Gezondheid en rechtvaardigheid : hier en daar
Intal, People'sHealth Movement, Internationale conferentie over gezondheid en rechtvaardigheid -

Gezondheid en rechtvaardigheid : hier en daar

zondag 7 november 2010 20:23

VERSLAG CONFERENTIE ‘HEALTH JUSTICE – WORLDWIDE!’, BERLIJN, 17 & 18 SEPTEMBER

In september organiseerde de Duitse ngo Medico International, tevens actief in de People’s Health Movement, een internationale conferentie over gezondheid en rechtvaardigheid – wereldwijd. En dat ‘wereldwijd’ was letterlijk te nemen. Zo’n 300 deelnemers van universiteiten, ngo’s en tal van sociale bewegingen namen deel, zowel uit Europa als het Zuiden. Ook intal was present. Een greep uit de workshops en debatten.

DEMOCRATISCHE PARTICIPATIE, EEN ACTIEF GEBEUREN!

Het belang van democratische participatie was een rode draad doorheen de conferentie. In verschillende workshops werd benadrukt dat gezondheid niet enkel een zaak van gezondheidsexperts (artsen, beleidsmakers, ziekenhuismanagement,…) mag blijven, maar iedereen actief zijn gezondheid in handen moet nemen.

Natuurlijk gaat het dominante discours over gezondheid nog steeds over de verantwoordelijkheid van de mensen zelf: in sensibiliseringscampagnes worden mensen erop gewezen dat ze gezond moeten eten, meer sporten, minder roken,… en dat ze hun gezondheidsgedrag zelf in handen hebben. Deze benadering gaat ervan uit dat mensen zonder belemmering kunnen kiezen een gezonde leefstijl aan te nemen. Maar zijn de voorwaarden daarvoor wel aanwezig? Is gezonde voeding betaalbaar? Blijft er tijd over om te sporten?

Dr. Andreas Wulf (Medico International) benadrukte dat mensen werkelijk controle kunnen krijgen over hun gezondheid, als ze zich organiseren en mobiliseren om de structurele oorzaken van ongelijkheden in gezondheid aan te pakken. Democratische participatie gaat dus over mensen die hun stem laten horen en actief deelnemen aan de planning en implementatie van hun gezondheidszorg. Dit breekt radicaal met het beeld van een biomedisch model waarin gezondheidsexperts gezondheidszorg aanbieden binnen een vaste structuur.

In verschillende workshops kwamen concrete voorbeelden aan bod hoe participatie van de gemeenschappen georganiseerd kan worden. De link tussen de situatie in het Noorden en het Zuiden werd daarbij duidelijk in de verf geplaatst. Door de globalisering zijn de structurele oorzaken van problemen in Noord en Zuid meer en meer gelijkaardig. Denk maar aan armoede als onderliggende oorzaak van vele ziektebeelden. Ook in het Noorden groeit de armoede. In Duitsland is er nu sprake van meer dan 10 miljoen armen!

Prof. Gerhard Trabert, voorzitter van de Duitse ‘Verein Armut und Gesundheid’, gaf voorbeelden van hun werking met daklozen. In verschillende projecten, zoals ‘Street Jumper’ en ‘Medizin am Strassenrand’, wordt geprobeerd op een participatieve manier te werken rond gezondheid door te luisteren naar de mensen in de gemeenschappen, een beroep te doen op hun capaciteiten, sociale netwerken te versterken, acties op te zetten rond de toegang tot zorg en die ervaringen mee te nemen in politiek werk.

Itai Rusike, verantwoordelijke van de Community Working Group on Health (CWHG) in Zimbabwe, gaf voorbeelden uit het Zuiden. CWHG is een community based organisatie die ontstaan is in de jaren 90 als reactie op de slechter wordende sociale situatie door de privatisering van veel openbare diensten. CWHG heeft als motto ‘Health is your Right and Responsibility’ (Gezondheid is jouw recht en verantwoordelijkheid).

Met hun Health Literacy Programme brengen ze mensen bij hoe ze hun gezondheidssituatie kunnen analyseren om zich vervolgens te organiseren en samen actie te ondernemen. Enkele voorbeelden daarvan zijn de inrichting van gemeenschapstuintjes, gemeenschappelijke afvalophaling, het herstellen van een weg,…. Een dergelijke empowermentstrategie is erop gericht om mensen te helpen om hun persoonlijke strijd voor een betere gezondheid te verbinden met de collectieve strijd om de gezondheid van iedereen te verbeteren.

Verder ondersteunt CWHG ook fora en comités voor actieve participatie van de gemeenschappen en het betrekken van lokale actoren (ngo’s, lokale raden, vrouwenorganisaties,…). Momenteel bereiken ze zo’n 3500 mensen. Hun motto zegt het al: de gemeenschap moet niet álles op zich nemen (gezondheid als verantwoordelijkheid) om de rol van de staat over te nemen. Gezondheid is ook een recht dat verplichtingen voor de staat met zich meebrengt!

