“Er bestaat geen Europese identiteit”
Turkije, Europa, Identiteit, EU, Europese, Unie, Hendrik vos -

“Er bestaat geen Europese identiteit”

woensdag 10 maart 2010 22:15
Spread the love

Hieronder vind je een stuk dat ik heb geschreven voor mijn thesis. Het onderwerp handelde over de toetreding van Turkije tot de EU. Dit deel handelt over wat de EU eigenlijk is. Van vroeger tot nu.

 In 1951 werd het eerste Europese samenwerkingsakkoord ondertekend. 56 jaar later is die samenwerking uitgegroeid tot een unie van 27 landen die onder vuur staat bij haar eigen burgers. De mogelijke toetreding van Turkije zorgt voor een nooit geziene verdeeldheid binnen de Europese Unie.

  Op 18 april 1951 hebben Frankrijk, Duitsland, Italië en de Benelux een akkoord ondertekend om economisch de krachten te bundelen. Die samenwerking heette de EGKS, de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal. Het hoofddoel van de EGKS was de vrede te handhaven tussen Frankrijk en Duitsland. Dat deden ze door de integratie van kolen (een essentiële energiebron) en staal (basis voor de wapennijverheid) Het beheer van de kolen- en staalnijverheid werd toevertrouwd aan een Hogere Autoriteit.

In 1958 ontstonden de EEG, de Europese Economische Gemeenschap en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie, Euratom. De EEG was de voorloper van onze huidige EU en werd gekenmerkt door de vrije markteconomie. Dat werd gekoppeld aan een verbod op misbruik van machtposities van bedrijven. Frankrijk vreesde namelijk dat zijn ondernemingen niet concurrentieel genoeg waren. Het doel van Euratom was een samenwerking op vlak van atoomenergie. Voor Frankrijk was het belangrijk om Europa economisch de nodige onafhankelijkheid te garanderen. Vanaf 1965 ontstond de Europese Gemeenschap, EG, die een samensmelting was van de EGKS, de EEG en Euratom. De Europese Unie deed zijn intrede in 1993.

 Volgens Hendrik Vos, professor Europese Politiek aan de Universiteit Gent, was de Europese integratie een samenwerking om de economieën van een aantal landen met elkaar te verbinden: “Het is nooit de intentie geweest van de leden gelijke culturen met elkaar te verenigen. Waarschijnlijk wel het omgekeerde: landen met heel uiteenlopende culturen met elkaar verbinden zodat daar op termijn een gemeenschappelijke cultuur uit zou ontstaan.”

Die economische visie is de afgelopen 26 jaar in principe nog steeds niet gewijzigd. Maar met de mogelijke controversiële toetreding, halen tegenstanders culturele en religieuze argumenten boven. “In wezen blijft de Europese Unie een politieke club die een aantal landen verenigt. Die is verder gebouwd op een aantal fundamenten die gebaseerd zijn bijvoorbeeld de scheiding tussen Kerk en Staat, gelijke rechten voor man en vrouw, democratie e.d. Je zou die  dus de  basiswaarden kunnen noemen waarop het Europese project is gebouwd. De landen die die basiswaarden aanvaarden, kunnen in principe lid worden van die club, ongeacht welke verdere cultuur of godsdienst erop nahouden”, aldus professor Vos.

Grenzen betonneren
Volgens professor Vos bestaat er geen Europese identiteit. Een precieze omschrijving voor dat begrip is zeer moeilijk want in Europa is er een enorme verscheidenheid: “Als je een identiteit zou willen omschrijven van de Europese Unie, sta je voor een onmogelijke klus. De Europese Unie is nog altijd een samenwerking tussen politieke gemeenschappen die samen een aantal problemen aanpakken. Met als doel, het milieu, de volksgezondheid en de consumentenbescherming te verbeteren. De Europese Unie is dus geen culturele club. De lijm die Europa bindt is een politiek project en niet een culturele identiteit.”

Er gaan stemmen op bij sommige lidstaten om een verwijzing naar het christendom te verankeren in de Europese Grondwet. Professor Vos heeft daar zijn bedenkingen over: “Er zijn ontzettend veel Europeanen die zich niet meer met die christelijke wortels identificeren en die daar dan ook geen boodschap aan hebben. Europa heeft op dit moment heel veel migranten die weinig boodschap hebben aan die christelijke wortels. Europa mag de bakermat zijn van het christendom, maar ook van het humanisme en een aantal tegenstromingen tegen het christelijke geloof. Die hebben ook de Europese geschiedenis gekneed en gevormd. Het Ottomaanse Rijk heeft zich tot diep in Europa uitgestrekt en heeft daar ook een stempel op gedrukt. De Europese wortels zijn zo talrijk en zo diep dat het niet veel zin heeft om er eentje uit te pikken en dat dan te beschouwen als de basis van de Europese gedachte.”

