Het communautair akkoord, een eerste lezing…
Separatisme, Staatshervorming, Federale kieskring, Di Rupo, Formatie, Communautaire kwestie, G 1000, Federalisme -

Het communautair akkoord, een eerste lezing…

woensdag 12 oktober 2011 20:21

Laat de champagne maar knallen! Met wat volgens De Standaard als het Vlinderakkoord omschreven kan worden lijkt er eindelijk een communautair vergelijk uit de bus te komen. Het resultaat? Een akkoord van om en bij de zeventig pagina’s waar naast de eerder gesloten akkoorden over BHV en de financieringswet nu ook een nieuwe bevoegdheidsverdeling in opgenomen is.

Daags na de voorstelling stromen de reacties binnen. Vanuit Vlaams(nationalistische) hoek is het uiteraard een slecht akkoord (1). Voor gematigd communautaire partijen – de acht – is het dan weer een historisch vergelijk dat ons, bij monde van Caroline Genez, toch voor 10 à 20 jaar van communautair gehakketak moet verlossen (2). Dat het geen eindpunt betreft, werd trouwens ook duidelijk gemaakt door de meeste kranten (3). Ook de vierde macht wil haar zegje doen.

Wat opvalt, is de dominantie van de regionalistische reflex. De vraag die gesteld wordt is of het akkoord wel goed is voor Vlaanderen, niet voor België. Zowel pers als politiek bekijkt het akkoord vooral vanuit het standpunt van de eigen regio, alsof het welzijn daarvan volkomen los staat van de rest van het land. Akkoord, Di Rupo’s vergelijk draaide rond de verhoudingen tussen de regio’s en de federale staat. Maar het eindresultaat is van toepassing voor heel België. Misschien moet men er dan ook eens vanuit een Belgische reflex naar kijken.

In onderstaande tekst worden enkele opvallende zaken uit het akkoord gelicht en gekaderd. Wat meteen opvalt, is hoezeer de communautaire logica van de splitsingsdogmatiek – méér macht naar de regio’s is per definitie de oplossing – botste met de politieke realiteit – er bestaat geen eensgezind Vlaams of Franstalig front, verschillende partijen hebben verschillende meningen – en de logica van echt rationeel bestuur.

Beginnen doet men best met goed nieuws. Dus eerst en vooral even kijken naar wat als positieve punten uit het akkoord gelicht kunnen worden.

1. Van meer Politieke ethiek tot een nieuwe financieringswet, het positieve aan het communautair akkoord.

Politieke Ethiek

Dat er wat gedaan moest worden om het blazoen van de politiek op zich op te poetsen, hadden de onderhandelaars duidelijk begrepen. Naast een – nogal populistisch – voorstel om de ministeriele weddes met 5 % te verminderen (p. 6) – stellen ze dan ook voor om strengere regels in te voeren voor het kandideren bij verkiezingen. Een verkiesbare plaats combineren met een plek als opvolger wordt zo verboden en het om en weer wippen tussen twee parlementaire assemblees, zoals o.a. Philippe Muyters en Geert Bourgeois deden, wordt onmogelijk (p. 6). Zoiets valt alleen maar toe te juichen.

Brussel

Maar er is meer. Brussel wordt in het akkoord als uitdaging maar ook als kans naar voren geschoven. Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest (BHG) krijgt de bijzondere positie toegedicht die het verdiend. Middels de oprichting van de Hoofdstedelijke Gemeenschap Brussel haken de politieke partijen nu aan bij wat velen reeds eerder stelden; socio-economisch valt Brussel niet te beperken tot de 19 gemeenten van het BHG (p. 22-23). Vanuit dat oogpunt stellen de onderhandelaars meer investeringen en samenwerking in Brussel en omgeving – vooral aangaande mobiliteit – in het vooruitzicht.

Wat dit ook aangeeft, is dat het besef rijpt dat Brussel en de provincies Vlaams en Waals Brabant sterk in elkaar verstrengelt zijn en niet zomaar verschillende werelden zijn. Meer dan 15 jaar na het opheffen van de oude provincie Brabant ervaart men meer dan ooit de nood tot samenwerking op het grondgebied van de oude provincie. 