SOCIALE BESCHERMING VOOR IEDEREEN

Tijdens de conferentie ging ook veel aandacht uit naar het belang van sociale zekerheid. Duitse vakbonden getuigden over de manier waarop de Duitse regering momenteel de sociale bescherming (‘social protection’ is momenteel het buzzword in deze kringen) terugschroeft, terwijl academici, internationale agentschappen en ngo’s ook het belang van een universele bescherming van de volksgezondheid in ontwikkelingslanden in de verf zetten. Het eerstvolgende rapport van de Wereldgezondheidsorganisatie, dat eerstdaags uitkomt, gaat trouwens over dit thema.

De Amerikaanse professor Lawrence Gostin kwam in dit verband een nieuw initiatief voorstellen: The Joint Learning Initiative on National and Global Responsibilities for Health. Hij vertrok van de vaststelling dat de huidige ontwikkelingshulp geen antwoord heeft op de uitdagingen voor de volksgezondheid in de ontwikkelingslanden. Infectieziekten zijn nog altijd verantwoordelijk voor een groot deel van de overlijdens en ziektelast, maar ook chronische ziekten treffen het Zuiden. In 2020 zal 70% van de chronische ziektelast daar te vinden zijn. Daarom is er nood aan een wereldwijd systeem van sociale bescherming.

Gostin lanceert nu met een aantal medestanders dit ‘joint learning initiative’ als een wereldwijde beweging voor het recht op gezondheid op basis van vier principes:

  • Eerst en vooral moet bepaald worden op welk basispakket van diensten iedereen aanspraak zou moeten kunnen maken;
  • De verantwoordelijkheden van de staat ten opzichte van de eigen bevolking moeten vastgelegd worden;
  • Ook de verantwoordelijkheden van de rijke landen moeten vastgelegd worden. Het gaat hier niet over hulp maar over samenwerking en wederzijdse bijstand;
  • Internationale instellingen moeten zo worden hervormd dat ze de sociale gelijkheid dienen.

De ideeën van Gostin lokten interessante discussies uit. Zo werden er zeer kritische vragen gesteld over het basispakket waarnaar verwezen wordt. Wie moet zo’n pakket vastleggen? Betekent dit dan dat sommigen enkel recht hebben op een basispakket en anderen op meer? Heeft niet iedereen recht op een gelijke behandeling? En is gezondheid enkel een kwestie van de aflevering van diensten? Ook een gezond leefmilieu is bijvoorbeeld zeer belangrijk voor de volksgezondheid.

Dan was er ook de vraag naar hoe zo’n sociale bescherming er dan wel kan komen. In Europa is de sociale zekerheid het resultaat van sociale strijd geweest. De sociale zekerheid werd een feit, omdat de vakbonden en andere sociale bewegingen ervoor gevochten hebben. Ook een wereldwijd systeem van sociale zekerheid zal niet zonder strijd tot stand komen. Het zijn uiteindelijk de krachtsverhoudingen tussen de verschillende sociale klassen die beslissend zullen zijn. En die strijd speelt zich bovendien af op het niveau van staten. Door alles te situeren op het ‘wereldwijde’ niveau, wordt alles meteen ook zeer wollig en ongrijpbaar. Gostin en medestanders schijnen met dit alles weinig rekening te houden. Ze schijnen ervan overtuigd dat ze de machtigen der aarde wel kunnen overtuigen met een goed idee.

Best interessant zo’n discussie en bovendien uiterst relevant. Dat leerden de getuigenissen van de Duitse vakbonden. Zelfs de internationale instellingen geven toe dat de Duitse welvaartsstaat gefinancierd wordt door de middenklasse en de lagere inkomens. Nu wordt het solidariteitsprincipe nog verder ondermijnd. Men wil de openbare zietkteverzekering beperken en de privé-verzekering uitbreiden. Mensen kunnen zelfs kiezen om het openbare systeem te verlaten en zich volledig privé te verzekeren. Bovendien wil de Duitse regering een gelijke bijdrage invoeren: Iedereen zou een gelijke premie moeten betalen, ongeacht het inkomen. Dat is natuurlijk onrechtvaardig voor de lagere inkomens.

Het verhaal van de Duitse vakbonden bevestigt precies dat een systeem van sociale bescherming de vrucht is van sociale strijd en dat het belangrijk is om die strijd niet op te geven. In de huidige politieke conjunctuur in Europa ligt dat systeem immers alweer onder schot.

