De community ruimte is een vrije online ruimte (blog) waar vrijwilligers en organisaties hun opinies kunnen publiceren. De standpunten vermeld in deze community reflecteren niet noodzakelijk de redactionele lijn van DeWereldMorgen.be. De verantwoordelijkheid over de inhoud ligt bij de auteur.

Ethiek. Is “anderen helpen” een verantwoorde levensstijl? Over de diepe zin van leven vanuit medemenselijkheid. Extra: Aïkido

donderdag 20 juni 2024 11:22
Spread the love

Met belangstelling volgde ik op sociale media een redenering, een filosofisch (zelf)onderzoek van Olga, een persoon uit Oost- Europa afkomstig, over de vraag waarom mensen goede daden doen en wel eens hulp verlenen. En de vraag of dit gedrag, deze levenswandel wel zin heeft.

“Doen mensen dit niet meestal uit beredeneerd eigenbelang?  Bestaat Puur altruïsme? Is het Mystiek geloof? Of Zelfbedrog gemixt met hoop? Wordt het vooral vanuit Ego gedaan?”

“Is het altijd een goed idee, of zelfs maar een goede daad,
iemand bijstand te geven of te redden?
Die persoon kan later een misdadiger worden misschien?”… lees ik.

_______________________________________________

De reflectie komt er bij het internationaal veel gedeelde bericht over een Joodse tandarts

die ooit een Palestijn hielp het leven te behouden, buiten zijn eigenlijke vakdomein en verantwoordelijkheid,

en later bleek dat die man van Hamas was en… uitgerekend een familielid van de weldoener

om het leven zou brengen..

____________________

Wat te denken? Wat te doen?
Welke leefregels kiezen en volgen? Welke maxime moet ik mij maken?
Heeft de christelijke oproep je medemensen bij te staan zin?
Of is dit een rechte weg naar meer persoonlijk verlies en vermoeidheid?
____
Mijn ervaring is dat goede daden stellen jezelf geregeld uitput of in gevaar kan brengen.
Je moet daarbij dus bewust bewaken dat je niet – of toch niet te lang – meer geeft
dan je zelf hebt.
Maar toch geloof ik met de kracht van verstand en intuïtie in de evangelies.
Die m.i. samengevat stellen:
“Doe het goede,
Verleen bijstand en steun aan
Medemensen die het (nog)
Moeilijker hebben.
In the end of the day
zal je voor je daden
Gods zegen
ontvangen!”

Die religieuze hoop is m.i. ook rationeel voor een deel te begrijpen, niet zo duister.

Deze altruïstische houding, en de vruchten ervoor die de duizendjarige teksten de behulpzame mens beloven zijn inzichtelijk voor wie diep reflecteren kan.

Want: door uit je comfort zone te komen en je betrokkenheid vorm te geven,

léér je veel over wereld en mens.

Over de essentie van die mens en die wereld,

over de grenzen van het speelveld,

en dus over wat je zonder ‘dodelijk risico’ kan doen,

wat je beter kunt laten,

je gaat beseffen de gevaren die zullen opduiken

en de prijs die je zult betalen bij het bijna niet te negeren project van de authentieke mens:

het najagen van je verlangens. Daar zo weinig mogelijk op toegeven.

 

Taal van ethiek

Ethiek is de leer over wat goed en wat kwaad is.

Zij wijst de weg naar hoe je kunt het goede doen.

Let op: het goede is niet (zoals de avontuurlijke schrijver Ernest Hemingway ooit meende) “wat voor mij goed voelt nadien”.

Traditioneel en in wezen is het ‘goede’ doen een vorm van ànderen goed doen.

Het ethische standpunt is altijd een “bovenpersoonlijk” standpunt.

Je gaat als in een drone naar de situatie kijken: los van je eigen kleine directe eigenbelang;

met vragen in het hoofd:

1. hoe raakt die medemens uit zijn problemen en op welke manier kan ik daar misschien een bijdrage aan leveren? (Geheimpje: vriendelijke nabijheid en luisterend oor zijn al vaak wondermiddelen)

2. Wat kan ik doen om, in het oog van een situatie of een uitdaging, het Algemeen Belang te dienen. (Noteer en rapporteer ik de nummerplaat van een boevenwagen die ik toevallig zie wegscheuren?