Arbeidsmarkt – behoudt van het arbeidsrecht, de sociale zekerheid en sociaal overleg en loonbeleid.

Positief ook tenslotte is het behouden op federaal niveau van de normatieve bevoegdheden met betrekking tot de werkgelegenheid (p. 29). Het arbeidsrecht, sociaal overleg en loonbeleid blijven federaal. Meteen wordt de sociale bescherming van de Belgische werknemers op federaal niveau gegarandeerd. In de huidige economische tijden vormt dat geen luxe.

Principes hervorming bijzondere financieringswet

Een laatste punt dat op de nodige bijval mag rekenen zijn de principes – indien gerespecteerd – waarop de financieringswet hervormd wordt (p. 51). Hiermee wil men voorkomen dat de regio’s elkaar fiscaal beconcurreren, verarmen of dat de federale staat onleefbaar wordt. Dat valt zondermeer toe te juichen. Het omgekeerde zou een ware aanslag betekenen op het welzijn van de bevolking.

Ook positief is de responsabilisering inzake klimaat en ambtenaarpensioenen, waar de deelgebieden aan onderworpen worden. Alleen blijft dit tamelijk beperkt en kan men zich vragen stellen of de financiële malus die voorzien wordt voor een gewest dat de doelstelling niet haalt ook niet een pervers effect heeft. Maar dat probleem geldt voor heel het idee van de responsabilisering. Helpt het financieel straffen om een gewest alsnog de doelstelling te doen halen? De vraag blijft open.

2. Van samenwerkingsfederalisme tot volksraadplegingen…enkele interessante pistes uit het communautair akkoord

Samenwerkingsfederalisme en federale loyauteit

Meer coördinatie tussen de federale staat en de deelgebieden, het is één van de doelstellingen van het akkoord. Meteen erkennen de onderhandelaars impliciet dat er wat schort aan de banden tussen de federale staat en de verschillende deelentiteiten. Het akkoord ziet dit spijtig genoeg vooral in het kader van de Europese verplichtingen (p. 11). De notie federale loyauteit wordt hiertoe beperkt al geeft men het Grondwettelijk Hof de bevoegdheid hier op toe te zien. Van enige oproep tot echte Bundestreue is echter geen sprake. 

Volksraadpleging

De volksraadpleging is ook een interessant initiatief (p. 46). Volgens het akkoord krijgen de gewesten de mogelijkheid een volksraadpleging te organiseren over aangelegenheden van gewestelijk belang. Dat kan een interessante stap zijn in de richting van meer directe democratie. Alleen blijft het onduidelijk of deze volksraadplegingen een bindend karakter zullen hebben. Het woord zelf licht een tip van de sluier op; volksraadplegingen verschillen van referendums in de zin dat hun resultaten niet als bindend beschouwd moeten worden.  Bovendien stelt zich de vraag waarom men deze mogelijkheid ook niet voor de federale staat voorziet. Een volksraadpleging over initiatieven zoals een federale kieskring zou nochtans wel interessant zijn. Bovendien biedt een nationale volksraadpleging mogelijkheden om werkelijk over de taalgrenzen heen naar de mening van de hele bevolking te peilen.

3. Van een hervormde senaat tot een hervormde vennootschapsbelasting… de vaagheid van een akkoord.

De voorbije punten lichtten enkele positieve of interessante punten uit het communautair akkoord. In de volgende punten worden enkele zaken aangehaald die in het akkoord vooropgesteld worden en zo vaag gesteld zijn dat men zich kan afvragen of ze eigenlijk ergens toe leiden.   

Hervorming van de Senaat

De Senaat vormt al jaren de inzet van communautaire onderhandelingen. Met het nieuwe akkoord krijgt ons land eindelijk een kamer die de gefedereerde entiteiten samenbrengt, zoals dat in andere federale staten het geval is. Dat lijkt mooi, maar toch zijn er een aantal pijnpunten in het voorstel. Eerst en vooral krijgen de gemeenschappen de vrijheid om zelf te bepalen wie er in de senaat terecht komt en hoe deze aangeduid wordt (p. 7). Democratischer ware geweest meteen op te nemen dat de senatoren rechtstreeks gekozen worden door de bevolking van de taalgroep die ze vertegenwoordigen. Met de huidige bepalingen is het risico op een getrapt systeem reëel en dat komt de democratie niet ten goede.

