Gravensteengroep: intellectueel slordig 7de manifest
België, Etidenne Vermeersch, Gravensteengroep, seperatisme, federalisme, nationalisme, democratie, Europa, Confederalisme -

Gravensteengroep: intellectueel slordig 7de manifest

zaterdag 12 maart 2011 02:57

De Gravensteengroep, een “linkse” denktank van een twintigtal personen, heeft zonet haar zevende manifest gepubliceerd (DM 11 maart 2010). Door het voorstellen van “drie onderhandelingsprincipes” pretendeert ze mogelijkheidsvoorwaarden te scheppen voor een “democratische toekomst” voor België. Maar is dat ook zo?

Allereerst wil de groep het territorialiteitsbeginsel door alle – lees door de Franstalige – partijen erkend zien. Zoals in Zwitserland, zegt men erbij. Wat verzwegen wordt is dat Zwitserland meertalige partijen, een normenhiërarchie, een federaal bicameralisme, een eengemaakte buitenlandse politiek en een niet-nationalistische, meerpolige staatsindeling  met 26 kantons heeft. Een aantal van die kantons zijn overigens tweetalig. Zijn die geplogendheden niet de moeite van het vermelden waard? Bovendien is het territorialiteitsbeginsel in België vandaag al niet in de Grondwet opgenomen. 1° Via artikel 4 van de Belgische Grondwet is het mogelijk om de taalgrens (ergo de gewestgrens) te wijzigen. 2° In het Brussels hoofdstedelijk gewest oefenen twee grote gemeenschappen hun bevoegdheden uit inzake persoonsgebonden aangelegenheden.

Sterker nog, het territorialiteitsbeginsel achten de leden van de groep zelf blijkbaar onhoudbaar voor wat Brussel betreft: “Dat betekent (…) dat cultuur, onderwijs, gezondheidszorg en andere persoonsgebonden aspecten van het maatschappelijke leven geen exclusieve Brusselse bevoegdheden kunnen zijn“. Anders gezegd, wat voor het Vlaams en het Waals gewest als een evidentie beschouwt wordt, is dat niet voor Brussel. Niet alleen strookt dit niet met het principe van het territorialiteitsbeginsel, maar ook gaat deze passage lijnrecht in tegen de twee andere principes van de groep: niet-inmenging en het gelijkheidsbeginsel.

Wat het principe van non-interventie betreft, verwijzen de auteurs naar Québec. Uit de Loi 101 van Québec leiden ze af dat ook in het Vlaams gewest het Nederlands de voertaal van het gerecht, de werkplek, het onderwijs, de communicatie, de handel en de ondernemingswereld. Welnu, het Nederlands is al sedert de 19de eeuw de voertaal in het onderwijs (het universitair zou in de 20ste eeuw volgen) en in het gerecht. Sedert het Septemberdecreet (1971) geldt het Nederlands ook als officiële taal op de werkvloer. Bovendien wil de Gravensteengroep dit alles door het Vlaams Parlement laten regelen, terwijl enkel de Belgische Grondwetgever ter zake bevoegd is. Die bepaalt (art. 30 Belg. Grondwet): “Het gebruik van de in België gesproken talen is vrij; het kan niet worden geregeld dan door de wet en alleen voor handelingen van het openbaar gezag en voor gerechtszaken.”

De Gravensteengroep wil echter – zogezegd naar het voorbeeld van Québec veel verder gaan: “ook de werkplek in Halle en Dilbeek, ook de sociale woning in Vilvoorde, ook de handel in Liedekerke of Overijse” moeten exclusief Nederlandstalig zijn. Gedaan dus met tweetalige opschriften op de lokale markten en wie geen Nederlands kent (vaak armere allochtonen) krijgt geen woning (hetgeen overigens in flagrante tegenspraak is met het recht op eigendom, zoals vastgelegd in art. 17 UDHR).

Volgens de Charte de la Langue Française, waaruit onderhavig artikel komt dienen de wetten in het Frans en het Engels uitgevaardigd te worden en mag elke persoon voor elke rechtbank elk van die twee talen gebruiken (art. 7), ook voor de gezondheidszorgen dient de overheid te voorzien in een Engelse vertaling  (art. 27). Sterker nog, meerdere artikels zijn gewijd aan de mogelijkheid tot Engelstalig onderwijs in scholen en universiteiten. Anders gezegd, de taalwetgeving in België is veel strenger dan die in Québec.