De Europese Unie telt vandaag 27 landen en tussen die 27 landen zijn er heel wat culturele verschillen. Zo kan je stellen dat Finland en Cyprus cultureel gezien heel weinig met elkaar te maken hebben, behalve het feit dat zij beiden lid zijn van de Europese Unie. De islamitische cultuur en de grote moslimbevolking is de grootste hinderpaal voor tegenstanders. Maar professor Vos ziet daar geen graten in: “De verschillende lidstaten hebben een aantal migrantengroepen en dat hindert de werking van de Europese Unie niet. De Europese Unie kan best wel omgaan met culturele diversiteit.”

In 1987 heeft Marokko een aanvraag ingediend om lid te worden van de Europese Unie. Die aanvraag heeft Europa onmiddellijk verworpen omdat Marokko geen Europees land zou zijn. Probleem echter is, dat nergens staat gedefinieerd wat een Europees land precies is of waar de Europese grenzen zijn. Impliciet werd gezegd dat de Middellandse Zee de zuidelijke grens is. Volgens professor Vos is het zeer moeilijk om de grenzen van de Europese Unie te trekken. Maar hij is wel voorstander om tijdelijke grenzen te trekken om op die manier orde op zaken te stellen: “Grenzen betonneren werkt niet in de internationale politiek. Grenzen verschuiven altijd. Ik denk ook dat de Europese Unie er nooit in zal slagen om zijn grenzen definitief vast te leggen. Maar de Europese Unie heeft er wel alle belang bij om tijdelijke grenzen vast te leggen en te proberen om met die tijdelijke grenzen te werken. Vanuit die optiek zijn tijdelijke grenzen nuttig. Maar het is een illusie om voor eens en voor altijd een omgrenzing te definiëren.”

Isolement
Op dit moment staan er nog heel wat lidstaten in de wachtkamer. Zo heeft de Europese Unie beloftes gedaan aan de Balkanlanden, waaronder Servië, Montenegro en Albanië. Daarnaast zijn er nog Oekraïne, Moldavië, Armenië en Georgië. Indien we daar nog de Europese landen Zwitserland en IJsland bijtellen, dan kunnen we op termijn een Unie worden van bijna 40 landen. “Naar Centraal- en Oost-Europa toe had Europa gewoon geen andere keuze. Europa had er alle belang bij om stabiliteit in die regio te hebben en dat die landen zich economisch verder zouden ontwikkelen. Wij hebben na de val van de Berlijnse muur beloftes gemaakt. Je kan de geschiedenis niet meer terugdraaien, je kan die Berlijnse muur niet heropbouwen. Je zit dus een beetje gevangen in de geschiedenis zoals ze loopt. De Centraal- en Oost-Europese landen buiten houden, was voor de Europese Unie geen optie meer. Het probleem met de uitbreiding naar Centraal- en Oost-Europa is dat we ons daar onvoldoende op hebben voorbereid. We hebben onze beslissingsmechanieken niet genoeg aangepast om met zoveel landen nog efficiënt te beslissen. Maar dat is een probleem dat de oude lidstaten hadden moeten oplossen, maar niet of onvoldoende gedaan hebben. Het is niet iets dat je de nieuwe lidstaten kan verwijten”, zegt professor Vos.

Dat Turkije bij een niet-toetreding, zich uiteindelijk zal richten naar het Midden-Oosten lijkt ongegrond. Professor Vos gaat verder: “Het botert niet tussen Turkije en het Midden-Oosten, alleen al wegens de banden met de VS. Naar Rusland zie ik Turkije niet zo snel oriënteren, maar wel naar enkele voormalige Sovjetrepublieken zoals Azerbeidzjan, Kazachstan en  Turkmenistan. In die regio zou Turkije een belangrijke speler kunnen worden met een groot geopolitiek belang. Turkije zou de draaischijf van energiebevoorrading kunnen zijn. Maar in eerste instantie blijft Europa voor de Turkse politieke elite het meest aantrekkelijke project. Europa is een zone van welvaart en men ziet ook wel dat toetredende landen, ook in die welvaart kunnen delen. En dat is wat op dit moment voor de politieke elite in Turkije toch wel de doorslag geeft.”