Indien de senaat bovendien een echte ontmoetingsplaats voor de gemeenschappen zou moeten zijn, zouden de bevoegdheden ook uitgebreider mogen zijn, bvb. het nemen van initiatieven die tot bedoeling hebben de gemeenschappen dichter bij elkaar te brengen. Ook daar is totaal geen sprake van.

De kwestie federale kieskring

De voorbije jaren is het idee van een federale kieskring als methode om de middelpuntsvliegende krachten van het federale politiek bestel te temperen steeds vaker naar voren geschoven. Hoewel het communautair akkoord ook spreekt over een federale kieskring, is er voor de voorstanders daarvan geen reden tot juichen. Het idee of beter de kwestie zoals de federale kieskring bestempeld wordt, wordt toevertrouwd aan een specifieke parlementaire commissie die dit idee nader zal bekijken (p. 8). De kans is meer dan reëel dat het daar in alle stilte begraven wordt. Jammer, maar helaas.

Constitutieve autonomie en samenvallende verkiezingen

Een ander moeilijk punt is de constitutieve autonomie (p. 9). De gewesten en gemeenschappen zien hun constitutieve uitgebreid waardoor ze ook de duur van de legislatuur en de datum van de verkiezingen zij zelf kunnen regelen . Regionale verkiezingen op verschillende momenten – zoals in Duitsland – vormen hierdoor een mogelijkheid. Hiermee worden de deelgebieden de mogelijkheid geboden zich feitelijk als volslagen aparte entiteiten te gedragen.

Bekeken in het licht van de bepalingen over het samenvallen moet men zich de vraag stellen hoe de constitutieve autonomie aangaande de organisatie van verkiezingen te rijmen valt met het principe van samenvallende verkiezingen. Veel wordt duidelijk in het stukje over de samenvallende verkiezingen, waarbij vooral gesproken wordt van samenvallende federale en Europese verkiezingen (p. 12). In één zucht lijkt men de regionale symboliek middels een Belgisch compromis te redden.

Dat de Duitstalige gemeenschap en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest nu ook constitutieve autonomie krijgen is dan weer symbolisch belangrijk. Beide zetten een stapje naar een volwaardige status. Het België van de twee – Vlaanderen en Wallonië lijkt zo stilaan voorgoed verleden tijd te worden.

Oprichting van een instituut om overlegde antwoorden op de grote uitdagingen inzake gezondheidszorg te waarborgen.

Dat de vergrijzing, aandoeningen ten gevolge van milieuvervuiling en dergelijke niet stoppen aan de taalgrens is bekend. Dat ten gevolge van de irrationele splitsingsdogmatiek – hoe meer bevoegdheden naar de regio’s, hoe beter – de gehele gezondheidszorg voor de bijl gegaan is ook (p. 32-35). Omdat sommige problemen blijkbaar toch niet zomaar opgelost worden door de bevoegdheid te splitsen, creëert het akkoord een instituut dat een permanente en interfederale ontmoetingsplaats moet vormen voor het overleg tussen de voor de gezondheid bevoegde ministers en dat tot taak zal hebben een gemeenschappelijke en toekomstgerichte visie en een duurzaam gezondheidsbeleid te definiëren . Men zou zich gaan afvragen waarom de gezondheidzorg – zeker wat zorg op lange termijn betreft – dan eigenlijk, behalve dan omwille van politieke belangen, gesplitst moest worden.

