Het Dannini-mysterie: vreemde ‘toevalligheden’ die verder onderzocht dienen te worden

Het Dannini-mysterie: vreemde ‘toevalligheden’ die verder onderzocht dienen te worden

maandag 28 juni 2010 16:24
  1. Er zijn talloze multinationals en NGO’s, die actief zijn in de VS, Ierland, Nederland, Oostenrijk, Duitsland en België, waartegen nooit één klacht omwille van kindermisbruik door medewerkers werd opgetekend. Ook al vormt kindermisbruik, en machtsmisbruik, een algemeen maatschappelijk probleem. Hoe deze organisaties pedofielvrij kunnen blijven in deze ‘overgeseksualiseerde samenleving’, zoals de Belgische bisschoppen het uitdrukken, lijkt mij een intrigerend onderzoeksthema voor een doctoraalscriptie aan de faculteit psychologie. Of theologie, why not?

 

  1. De Belgische Bisschoppenconferentie liet, na de bekentenis van bisschop Vangheluwe, aan Knack weten “het nu niet het geschikte moment voor een debat over het priestercelibaat” te vinden. “In deze overgeseksualiseerde samenleving zou dit geïnterpreteerd worden als een signaal dat het celibaat niet langer mogelijk of zinvol zou zijn. Komt daarbij dat het hier, in ons land en tegen de achtergrond van de gevallen van seksueel misbruik, niet aangewezen is om het debat aan te snijden. Er mag dan wel geen aanwijsbaar oorzakelijk verband zijn tussen celibaat en seksueel misbruik: als nu het celibaat in vraag zou worden gesteld, zou dit betekenen dat de bisschoppen zelf die link wel leggen” . (Knack.rnews.be, 09 juni 2010)

Misschien interessant om dan toch eens een debat aan te snijden over de zinvolheid van kindermisbruik door katholieke priesters (die toevalligerwijze verplicht worden celibatair te leven –maar dit geheel tussen haakjes!). Eens te meer interessant, aangezien er geen bewijzen zijn van een oorzakelijk verband tussen pedofilie en het hebben van een religieuze roeping. Opvallend detail: sinds de invoering van het verplichte celibaat tot op heden, heeft de kerkelijke hiërarchie nog nooit een geschikt moment gevonden om het debat hierover te voeren. Betekent dit dat de bisschoppen de ‘overgeseksualiseerde samenleving’ beschouwen als een fenomeen dat zich reeds sinds de middeleeuwen voordoet?

  1. Peter Adriaenssens, kinderpsychiater en intussen voormalig voorzitter van de ‘onafhankelijke’ commissie voor de behandeling van klachten over seksueel misbruik in de pastorale relatie, stelt in De Morgen van 13 maart dat het “onzin is om het debat over het celibaat te verbinden aan dat over de aanpak van seksueel misbruik in de kerk.” “Denken we nu echt” betoogt Adriaenssens, “dat door iedereen een partner aan te smeren minder jongeren misbruikt zullen worden? Of dat iedere volwassene die zonder partner of seks door het leven gaat -dat zijn er behoorlijk wat- kinderen zal misbruiken?”.

Vreemd dat een gerenommeerde kinderpsychiater als Adriaenssens opgelegde seksuele onthouding vanuit religieuze dogma’s vergelijkt met een -al dan niet vrijwillig gekozen- leven zonder partner of zonder seks. Misschien begrijpt Adriaenssens de kerkelijke invulling van ‘celibaat’ (en dus: volledige seksuele onthouding -tot in je geest toe) niet ten volle. Misschien is het nuttig om de -tot in de jaren ’60 gangbare- praktijk van zelfkastijding door geestelijken met ‘onzuivere gedachten’ eens onder de wetenschappelijke loep te nemen. Nog vreemder is dat Adriaenssens niet gewoon pleitte voor het onderzoeken van de mogelijkheid tot een verband tussen celibaat en seksueel misbruik. Daar had hij niets mee te verliezen, toch? Tenzij zijn functie als voorzitter van de ‘onafhankelijke’ commissie misschien?

 

  1. Mysterieus gegeven ook is dat Rik Devillé die sinds 1992 dossiers van seksueel misbruik bij kardinaal Danneels probeerde aan te kaarten op zo weinig medewerking van de kardinaal mocht rekenen. Om een nog onbekende reden veroorzaakte de aanwezigheid van Devillé zelfs tijdelijk geheugenverlies bij de kardinaal, op het moment dat hij de zaak Vangheluwe ging bespreken. “Ik kan het mij niet herinneren”getuigde Danneels op zijn persconferentie van 23 april. De kardinaal zegt niet: “Devillé liegt als hij beweert dat hij mij melding van de feiten heeft gedaan”. Neen, de kardinaal zegt dat hij zich dat gesprek niet herinnert. Merkwaardig. De aanklacht van kindermisbruik tegen een bisschop ‘vergeten’ wijst op z’n minst op verregaande onderdrukking van een traumatische ervaring, volgens mij. Bijzonder mysterieus dat Peter Adriaenssens dit ook niet is opgevallen. Wat deze laatste wel opviel was dat “de kerk een voorbeeld vormt in de aanpak van seksueel misbruik”. Hij heeft “sympathie voor een beroepsgroep die op dergelijke wijze de moed heeft om voor eigen deur te vegen”(De Morgen, 13.03.2010). Mogelijk schuilt hierin een tip voor de speurders: misschien eens gaan kijken wat er onder de mat van het bisschoppelijk paleis is geveegd?

 

  1. Nog een tot de verbeelding sprekend feit: Ik herinner mij nog vaag de storm van verontwaardiging die de toenmalige speurders in het dossier Dutroux over zich kregen omdat ze onzorgvuldig waren geweest in het doorzoeken van diens kelder. Zoeken naar een verborgen kerker achter een volgestouwde voorraadkast leek van een al te hoog Hercule Poirot-gehalte voor de toenmalige agenten. Hun opvolgers bewezen het spijtige tegendeel. Vandaag verwijst monseigneur Léonard lacherig naar de Da Vinci Code wanneer speurders het verdacht vinden dat het grafmonument van kardinaal Mercier (overleden in 1926) recente sporen van mortel vertoont, en daarom een metalen plaatje op het graf ombuigen om het te kunnen onderzoeken. Getuigt het ook niet van te veel fantasie dat in kerkelijke milieus het speurderswerk als een complot van de Vrij-‘metselarij’ wordt gezien?

 

Bij wijze van volledigheid, nog twee bijzonder intrigerende feitelijkheden die onze nieuwsgierigheid zouden moeten prikkelen:

 

  1. In de schaduw onder de Mechelse Sint-Romboutstoren vertoefden donderdag blijkbaar toevalligerwijs op het moment van de inval heel wat journalisten van de geschreven en beeldende pers. Wellicht op zoek naar wat verkoeling?

 

  1. Tenslotte ook nog een onderzoekje waard: Er bestaan talloze leden van de kritische christelijke basisbeweging die opiniestukken over het levensbeschouwelijke instituut waartoe zij zichzelf rekenen niet meer durven te ondertekenen met hun eigen naam. De redenen daarachter vormen tot op vandaag een onopgehelderd mysterie… Op z’n minst een vreemd gegeven voor een instituut dat naar verluidt zo voorbeeldig omgaat met moeilijke dossiers.

 

 

Danny De Bruin

Deze opinie verschijnt als redactioneel in het julinummer van het tweemaandelijkse digitale tijdschrift {KENTERINGen]digit. www.kenteringen.be

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!