Gevaar voor overschatting
In de welvaart delen betekent ook dat Turkije van subsidies kan genieten. Maar professor Vos waarschuwt Turkije dat ze die subsidies niet mag overschatten: “Turkije mag niet denken dat het Europese manna rijkelijk uit de hemel zal vallen. Het Europese budget is niet zo geweldig groot. De Turken moeten daar dus niet te veel illusies over maken. Maar wat de politieke elite wél weet, is dat als je lid bent van de Europese Unie, je dan per definitie betrekkelijk stabiel en heel aantrekkelijk bent voor investeerders. Op die manier krijg je een impuls aan je economie want je gaat bedrijven aantrekken die zich massaal in Turkije vestigen. Dat zijn factoren die de economie Turkije wel goed zou uitkomen.”

Verder heeft Turkije een enorm groot geopolitiek belang voor Europa. Turkije beschikt over veel grondstoffen, maar vooral voor energievoorziening kan Turkije een belangrijke rol spelen. Vandaag voert Europa heel wat Russische olie en gas in via Oekraïne. Rusland kan en probeert op die manier heel Europa in zijn greep te krijgen. Op dit moment is Rusland de grootste leverancier voor Europa. Vooral in Oost-Europa zijn ze bang voor een Russisch monopolie. Europa en de VS staan zeer argwanend tegenover Rusland en die argwaan is gegrond: vorig jaar heeft Rusland de gaskraan naar Oekraïne dichtgedraaid, na een conflict over de gasprijs. Rusland had de prijs verviervoudigd, tot groot ongenoegen van Oekraïne. Daarom zoek de Europese Unie betrouwbare alternatieve leveranciers. Professor Vos denkt er net zo over: “Turkije zou een heel belangrijke doorvoerroute kunnen worden voor de Europese energiebevoorrading en het zou ons ook minder afhankelijk maken van Rusland.”

 Een volwaardig lidmaatschap zorgt voor een hele controverse binnen de Europese Unie. Alle tegenstanders erkennen het belang van goede relaties met Turkije maar geven de voorkeur aan een bevoorrecht partnerschap. Het voordeel van een bevoorrecht partnerschap is bovendien dat er een grotere consensus bestaat onder de bevolking. Maar de klok terugdraaien is geen optie: “Een goed nabuurschap met Turkije zou een heel interessante optie zijn. Intussen zou de Europese Unie zichzelf op orde kunnen stellen. Maar ik denk dat het niet zo simpel is omdat we Turkije heel veel beloftes hebben gedaan”, aldus professor Vos. In 1963 heeft Turkije een associatieovereenkomst afgesloten met de EU. Het doel van die overeenkomst was om voordelige handelsvoorwaarden toe te passen. Pas in 1999 heeft Turkije officieel het statuut gekregen van kandidaat-lidstaat. Toen heeft de Europese Unie gezegd dat ze lid zouden kunnen worden onder bepaalde voorwaarden. Volgens Vos was dat achteraf bekeken misschien niet de meest verstandige beslissing van Europa. “Ze hebben Turkije een wortel voorgehouden en voor de Turken was dat een vernederende ervaring want zij pasten in functie van de Europese Unie een aantal zaken aan: de wetgeving, het strafrecht e.d. Als de Europese Unie dan plots de wortel wegneemt, die eigenlijk de grote stimulans was, dan creëer je in Turkije heel veel frustratie. Die frustratie zal vooral te vinden zijn bij de groepen die de voorbije jaren heel wat rechten hebben verworven: de vrouwen, de vakbonden en minderheden. Ik denk dat het dan vooral die groepen zullen zijn die de tol betalen van een Europese weigering. Dat besef drijft er de Europese leiders toe de onderhandelingen toch nog verder te zetten”, aldus Vos.

Opmerkelijk is dat de meerderheid van zowel de Europese als de Turkse bevolking gekant is tegen een mogelijke toetreding. Op zijn minst controversieel in een continent dat de democratie zo hoog in het vaandel draagt. Sommige lidstaten houden daarvoor een referendum, maar in ons land is dat voorlopig nog niet aan de orde. Dat de Turkse bevolking zelf tegenstander is van een toetreding is zeer opvallend. Ooit was de meerderheid van hen gewonnen voor het Europese project, maar de Turken beginnen het gevoel te krijgen dat ze aan het lijntje worden gehouden. Professor Vos: “Grote delen van de publieke opinie geloven niet meer in het Europese project en zijn geen voorstander van enkele huidige politieke ontwikkelingen. Dat is een probleem dat men niet mag onderschatten. De politici zullen wel goede redenen hebben om de onderhandelingen met Turkije verder te zetten, maar dan moeten ze wel consequent zijn en de bevolking daarover goed informeren en overtuigen. Ik denk dat je daarover dan een sterk inhoudelijk debat moet voeren.”