Het preventiebeleid, nochtans evenzeer toch belangrijk in het kader van de grote uitdagingen inzake de gezondheidszorg, wordt bovendien volledig een gemeenschapsbevoegdheid. Hierbij krijgen gemeenschappen het recht asymmetrisch aan preventie te doen – lees: in de ene gemeenschap voert men een vooral preventiebeleid ten overstaan van ziekte A, in de andere vooral ten overstaan van ziekte B – wat toch bevreemdend overkomt. Of het zou moeten zijn dat de taal bepaald of iemand meer of minder risico loopt deze of gene kanker – zoals het pijnlijke voorbeeld van de vaccinatie aangaande baarmoederhalskanker eerder bewees – te krijgen.

Vennootschapsbelasting

Een laatste moeilijk, maar niet meteen volslagen negatief punt vormt de vennootschapsbelasting. Sommigen wilden deze volledig regionaliseren – wat de deur zou open zetten voor fiscale concurrentie tussen de regio’s – anderen  niet. Het akkoord meldt hierover; De kwestie van de vennootschapsbelasting zal worden behandeld in het kader van de discussie over de socio-economische aspecten (p. 64). Meteen rijst de vraag of een nieuwe regering wel voor morgen is.

4. Van het werkgelegendheidsbeleid tot de dierenbescherming… de negatieve kanten van de zesde staatshervorming

De Belgische staatshervormingen hebben de kwalijke reputatie tot een steeds ingewikkelder staatsbestel te leiden. Versnippering van bevoegdheden en de daaruit voortvloeiende administratieve chaos kleuren het verhaal, net zoals het gegeven dat bij het opsplitsen van bevoegdheden weinig rekening gehouden wordt met de mening en adviezen van de betrokkenen en experts terzake. Na een aantal positieve, interessante en moeilijker punten, resten enkel nog de ronduit negatieve bepalingen van het akkoord over de zesde staatshervorming.

Arbeidsmarkt – regionalisering regelgevende bevoegdheid voor arbeidskaarten A en B

De regio’s worden zelf verantwoordelijk voor het uitreiken van arbeidskaarten aan buitenlandse werknemers (p. 31). Hoewel er dus feitelijk een verschillende regelgeving kan ontstaan aangaande de vereisten voor het toekennen van een arbeidskaart, hanteert men wel het principe dat een kaart uitgereikt in het gewest per definitie geldig is in de andere gewesten. Althans toch voor werknemers, niet voor zelfstandigen. Eén en ander zou er kunnen toe leiden dat één gewest na verloop van tijd – omwille van bvb. zwakkere regelgeving – de poort wordt voor arbeidskaarten die ook voor de andere gewesten geldig zijn.

Inbraak in sociale zekerheid: opsplitsing kinderbijslag

Met de opsplitsing van de kinderbijslag (p. 36) breekt het regionalisme en separatisme ook in de sociale zekerheid in. Een kind is niet langer een kind, het wordt Vlaams, Franstalig of Brussels. De kinderbijslag krijgt er drie spelers bij, terwijl de Brusselse oplossing – de bevoegdheid valt er aan de Gemeenschappelijke Gemeenschaps Commissie toe – illustreert hoezeer het opsplitsen van mensen op taalbasis soms op zijn eigen limieten botst. Eigenlijk gek ook, overal in België moeten Franstaligen en Nederlandstaligen anders behandeld kunnen worden als het op de tegemoetkoming voor hun kinderen aankomt, behalve in Brussel. Meteen wordt duidelijk dat de splitsing van de kinderbijslag vooral ingegeven is vanuit politieke doelstellingen en niet vanuit de oprechte wil om een efficiënter staatsbestel of een beter systeem voor alle burgers uit te tekenen.

Inbraak in justitie: bvb: jeugdsanctierecht

De regio’s – in Brussel de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie – krijgen ook een grotere rol inzake justitie. De bevoegdheid de aard van de maatregelen te bepalen ten aanzien van minderjarigen die een als strafbaar feit omschreven hebben (p. 37). Voor eenzelfde feit zal de jongere in kwestie afhankelijk van de gemeenschap waar hij toe gerekend wordt een verschillende straf kunnen krijgen, afhankelijk van de politieke keuzes die binnen zijn gemeenschap gemaakt zijn. De toekenning van deze bevoegdheid aan de GGC illustreert bovendien net zoals bij de kinderbijslag hoe het opsplitsen op taalbasis botst op de realiteit; in Brussel doet het er niet toe tot welke taalgroep je behoort, daar krijgen mensen van verschillende taalgroepen wel een gelijke behandeling. De vraag stelt zich opnieuw waarom dat in de rest van het land niet kan. Het antwoord vindt men in de politieke voorkeuren en de overheersende regionalistische ideologie.

