uit zijn carrière, maar wie weet krijgen we binnenkort alweer een opwindend project voorgeschoteld.
Na deze gemengde gevoelens, kon Moderat wat soelaas brengen. Kijk, dàt is nou eens intelligente elektronica. Een heuse verademing in vergelijking met de stevig oprukkende, maar volledig gratuite en hersenloze beats en synths van onder meer The Subs.
Simian Mobile Disco zit ergens tussen die twee uiteinden en de twee componenten ervan wilden de schijn hoog houden dat het om een ‘live’ set ging, door al hun materieel richting publiek te plaatsen (waar dus met hun rug naartoe stonden). Maar ook dat maakte niet bijster veel indruk.
Vervolgens was het de beurt aan Drum Corps. De queeste naar extreme muziek met een gigantische hoek eraf zal nooit gestopt worden, maar dit duo liet de twijfel toch even toeslaan. Evenwel net iets stiller dan My Bloody Valentine, hoorden we (nouja, ‘voelden we’ is een betere omschrijving) niks meer en niks minder dan breakcore met daarbovenop harcore metalgitaren (uitgevoerd door een blanke dubbelganger van Bob Marley) en sporadische hardcore punkzang… Hier hoeft geen tekening bij gemaakt te worden. Er zijn grenzen, en Drum Corps overschrijdt die moeiteloos.
Na dit belachelijke schouwspel was het goed om te ‘chillen’ bij The Count & SidenSchlaftshofbronx (of iets in die richting) en Hermanos Inglesos. Drie inwisselbare dj-sets waarbij die laatste nu nog steeds niet degelijk kunnen mixen.

Dag 2 begon ook niet spectaculair, met de irritante Los Campesinos! op de mainstage.
Serena Maneesh was dan een betere optie, maar ook daar stond het geluid veel te hard. Op Dour wordt er namelijk als volgt geredeneerd: gezien de PA niet windvast is en dateert van de vorige eeuw, zetten we het best luid genoeg om erger te voorkomen. Vroeger kon je dat aanvaarden, want het festival was goedkoop en daarbij hoort nu éénmaal wat amateurisme. Nu zou er toch iets aan gedaan mogen worden.
De nietszeggende, veel te luchtige gitaarpop van The Futureheads op The Last Arena (de mainstage dus) werd van extra bassen voorzien door de goede mensen van Coca-Cola, waarna het tijd was voor The Hypnotic Brass Ensemble, oftwel één van de liefst drie verschillende Dournamen die met niemand minder dan Gorillaz op tournee gaan. Zij bewezen goed waarom, maar een beter alternatief blijft Youngblood Brass Band, die misschien wat te duur uitviel voor Damon Albarn.
Op de Red Frequency Stage volgde het trieste dieptepunt van deze festivalzomer: Dog Eat Dog. Aanvankelijk was dit een afwisseling van hilariteit met nostalgie, waarbij met name de zanger goed weet wat z’n plaats is en dit duidelijk nog enigszins voor het plezier doet. Maar toen liep het mis: bij het voorlaatste nummer mochten de ‘cowgirls’ van de Joe Piler Saloon (de stand van een biermerk), die al het hele optreden irritant stonden te wezen aan de zijkant van het podium, wat reclame maken voor hun (tijdelijke) werkgever. De hele band deed mee, terwijl rode hoeden in het publiek gegooid werden. “Joepileer, olee oleee”, klonk het. “Mannen weten waarom” was misschien nog net iets te moeilijk om uit te spreken. De plicht riep, en dus werd er overgegaan tot het gooien van afval richting podium (waarbij moet gezegd worden dat de security zeer correct bleef, ook tijdens de rest van het festival). Het overige publiek stond er wat apathisch naar te kijken.
De tegenpool van dezepathetische bedoening was te vinden in de Club Circuit Marquee, die slechts met een paar honderd mensen en een vuvuzela gevuld was: The Black Heart Procession. Geniale, dieptrieste muziek die al op plaat erg goed klinkt, maar zich op deze Dour tot de grootste ontdekking en ook wel tot runner-up inzake optredens ontpopte.
Dan werd het tijd voor chAos (de A staat voor anarchy, uiteraard). Atari Teenage Riot is terug! En hoe! Muziek spelen kunnen ze nog steeds niet, maar de creatie van slamdancing in het publiek en overbrengen van een nihilistische boodschap alleszins wel. De bindteksten waren iets politieker getint en het moet gezegd, van dit soort anarchisten mogen er gerust meer rondlopen.
De bronzen medaille van Dour 2010 gaat naar Chris Cunningam. Zijn set was een amalgaam van breakcore en elektronische geluidjes waar geen hoogte van te krijgen viel, samen met een strak geregisseerd visueel spektakel (logisch, want hij is zelf in de eerste plaats regisseur). Mensen die op het ogenblik van dit optreden aan de hallucinogene drugs zaten, waren eraan voor de moeite. De meest groteske, nachtmerrie-opwekkende en mindfuckende beelden passeerden de revue, terwijl ook alles wat uit de speakers kwam even onvoorspelbaar klonk. Briljant.
Techno is dood, en dat werd bewezen door de sets die op zaterdagavond in de Club Circuit Marquee te horen waren: ook Carl Craig en Dave Clarke plegen vadermoord, als het ware. A-Trak was dan weer populistischer ingesteld, maar bracht wel vakwerk. Daarmee werd een zware en bewogen dag afgesloten.