 Bovendien vergt de Europese Unie veel toegevingen van de fiere Turken. En dat laatste kan het grootste probleem vormen voor het sterk nationalistische Turkije. “Dat is mogelijk. Lid worden van de Europese Unie vergt heel wat opofferingen en de Turken moeten daar zelf eens over nadenken. Totnogtoe aanvaardt de politieke elite dat en zij hebben daar zeer goede redenen voor. Maar zij moeten dan ook de eigen publieke opinie informeren wat voor geweldige voordelen Europa kan opleveren. Het vraagt naar een mentaliteitswijziging en enkele opofferingen van het Turkse volk. Extreem nationalistische landen horen niet thuis in de Europese Unie. Maar dat is dan de keuze die Turkije zal moeten maken”, aldus professor Vos.

Laksheid in implementatie
De Turkse overheid heeft al heel wat wijzigingen doorgevoerd in de wetgeving en strafwet. Minderheidsgroepen lijken meer dan ooit over rechten te beschikken. Formeel althans, want de implementatie van de hervormingen lijkt nog altijd onvoldoende. Professor Vos relativeert: “Implementatie is iets wat inderdaad achterop hinkt, maar dat vergt tijd. Dat is in alle landen zo. Mensenrechtenorganisaties klagen daar zeer terecht over. Maar eigenlijk, als je een beetje naar de geschiedenis kijkt, kan je niet veel anders verwachten.”

“Ik denk dat je eerst de wetten moet veranderen en dan geleidelijk aan een discours moet krijgen. Dat vraagt wat tijd alvorens dat echt is doorgedrongen op het terrein, op het platteland. Dat proces kan jaren duren. De impact ervan op langere termijn mag wel niet onderschat worden. Als je meteen het ideaaltype neemt als referentiepunt, dan staat Turkije daar nog zeer ver van af. Maar als je het vanuit een andere kant bekijkt en ziet vanuit welke positie Turkije komt, dan merk je dat er al belangrijke stappen gezet zijn. Het hangt er maar van af hoe je het bekijkt.”

België onder andere is voorstander van de oprichting van een “kern-Europa” of een Europa op twee snelheden: “Dat is een bekommernis die ontstaan is uit frustratie. Als je ambitie hebt met Europa, dan zie je dat het met zoveel landen niet gemakkelijk is om beslissingen te nemen. Bovendien zijn het vaak dezelfde landen die een aantal beslissingen blijven blokkeren. Daar groeit dan de reactie uit om met een kleine groep van landen, die wat meer ambitie hebben en wel de politieke wil hebben om door te gaan, nieuwe stappen te zetten. Dat hoeft geen gesloten project zijn. Op die manier moeten wij ons niet laten gijzelen door die landen met minder ambitie. Zo kunnen we met een kleine groep eventueel een aantal nieuwe stappen zetten in dat integratieproces.”

Toch kunnen de onderhandelingen nog stopgezet worden, maar dan moet het snel gebeuren. Professor Vos: “De komende maanden zullen cruciaal zijn. Tot op vandaag zie je dat de tegenstand bij de publieke opinie en een aantal staatsleiders, er niet toe heeft geleid dat de onderhandelingen met Turkije volledig zijn stopgezet. Het proces blijft doorgaan en met elke nieuwe stap die gezet wordt, wordt het eindresultaat -volwaardig lidmaatschap- alsmaar onvermijdelijker. Als je het hele proces toch nog wil stoppen, dan kan dat nog maar dan moet het snel gaan. Ik weet niet of men het politieke lef heeft om dat effectief te doen. Precies omdat men weet dat aan die keuze een aantal negatieve consequenties aan verbonden zijn. Wat ook nog de Turkse toetreding kan tegenhouden is, dat zij zelf zélf voor Europa bedanken omdat zij niet bereid zijn al die Europese voorwaarden, die in de toekomst alleen maar strenger zullen zijn, te blijven slikken.”

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!