Een vuilnisbelt aan mensen

Een vuilnisbelt aan mensen

woensdag 27 januari 2016 10:15

24 januari, een mistige zondagochtend op de parking van het tankstation in Mannekesverre. Samen met een 50-tal andere vrijwilligers was ik op de afspraak.   Via een kennis en sociale media had ik vernomen dat er bijna 2000 mensen nood hadden aan voedsel, kleding, dekens….en paletten. Kortom, het noodzakelijke om te overleven in een tent bij koude temperaturen. Ik stelde het mij een beetje voor als de camping van een of ander festival maar dan zonder de leuke dingen zoals muziek, sanitair, zomerweer, en een huis om naar terug te keren.

Onze karavaan met hulpgoederen uit zowat heel Vlaanderen werd toegesproken door een blonde jonge vrouw die ons erg gepassioneerd overspoelde met instructies en tips. De essentie van haar boodschap was; in de jungle zorg je voor de zwaksten. Met een inderhaast gekopieerd plannetje van het kamp werden we op weg gestuurd.

Ondanks de uitleg was ik vrij zenuwachtig toen ik in Duinkerke toekwam met mijn bestelwagentje volgeladen. Ik had vernomen dat de politie controleerde en die ochtend reeds een bestelwagen had teruggestuurd omwille van de aanwezigheid van paletten. Mocht u het zich afvragen waarom vluchtelingen houten paletten nodig hebben. Deze dienen als basis bouwelement. Ze zijn de straatstenen, muren, brandstof in de jungle van modder en smurrie. De politie leek duidelijk instructies gekregen te hebben dat paletten verboden import waren. Net zoals vele andere zaken verboden bleken te zijn.

Eens op de parking met ons A4’tje voelden we ons een beetje overrompeld door de taak die ons te wachten stond. We bepakten onze rugzakken en tassen met een eerste lading hulpgoederen. Een echte uitdaging. Want zodra de bestelwagen een open deur had kwam een enkele vluchteling kijken wat de lading was. Net als duiven of opdringerige meeuwen stonden er al snel tientallen mensen die allemaal mijn vriend wilden zijn. Ik begreep hun smeekbede maar probeerde trouw te blijven aan de missie om de zwaksten in het kamp te bereiken. De vrijwilligers van een andere bestelwagen hadden klaarblijkelijk niet zo goed geluisterd tijdens de briefing. Hun lading schoenen en trainingspakken, zeer populair onder de kampbewoners, was in een mum van tijd op de parking ‘uitverkocht’ Even vreesde ik voor de veiligheid van de vrijwilligers want tientallen jonge mannen drumden voor en in de laadruimte. Een beeld dat we kennen van televisiebeelden uit Afrika. Niet een winkelparking in Duinkerke.

Tijdens de lange wandeling naar de ingang van het kamp werden we nog enkele keren aangeklampt, opdringerig, vragend, maar altijd wel vriendelijk.

Toegekomen aan de hoofdingang werden onze tassen grondig gefouilleerd door de aanwezige politie. Dat zou zo blijven bij iedere doortocht.

Het was een enorme Eye opener om het kamp van binnen uit te ervaren, het leek nog weinig op een festivalweide. Er is een, wat ik zou durven noemen, hoofdweg. Voorheen waarschijnlijk een bestaande brede veldweg die het bosje, grasland in twee snijdt tot het einde van het perceel. In het eerste deel van deze hoofdstraat staan links en rechts geïmproviseerde wasplaatsen. Iets verder één rijtje toiletten.   Veel te weinig om aan de behoeften en hygiëne te kunnen voldoen, maar zeker beter dan niks. Links en rechts van deze hoofdweg in het slijk, in het struikgewas en tussen de bomen een zee van wanordelijke tentjes en kleine barakjes. Uitzonderlijk een iets grotere tent die een gemeenschappelijk nut heeft, eettent en meer achteraan op een iets rustiger gedeelte een gezamenlijke tent voor de vrouwen en kinderen.

Helpen was moeilijk. Moeilijk om door deze zee van slijk en vuiligheid de weg te vinden naar de mensen die de hulp nodig hebben. Er is altijd wel het taalprobleem, en soms ook een cultuurprobleem. Het bedelen van materiaal ging heel langzaam. Sommige vluchtelingen hadden een overvloed aan materiaal, anderen te weinig. Het kamp evolueert continue en vandaag was er zelfs een overschot aan kleding. Met heel veel onervaren vrijwillige hulpverleners zoals wij gebeuren er ook grappige zaken. Zo werd ik verward met een vluchteling of de vrijwilligster die voluit met haar gezicht in het slijk belande. De zoektocht naar vrouwen en kinderen verliep moeizaam, zij blijven vaak bewust in de tenten, afgesloten van de buitenwereld die gedomineerd lijkt door de mannen. Ik was onder de indruk van mijn vrouw die ondanks de taalbarrière enkele culturele overgevoeligheden wist te overwinnen en zo vrouwelijke vluchtelingen aan maandverband en andere hygiëne producten hielp. Het was een enorme uitputtende marathon om alle hulpgoederen goed bedeelt te krijgen. Het uitladen met het steeds vragende publiek, de lange wandeling naar het kamp, de controle, het gesleur doorheen modder. Maar in deze viezigheid heb ik oprechte dankbaarheid gezien en de woorden van de man zonder kousen:’thank you for your kindness’ zullen ons altijd bijblijven.

Verboden echt te helpen? Het zou heel gemakkelijk zijn om georganiseerd en efficiënt werken, maar het is duidelijk een politieke beslissing om hulp en de organisatie van hulp deels te saboteren in de hoop een ontraden effect te hebben. Ik betwijfel of dit een goede oplossing is en getuigt van weinig politieke moed. Zou het niet humaner zijn om deze mensen ofwel hun eindbestemming te laten bereiken of om ze gedwongen terug te sturen?

S’avonds laat waren we uitgeput terug thuis. We hadden een duaal gevoel. Hebben we eigenlijk echt wel geholpen? Hebben we het wel goed gedaan? Heeft het iets opgebracht? Of was het die opmerking van een kennis? Toen ik hem om warme kleding vroeg maakte hij de opmerking: “Geef ze uwe sjaal, ze kunnen hun ermee ophangen”. Vanwaar die angst en haat voor de zwaksten uit onze mondiale samenleving? Na een hele dag tussen deze mensen heb ik ook in hun groep een weerspiegeling van het menselijk ras gezien. En ik kan u eerlijk zeggen vluchtelingen zijn niet gevaarlijker dan jij en ik. Het zijn gewoon mensen.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!