Dag 3 bleek uiteindelijk de minste te zijn, ook al was er op papier heel wat lekkers te beschouwen. Op vlak van hip hop zat het evenwel strak: Pablo Andres begon op een onmogelijk uur en kreeg moeiteloos de bosjes mensen in de CCM mee (ook Lefto stond goedkeurend mee te knikken). Sociaal geëngageerde rap, gratis te verkrijgen on the interwebs. Opzoeken, die handel. Per ongeluk ook een stukje vanThe Mahones meegepikt, een foute versie van Dropkick Murphy’s. Dubbelfout, met andere woorden.
Opnieuw een synthpop-rockbandje dat in de poel van Ghinzu tracht te zwemmen: de Brusselse Vismets. Een stevige portie arrogantie, veel ambitie, maar verder niks speciaals.
De volgende van de Gorillaz-reeks: Little Dragon. Zeer goede zangeres, maar een veel te stijve band. Albarn zal evenwel ook voor een stuk op de looks zijn afgegaan. De nieuwe Björk is ze qua stem immers zeker niet.
Mayer Hawthorne en zijn bandje bestaan dan wel voor 80% uit bleekscheten, de Motown sound brengen ze feilloos over. Het klinkt allemaal vrij ouderwets en weinig origineel, maar het is wel van hoog niveau.
Os Mutantes is iets Portugees, maar wélk genre precies, was niet meteen duidelijk. Tijd om dit te achterhalen was er niet, want Black Mountain stond te wachten. Nog steeds weinig bekend, ondanks enkele zeer sterke nummers die zelfs radiohitjes zijn geworden. Perfect optreden in de ‘kleine tent op de prerie’, maar opnieuw weinig navolging vanuit het publiek. Exact hetzelfde scenario voor Spoon: als adepten van Wilco en andere geniale bands (Radiohead, om maar iets te zeggen), heeft deze band simpelweg géén slechte nummers. Maar net als Black Mountain missen ze wat publiciteit. Eén en ander zal wel liggen aan de mix van genres, waardoor het geluid van deze groepen minder herkenbaar is.
Zoals gezegd waren er op deze Dour drie rode draden in de programmatie: irrelevante bands, synthpopbands uit de Franstalige wereld en Gorillaz-bands. Tot die eerste groep behoorde ook Das Pop, dat voor een opvallend lege tent speelde.
De La Soul mét liveband; dat biedt een enorme meerwaarde. Bijvoorbeeld op een Pukkelpoppodium, want op Dour kwam het nooit goed met het geluid. Eén van de mc’s was enkel te horen door de monitors. Desondanks werd het een mooi feestje. Meteen nadien werd in de Club Circuit Marquee in de hip hopsfeer gebleven, want Pete Rock was nog eens in het land samen met CL Smooth (volgens hem ging het evenwel om ‘Brussels’, wat niet onlogisch is). Weinig ritme, maar wel sterke midschool hip hop zoals het hoort.
Benga (of was het nu Skream) staat altijd voor de betere Dubstep, een aantrekkelijke niche, die evenwel even lang zal meegaan als genres die vier jaar geleden nog groot waren op festivals als Dour. Breakcore, bijvoorbeeld. Stond daar in deze editie überhaupt iets van geprogrammeerd?
Neen, dan toch liever Lefto himself (samen met Sinbad): een perfecte hip hop set tot diep in de nacht. Meer moest dat niet worden, hoewel het toch een érg late nacht werd.

