De community ruimte is een vrije online ruimte (blog) waar vrijwilligers en organisaties hun opinies kunnen publiceren. De standpunten vermeld in deze community reflecteren niet noodzakelijk de redactionele lijn van DeWereldMorgen.be. De verantwoordelijkheid over de inhoud ligt bij de auteur.

Een vluchtelinge, of twee, naar mijn hart

dinsdag 14 februari 2023 13:23
Spread the love

“Dobri ljudi…!” fluisterde de stijlvolle dame tegenover mij in het coupé in de trein die met vertraging op weg was naar Hasselt. Ze leek de geheimzinnige woorden alleen voor zichzelf uit te spreken. Een minuut of tien voordien had ik met enige moeite contact gemaakt, in het Frans, Engels en met gebarentaal, nadat ik had gemerkt dat de vrouw de kluts kwijt was, en vreesde niet op de geplande bestemming aan te komen. Zij had verschillende medereizigers aangesproken, even verderop. De trein ging wel degelijk de gewenste richting uit, hij had een half uur vertraging, zo wist ik duidelijk te maken. Ik had mij voorgesteld, en mijn hond, en we hadden een paar zinnen uitgewisseld in een vrij gewoon gesprek; wel was ik een paar keer ontroerd geworden. De geheimzinnige woorden die ik met enige moeite had herkend, die had zij niet vertaald. De dame had ze meer voor zichzelf dan voor ons uitgesproken.

Toen ik een kind was,  had onze moeder ons op een dag, wereldwijs van haar werkzaamheden in tien landen in Europa, enkele zinnen Russisch geleerd. “Als je tegenover Russen staat, en je verstaat ze niet, dan kan je altijd het volgende zeggen, “Niponimajoe Poroeski!”- Dat betekent: “Ik versta geen Russisch”. “En weet je hoe je zegt, “Ik hou van u”? “Ja loebloe vas!”’. Met zulke moeder had de wereld ons een groot, rijk, verscheiden en avontuurlijk universum geleken, dat spreekt. Moeder vertelde geregeld anekdotes, getuigenissen en belevenissen die zij zich herinnerde van haar werk in Finland, Noorwegen, Zweden, Griekenland, Joegoslavië… Als tiener heb ik mijzelf op een verloren moment wat Russisch aangeleerd en het andere alfabet. “Goede avond” klinkt als “Dobri vjetsjer”. Zo werd me nu duidelijk dat deze reizigster in deze winterse trein in mij blijkbaar een goed mens had herkend… Ik was eerlijk gezegd een klein beetje verrast.

 

In de winter van 90-91, kort na de omwenteling onder president Gorbatsjov in 1989,  had ik voor het eerst mijn beperkte kennis van de taal kunnen gebruiken bij het studentenbezoek aan Moskou en omstreken. Het was er soms koud, tot -12  graden, maar de toewijding, de gastvrijheid, de gulheid en de warmte van de mensen had mijn hart opgewarmd. De gidsen legden ons nederig en vriendelijk uit dat zij die Droesjba, het Russisch voor vriendschap, gewoon graag beoefenden. “Dobri” betekent dus “goed”. Het tweede deel van het zacht maar gezien de omstandigheden niet zonder enige dramatiek uitgesproken zinnetje, “ljudi”, daar kon ik mij ook de betekenis van herinneren. In tv-nieuwsuitzendingen van het laatste jaar hebben we het woord vaak gehoord tijdens de opnames gemaakt in Oekraïne; het betekent “mensen”, volk. Kortom, ik had hier net onverwachts van deze veertiger die uit de verte kwam een van de mooiste complimenten ontvangen.

 

Foto: zoals het hoort had de dame zichzelf bij het begin van het gesprek voorgesteld, en mijn naam gevraagd.

De onrust, de angst in de stem van Svetlana* had ik op de achtergrond opgevangen en ten slotte had ik mij pogen over die verwarring te ontfermen. Nu was zij zichtbaar gerust gesteld: de afspraak in Hasselt zou zij niet mislopen. Er was een probleem geweest op het eerste deel van het traject van deze trein, met de stroomvoorziening, wellicht waren er koperdieven aan het werk geweest.

