stilleven (en zelfportret) met tuintafel

Eerste notities over (uit)gelatenheid (De vlucht van de vleermuis en het laatste van de zomer)

zondag 2 oktober 2016 16:03

 ‘Het is eindelijk zomer’, roep ik naar mijn vrouw terwijl ik met mijn schrift naar het terras loop…  Neergezeten aan mijn tuintafeltje naast de zwemvijver, mijn paradijsplek, noteer ik allerlei gedachten (te beginnen met: ‘090716’). Mijn stoel in de hoek van waaruit het gezicht op de tuin het best is, noemen mijn dochters de koningsstoel (hoewel hij van plastiek is). Het is al donker maar het keukenlicht valt aangenaam onder mijn door Japanse druivelaar omkranste afdak. Overgeleverd aan de elementen ben ik toch beschut.

Wat houd ik van dondervlagen op hete dagen dankzij dat afdak (een prachtig geschenk van mijn vrouw). Als de regen genadeloos het wateroppervlak teistert, in vlagen, in  grillige gordijnen, met een sperwvuur van opspattende druppels, bijna miriaden minifonteintjes, en de vissen onrustig zwemmen, het bamboebosje aan de zandbak wordt gegeseld door rukwinden en de oude perelaars in de aanpalende tuin het bijna lijken te begeven onder de valwinden, en het dondergeroffel Wagner moeiteloos in zijn hemd zet, wacht ik gespannen op de bliksemschichten om het tafereel compleet te maken – als een Japanse prent van een landschap onder de moessonregen.

Grillig zijn mijn notities, als de vlucht van de vleermuis, die ik elke avond opnieuw bewonder. Telkens sla ik met verbazing gade hoe dat beestje of die beestjes erin slaagt of erin slagen om zo onvoorspelbaar te zijn: onmogelijk om na al die jaren uit te maken of het er een of twee zijn, maar volgens mij zijn het er soms een, soms twee, soms kan ik ze bijna tegelijk zien vliegen, maar dat is uiterst zeldzaam en nooit helemaal zeker. Het blijft een schaduwspel. Je kan ze gewoon niet volgen, ook al zijn je ogen gewend aan de schemering en is er licht dat vanuit het huis in de tuin valt, op het water.

Vooral dat ze dat wateroppervlak ooit altijd raken, zo net. Dat is zo fascinerend. Drinken ze? Dat zou wel supersnel zijn, maar zo zijn ze nu eenmaal. Echt fascinerend. Als de mens ooit een vliegend tuig zou kunnen maken, dat zo wendbaar zou zijn, dat zou toch nog wel wat anders betekenen, dan die zogenaamde stealthbommenwerpers en andere supertuigen van ons. Zelfs in star wars zijn ze niet zo wendbaar. En dat bijtanken in fracties van seconden… Die schichtige onzichtbaarheid is natuurlijk de hele magie waarop het Batmanpersonage speelt: onnavolgbaar, bijna alomtegenwoordig… Twilight of the bats. Fledermausendämmerung. Men kan vermoeden dat de striptekenaar die Batman uitvond, ook verzot was op de vlucht van de vleermuis. Als tekenaar, begin er maar aan.

Op zoek naar oudere notities over de vlucht van de vleermuis, vind ik in het manuscript van Vuurwater of het oxymoron als levensvorm, mijn digitaal dag-en-nachtboek, de volgende notities: 

“[Tuinnotities. 14 juni 2009.] De vlucht van zwaluwen deed me op een vroege zomeravond denken aan iets. Toen ik de zwaluwen gadesloeg tegen de avondlucht – ze vlogen tusssen hoog en laag (voorteken van wisselvallig weer) met z’n vijftienen over mijn ‘tuinhemelgewelf’ – het stuk van het uitspansel dat mij, ingesloten tussen stadsdaken, vergund is – was ik weer helemaal onder de indruk. Ze trokken sierlijke cirkels op het hemeloppervlak. Ik krijg er na al die jaren nog altijd niet genoeg van. Ik denk dat het is sinds mijn kindertijd. Alle vogels kunnen vliegen, maar zwaluwen…! Deze manier van vliegen deed me aan iets denken… en toen zag ik onwillekeurig het beeld van de vleermuizen voor mij die straks zouden opduiken. Ik schrok een beetje van de vergelijking. Het was een mimetische schok: vleermuizen en zwaluwen, handige afstammelingen van de dinosaurus tegenover monsterlijk blinde, hangende zoogdieren die desondanks spectaculair goed vliegen. Dat is een hele overvloeier, een hele bio-antropo-filogenetische-filmografie. Ja, dat zijn echt twee tegenvoeters. Dus de analogie tussen de vlucht van de zwaluwen en die van de vleermuizen, overheerst dit stuk. Op de achtergrond van dit stuk zie je ze vliegen.” (Dat laatste moet een grap geweest zijn)

 Er is ook altijd, ook deze keer weer, een stalen vogel met een witte staart, langer dan een staartster en rechter dan een komeet, een vliegtuig dat hoog boven in de lucht nog oranje kleurt van de avondzon en met zijn spierwitte hemelspoor een rail, of een wissel op de oneindighed trekt, terwijl beneden de avond al gevallen is.

Even later stijgt vanuit Zaventem, onze nabijgelegen Nationale Luchthaven, een vliegtuig overweldigend laag op, klimt met oorverdovend geraas tegen de luchtlagen in omhoog, bulderend van de inspanning, over ons dak. Ons huis. Ook dat is een getuige, de laatste voor vanavond, mag ik hopen, van de vederlichte gezwindheid van zwaluwen en vleermuizen. Een bewijs uit het absurde.