Klim ik in de pen als ik een eigen idee heb om energie te besparen, schrijf ik dit uit in een lezersbrief aan een krant of via sociale media? De hulpverlener geeft zichzelf kansen uit zijn schelp te komen.

Aan de lucht en in het licht kan die identiteit groeien; menige wonde geneest ook beter in die omstandigheden).

In tijden van digitaal met dopaminestootjes (likes) opgevoerde ego’s is het goed dit sociale aspect van een goed leven niet te vergeten en daadwerkelijk als inspiratiebron te nemen.

 

______________

Bovendien doe je door zo in het bestaan te staan
Zelfkennis op.

Dat is een schat,
zoals Socrates al zegde.

 

“Zelfkennis is het begin van alle wijsheid”

 

Je zult kunnen voorspellen, gaandeweg,

hoe je systeem reageert op onverwachte uitdagingen,

op angst en stress,

op tegenstand en spot,

op verlies van veiligheid of geborgenheid,

van sociale gezelligheid,

maar ook op onverwachte kansen om verder te raken

en op succes.

________

Eerste hulp bij pesten op school

Wanneer je als scholier bijvoorbeeld beslist tussen te komen wanneer een ‘pestkop’ (bully) een minder weerbare jongen of meisje

loopt te pesten of te slaan, zoals ik zelf als kind heb als gedragslijn gekozen, nog voor ik acht jaar oud was,

leer je zelf veel bij wat betreft “sociale weerbaarheid”. Leer je de psychologie van de boosdoener telkens verder kennen.

Leer je iets doen met je eigen angst.

Zodat die ook in andere situaties minder in je weg komt te zitten.

Roeping en persoonlijke ziel?

Misschien is het waar dat deze weg niet voor iedereen gegeven is.

Dat je al wat dapperheid en strijdlust in je ziel moet meegekregen hebben.

Of dat je bij deze defensieve acties om medemensen en medeleerlingen bijvoorbeeld vernedering te besparen,

best beschikt over harde knuisten. Of dat je beter zult slagen in je missie wanneer je na school eerst zelfvertrouwen en technieken hebt opgedaan wat vechten betreft.

 

 

Aïkido

In de judozaal, of bij het aanleren van Aïkido (de hogeschool van de Japanse martiale sporten ontwikkeld door meester Morihei Uyeshiba, zo herinner ik mij uit het hoofd,

nadat ik 45 jaar geleden een tijdje die gevechtssport heb beoefend.) Uyeshiba was tenger, maar ambitieus als man en trots. Nadat hij door anderen vernederd was, bedacht bepaalde technieken die de kracht en het gewicht

van de tegenstander omzetten in jouw voordeel en hij oefende de typerende zwaaibewegingen in op het slagveld van de toenmalige oorlog tegen Rusland, aan het front, in lijf aan lijf confrontaties op leven en dood.

Bij Aïkido oefen je ook met een houten of echte katana, een samoerai of officierenzwaard dat momenteel weer veel aantrekking uitoefent, zo leidt ik af uit de aantallen en maten die

beschikbaar liggen in het winkeltje “Objets trouvés” in de Brusselse in Leuven. (Het formaat in de etalage lijkt erop te wijzen dat mensen de objecten echter vooral als siervoorwerp of fetisj kiezen).

En je oefent ook met de “jo” – een lange houten stok. Zeg maar de steel voor de keerborstel die je in de Aldi of de Brico hebt gehaald. (Mijn eerste bezoek aan die winkels destijds, en wellicht mijn eerste aankoop ooit: wij leefden in die jaren een jeugd zonder geld, zonder zelf aankopen te doen!).

Van in de middeleeuwen was het stokvechten deel van het programma voor de ridder. Het is de basis van vechten met het zwaard of met lans. Je kunt daar op neerkijken en zeggen, we vechten liever voor de vrede, als manifestant voor pacifisme.

Wie toch de kriebels voelt kan ik meegeven dat wij destijds in ons team onder leiding van de kleine van een snor voorziene Vlaamse Sensei veel deugd hadden van die sport,

uitgevoerd op de dikke tatami in kunststof naar Japans model, die ons lichaam opving zonder harde schokken bij het vallen bij de oefeningen. Paradoxaal, zo bedacht ik toen in 1979 al, verleent deze vechtsport je juist veel innerlijke rust en vrede.