Niet alleen staan er contradicties in de tekst en zijn de uitgekozen voorbeelden ongelukkig, ook worden de termen federalisme, confederalisme door en onder elkaar gebruikt als zouden ze synoniem zijn van elkaar (in de tekst komen overigens ook niet-bestaande termen naar voren zoals “Franstalige” gemeenschap). Uit de tekst komt voorts een eenzijdig negatief beeld van de “Franstaligen” naar voren: “de Gravensteengroep veroordeelt expansionistisch nationalisme van de Franstaligen” (het extreme nationalisme van de “Vlaamse” partijen is blijkbaar geen voorwerp van kritiek).

Toppunt is wel het besluit: “Indien zou blijken dat de Franstalige partijen de drie democratische onderhandelingsprincipes niet kunnen of willen onderschrijven, meent de Gravensteengroep dat de Vlaamse Parlementsleden de institutionele blokkeringsmechanismen, besloten in de Belgische grondwet, eenzijdig moeten opzeggen als signaal dat ze het herstel van de parlementaire democratie in België ernstig nemen.“. Wie het in België met de parlementaire democratie ernstig neemt, moet dus eenzijdig de Grondwet (gedeeltelijk) opschorten – hetgeen overigens een illegale daad is – om de parlementaire democratie te herstellen? Goed, maar dan moet het daaraan gekoppelde federalisme en de oververtegenwoordiging van de Nederlandstaligen in Brussel (die daar ook over blokkeringsmechanismen beschikken) ook verdwijnen.

Ontgrendel de democratie

http://www.gravensteengroep.org/manifest7.php

De Vlamingen, en meer bepaald twee Vlaamse partijen, krijgen vandaag de zwarte piet toegeschoven als vermeende verantwoordelijken voor het vastlopen van de preformatie. Het is echter de vraag of een eerbaar compromis wel haalbaar is als één gemeenschap telkens weer haar eigen bescherming afdwingt ten koste van de wettelijkheid, van de democratie, of van de territoriale en culturele integriteit van de andere gemeenschap.

De parlementaire democratie in België is immers al verlamd sinds de verkiezingen van 2007. Mechanismen, bedoeld om de Franstalige gemeenschap grondwettelijke bescherming te bieden, hebben er mede toe geleid dat de wil van de democratische meerderheid in dit land permanent wordt afgeblokt. De duur van de regeringsonderhandelingen alleen al wijst precies daarop.

Ironisch genoeg wordt deze voortdurende institutionele blokkering verantwoord met het argument dat ze de solidariteit redt en de consensus beschermt, terwijl het enige effect is dat alles bij het oude blijft. Het Belgische consensusmodel verbergt vandaag een diepgeworteld conservatisme. Op die manier verbrokkelt het politieke draagvlak van de Belgische samenleving zienderogen. Daardoor wordt ook de basis voor de solidariteit op federaal vlak onderuit gehaald.

De Gravensteengroep stelt drie onderhandelingsprincipes voor. Deze principes zijn niet nieuw; ze vormen de grondslag van de resoluties van het Vlaamse parlement, en van het programma en de recentere Octopusnota van de Vlaamse regering. Volgens de Groep vormen ze ook de  noodzakelijke voorwaarden voor een democratische toekomst voor België.

De Gravensteengroep roept alle Belgische democratische partijen, dus ook de Franstalige, nogmaals op om deze principes te onderschrijven.

Het eerste principe is dat van de territorialiteit, die eens eens en voorgoed erkend moet worden als het unieke politieke fundament van deze staat, zoals dat ook het geval is in de Zwitserse federatie.

Daaruit volgt onmiddellijk het principe van de niet-inmenging. Vlaamse onderhandelaars stellen geen enkele eis ten voordele van Vlamingen die zich in Wallonië vestigen of gevestigd hebben. Franstalige onderhandelaars stellen geen enkele eis ten voordele van de Franstaligen die zich in Vlaanderen vestigen of gevestigd hebben. Deze twee uitspraken vormen samen een perfect egalitair en rechtvaardig geheel. Niemand doet hier een “toegeving”.

