Het coronavirus zit in elk van ons
Opinie - Dominique Coopman

Het coronavirus zit in elk van ons

zaterdag 28 maart 2020 10:47
Spread the love

 

Ik ben een kleine schrijver, gewone sterveling, maar als je me nu los laat, me laat doen, me laat tokkelen op dit klavier, schrijf ik letters en woorden en zinnen en teksten en artikels en pagina’s en boeken vol.

Het coronavirus zit in mij.

‘Veel water drinken’, zegt de dokter.

Maar in mijn hoofd voel ik hoe een waterval aan prikkels, indrukken, getuigenissen en info in duizelingwekkende vaart naar beneden dondert, recht naar mijn hart en buik en benen, en hoe gedachten, ideeën en verhalen – ik voel mijn vingers en handen jeuken – zich terug een weg naar buiten zoeken. ‘Ik heb een paar apps van mijn smartphone gehaald, VRTNWS en Facebook’, zegt een vriendin, ‘ik kon er niet meer tegen …’ ‘De zon schijnt’, zegt mijn vrouw, ‘we kunnen beter een fikse wandeling maken.’

HET CORONAVIRUS ZIT IN ELK VAN ONS.

Het zit in de oudere die alleen woont, die ’s morgens beseft dat hij of zij beter zijn / haar broek of bh aantrekt, maar die daar geen zin in heeft: er komt toch niemand op bezoek.

Het zit in de jongere die verlangt naar zijn Chiro, zijn lief en zijn vrienden, blij is dat kinderen op berenjacht kunnen of mee doen aan online-jeugdbewegingsactiviteit-die-hij-meehielp-te-ontwikkelen, maar die tegelijk erg bezorgd is om zijn gastjes uit kwetsbare gezinnen die zich nu te pletter zullen vervelen.

Het zit in de leerkracht die, geduldig en gedreven, en dankzij livestream-lessen, de leerlingen wat structuur geeft en wat leerstof probeert bij te brengen.

Het zit in de arts en in alle zorgverleners die dag en nacht werken om mensen te genezen en levens te redden, bij de verpleeg- en zorgkundige in de gezinszorg die als enige en mits de nodige ontsmetting nog bij mensen binnen mag en er wat eten kan klaarmaken of poetsen. Bij het personeel van het woonzorgcentrum of de opvoeders in de voorziening die bewoners proberen te behoeden en te beschermen tegen een onzichtbare vijand, fysiek en mentaal.

HET CORONAVIRUS ZIT IN ELK VAN ONS.

Het zit in de jonge zelfstandige die vecht om het voortbestaan van zijn zaak, en voor wie de overgangsmaatregelen van de overheid welkom zijn en / of toch een beetje een schrale troost zijn.

Het zit in de kankerpatiënt die vecht voor zijn leven, dat ook al van lang voor corona onze wereld op zijn kop zette. Het zit in de jonge reiziger die op wereldreis was en noodgedwongen terug moest keren, en nu in quarantaine vertoeft.

Het zit in de dochter en de twee zonen die op twee dagen tijd hun beide ouders aan het coronavirus verloren, en die – overspoeld door verdriet – niet eens op hun uitvaart mogen aanwezig zijn. ‘Er komt een nadienst’, vertellen ze me aan de telefoon.

Het zit in de jeugd- en de sociaal werker, actief in een vereniging of op straat, in Welzijnszorg of Bond Zonder Naam, die noodgedwongen al zijn / haar activiteiten moest annuleren, maar die zoekt en zoekt en zoekt, hoe dan toch, in deze moeilijke periode, mensen te bereiken, verhalen te delen, opinies te vormen, actie te voeren. Kortom, er te zijn voor zijn of haar mensen: ouderen, mensen in armoede, vluchtelingen, mensen in verdriet, dak- en thuislozen, en zo meer.

Het zit in de geesteszieke die zijn dagelijkse therapie moet missen, thuis of in de psychiatrie. En het zit in de therapeut die zich zot zoekt hoe hij of zij er dan toch kan zijn voor hem of haar, vanop gepaste afstand of online. Het zit in de prostituée en de sekswerker zonder statuut die zich het hoofd breekt hoe aan een mogelijk inkomen te geraken.

HET CORONAVIRUS ZIT IN ELK VAN ONS.

Het zit in de krantenlezer en nieuwsluisteraar die zich ergert aan blaaskaak Trump, en aan profiteurs die mondmaskers verkopen tegen woekerprijzen. Het zit in het jonge gezin dat stilaan afstevende op een burn-out, en dat nu zeker nauwelijks of geen rust vindt, omdat de combinatie gezin, arbeid en zorgtijd (schooltje spelen, thuiswerken en opruimen) zoveel meer energie vergt.

