Een sociaalecologisch, postkapitalistisch alternatief 2/10

Een sociaalecologisch, postkapitalistisch alternatief 2/10

vrijdag 18 maart 2011 20:45

Groeidwang en koopkrachttekort in de productiesfeer

Groeidwang? ‘Nooit van gehoord’ !
Van alle oorzaken van financiële en economische crises in het kapitalisme, is de groeidwang de belangrijkste. Zij is in dit economische stelsel onvermijdelijk, altijd en per definitie aanwezig, niet slechts in potentie, maar altijd effectief, en dit nooit in positieve, maar altijd in negatieve, dat wil zeggen crises bevorderende zin. Bij vrijwel alle politici in de kapitalistische samenleving ontbreekt de analyse van deze groeidwang, en daarom is hun beleid bijna zonder uitzondering noodzakelijk gericht op herhaling van zetten, op de uitdrijving van de duivel met Beëlzebub, dus de oplossing van economische crises door de versterking van het systeem dat deze crises juist veroorzaakt. En dat herstel, die versterking vindt altijd plaats met niet meer en niet minder dan de opvoering van de uitbuitingsgraad van mens en natuur.

Die groeidwang is niet alleen werkzaam in de productieve sector van de economie, in de sector dus van de productie van goederen. Ook de financiële sector, de financiële markten, zijn er aan onderworpen. Behoren politici en deskundigen die weet hebben van de kwalijke gevolgen van de groeidwang in de productieve sector al tot de heel grote uitzonderingen, de groeidwang in de financiële sector en zijn funeste gevolgen voor mens en planeet moet nog worden ontdekt. Het is ongetwijfeld vanwege de onbekendheid met groeidwang in de financiële markten, dat de politiek volhardt om het kapitalistische financiële systeem te redden, en crises die zich hier voordoen, te bestrijden door gigantische hoeveelheden geld bij de bevolking weg te halen en over te hevelen naar banken. Daarbij wordt bewust het risico genomen dat landen door deze gedwongen aderlatingen failliet gaan.

In deze aflevering gaan we in op de vraag hoe die groeidwang in de productieve sector van onze economie, en zijn onvermijdelijke funeste gevolgen, te verklaren zijn. Deze analyse is een noodzakelijk voorwerk voor ons voorstel voor een sociaalecologisch alternatief. Het gemis van deze analyse bij de huidige politici, voert onvermijdelijk tot een beleid van herstel van de ‘vrije’ markt en de aanzet tot de volgende economische crises, die in hevigheid niet voor elkaar onderdoen.

Meerwaarde en wat dies meer zij
De bepalende elementen van de groeidwang in de productieve sector van het kapitalisme zijn: meerwaardevorming; omzetting van meerwaarde in winst (geld) op de markt; moordende concurrentie; kapitaalintensieve productie; en tendentiële daling van de winstvoet. De uitleg van deze elementen is gelukkig minder ingewikkeld dan de ‘gewichtigheid’ van deze aanduidingen in eerste instantie doet vermoeden. De lezer hoeft zich dus niet te laten afschrikken, en kan gevoeglijk verder lezen, temeer omdat we onze uitleg geven aan de hand van de concrete invloed die deze elementen uitoefenen op de kapitalistische productie, en hoe ze onvermijdelijk tot crises leiden.

De kapitalistische productiesfeer
Kapitalistische ondernemers – kortweg kapitalisten – investeren geld in ondernemingen met de bedoeling om er meer geld uit te halen, om winst te maken, steeds meer winst. Dit is een open deur. Minder vanzelfsprekend is misschien het antwoord op de vraag wat de bron van die winst is? Die bron ontspringt aan het feit dat arbeiders in het kapitalistisch productieproces voor een deel van hun arbeid geen loon krijgen van de kapitalist. Zij produceren dus meer waarde dan waarvoor ze betaald krijgen. Dit verschil wordt dan ook meerwaarde genoemd. Dit is de bron van de winst voor de kapitalist. En die winst wordt gerealiseerd door de verkoop op de markt van producten die meerwaarde bevatten. De daarin opgeslagen meerwaarde wordt op de markt in geld omgezet. De basis van de winst is dus het niet betaalde deel van de arbeid. We noemen dat uitbuiting. Vanaf hier leidt de weg van de productie in het kapitalisme onvermijdelijk en onherroepelijk naar crises.