Dag 4 had vaak iets weg van dat ‘dagje te veel’: een tam publiek bij het hoofdpodium en bandsdie er zélf niet veel zin meer leken in te hebben. Het was ook de dag waarop definitief duidelijk werd dat Dour het rijk der mainstreamfestivals is binnengetreden. Weliswaar niet op vlak van programmatie, maar wel op vlak van de citroenpers dat het hele gebeuren geworden is. Jongeren op Dour hebben al vaak geen groot budget, en de sponsorstands, bier -en etensprijzen, alsook het gebrek aan drinkbaar water op het terrein roepen enorme vragen op.
Rond de mainstage waren liefst vier sponsorstands inclusief geluidsinstallatie: de eerder genoemde Joe Piler en Coca Cola-stands, en daarnaast ook Red Bull en Proximus Go For Music. Allen werkten ze met op overdreven seksistische wijze uitgedoste jobstudentes die onder contract staan voor ‘promowerk’, maar in wezen gewoon betaald worden om, euh, tja, de slet uit te hangen. Dan zeggen alle eikels op het festival in koor: “hé, bloete waiven die danseeeuh! Laten we daarheen gaan!”. Dat dit tussen optredens door gebeurt is al behoorlijk érg, maar tijdens de shows? Neen, zo’n wantoestanden zag ik in de verste verte niet op Werchter of Pukkelpop. Een enorme fout van de organisatie en schaamteloze sponsors. Wraakroepend en eigenlijk goed voor een duidelijke statement, maar zoals gezegd was het publiek compleet onverschillig. Het ergste is dat dit 10 jaar geleden nooit gelukt zou zijn. Stof om over na te denken.
De muziek dan maar: Melissa auf der Maur, ook bekend van The Smashing Pumpkins, bracht niet veel speciaals. Okee, dat is een makkelijke uitleg, maar veel woorden hoeven er niet aan vuil gemaakt te worden: goeie rockshow, niks meer.
Tinariwen is al van een andere orde. Dit soort muziek biedt een schat aan informatie voor muziekantropologen (als die al bestaan, natuurlijk). Deze desert blues is één van de voornaamste fundamenten van de hedendaagse pop -en rockmuziek. Het klonk evenwel ééntonig, maar ook heel erg mooi. Ontspannen sfeer ook, maar ook hier gooide de Cola-stand roet in het eten.
Dat was -weeral- niet anders bij The Raveonettes. De Denen kregen enkele jaren geleden te maken met een diefstal van al hun instrumenten en verloren misschien daardoor wat van hun oorspronkelijke geluid. Toch was het een goed optreden… tot ook hier de Cola-stand één en ander wist te verneuken. Tijd om eens te gaan praten met whoever’s in charge. De security ter plekke was heel correct en wist mij door te verwijzen naar een gast die eruit zag als een beginnende pooier. Die vertelde mij dat de stand maar 5 minuten meer zou openblijven. Vermits het al de laatste dag was, besefte ik dat ik deze consequente lijn gewoon al bij de eerste verstoring had moeten toepassen. Maar het was vast toch een verloren strijd geweest.
De tweede grote ontdekking van het weekend: Medine + Collectif Din Records! Been -en beenharde Franse rap recht uit de banlieues met als enige doel een vuist in het gezicht van Sarkozy te planten. Geen gelul door elkaar, geen onnodige pauzes om wat te dollen met het publiek. Nope, dit was een collectief met een missie. Chapeau!
Veruit de populairste naam van deze Dour was Ghinzu, die als baas-boven-baas van alle franstalige synthpoprockbandjes (denk ook aan Girls in Hawaii of Montevideo, die deze keer niet aanwezig waren) een thuiswedstrijd speelde. Internationaal bezig aan de grootste Belgische doorbraak sinds dEUS, valt het live ook wel te snappen waarom er zoveel te doen is rond Ghinzu. Sterke band.
Devendra Banhart was één van de meest getalenteerde artiesten op deze Dour. De set was festival-gericht. Dit betekent: weinig dromerige en aanstellerige passages, veel soul -en Lou Reed-invloeden. Een straf optreden, met andere woorden. Ook hier: opvallend weinig volk in de Club Circuit Marquee, in tegenstelling tot de optredens van bands met radiohits (ook hier slaan Pure FM en StuBru onverbiddelijk toe) en alles waar hersenloos op te dansen valt. De toekomst lijkt inderdaad behoorlijk zwart, want dit is nu éénmaal de weg die is ingeslagen.
Na een enorm vermoeiend festival was Calvin Harris als afsluiter geen slechte keuze: enorm veel hits, een live band (weliswaar zonder meerwaarde) en een ‘verhoogd treintje’ in het publiek. Mooi feestje, dus. Maar dan was het genoeg: van veel confort is er op Dour al geen sprake, en de ambitie om bij de twee publieken te horen die het festival telt (het dagpubliek en het nachtpubliek) eist toch wel z’n tol.

De conclusie is dus dat Dour geen échte hoogtepunten had, maar dat er net zoals bij Pukkelpop nog steeds veel ontdekt kan worden. Wat we dit jaar kregen was echter te weinig, zowel voor de prijs als voor de reputatie van het festival. En dat staat nog los van de wantoestanden die eerder werden beschreven.

Tot slot -en voor de duidelijkheid en volledigheid in deze wirwar van concertverslagen- de top 10 van Dour Festival 2010:

10) Pete Rock
9) Tinariwen
8) Atari Teenage Riot
7) Spoon
6) Black Mountain
5) Medine
4) Devendra Banhart
3) Chris Cunningham
2) Black Heart Procession
1) Faith No More   

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!