De vrouw was kennelijk zeer recent in ons land aangekomen, ik herkende het profiel van iemand voor wie alles nieuw en vreemd is. Zij bleek Oekraïense, en zij was op weg om haar dochter te ontmoeten, die al een paar maanden vroeger hier in België was komen wonen. Naar gewoonte  had ik belangstellende vraagjes gesteld, en terloops had ik mij voorgesteld als vrijwilliger die met Oekraïense mensen gesprekken voert. Algauw was het ijs gebroken. De vrouw bleek in de buurt van de hoofdstad Kiev te hebben gewerkt, als mode-ontwerpster en als landschapsarchitecte. Ik zag hoe Gaandeweg zich de nobele trekken van deze moeder ontspanden. Haar compliment had ik graag ontvangen, maar had ik ook een beetje merkwaardig bevonden, in mijn ogen had ik niet veel bijzonders verricht. Zoals alle menselijke wezens die de zestig voorbij zijn, besefte ik niet zonder zonden of fouten op de kerfstok te zijn.

Toen ze mij vroeg bepaalde informatie neer te schrijven, schrok ze en klaagde over mijn onduidelijke geschrift. Toen ik dat probleem erkende en vervolgens in lachen uitbrak, fluisterde de dame mij toe “You’ve a good sense of humor!” “Normal people; normal talk!…” sprak de vrouw nog verzuchtend, in het weinige Engels dat zij kende, terwijl haar blik op oneindig stond. Wie weet, bedacht ik, welke vreemde dialogen zo een ontworteld iemand soms moet meemaken, ontheemd in een andere wereld, als op een andere planeet, in contact met lieden die wellicht baatzuchtigheid gebruik van dit soort situatie maken…

Waarom pakte ik het anders aan? Alvast omdat ik eerbied heb voor elke moeder; de moederliefde is een ontzagwekkende, positieve kracht. Net nog las ik er de grandioze tekst over die Vaisily Grossman schreef onder de titel “De Sixtijnse madonna”, waarin hij de wondere, diepmenselijke conditie beschrijft die de maagd en moeder Maria uitstraalt in het werk van Rafaël uit de zestiende eeuw. Hij schrijft onder andere: “Het lichaam en het gezicht van de madonna tonen de ziel van de jonge vrouw. In die aanschouwelijk gemaakte moederziel schuilt iets onvatbaars voor het menselijke bewustzijn”. En: “Het menselijke in de mens gaat zijn lot tegemoet, en dat lot is typisch voor elk tijdperk, en anders dan in vorige tijdperken. In alle gevallen is het zwaar…”

De laatste zinnen van dit kortverhaal klinken, in vertaling van Froukje Slofstra aldus:

“Wat kunnen wij, mensen uit het tijdperk van het fascisme, zeggen voor het gerecht van het verleden en de toekomst? Er is geen rechtvaardiging. We zullen zeggen dat geen tijd zo wreed was als de onze, maar dat we het menselijke in de mens niet hebben laten teloorgaan. Terwijl we de madonna nakijken, behouden we het geloof dat het leven en de vrijheid één zijn en dat er niets hogers is dan het menselijke in de mens. Dat is wat eeuwig zal leven en overwinnen.”

Wat vind ik deze hooggestemde woorden raak, diep en waarachtig, geschreven als ze zijn in 1955, twee jaar na de dood van Stalin, tien jaar na deze van Hitler, en zeven jaar voor mijn eigen geboorte.

 

Een tweede reden waarom ik gesprekken met buitenlanders en bezoekers niet ontloop, en er zelfs graag op in ga, is leergierigheid. Dat en de ervaring dat die contacten vaak leerzaam en tof verlopen. Onze moeder maakte bij haar getuigenissen over haar lotgevallen in het buitenland keer op keer duidelijk dat zij in de jaren vijftig en zestig tijdens haar reizen nooit ernstig was lastig gevallen, zij had zich nooit bedreigd gevoeld. Integendeel, bijstand, vriendschap en gastvrijheid waren haar overal ten deel gevallen. “Wie nooit reist, heeft altijd gelijk”, die ironische woorden van Rik Torfs komen mij in dit verband voor de geest. Hij beschreef daarmee begin jaren tien de houding van lezers van zijn stukjes die geregeld racistische en xenofobe reacties formuleerden op het forum van De Standaard. Personen die telkens weer overmatig vertrouwden op het feit dat zij zelf de enige echte inzichten koesterden, tot en met lompe afkeuring van wie niet autochtoon is. “Waarom zouden wij gastvrijheid bieden aan asielzoekers en immigranten? Als wij zelf in die landen komen, zullen ze ons ook niet goed behandelen hoor!”, dat soort onwetendheid en onzin.

Wie zijn geboortegrond, ook als die Vlaanderen heet, niet af en toe verlaat en met open ogen en oren op verkenning gaat in andere delen van de wereld,  die denkt gauw dat alles simpel is. Dat zijn straat het centrum van de wereld is, en wat er gebeurt in zijn kennissenkring de norm is. Het enige norm-ale. Die kan dus niet vergelijken, die kan zijn eigen waarheden en waarden niet relativeren.