Het zit in de politicus. In zij die al meteen twee weken huisarrest kreeg, want het virus spaart niemand. En in hij die, alle ego-gedrag en politiek gekibbel ten spijt, nu wel moét handelen, zich moét engageren, moét helpen. In de burgemeester die en het parlementslid dat boven zichzelf uitstijgt.

Het zit in elk koppel, elke relatie, elke man of vrouw, of man / man of vrouw / vrouw – ‘liefde in een moeilijke affaire’, zei Dirk De Wachter op Valentijnsdag van dit jaar – die worstelen met zichzelf en met elkaar – voor wie corona een relatietest is – net zoals koppels, in groot verdriet – dat altijd – taboe of niet – doormaken, de twijfel, het onbegrip, het zoeken – niet goed wetend hoe het allemaal zal aflopen.

Het zit in de buren die elke avond om 20u stipt vanuit hun deurgat applaudisseren, en waarvan je denkt van: wat fijn dat ik die – afstand twee meter – toch even kan zien en spreken.

Het zit in de artiest die creatiever dan ooit tevoren, verhalen en muziek en theater en film maakt en brengt, op tv, op de radio en via het internet, ernstig en vol humor, en zomaar gratis.

Het zit in de hamsteraar die een nieuwe lading WC-papier voor de ogen van een ander weggraait. Het zit in de lange rij voor de bakker dat een oud mevrouwtje voor laat gaan omdat het buiten zo koud is. Het zit in de dame in de supermarkt die afstand houdt, oogcontact maakt, ga jij naar links en ik naar rechts of omgekeerd, ik dat zakje wortels en jij die bos prei? Dansen en plein public, hét mag.

Het zit in Era, die pas sinds kort in het wzc werkt, en die een gedichtje schreef / deelde. Gedichtje waarin ze probeert aan de bewoners uit te leggen wat er gaande is, en die met heel veel aandacht en liefde dat dagelijkse bezoekje dat mensen moeten missen probeert te compenseren.

HET CORONAVIRUS ZIT IN ELK VAN ONS.

Het zit in elke man en elke vrouw, elke partner, elke huisgenoot, elke grootouder, ouder, kind en kleinkind, die, hoe bang en bezorgd en gestresseerd ook, met veel aandacht en engelengeduld, en steeds op gepaste afstand, met elkaar proberen om te gaan, alle niet-knuffels ten spijt.

Het zit in de natuur die opschrikt van al die nieuwe, beetje onhandige tuiniers, wandelaars en andere sportievelingen.

Het zit in de glimlach van de mens op straat die je voorheen nog van haar noch pluim kende. Het zit in het Afrikaanse kind wiens ouders zich afvragen nu het niet meer naar school kan, van wat het dan beter doodgaat: van de honger of van het virus. Het zit in de maffia die meer drugs dan ooit naar Europa probeert te verschepen.

Het zit in Lana, mijn oudste kleinkind van zeven, dat rond opa’s en oma’s nek wil springen, dat hunkert naar een knuffel en een plagerijtje (gekke opa, toch), maar dat veilig en wel op afstand blijft, en sneller dan juf Lore het haar kon bijbrengen, leert hoe ver twee meter wel is. Het zit in mijn huwelijk, in hoe fijn het is met zijn twee te zijn, in die warme band die liefde heet, en tegelijk in soms banale ruzies. Het zit in een brok angst, tristesse, strijd, bezorgdheid, blijheid, vastberadenheid … Het zit in elk mens die ik ooit interviewde en van wie ik me afvraag hoe het gaat, hoe hij / zij hier nu mee omgaat, wat hen raakt en waarvan ze dromen.

Het zit in de beren die na jaren op zolder plotsklaps uit hun winterslaap werden gewekt en in één keer zicht krijgen op de hele straat, en op voorbijschuivende wandelaars-alleen-of-twee-aan-twee en drukdoende kinderen die – precies een vinkenzetting – met krijt op een bord huisnummers noteren of streepjes zetten, schreefke na schreefke na schreefke.

Het zit in de vrijwilliger van Femma, kwb, OKRA, Samana, Pasar, Ferm, 11.11.11 of welke vereniging dan ook. ‘OKRA is bijna een dagtaak geworden. En dat merk ik aan veel vrijwilligers’, lees ik als vorm van ‘dikke merci’ in OKRA-magazine april, dat, gelet op de angst bij ouderen en de coronamaatregelen, wellicht slechts na de paasvakantie in de brievenbussen zal vallen. En ik denk: wat doe je, nu je als vrijwilliger werkloos bent geworden?