HEALTH IMPACT FUND: EEN MODEL VOOR BETAALBARE GENEESMIDDELEN

Tijdens de conferentie brak professor Thomas Pogge (Yale University) een lans voor het Health Impact Fund (HIF), een compensatiemechanisme dat farmaceutische ondernemingen moet aanzetten om nieuwe geneesmiddelen tegen reële kostprijs te verkopen. Bijzonder aan het model is dat het vertrekt vanuit het bestaande vrijemarktmodel en de winstlogica van ondernemingen.

Vandaag ontwikkelt de farmaceutische industrie nieuwe geneesmiddelen met grote winsten in het vooruitzicht. Het patentsysteem verzekert hen immers een marktmonopolie gedurende 20 jaar. Dat monopolie heeft twee gevolgen: enerzijds worden geneesmiddelen verkocht aan de hoogst mogelijke prijs, want er is geen concurrentie mogelijk, anderzijds worden vooral die geneesmiddelen ontwikkeld die tegen deze hoge prijs kunnen verkocht worden, lees: geneesmiddelen voor het rijke deel van de wereldbevolking. Het onderzoek naar geneesmiddelen voor ziekten die vooral de armen, de meerderheid, treffen wordt dan ook verwaarloosd.

Met het Health Impact Fund (HIF) wil Pogge een fonds in het leven roepen om premies toe te kennen aan farmaceutische bedrijven die gedurende 10 jaar hun nieuwe geneesmiddel tegen de laagst mogelijke prijs willen verkopen. Aan het patentrecht zelf wordt niet geraakt. De jaarlijkse premie wordt bepaald op basis van de gezondheidsimpact van het geneesmiddel: hoe meer mensen baat hebben bij het geneesmiddel, hoe groter de impact en hoe groter de premie. Eens de 10 jaar verstreken zijn, is de afspraak dat het geneesmiddel door een generisch producent verder geproduceerd kan worden. De ontwikkelaars van het model hopen jaarlijks 6 miljard dollar los te krijgen bij regeringen.

Het HIF-model lijkt een interessante piste:

  • Het opent de weg voor onderzoek naar geneesmiddelen voor verwaarloosde ziekten die een groot deel van de wereldbevolking treffen en dus een grote gezondheidsimpact zullen hebben.
  • Hoewel het patentsysteem intact blijft, heeft dit geen invloed op de prijs van geneesmiddelen die geregistreerd worden bij het HIF, aangezien deze goedkoop verkocht zullen worden.
  • De middelen van het fonds zijn beperkt in vergelijking met de gangbare winsten van de Big Pharma, maar als één van hen meedoet, wordt de druk op de anderen groot om ook mee te doen.
  • Het creëert perspectieven voor kleine farmaceutische ondernemingen in het Zuiden.

In de discussie die volgde op de voorstelling van het HIF-model kwamen verschillende vragen uit het publiek. Zo verwees iemand naar de gigantische winsten van sommige farmaceutische bedrijven. Waarom zou zo’n farmareus voor een ‘kleine’ premie die zelfs niet vooraf vastgelegd kan worden zijn winsten laten varen? Pogge reageert dat geneesmiddelen die zullen aangemeld worden wellicht die zijn waarvoor een grote markt bestaat. Door de hoge prijzen is die markt nu klein (enkel voor patiënten die kunnen betalen). Bovendien gaat het niet alleen om grote multinationals, maar ook om kleine farmabedrijven in arme landen.

Ook is er ongerustheid over het effect op generische producenten. Welke kans hebben zij nog om te concurreren nadat de patenthouder gedurende 10 jaar zijn product goedkoop en stevig in de markt geplaatst heeft. Pogge merkt daarbij op dat het toegankelijk maken van geneesmiddelen op veel plekken in de wereld een logistieke uitdaging is en sowieso samenwerking zal vereisen over de hele keten van productie, distributie en verkoop.

Het HIF is in wezen een model dat voordelen voor iedere betrokken partij zou moeten opleveren: de aandeelhouders van de farmaceutische industrie, de patiënten en de belastingbetalers. Voor Pogge is het een kleine hervorming, maar een eerste stap om internationale spelregels in harmonie te brengen met de mensenrechten. De farmaceutische industrie is te machtig om om op korte termijn radicale veranderingen af te dwingen, zo meent hij.

Niet iedereen leek het met dat laatste volledig eens te zijn, maar dat was trouwens ook een van de discussiepunten die doorheen de hele conferentie. Welke strategie moeten we voeren om het recht op gezondheid voor iedereen tot een werkelijkheid te maken? In stapjes of door radicaal nieuwe modellen naar voor te schuiven? Stof tot nadenken.

Op de website van Medico International vind je presentaties, video’s en audiofragmenten van de conferentie.

Verslag van Steven Ronsmans, Wim De Ceukelaire en Anuschka Mahieu

Bron: Intal

Bron : Anuschka

Luc Schrijvers is lid van Intal

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!