Opsplitsing van verkeerswetgeving:

Ook inzake de verkeerswetgeving lijkt het akkoord vooral op een patchwork dat tot doel had de dominante regionalistische ideologie te verzoenen met de realiteit. Drie voorbeelden illustreren dit.

Het verkeersreglement

Het verkeersreglement blijft gelukkig goeddeels een federale bevoegdheid (p. 38). Hoewel diverse spelers van op het terrein zich hiertegen verzette, worden diverse onderdelen toch geregionaliseerd zoals (4);

• het opleggen van snelheidsbeperkingen met uitzonderingen op de autosnelwegen
• het plaatsen van verkeerstekens voor wat de nieuwe gewestelijke bevoegdheden betreft,
• het bepalen van de maximale laadlast van de voertuigen,
• het bepalen van de regelgeving voor gevaarlijk en uitzonderlijk vervoer.

Eén en ander zet de deur open voor verschillende snelheden op wegen die gewestgrenzen kruisen (bvb. rond Brussel). De automobilist blijft er best bij de pinken. Bovendien botst de splitsingsdogmatiek ook hier weer op de logica. Dat beseffen ook de onderhandelaars. Vandaar dat voorzien wordt – met betrekking tot uitzonderlijk en gevaarlijk vervoer – regels om de procedures van de verschillende gewesten te coördineren. Ook nu weer zou men zich gaan afvragen waarom de betrokken uniforme materie dan eerst gesplitst moet worden.

BIVV

Ook bij de opsplitsing van het BIVV botst die splitsingsdogmatiek op de realiteit. Zodoende voorziet het akkoord in een overheveling van de bevoegdheden van het BIVV naar de gewesten (p. 39). Voor wat de ationale bewustmakingsacties langs de autosnelwegen betreft – misschien wel de meest bekende activiteiten van het BIVV – wordt een samenwerkingsakkoord voorzien tussen de gewesten en de federale staat. Splitsen om vervolgens samen te gaan werken dus.

Rijopleiding

Een laatste voorbeeld waarin de splitsingsdogmatiek botst op de logica van de realiteit vormt de regionalisering van de rijopleiding, -scholen en examencentra (p. 39). De gewesten mogen zelf de vereisten en (kennis)modaliteiten van de rijopleiding bepalen. Anderzijds houdt men het rijbewijs federaal en wordt voorzien dat iedere burger examen mag afleggen in het gewest van zijn keuze ongeacht zijn verblijfplaats. Hoewel de regelgeving dus per gewest mag gaan verschillen, moet het eindresultaat hetzelfde zijn; een rijbewijs geldig voor heel het land. Indien de gewesten werkelijk aan de erkenning en opleiding gaan sleutelen, gaat de deur open voor problemen.

Rampenfonds

Nog nieuws. Rampen stoppen met het nieuw akkoord aan de gewestgrenzen. Het rampenfonds wordt opgesplitst op gewestelijke basis (p. 44). Niet zo erg kan men denken. Maar symbolisch gesproken kan het rampenfonds gezien worden als een vorm van nationale solidariteit. Met de opsplitsing daarvan wordt symbolisch die nationale band doorgeknipt. Benieuwd wat het gaat geven wanneer een er zich een ramp voltrekt op de taalgrens of Belgen uit de verschillende gewesten in een ramp in één gewest terecht komen.

Dierenbescherming en filmkeuring?