Het zit in de bakker, de slager, de winkelbediende in de supermarkt, de rekkenvuller, de huisvuilophaler, de postbode, de chauffeur, de politieagent, de afhaal-friturist, de pakjesdrager, de ACV-dienstverlener, de CM-consulent, de bankbediende, in de naaister die mondmaskers maakt, in de mens die gewoon probeert zijn werk goed te doen.

Het zit in de man / vrouw die onderneemt, en die begaan is om zijn medewerkers. Het zit in de medewerker, die werkte om den brode, maar die nu economisch werkloos is. Het zit in de ACV-vakbondsbediende die – ze had 150 telefoons op een dag gekregen van mensen die werkloos waren geworden – alles in het werk stelt om, gelet op mensen die echt in geldnood zitten, hun dop begin volgende maand uitbetaald te krijgen.

HET CORONAVIRUS ZIT IN ELK VAN ONS.

Het zit in de vrijwilliger bij Tele-onthaal, Awel, de Zelfmoordlijn, Teleblok, de Druglijn, de Zorgcentra voor seksueel geweld, en zo meer … en alle professionele hulpverleners … die geduldig luisteren naar mijn en jouw verhaal, uur na uur, luisteren, oprecht luisteren.
#echtluisterenisluisterenaardemoeilijkedingen

Het zit in de man / vrouw die sliep als een roos maar die nu wakker ligt, of in hem / haar die al wakker lag, wakker van de zorgen, en die merkt dat het er niet op verbeterd is. Het zit in de oude man of vrouw die terugkijkt op zijn / haar leven. Het zit in de vriendin die haar gsm kwijt is en die na drie dagen zoeken terugvindt (Ik waande me even in Kosovo 1999 waar ik mijn dagboek verloor. ‘Ou est mon cahier,’ heb ik dat verhaal achteraf gedoopt).

Het zit in al wie nu al doodsbenauwd is dat het allemaal verkeerd zal aflopen, privé of met de grote wereld. Het zit in de mens die helemaal niet meer buiten kan komen, besmet of ziek, niet meer mobiel of terminaal, met een beperking of zorgbehoeftig. Het zit in de patiënt op intensive care, in coma of springlevend, doodsbang, vechtend of gelaten. En al hun geliefden (bij ons geen zieken, wat een chance. Maar ik ken intussen wel besmette, zwaar zieke en overleden mensen, fiew, wat komt dàt dichtbij).

Het zit in de wetenschappers-virologen die zich, stap voor stap, maar haastig en gedwee, te pletter zoeken op een vaccin. Het zit in de filosofen-wereldverbeteraars die hopen dat onze zieke samenleving nu snel beter wordt. Het zit in de priester die, geloviger dan ooit, of vol vragen en twijfels, anders moet leren preken voor een fysiek nog legere kerk, of die – gelijk in Italië – mensen moet toelaten dat ze hun lieve zieken zelf het Laatste Sacrament mogen toedienen. Nee, ook God heeft deze crisis niet gewild.

Het zit in de bezorgde mama’s (en papa’s)

(Die me doen denken aan de moeders op het plein, in het Chili van Pinochet … ‘Geef hen een teken een signaal, dat geen enkele deur eeuwig dicht zal zijn, dat aan het eind van de tunnel, weer licht zal zijn’ (Herman Van Veen)).

Het zit in onze lieve doden, waarvan je je soms afvraagt, wat zij zouden doen?

Het zit in het besef, het plan, de communicatie en het samen.

HET CORONAVIRUS ZIT IN ELK VAN ONS.

In jou en in mij. In mij en in jou.

Hou het gezond en hou je haaks.

‘Je voeding. Bewegen. Het zonlicht. Water drinken. Niet te veel op je gsm of computer’, zegt dokter Hilde De Smet, met wie ik gisteren – ik in Pittem, zij vanuit Jodoigne – een video-call-interview mocht doen. ‘En mentale rust’, zei mijn vrouw.

Eens was een 95-jarige dame met de trein, een valies en een kruk, op weg naar Zaventem om daar het vliegtuig te nemen waar ze haar jongste zus (93) zou bezoeken. Zo jong en kwiek, hoe doe je dat toch, vroegen omstaanders zich af. ‘De helft eten van wat je kunt eten. Turnen. Elke dag 15’ buiten. Een netwerk van vrienden hebben. Een doel hebben’, zei ze. ‘En de gezondheid’, dacht ik. ‘En chance. Veel chance’.

Hou het gezond en hou je haaks.

Veel chance!

En een dikke merci voor wie je bent en wat je doet.

#Houhetgezond #Dikkemerci #Wezijngoedbezig #Hetcoronaviruszitinelkvanons
x

 

Dominique Coopman is medewerker Visie edities West-Vlaanderen, Femma en OKRA-magazine.

Creative Commons

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!