De community ruimte is een vrije online ruimte (blog) waar vrijwilligers en organisaties hun opinies kunnen publiceren. De standpunten vermeld in deze community reflecteren niet noodzakelijk de redactionele lijn van DeWereldMorgen.be. De verantwoordelijkheid over de inhoud ligt bij de auteur.

HET BOMBARDEMENT OP BOUNTI EN DE VERKEERDE STRIJD TEGEN HET TERRORISME

HET BOMBARDEMENT OP BOUNTI EN DE VERKEERDE STRIJD TEGEN HET TERRORISME

woensdag 10 februari 2021 23:13
Spread the love

De radiozender France Inter – de meest beluisterde Franse radio, die ook via het internet werkt – liet een eigen journalist onderzoek doen naar het bombardement op een gezelschap van mannen in het Malinese dorpje Bounti, op 3 januari 2021. Omar Ouahmane sprak o.a. met de 58-jarige Bourahima, die in de buurt was tijdens het bombardement en er getuige van was, en die interessante informatie geeft over de mensen in het dorp en hun relatie tot de rebellen.

 

Over die jihadi’s zegt hij: ‘Sinds ze de wapens hebben opgenomen, is er geen wet die zij niet dicteren. Ze leggen bijvoorbeeld de zakat op bij onze oogsten, ze houden de islamitische belasting af, onder dwang. Ze komen en ze zeggen hoe wij ons moeten kleden, als onze pantalons te lang zijn, snijden ze er een stuk af. We moeten een baard laten groeien, anders slaan ze ons. We hebben geen keuze, het is de totale dominantie.’

 

Op de dag van het bombardement waren de jihadi’s in hun schuilplaats in de brousse, waar ze dag en nacht leven. Ikzelf was in het dorp en ik heb de vliegtuigen hun bommen zien werpen. De jihadi’s zijn na de aanval meteen ter plaatse gekomen om de schade te zien. Ze zeiden dat de slachtoffers martelaren waren, maar ze zijn niet gebleven voor de begrafenis, ze zijn snel verdwenen terwijl de inwoners hun doden begroeven.’

 

Waren er jihadi’s bij de slachtoffers, vraagt de journalist? ‘Nee, de jihadi’s waren niet op die plek, maar degenen die dood zijn waren sympathisanten van de jihadi’s. Ze werkten hand in hand.’

 

Wat ik weet, is dat er bij de inwoners van Bounti mensen zijn die geld inzamelen voor de jihadi’s, om voor hen levensmiddelen en munitie te kopen. In feite helpen ze elkaar, ze spreken met dezelfde stem. Er zijn er zelfs die walkietalkies bezitten, ze gebruiken die om inlichtingen te geven over de posities van het Malinese leger of van Barkhane. Ze zorgen ook voor materiaal en logistiek. Onlangs werd een man van Bounti gearresteerd omdat hij de jihadi’s van wapens voorzag. Hij reed over en weer met zijn voertuig, dat hij pas gekocht had.’

 

De informatie die Bourahima geeft, kan de vermoedelijke ‘vergissing’ van de Franse luchtmacht verklaren: een groep burgers en een groep jihadi’s bevonden zich in elkaars nabijheid, en kunnen verwisseld zijn. Deze mogelijkheid zag ik nog nergens aangeduid.

 

Maar belangrijker is het beeld dat je krijgt van de relatie tussen burgers en rebellen. Ze werken hier blijkbaar samen, allicht omdat er geen andere keuze is voor de burgers. Maar dat maakt ook dat de ‘vijand’ van Frankrijk moeilijk te definiëren is. Jihadi’s kunnen moeiteloos terug civiel worden als het te heet onder hun voeten wordt, en omgekeerd kunnen burgers ertoe aangetrokken worden zich bij de rebellen te voegen of daartoe verplicht worden.

 

Een onverantwoorde, nutteloze en verloren oorlog

 

In zijn opmerkelijke boek ‘Une guerre perdu, La France au Sahel’ (januari 2020) legt Marc-Antoine Pérouse de Montclos, een specialist die ter plaatse veldwerk heeft verricht, uit dat het interpretatiekader van het terrorisme dat Frankrijk gebruikt niet adequaat is. De wortels van de rebellenbewegingen zijn niet een islam die uit is op wereldwijde terreur, maar zeer lokale problemen. Al kunnen die bewegingen zich interessant maken door zich als vertakkingen van Al Qaïda of IS voor te doen, waardoor ze een allure kunnen voorwenden die ze in werkelijkheid niet hebben, en tegelijk het antiterrorismeschema van Westerse mogendheden aanwakkeren.

 

De religieuze aard van de rebellen krijgt niet altijd bijval, zoals blijkt uit het interview met Bourahima. Maar soms worden de islamistische strijders positief geëvalueerd omdat ze de openbare orde proberen te herstellen, zoals in Timboektoe gebeurde. Bij de rekrutering van rebellen in de Sahel blijkt het religieuze motief weinig relevant. Een enquête uit 2016 bij 63 ex-jihadi’s toonde aan dat het religieuze motief van marginaal belang geweest was bij hun toetreding tot een rebellenbeweging. Het gaat vaak om andere redenen, vooral directe, materiële en veiligheidsoverwegingen. Zo zouden de Peuls in Noord-Mali zich bij de jihadistische beweging MUJAO zijn gaan aansluiten om hun kudden te beschermen en zich te beveiligen tegen de aanvallen van de Toearegs.

 

Maar ook andere factoren spelen mee, zoals familierelaties, wraak om gedode familieleden, beveiliging tegen machtsmisbruik, geweld of moordlust van regeringstroepen, of de mogelijkheid om zelf te kunnen plunderen en zich te kunnen verrijken. Zelfs seks en vrouwen kunnen een religieuze beweging aantrekkelijk maken, met name bij jongeren. In landen als Burkina Faso bedroeg de bruidsschat nodig om een vrouw te verwerven in de brousse tien keer het minimumsalaris in de stad. De groep Ansarulislam die die huwelijkstraditie bekritiseerde, maakte zich sympathiek bij de jeugd die financieel geen huwelijk aankon…

 

De antiterrorisme-ideologie die de Franse oorlog in de Sahel moet verantwoorden, blijkt erg ver verwijderd van de realiteit. Het gaat daar in Afrika niet om de strijd voor een islamitisch wereldrijk of terreur in Europa en elders, maar om onveiligheid door ontbrekende staatsstructuur, incompetente en onbetrouwbare strijdkrachten die burgers terroriseren of vermoorden, corruptie op alle niveaus, belangentegenstellingen tussen verschillende volkeren, armoede… ‘Zo vormt het terrorisme niet de belangrijkste dreiging om te bedwingen voor de betrokken bevolkingen, die veel ongeruster zijn over de risico’s van ziekte, de kosten voor onderwijs van hun kinderen, de frequentie van de regenval die de komende oogst zal bepalen, en op het vlak van de veiligheid: het banditisme op de verre wegen. Een enquête in Midden-Mali van november 2017 bij zo’n 2000 personen toonde aan dat de lokale bekommernissen vooral zijn: de werkloosheid en de corruptie, ver boven het religieuze extremisme.’ (a.w. p. 113-114)

 

France Inter

Creative Commons

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!