Een laatste staaltje van de irrationele splitsingsdogmatiek die ook dit akkoord kenmerkt, is wel de opsplitsing van de dierenbescherming (p. 46). Hoewel zowat iedereen het er over eens wat dat het dierenwelzijn niet hoefde te worden opgesplitst – ondermeer dierenrechtenrechtenorganisatie GAIA verzette zich hiertegen (ref) – wordt ook deze bevoegdheid naar de gewesten doorgeschoven. Met efficiënt bestuur heeft dit weinig te maken, met het behalen van politieke trofeeën – méér Vlaanderen – des te meer. Soortgelijke opmerking geldt trouwens ook voor de eerder vermelde splitsing van de verkeerswetgeving en de geplande opsplitsing van de filmkeuring. Dat laatste vormt wellicht een belangrijke stap naar efficiënt bestuur. Bovendien kan men zich ook afvragen in hoeverre iemands taal de basis vormt voor het bepalen van de leeftijdsgrens voor het zien van een film.

5. Balans

Nu de kogel eindelijk door de kerk is, zou men denken dat het stof even kan gaan liggen. Niets is minder waar. Vooral langs Vlaamse zijde kondigt men nu al een volgende staatshervorming aan. De kranten waren al duidelijk, dit is slechts een voorlopige stap. De definitieve staatshervorming – al blijft het vaak vaag wat men daar nu eigenlijk mee bedoeld – moet nog volgen. Dat is iets voor binnen enkele jaren. 2014 misschien, misschien ook later.

Een eindbalans opmaken is dan ook een beetje voorbarig. Maar wat is de voorlopige balans van deze staatshervorming. Een aantal positieve punten – indien uitgevoerd – dat is intussen duidelijk. Maar evenzeer ook opnieuw een volledige capitulatie aan het regionalisme en impliciet ook aan het separatisme. Onder de noemer van dure woorden – responsabilisering, subsidiariteit, efficiënt bestuur – wordt België weer wat meer uit elkaar gehaald en bedienden de regionale elites zichzelf. Men zoekt de noden die zich stellen niet meer op te lossen op Belgisch niveau, dat is duidelijk.

Het had erger gekund. De personenbelasting blijft federaal, net zoals een pak bevoegdheden gaande van de brandweer tot en met het hele juridische apparaat. Maar de donkere schaduw van de Vlaamse resoluties, het beruchte artikel 35 van de grondwet en de ronkende verklaringen van zoveel toppolitici over confederalisme en ander omfloerst separatisme blijven aanwezig. Van een werkelijke staatshervorming voor België is geen sprake.

Sommige journalisten stelden in het akkoord geen samenhangende visie voor het land te vinden. Dat klopt ergens. Ook deze zesde staatshervorming werd gedomineerd door het idee dat alleen minder België een oplossing betekend. Net die gedachte vormt echter de rede waarom er binnen België met het huidige systeem van staatshervormingen geen oplossing te vinden is voor het duurzaam pacificeren van de communautaire relaties en het verzoenen van de regionalistische ideologie met de realiteit van de 21ste eeuw. Met louter het steeds verder verschuiven van bevoegdheden komt men er nooit uit. Eisen en tegeneisen zullen elkaar blijven opvolgen.

Aanstaande 11 november vindt in Brussel de G1000 plaats (6). Een burgertop waarop 1000 burgers zullen discussiëren over de toekomst van ons land. Misschien moet de 7de staatshervorming maar eens rekening houden met hun ideeën.

—-

(1) De Standaard, 12 oktober 2011, http://www.standaard.be/artikel/detail.aspx?artikelid=DMF20111012_050 , http://www.standaard.be/artikel/detail.aspx?artikelid=DMF20111011_145
(2) De Standaard, 12 oktober 2011, http://www.standaard.be/artikel/detail.aspx?artikelid=DMF20111011_074
(3) De Standaard, 12 oktober 2011, http://www.standaard.be/artikel/detail.aspx?artikelid=DMF20111012_012
(4) Brusselnieuws.be, 5 februari 2011, http://www.brusselnieuws.be/artikel/touring-noemt-nota-vande-lanotte-absurd-en-belachelijk
(5) Clint.be, 18 oktober 2010, http://www.clint.be/actua/binnenland/ook-gaia-niet-gelukkig-met-compromistekst-bart-de-wever
(6) http://www.g1000.org/nl/?gclid=CLSTyc_e46sCFYUOfAodGnF-OQ

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!