Eentje om het af te leren, het burgerschapskamp!

Eentje om het af te leren, het burgerschapskamp!

zondag 28 augustus 2016 16:44

Het vliegt ons dezer dagen weer volop rond de oren. Hoe kunnen we de burger onze waarden en normen laten aanvaarden en hoe gaan we dat aanpakken?

Van bootcamp tot burgerschapskamp.

Ere wie ere toekomt, Jean-Marie Dedecker was bij de eerste van het peleton en kwam een paar jaar terug al met een bootcamp opdraven, niet voor alle burgers, alleen voor stoute burgers en voornamelijk diegene die nog minderjarig zijn. Voor de andere hebben we immers al de gevangenis. Burgers die al burgerzin vertoonden door bv. op LDD te stemmen moesten zich dus niet meteen aangevallen voelen.

Het bleef toen even stil maar het lijkt erop dat de kop er nu wel degelijk af is. Kristof Calvo, federaal fractieleider voor Groen, gooide de handdoek in de ring en stilaan druppelen de gedachten binnen. Ook CDH-voorzitter Benoit Lutgen heeft zo zijn ideetjes. Hij denk aan een 100 dagen durend burgerschapskamp. Een soort van legerdienst voor iedereen tussen de 16 en de 35. Je moet dat volgens hem niet in één keer doen, je mag dat ik in etappes uitvoeren maar na je 35e wordt het toch stilaan hopeloos om er nog aan te beginnen. Wat heeft de samenleving er dan nog aan, moet hij gedacht hebben?

Als 16-jarige moet je het nog maar horen fluiten of het zit er al tegen.

Bij het voorstel van Dhr. Lutgen heb ik toch wel enkele bedenkingen. Ik denk vooreerst dat 16 jaar nu niet echt dé leeftijd is om aan burgerzin te beginnen denken. Althans bij mij zou het ten tijde van op hoongelach zijn onthaald. Rijkswacht, leger, flikken, kortom alles met een kepie op leverde al een spontane wansmaak op. Dat de rechtse repressie van de rijkswacht en wat ik (toen al!) uit de oorlogsverhalen van mijn grootmoeder had geleerd daar hun steentje toe bijdroegen kan ik niet ontkennen. Ok, de jaren zeventig zijn voorbij, de repressie van de rijkswacht is vervangen door deze van de politiek. Zij maken nu wetten die onschuldig lijken maar in dezelfde orde van verdwaasde samenlevingstucht thuishoren. Wie vandaag in Mechelen op de trappen van de kerk een broodje eet zal het geweten hebben, de gasboetes fluiten je ronde oren en als 16-jarige moet je het nog maar horen fluiten of het zit er al tegen. Tenzij je uiteraard een 16-jarige bent die al dermate door het neoliberalisme is aangevreten dat je dit soort gekte als doodnormaal gaat beschouwen. Het worden er helaas steeds meer. Kortom, een slechte leeftijd om het over burgerzin te hebben als je ’t mij vraagt.

In een zelfde orde gaan de gedachten van Dhr. Lutgen, die ik nochtans niet verdenkt van intense vriendschapsbanden met pakweg Bart De Wever uit, naar een soort van kamp waar verplichtingen de bovenhand nemen terwijl vrijwilligheid volgens mij nochtans het fundament van gezond samenleven is.

Het boterbriefje van mr. pastoor wordt simpelweg vervangen door een burgerschapskamp-attest!

De stok zit hem bij het verhaal van Dhr. Lutgen in het feit dat wie geen burgerschapskamp-attest kan voorleggen door een toekomstig werkgever hier weleens zou kunnen op aangesproken worden. Die zou dan bij een sollicitatie vragen kunnen stellen over het engagement dat je in petto hebt. M.a.w. het boterbriefje dat je vroeger bij Mr. pastoor moest gaan halen ten teken dat je wel degelijk elke zondag in de kerk zat en wat je vervolgens aan Mr. Woeste moest overhandigen wordt nu vervangen door een burgerschapskamp-attest. Het is eens wat anders zou je zeggen, maar het is in feite net hetzelfde. Het Charles Woeste virus is blijkbaar moeilijk onder de knie te krijgen en komt 100 jaar na datum spontaan weer naar boven drijven in de riolen van de samenleving. De ondernemer neemt dus in de gedachten van Lutgen de plaats van de kerk in, straffe hersenkronkel is dat.

Stel je maar eens voor dat je aan Marc Coucke moet gaan uitleggen waarom je niet wat meer burgerzin vertoont?

Als ik dus even zelf een voorstel mag doen. Als je ’t mij vraagt begint burgerzin al van bij de papfles. Het feit dat je daar graag of minder graag in meegaat zit hem o.a. in de manier waarop je tegen de samenleving aankijkt en hoe je als peuter tegen die andere ettertjes aankijkt wanneer ze het niet eens zijn met jou. Een beetje sturing kan helpen.

Het zijn dus de juffrouwen Ann en Bea en Klaartjes die de enorme verantwoordelijkheid dragen om dit allegaartje een zinvolle gedragscode mee te geven. Het zijn deze mensen die het groepje in de goede richting moeten sturen en het is hier dus dat het pedagogisch project tot burgerzin zijn intrede doet.

Dat de kous hiermee niet af is mag duidelijk zijn neem ik aan. Doorheen het onderwijstraject dient steeds op leeftijdsniveau het vak burgerschap aanwezig te zijn. Het ‘leren’ omgaan met mekaar. Die met die dikke neus niet voor half aanzien en deze die bang is moet je helpen, niet nog meer de grond instampen zoals ik dat deed. En neen, vosse die stinken niet als het regent! Dit moet ons allemaal geleerd worden of het loopt vervolgens grandioos mis met onze ‘selfmade’ mensenkennis.

Over wat dat dan allemaal precies moet inhouden kan je gaan samenzitten. Liefst met gefundeerde argumenten, leren uit het verleden en niet uit je zelfgenoegzame Romeinse ik zoals Bart De Wever dat doet.

Als afsluiter kan je dan een burgerschapskamp van een 14-tal dagen organiseren als een soort van beloning eerder dan als een verplichting. Moet je dan op het einde van dat kamp een papiertje ondertekenen? Natuurlijk niet, het vrijblijvende bestaat eruit dat je dat doet op het moment dat je jezelf er rijp toe acht. Men kan er je hoogstens af en toe eens aan appelleren.

En tja, waarom zouden we niet denken aan een masterklas voor volwassenen, voor ons allen die zonder begeleiding dwalen en denken dat we het van hieraf aan wel allemaal zelf kunnen?

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!