Een significant deel van de collaborateurs uit WOII danste naar aanleiding van de bezetting.

Een significant deel van de collaborateurs uit WOII danste naar aanleiding van de bezetting.

maandag 18 april 2016 22:48

Menig overlevende placeerde zelfs meer dan 50 jaar later nog altijd een dansje op hun geroemde Sint-Maartensfondsfeestjes, een vereniging van Vlaamse oud-oostfrontstrijders.

Vandaag vraagt onze samenleving zich af wat jonge mensen bezielt om in een verhaal als dat van IS te stappen? Een verhaal van moorddadig bloedvergieten  met een geloof als dekmantel. Misschien kunnen we om die vraag te overdenken nog iets leren van onze jonge mensen die naar het Oostfront trokken om ons te behoeden voor het rode gevaar, eveneens een verhaal van moorddadig bloedvergieten, deze keer met een politieke ideologie als dekmantel. Een beetje zoals Bart De Wever als een Romeinse Calimero naar het Waalse front trekt om ons te behoeden voor de socialisten. Het verdriet van België is er daarom niet minder om. En misschien kunnen we ook nog iets leren van de ideologen die deze jonge mensen naar het Oostfront hebben begeleid.

Historica Aline Sax onderzocht de motieven van de gewone Vlamingen die tijdens de Tweede Wereldoorlog met nazi-Duitsland collaboreerden. De neerslag van haar indringend onderzoek lees je in ‘Voor Vlaanderen, volk en Führer’ en een verslag hiervan kan je op ‘De Wereld Morgen’ terugvinden.

Tot vandaag kende ik Aline Sax niet. Ik heb het boek dan ook niet gelezen en heb me beperkt tot het verslag.

Ik citeer hieruit wat mij het meest in het oog springt. De vergelijking met verheerlijking van een ras of soort, het geloof als gordijn om diegene te kunnen beschimpen die anders denkt of is en de persoonsverheerlijking van een leider als antwoord op alle vragen.

Het betreft een brief van ene Gilbert B:  (13 januari 1942) aan zijn jongere zus Wiesje: “En als ge iemand, zij op school of elders op den Fuhrer hoort schimpen, ga het dan maar aan W. zeggen want wie dat doet moet bestraft worden want al die Engelschgezinden daar bij ons zijn samen nog niet den nagel van den kleinen vinger van de Fuhrer waard!”

Want Wiesje moest een ‘schoone Germaansche vrouw’ worden. In zijn brief van 1 februari 1942 stelde Gilbert B.: “Daarom ben je verplicht nu je uiterste best te doen op school niet om de eer, niet voor pa en ma maar omdat je tegenover je volk verplicht bent om zooveel mogelijk te leeren om dan later zo goed mogelijk je volk te kunnen dienen. En als je dat niet doet dan zondig je zwaar – niet volgens de catechismus – maar volgens de wet van Bloed en Bodem.”

Aan Wiesje schreef Gilbert op 26 januari 1943 nog: “God schiep de wereld en al wat er is. God zorgde er ook voor dat de menschen van verschillende soorten, van verschillende rassen (zwart, geel, rood, wit) zijn. Dat zijn de hoofdonderscheiden. Maar er is meer, die verschillende rassen hebben van God verschillende eigenschappen, zoo verstandelijke als lichaamlijke meegekregen. Wij behooren tot het Germaanse ras, dat sedert duizenden jaren ver weg de mooiste en beste menschen heeft omdat God het zo gewild heeft.

Uiteraard vormt deze brief op zich geen significant deel van het collaborateurs proza en zet het niet onmiddellijk aan tot straatfeesten of dansjes in de wijken maar het lijkt gevaarlijk veel op het soort proza dat we heden ten dage door jihadisten voorgespiegeld krijgen.

Uit de representatieve steekproef van historica Sax blijkt dat zo’n een derde van de collabo’s uit persoonlijke motieven handelden. Omdat ze bijvoorbeeld werkloos waren en niet rond konden komen met hun inkomen. Persoonlijke motieven werden vaak gecombineerd met ideologische motieven.

Deze laatste waren de belangrijkste drijfveren van de grootste groep: de instemming met de ideologie van de Nieuwe Orde die zich onder andere uitte in een verheerlijking van Hitler en het nationaalsocialisme. Kortom: twee derde van de Vlaamse collaborateurs deed het niet voor Vlaanderen. De leeuwenvlag was slechts een schaamlapje om anti-democratische standpunten te verdoezelen of simpelaars te winnen voor het brute fascisme.

Nu, over dezen die met de Duitsers collaboreerden zei Jan Jambon in 2014 nog dat die mensen wel hun redenen zullen gehad hebben. Deze redenen kan je dus vanaf nu lezen in het boek van Aline Sax wat ik zelf ook ga doen.

Onze eerste minister Charles Michel dacht enigszins anders over de uitspraken van Jan Jambon. ‘Een onvergeeflijke misdaad’ noemde hij de collaboratie. Het is een misdaad, en een niet te rechtvaardigen misdaad, zei hij nog.

Zijn woorden waren nog niet koud of daar wordt Ben Weyts en Theo Francken reeds gespot op het verjaardagsfeest van VMO-stichter Bob Maes, die na de oorlog veroordeeld werd voor collaboratie.

En alsof dat nog niet genoeg is vraagt Francken zich af wat de meerwaarde is van pakweg een Marokkaanse of Congolese migrant.

En dan vandaag, niet geheel onverwachts pakt Jan Jambon weer zwaar uit. We moeten de dingen durven benoemen zegt hij en pakt uit met een straatparade van moslims die wild aan het feesten sloegen na de bomaanslagen op Zaventem. De straatparades en wijkfeesten worden bevolkt door een significant deel van de moslimgemeenschap.

En Jan Jambon durft nog meer benoemen. Terroristen zegt hij, kunnen we oppakken. Maar deze die op de straat dansen zijn slechts een puist. Daaronder zit een moeilijk te behandelen kanker. Dat klopt Jan. De politiediensten die de kanker behandelden op de Ten Miles hebben ons aangetoond hoe moeilijk deze wel niet te bestrijden is. Ze hadden naar eigen zeggen reden om te vermoeden dat een manneke met een baardje iets slechts in petto had. Niets van dat alles dus, loop maar verder manneke. Ok, een tijdelijk geval van verdwazing kan iedereen overkomen al loopt het wel stilaan de spuigaten uit.

Laat mij dan nu maar de dingen benoemen zoals ze zijn. U Mr. Jambon bent niet waardig om als minister verder op te treden in mijn naam. Daarom verzoek ik u uw eer en trouw aan uzelf te houden en uw functie neer te leggen bij de eerste minister die het om redenen van eigenbelang allicht vandaag wel, zij het met enige tegenzin, met u eens is.

Het betoog om aan te tonen waar de illegale wijkfeesten zijn doorgegaan laat ik over aan het parlement eerstdaags. Tot hiertoe heb ik nog geen grote troepen jihadisten met luid tromgeroffel en vaandel door de straten van Brussel zien lopen. Het is ooit anders geweest dus laat het ons rustig houden en niet alleen de dingen benoemen zoals ze zijn, maar ook zoals ze geweest zijn.

En U Mr. de eerste minister, doet er goed aan uw woorden wat meer te wikken en te wegen. U kan niet alles onder het tapijt blijven vegen alleen maar om deze regering te redden. U bent vervangbaar, maak U geen zorgen.

Bron: http://www.alinesax.be/vlaanderenpers/

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!