Het basisinkomen: Voor wie op de buitenbaan loopt is een gelijke startpositie niet hetzelfde als gelijke kansen.

Het basisinkomen: Voor wie op de buitenbaan loopt is een gelijke startpositie niet hetzelfde als gelijke kansen.

maandag 4 mei 2015 16:17

Voorbij links en rechts? 

Wat als we iedereen gratis geld
zouden geven? Dat was het thema van het debat maandag 27 april dat de
jongsocialisten organiseerden met Roland Duchâtelet (Vivant), Thibaud Dezyn
(Jongsocialisten) en Erik De Bom (onderzoeker KU Leuven). Iedereen krijgt elke
maand een vast bedrag van de overheid, onvoorwaardelijk. Dat is het relatief eenvoudig
idee van het basisinkomen. Het idee komt van verlichtingsdenker Thomas Paine en
stamt uit de 18de eeuw, maar lijkt vandaag opnieuw meer aanhangers
te hebben. Onder die aanhangers zowel liberalen als socialisten. Want hoewel de
avond werd aangekondigd als een debat leken er weinig tot  geen tegenstellingen te zijn, zelfs niet
tussen (oud)liberaal Duchatelet en (jong)socialist Dezyn. Een verlichte utopie
die de tegenstelling tussen links en rechts overstijgt en waar iedereen beter
van wordt, zo lijkt het wel.  

Toch moeten we opletten want het
liberalisme heeft een traditie van schijnbaar mooie verlichte, maar in
werkelijkheid inhoudsloze concepten. Denk maar aan goesting, vrijheid of
democratie. Zonder jarenlange sociale strijd zouden deze concepten nooit verder
zijn geraakt dan de goesting om te koloniseren, de vrijheid om uit te buiten en
een cijnskiesrecht voor mannen. Ook het basisinkomen is zonder concrete
invulling een hele grote, mooie maar vooral lege doos. De enige spreker die een
concreet plan op tafel legde was Duchâtelet. Zijn basisinkomen bedraagt 700
euro voor mensen tussen 25 en 61 jaar. Het zou worden betaald met de
afschaffing van de sociale zekerheid en het verlagen van de lonen van
ambtenaren.Als je door de mooie
verlichte woorden van Duchâtelet heen kijkt, zie je in de realiteit een
basisaalmoes ver onder de Europese armoedegrens dat moet dienen om de volledige
sociale zekerheid af te breken. Dit komt neer op een omgekeerde herverdeling
met het geld van werklozen, zieken of andere personen die zwakker staan.  

Dat  het misschien naïef was om te geloven dat
Duchâtelet een wilde weldoener is, hadden we kunnen weten. Jammer genoeg legde
Dezyn of De Bom geen concreet plan op tafel, maar laten we het
gedachte-experiment een kans geven en uitgaan van de positieve kanten. Alle
sprekers haalden terecht aan dat onze rijkdom nog nooit zo groot was als
vandaag, en we dus moeten beginnen nadenken over de verdeling ervan. Ze hebben
ook terecht kritiek op het huidige bureaucratische en stigmatiserende
activeringsbeleid. Bovendien is een radicaal vernieuwend idee een opluchting in
een tijd waarin men steeds herhaalt dat er geen alternatief is. 

Gelijke startpositie of gelijke kansen? 

De sprekers haalden terecht aan
dat België een enorm rijk land is met dus enorm veel mogelijkheden. Maar je kan
er natuurlijk enkel mee aan de slag als je dat geld weet te activeren. Als we
die mogelijkheden willen benutten zullen we het geld moeten halen waar het zit,
bij de grote vermogens. Een miljonairstaks zoals ook wordt voorgesteld in het nieuwe
boek ‘De miljonairstaks en 7 andere
briljante ideeën om de samenleving te veranderen’
 van Peter Mertens is dus een noodzakelijke
eerste stap. We hebben dat geld echt nodig want het basisinkomen van
Duchâtelet, dat mensen onder de armoedegrens duwt, is pervers. Een basisinkomen
mag dus ook zeker geen afbraak van de sociale zekerheid inhouden. Niets is zo
ongelijk als mensen die niet gelijk zijn gelijk behandelen. Voor wie op de
buitenbaan loopt is een gelijke startpositie niet hetzelfde als gelijke kansen.
We leven niet in de ideale maatschappij. Ziektes, sociale achtergrond,
seksisme, racisme, homofobie of gewoon pech verdelen de kansen op een ongelijke
manier. Een zieke, arbeidsonbekwame alleenstaande moeder van 4 kinderen verdient
meer bescherming dan een eigenaar van 4 voetbalclubs. De sociale zekerheid is misschien
soms te complex maar ze is ook complex met een reden. Zolang er mensen in
armoede leven kunnen we dus beter beginnen met alle huidige uitkeringen
onvoorwaardelijk boven die armoedegrens te tillen, dan kunnen we daarna nog
kijken of er  geld over is voor het
basisinkomen van de miljonair.

Eén afdak of iedereen zijn eigen paraplu?