Natuurlijk hanteer ik een honderd procent mystieke levensbenadering: een leven is gelukt in termen van meesterschap, nu-leven, alertheid, tegenwoordigheid van geest, authenticiteit, juistheid. Gerechtigheid is daar een gevolg van. Eerder dan omgekeerd. Engagement volgt uit hogere, andere epistemologische en esthetische premissen. Voor mij is het zo. Vanavond toch. (Maar bij nader toezien …is het geweten, …het Ueber-ich, …natuurlijk gewetenloos autonoom: gij zultdie verdammte innere Pflicht.)

Wat is Verlichting? Barsten van bestaansbesef. Verlichting is bestaansbesef. Het besef honderd procent te bestaan, hier, nu. Dat is tegelijk durven denken, de nuchtere  maar strijdbare verlichting à la Kant (mondigheid, let wel: dat is openbaar denken – zegt hij woordelijk) en visionaire, mystieke, extatische visioenen. Momenten van inspiratie, van geïnspireerd zijn. Door van alles. Door alles wat bestaat. Door het bestaan zelf. A perfect brainstorm. Dat is bestaansbesef. Tegenwoordigheid van geest en profane illuminatie ineen. Het echte denken is een geestelijk orgasme.

(Het is de onuitstaanbare gave, de hoogstnoodzakelijke hebbelijkheid, van het denken, van het denken zelf, zelfreferentieel te zijn. Zelf denken is ook altijd zichzelf denken. Reflectie is wezenlijk verdubbeling, ontdubbeling. Het woord zegt het zelf: elke bespiegeling een weerspiegeling. Bewustzijn is het bewust zijn van het bewust zijn. Immer wieder. Grillig als de vlucht van de vleermuis die de uil van Minerva [of van elders] moeiteloos naar de kroon steekt.)

Filosofie is voor mij altijd, vanaf het prilste begin, een (anti)mystieke leerschool geweest, een methode tot zelfbevrijding. In de spoor van Epicurus en co, ja die met zijn tuin, die zowat de patroonheilige geworden is van mijn zomers…

Het lapidaire denken: Aforismen schrijven als gedichten gebeiteld in steen.

 

Gezeten in mijn tuin

dichtbij de melkweg, de vleermuizen

en de vissen, maar onder de maan,

doe ik wat Epicurus deed:

ik koester de tijd.

 

Over de wereld, het ‘gewapend bestuur’, het boerkiniverbod (ochotttekestoch), de ‘Vlaamse Patriot Act’ en het voorstel – deze zomer ! – om de ‘Noodtoestand’ wettelijk mogelijk te maken, heb ik niets te melden. Werkelijk, er valt me niets te binnen. Ik schrijf al sinds 2001 dat de oorlog tegen de terreur zou leiden tot een planetaire uitzonderingstoestand, en nu ook hier wordt die gespierde politiek met veel enthousiasme, vooral door de Burgervader van Antwerpen en vader des vaderlands bijna, doorgevoerd. Het leger moest en zou op straat, al in 2014. Ach. Over de vluchtelingencrisis ging in zekere zin heel mijn capsulaire beschaving. En de klimaatcatasrofe: in 2002 schreef ik ‘de permanente catastrofe’ en werd als apocalypticus weggezet. Ik heb ook daar niets over te melden. What can I say? “Zie je wel”, zou in dezen wel erg zielig zijn.

De situatie in het Midden-Oosten sinds de Arabische lente en de hele déconfiture, de chaos en ellende die erop gevolgd is, heeft bijgedragen tot mijn sprakeloosheid. Zeggen dat de Amerikaanse neocons, met Wolfowitz en co, door de illegale invasie van Irak het plan Yinon in gang hebben gezet: alle omringende staten van Israel in chaos storten (en als het kan daarna opdelen), levert je een beschuldiging van complottheorie op, tot daar aan toe, maar ook, of course, van antisemitisme, niet zo fraai. Ook een goede reden tot ‘sprakeloosheid’.

In mijn tuin leg ik mij toe op vrolijkheid, probeer ik een nieuwe stemming, een nieuwe ‘zijnsgesteldheid’ uit: (uit)gelatenheid.  

Ver weg van de waan van de dag

weg van de waanzin van de wereld

ben ik uitgelaten uit gelatenheid

Ik verbaas me met Leen

dat de kerselaar dit jaar geen kersen draagt.

Vorig jaar was er een overvloed.

en dit jaar zijn er geen.

(First world problems of Mindfullness?

Wie zal het zeggen?)

Ver weg van de waan van de dag

weg van de waanzin van de wereld

kijk ik avond na avond gefascineerd naar de zwaluwen

en voel me verraden als ze begin augustus alweer verdwenen zijn

Ik troost me dat straks de vleermuis nog wel haar dans zal doen

Ver weg van de waan van de dag

weg van de waanzin van de wereld

ben ik uitgelaten uit gelatenheid

 (290916)‘De zomer is voorbij’, fluister ik tegen mezelf, terwijl ik de terrasdeur sluit, met enige spijt, in het besef van iets definitiefs, het definitieve van de vergankelijkheid, dat besef dat zo plots kan kriebelen rond je hartstreek. Gelukkig het gaat meestal zo snel over dat je er nauwelijks bij stilstaat. Meestal. Soms niet. Je kan er ook dagen mee rondlopen. Niet goed. Vreemd toch, dat binnenwerk van ons. In (uit)gelatenheid word ik een personage.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!