Aïkido kan dienen als metafoor, als allegorie als we nadenken over strijdvaardig het goede doen en mensen bijstaan. Wij leerden bijvoorbeeld op goede manier vallen. Je val breken met een bepaalde armbeweging. Die vaardigheid is mij later vaak te pas gekomen, ik heb er misschien gebroken ledematen mee voorkomen. Wij leerden door het spel, de dans, het vechten met de Jo wat het is, een stok. Met een eigen stok te gaan en hem te hanteren,  te manipuleren, vlot en zonder schaamte te dragen.

Later, toen ik natuurstudie ging beoefenen en graag lange wandelingen mocht maken buiten de verstedelijkte gebieden, (iets dat toen in de jaren zeventig excentrisch was, maar dat nu

ook juist door de Covid-reisbeperkingen tot hobby van velen is geworden), kwam de ervaring in de dojo van pas. Ik leerde wandelstaven snijden, zagen, met behulp van een klein zaagje, en ik oefende speels in de natuur met de staf de defensieve zwaaibewegingen. “In nature there is nobody to give you no blame” zoals de song gaat.

In het feministische maandblad “Opzij” las ik een filosofisch stukje dat mij altijd is bijgebleven: de staf, de wandelstok is een fenomeen. Hij is als een vriend bij je op je weg. Hij geeft steun om overeind te blijven, maar verleent vrouw en man (en x) ook een gevoel van veiligheid. Wie een staf of een stok bij zich heeft, zal vanzelf mensen (of honden) met kwade bedoelingen een toontje lager doen zingen.

Nu ik de 62 nader – het is een kwestie van dagen – heb ik al soms nut van deze “derde poot” bij het wandelen of bij het winkelen. Hij geeft ‘houvast’, ook juist wanneer je met je hoofd in de wolken zit. Ervan overtuigd ben ik dat de wandelstok gebruiken mij meer onbekend terrein zou zijn gebleven wanneer indrukwekkende Japanse martiale meesters zoals Nobuyoshi Tamura (intussen gestorven natuurlijk) ons niet in de dojo aan het huidige stadium van OHL was komen lesgeven. Ik herinner mij dat ik met ontzag naar een detail keek bij die lessen van de Oosterse experten: niet alleen naar de soepele bewegingen die getuigden van letterlijk duizenden keren ingeoefende “kata’s”,  schijngevechten, reeksen bewegingen, maar ook juist naar de kleur van de Jo in de handen deze ontzagwekkende, verstilde mannen viel mij op: geelbruin! Isabelkleur. Daar zag je een onweerlegbaar bewijs van duizenden oefeningen, huid tegen hout, een concrete, sprekende illustratie van Oosterse toewijding en geduld. Tijdens de meer dan twintig betogingen met de klimaatjongeren (meestal meisjes) had ik de staf mee, in Brussel, Namen, Louvain-la-Neuve. In zulke omstandigheden, wanneer het gevaar dreigt dat de politie uit de krammen zal schieten, of dat er zwartgeklede agitatoren vlakbij gekke dingen gaan doen, wordt het psychologische gevoel van de “sterke vriend” in je handen onmiskenbaar.

______

Kortom,
In mijn visie leef je intenser en interessanter
wanneer je besluit de Medemenselijkheid
te beoefenen.

Je zal vaker door “de donkere vallei” gaan (psalm 23),
maar je zal ook meer opgewektheid oogsten,
en tevredenheid,
want mensen bevorderen doet plezier,
en bovendien zal je jezelf meer
Persoonlijke Groei – kansen bieden.
En die persoonlijke groei is toch een van de grootste
kansen, positieve effecten, mooie dingen
op de aardse levensweg
voor het fenomeen mens.

In die zin kan ik de categorische imperatief
van Immanuel Kant, de grote ethicus en filosoof
bevestigen en onderbouwen:

“Neem je medemens nooit louter als middel,
maar ook altijd als doel”

Of in de tweede formulering, die ruim bekend is:

“Doe anderen niet aan wat je zelf niet wil meemaken”

_____________________________________

Beeld: de feniks, de vogel die sterft door het vuur,
maar steeds opnieuw herrijst uit zijn as. (Logo
van de abdij van Grimbergen, bekend van het bier.

Eigen foto).

Creative Commons

take down
the paywall
steun ons nu!