Het algemeen geldende karakter
van het basisinkomen zorgt er voor dat het een radicaal nieuw en fris idee is. Maar
een bedrag dat voor iedereen gelijk is kan ook betekenen dat wanneer je
-bijvoorbeeld omwille van ziekte- er niet mee rond komt, dit je eigen schuld
is. Op die manier legt het basisinkomen de verantwoordelijkheid vooral bij het
individu. Ook gelijk voor iedereen maar recht tegenover die logica van
individuele verantwoordelijkheid staat collectieve maatschappelijke
dienstverlening. Deze leveren niet iedereen zijn eigen paraplu maar vormen één
afdak, voor iedereen toegankelijk. Zo zetten publieke voorzieningen wat in de
privésector op de bankrekening van de aandeelhouders geparkeerd blijft staan om
in productieve diensten die de hele bevolking ten goede komen. Wanneer men deze
publieke voorzieningen gratis zou maken, komt dit bovendien neer op een
basisinkomen in natura. In plaats van klant met een individueel budget krijgen
we burgers die als deel van de maatschappij recht hebben op een deel van de mede
door hen geproduceerde rijkdom. Bijkomend voordeel is dat men de productie en
organisatie kan afstemmen op de reële noden van mens en natuur, in plaats van
op de korte termijn winst. Een basisinkomen waarmee men vervuilende producten
van lage kwaliteit kan kopen, waarvoor arbeiders voor een te laag loon in
slechte omstandigheden te werk gesteld zijn, biedt namelijk geen oplossing.

Recht op werk? 

Er is terechte kritiek op het
huidige activeringsbeleid en daarom breekt het basisinkomen met de koppeling van
inkomen en arbeid. Maar dit betekent dat men impliciet het recht op werk met
een volwaardig loon opgeeft. Waarom heeft men anders een inkomen los van arbeid
nodig? Wanneer men vandaag omwille van ziekte, ouderdom of omstandigheden niet
meer kan werken of geen geschikte job vindt, krijgt men een vervangingsinkomen
om dit zonder werk zitten te compenseren. Een
basisinkomen doet dit niet. De onvoorwaardelijkheid
ervan is dus maar een positieve zaak voor wie minder heeft als men er van
uitgaat dat er een grote groep mensen is die niet wil werken. Sommige
voorstanders van het basisinkomen zullen eerder de nadruk leggen op de
werkloosheidsval en de zogenaamde ‘profiteurs’. Anderen zullen eerder uitgaan
van een idealistisch beeld van de werkloze die nu meer tijd heeft om voor de
kinderen te zorgen, te tuinieren, te doen wat men altijd al wou doen of te
‘ondernemen’. Nog anderen zullen het hebben over de robots die ons werk massaal
zullen overnemen. Allemaal  variaties op
een thema die er op neerkomen dat werkloosheid onvermijdelijk, een individuele
keuze en zelfs leuk is. 

Deze ideeën staan echter nogal
ver van de realiteit. Werk is een belangrijke bron van maatschappelijke binding
en socialisering. Het is een basisrecht. Uit alle onderzoeken en fact checks
blijkt steeds weer hetzelfde. Men is niet werkloos om van de uitkering te
profiteren of om in de tuin te werken. Men is werkloos omdat er in België per
17 werkzoekenden slechts 1 job beschikbaar is. En die werkloosheid is niet leuk
maar een zware last voor de werkzoekenden. Gelukkig is die werkloosheid ook
geen fataliteit. Een publiek investeringsplan zou de grote hoeveelheid
maatschappelijk gezien noodzakelijk werk in onderzoek, onderwijs, zorg of
openbaar vervoer kunnen omzetten in jobs. Bovendien werken vandaag sommige
mensen zich kapot terwijl anderen moeten toekijken. De 30-uren week die ook
naar voor wordt geschoven in het nieuwe boek van Peter Mertens kan hier een
uitweg bieden. Werkloosheid is geen rechtstreeks gevolg van technologische
vooruitgang, wel van de socio-economische structuren die hier niet zijn aan
aangepast. Een progressief alternatief moet deze structuren fundamenteel in
vraag durven stellen en proberen te veranderen.  

Kant kiezen 

Er zijn zeker enkele
tekortkomingen aan het idee van een basisinkomen. Maar als we voortbouwen op de
positieve uitgangspunten kunnen we pleiten voor een onvoorwaardelijke
werkloosheidsuitkering boven de armoedegrens, een investeringsplan voor gratis
publieke voorzieningen en een 30-uren week als haalbare opties. Zonder een
miljonairstaks die het budget dat hiervoor nodig is activeert blijven het echter
utopieën. Er bestaan geen wonderoplossingen voorbij links en rechts. De rijkdom
van de éne hangt nu eenmaal samen met de armoede van de andere. De éne zijn dood
is vandaag jammer genoeg letterlijk de ander zijn brood. Het komt er dus niet
op aan te wachten op een geweldig eureka-moment. Het komt er op aan kant te
kiezen. Laten we aannemen dat wie vier voetbalclubs heeft wel genoeg
boterhammen kan kopen. Laten we dus zeker verworvenheden als de sociale
zekerheid niet opgeven om ook voor wie het eigenlijk niet nodig heeft een
basisinkomen te voorzien.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!