Aangekomen in het station van de hoofdstad van de meest groene Vlaamse provincie, heb ik de moeder de weg gewezen naar de vertrekhal. Uitdrukkelijk en toch opvallend tactvol wenste de verdwaalde reiziger mij  onder andere “een goede dag nog”, “Bonne journée”.

Aan deze ontmoeting moet ik terugdenken nadat mijn partner en ik met een andere bijzondere persoon contact maakten op de bus naar het spoorstation van Leuven, daags voor Valentijn. Het is maandagmiddag, de bus zit goed vol. Een paar haltes voor het maarschalk Fochplein, aan jongeren bekend als het rector De Somerplein, stapt een opvallende figuur de bus op. De vrouw van reusachtige omvang blijft aanvankelijk recht staan, gaat in levendig gesprek met een kwetsbaar maar waardig uitziend echtpaar dat ver in de tachtig moet zijn. Je vraagt je af of ze elkaar van voordien kenden, zo persoonlijk is het gesprek. Even later komt de vrouw, een grote bril op het gezicht, plaats nemen op het zeteltje tegenover ons, wij houden Fellow aan de lijn, hij is rustig maar benadert de nieuwkomer vriendelijk en geïnteresseerd zoals hij meestal doet. Naast de vriendelijkheid van het gezicht en de wakkere ogen, valt mij haar licht Slavische accent op, in een overigens vlot Nederlands met rijke woordenschat. Het eerste dat zij doet is ons een grap vertellen! Zoveel contactvaardige, positieve openheid is in deze tijden ongewoon, dat hoef ik u niet te vertellen. Het is een grap met interessante plot en wij lachen. Dan wordt onze hond bron van inspiratie. We vernemen hoe de vrouw, die een jaar of drieëndertig moet zijn, thuis zowel een kat houdt als een hond, een Cocker-Spaniel. “Het is een bandietenbende! Een criminele bende!” klinkt het overtuigd en met gespeelde minachting. We krijgen een portret van elk van de dieren te zien. Zij zien er rustig uit en goed verzorgd, een lichte verrassing na de onthullingen over hoe ze samenspannen tegen hun baasje.

Nu er aangenaam contact is gemaakt, vraag ik, “Waar komt u vandaan?”. Met een ondeugende twinkeling in de ogen herhaalt de jonge vrouw drie keer “Ik ben Vlaminskaya!”. Nadat ze uit mijn verbaasde ogen opmerkt dat ik dit grapje niet direct doorzie, geeft zij met een zucht een ongemakkelijke waarheid toe: “Ik kom uit Rusland…!”. “Ja”, vervolgt zij op ironische toon en met de glimlach, “Ik ben een “vluchteling” uit Rusland!”. Dat kan ik wel begrijpen.“Hoe lang ben je al hier?” – “Al een jaar of tien”. We naderen nu het station van De Lijn en van de NMBS en ik merkt op dat wij beiden zowel als de dame zeer vriendelijke woorden zoeken en vinden om van elkaar weg te gaan. Even later zegt mijn vrouw: “Wat een mooi gezicht had die vrouw!” Wij hadden beiden dezelfde indruk.  Deze zware persoon, had ongewoon veel leven en vriendelijkheid in het vrolijke wezen. Ik zou het niet erg vinden haar nog eens te ontmoeten, die kans bestaat, want de Belgische Russische zei in het Leuvense te wonen.

Op Valentijnsdag is het wellicht toegestaan te pleiten vooral veel belang te blijven hechten aan de Liefde. En aan afgeleide medemenselijke houdingen als vriendelijkheid, hulpvaardigheid en gastvrijheid. Persoonlijk vertrouw ik daarbij graag op staande uitdrukkingen zoals “Wie goed doet, goed ontmoet” en “Wil je een mens betrouwbaar maken, geef hem dan vertrouwen!” Ons bezoek van zaterdag aan het  museum Kazerne Dossin in Mechelen, waar de onmenselijkheid van de vervolging van Joden, mensen met een beperking en vreemdelingen halverwege vorige eeuw in duizenden pijnlijke details wordt uitgelegd, is daarbij  ook een bron van inspiratie.

 

* De naam van betrokkene is veranderd, omwille van het bewaren van de anonimiteit

Schilderij Ode aan de diversiteit door Christine Claesen in een wachtzaal te Leuven.

Creative Commons

take down
the paywall
steun ons nu!