Om de Vlaamse gevoeligheid duidelijker te illustreren moeten we onze Franstalige landgenoten wijzen op de ‘Loi 101’ van Québec. Vervang in die wettekst de woorden ‘Québécois’ door ‘Vlaming’ en ‘langue française’ door ‘Nederlands’, en men leest als vertaling:

“Het Vlaamse Parlement erkent het verlangen van de Vlamingen om de kwaliteit en de uitstraling van het Nederlands te beschermen. Het is daarom vastbesloten om de positie van het Nederlands als officiële taal en als gerechtstaal van Vlaanderen te verzekeren. Bovendien moet het Nederlands de gebruikelijke taal zijn van de werkplek, het onderwijs, de communicatie, de handel en de ondernemingswereld.”

Dus ook de werkplek in Halle en Dilbeek, ook de sociale woning in Vilvoorde, ook de handel in Liedekerke of Overijse, ook de industrie in Diegem en Zaventem. Meer algemeen wil dit zeggen dat de Gravensteengroep het expansionistisch nationalisme van de Franstaligen veroordeelt.

Het derde principe, het gelijkheidsbeginsel, moet onverkort op de Brusselse situatie worden toegepast. Welke positie Brussel in een toekomstige Belgische ‘confederatie’ of ‘unie’ ook wordt toegekend, ze moet in ieder geval berusten op de ondubbelzinnige en actieve invulling van het gelijkheidsbeginsel. Dat betekent dat Brussel als hoofdstad van Europa, als stadsgewest in België en als ankerpunt van de Vlaamse en Waalse economie een duidelijk en in de dagelijkse praktijk herkenbaar tweetalig statuut behoudt. Dat betekent verder dat zowel de Nederlandse als de Franse cultuur er actief gesteund moeten worden. Dat betekent tenslotte dat cultuur, onderwijs, gezondheidszorg en andere persoonsgebonden aspecten van het maatschappelijke leven geen exclusieve Brusselse bevoegdheden kunnen zijn. Als Brussel de hoofdstad van de Belgische staat wil zijn, moet het zich schikken naar de democratische en solidaire principes van een Belgische confederatie of unie. Zoniet, dan is er sprake van Brussels separatisme.

De Gravensteengroep vraagt aan alle partijen in België, boven of onder de taalgrens, dat ze kenbaar zouden maken of ze deze drie principes van democratisch overleg steunen.

Daarenboven doet de groep een meer specifieke oproep tot het Vlaamse parlement. De groep ziet namelijk een noodzakelijk verband tussen deze onderhandelingsprincipes en de boven vermelde institutionele blokkeringsmechanismen, die zijn vastgelegd in de Belgische Grondwet. Er is tot nog toe geen enkele ernstige aanwijzing voor de (Franstalige) angst dat de Vlaamse meerderheid haar macht zou gebruiken voor andere dan democratische doeleinden. Andersom heeft de Franstalige minderheid nog geen enkel hoopgevend teken gegeven van haar bereidheid om haar grondwettelijke blokkeringsmacht voor andere dan oneigenlijke doeleinden aan te wenden.

Indien nu zou blijken dat de Franstalige partijen de drie democratische onderhandelingsprincipes niet kunnen of willen onderschrijven, meent de Gravensteengroep dat de Vlaamse parlementsleden de institutionele blokkeringsmechanismen, besloten in de Belgische grondwet, eenzijdig moeten opzeggen als signaal dat ze het herstel van de parlementaire democratie in België ernstig nemen.

De Gravensteengroep (in omgekeerde alfabetische volgorde): Etienne Vermeersch, Jan Verheyen, Frans-Jos Verdoodt, Piet van Eeckhaut, Jan Van Duppen, Luc Van Doorslaer, Jef Turf, Johan Swinnen, Hugo Stevens, Jean-Pierre Rondas, Brigitte Raskin, Yves Panneels, Bart Maddens, Karel Gacoms, Paul Ghijsels, Pierre Darge, Paul De Ridder, Dirk Denoyelle, Eric Defoort, Jo Decaluwe, Willy Courteaux, Jan Bosmans, Tinneke Beeckman, Ludo Abicht.

Woordvoerders voor deze tekst zijn Etienne Vermeersch, Frans-Jos Verdoodt, Jean-Pierre Rondas (0477-65 65 12), Karel Gacoms, Jan Bosmans en Ludo Abicht.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!