En die weg van het onheil voert dan vanaf hier verder naar de onderlinge moordende concurrentie tussen ondernemers, als zij hun producten op de markt in winst (geld) willen omzetten. De consument kan zijn euro, of om het even welke muntsoort dan ook, immers maar één keer uitgeven. Het is voor iedere ondernemer een zaak van economisch levensbehoud om die wedijver het hoofd te bieden, op straffe anders door zijn concurrent van de markt verdreven te worden (‘moordende’ concurrentie). De maatregelen die ondernemers treffen – moeten treffen – om in deze concurrentieveldslag staande te blijven, leiden van kwaad tot erger, zoals we nu gaan zien.

Een mogelijkheid de concurrentie de baas te kunnen, ziet de kapitalist in een verlaging van zijn prijzen op de markt door de productiekosten omlaag te brengen. De gelegenheid daartoe vindt hij in de verhoging van de efficiency van het productieproces. En die kan weer bereikt worden met investeringen in arbeidsbesparende machines, in vervanging van menselijke arbeid door werktuigen, dus door kapitaalintensieve productie. Zulke machines werken efficiënter en sneller dan de mens, maken veel menselijke arbeid overbodig en zorgen dus voor een aanzienlijke besparing op de productiekosten. De ondernemer is nu uitgerust om goedkoper te produceren en zo zijn concurrenten het hoofd te bieden. En omdat de techniek nooit stil staat, verplicht de moordende concurrentie iedere kapitalist op gezette tijden over te gaan op meer moderne, efficiëntere en ook telkens duurdere machines, omdat de concurrent dat ook doet.
Maar deze nooit eindigende spiraal van voortdurende en telkens grotere en duurdere investeringen leidt vanzelfsprekend en onvermijdelijk tot een steeds grotere druk op de winst. Bovendien heeft kapitaalintensieve productie nog een extra negatieve invloed op de winst(accumulatie), omdat zij met ontslagen gepaard gaat, en daarmee evenredig ook de meerwaarde vermindert, de bron van de winst. Kapitaalintensieve productie geeft dan ook aanleiding tot de tendens dat de gemiddelde winstvoet de neiging vertoont te dalen: de tendentieel dalende winstvoet. Door deze tendens dreigt de winst te gering te worden om de altijd maar grotere investeringen op te brengen, die nodig zijn om de concurrentie het hoofd te bieden en de winst te kunnen opvoeren. Bedrijven worden dan ook aanhoudend gedwongen op zoek te gaan naar nóg meer kapitaal om nóg meer te investeren, om zo de concurrentie voor te blijven die hetzelfde doet.

Deze tendens en dreiging van een dalende winstvoet leiden tot dwangmatige opvoering van de groei van de productie, tot een nooit aflatende groeidwang, in de poging om zo in weerwil van de tendens dat de winstvoet daalt, de winst te herstellen en/of op te voeren. Vanwege de altijd en onbeperkt aanwezige tendens van een dalende winstvoet in het kapitalisme, is ook de groeidwang onvermijdelijk, onherroepelijk en nooit aflatend. En met deze groeidwang komen we bij de directe en meest belangrijke oorzaak van crises in de kapitalistische productiesfeer. Want het onoverkomelijke probleem met de groeidwang is dat hij in principe nooit aflatend en voldaan is, maar tegelijkertijd ook weer niet eindeloos doorgezet kan worden omdat de koopkracht onder het kapitalisme altijd te gering is om de almaar stijgende productiviteit (vanwege de groeidwang), te absorberen. Omdat werkers meer produceren dan waarvoor ze betaald krijgen(meerwaardevorming), blijft de totale consumptie achter bij de totale productiviteit. Aan de te geringe koopkracht draagt verder nog bij de instandhouding van een leger werklozen, en het verlies van arbeidsplaatsen – dus van koopkracht – door de voortschrijdende kapitaalintensieve productie.

Crisis in de productiesfeer, de reële economie
Als dat koopkrachttekort in relatie tot de steeds uitdijende productiviteit kritisch wordt, ontstaat er een crisis van overproductie. De kapitalist kan dan zij producten aan de straatstenen niet meer kwijt. Hij zal dan zijn geld niet meer investeren en betere tijden afwachten. Het gevolg is verdere winstdaling, massale sluiting van productiecapaciteit en massaontslagen, crisis dus.

De volgende aflevering: groeidwang en koopkrachttekort in de financiële sector

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!