Een linkse Jo Libeer?

Een linkse Jo Libeer?

zondag 24 mei 2015 09:27




De gedelegeerd
bestuurder van de Vlaamse werkgeversorganisatie (VOKA) bracht vorige vrijdag een merkwaardige performance op het Kunstenfestivaldesarts
2015 (KFDA). Hij was de
centrale gast op de studiedag For a Few Dollars More in de Beursschouwburg in Brussel, georganiseerd door Felix De Clerck van het nieuwe Kunstensteunpunt.

Onderwerp van de
dag: ‘wat zijn de strategische en communicatieve voorwaarden voor succesvolle
samenwerkingen met private actoren?’. Het werd een goednieuwsshow over de
uitverkoop van de publieke sector, met een aantal casussen die de cultuurwereld
ervan moesten overtuigen dat ‘alternatieve financiering’ een succesverhaal kan
zijn.

Jo Libeer, een West-Vlaamse
industrieel die ook actief is als voorzitter van het Festival van
Vlaanderen-Kortrijk en bestuurder van Kortrijk Xpo en het
Concertgebouw in Brugge, kondigde aan dat hij aan een nieuwe carrière toe is.
Hij stopt bij VOKA en wil nu iets betekenen voor de kunstwereld. 

Zijn lezing was opgevat als een
zoektocht (‘a testpanel’) naar een common ground tussen kunst en bedrijfsleven.
Het werd een prachtig voorbeeld van waar het voor de kapitalist inzake kunst echt
om te doen is: de fascinatie voor het creatieve genie van de kunstwereld. Net
op dàt punt moeten er aldus Libeer strategische allianties komen.

‘Stop toch met die walking dinners, het is gênant. Artiesten spelen voor een lege zaal
want de gasten komen niet opdagen, en als ze opdagen willen ze zo snel mogelijk
naar de receptie. ’ Crowdfunding, sponsoring, het zou allemaal verkeerd zijn,
weg ermee… er was nood aan een cultuurpolitieke samenwerking op basis van meaning.

Side-kick van Gatz

Ter herinnering: toen cultuurminister Gatz vorig najaar met
zijn saneringsoffensief begon, werd hij meteen geflankeerd door VOKA. De
hoofdeconoom van dienst, Stijn Decock, schreef een provocatie bijeen: een
wereldvreemd betoog gecamoufleerd als ‘strategische
denkoefening
’ dat paste in een bot discours dat ijvert voor de integrale afschaffing
van cultuursubsidies. Duidelijk een shocktherapie in tijden van kaalslag, om
verzet van de sector plat te leggen.

Baas Libeer nam die opinie over en nodigde zichzelf uit
bij een bevriende krant, alwaar ze gepubliceerd werd in zijn naam. Daar kwam logischerwijs
veel reactie op. In diezelfde krant volgde een waarachtige reactie van acteur en auteur Josse De Pauw,
op aanvraag van de redactie. Voor die redactie is het immers hoofdzaak dat het
publieke debat over de uitverkoop van de publieke sector gaat, zeker niet over
de saneringen en wat dat concreet aan verlies betekent. Anderen, zoals het
kunstenaarscollectief State of the Arts, reageerden op
DeWereldMorgen
.

Ondertussen heeft Libeer zijn communicatie bijgestuurd:
publieke steun zou nu wel nodig zijn – grapje! – maar alternatieve middelen zijn in
tijden van broeksriempolitiek noodzakelijk als extra. Een zak geld voor een
goed doel, wie kan daar nu tegen zijn? Aan de bar kreeg ik na zijn lezing de
gelegenheid hem te vragen of hij zich bewust was van die tandem met Gatz’
spaarpolitiek. ‘Toeval’, was het antwoord.

Zoals het nu ook toeval is dat hij een lans wil breken
voor alternatieve financiering, net op het moment dat Gatz een Witboek voor
alternatieve financiering uitwerkt. Maar timing
is everything
, weet elke manager. Never
let a serious crisis go to waste.
Dat Witboek was zowaar het enigste concrete
uit de
visienota van de minister
, het wordt de focus van zijn toekomstig cultuurbeleid.
De studiedag kadert in het uitrollen van dat programma.

The fun of making a deal

De
scheppende kracht van cultuurmakers? Marx wees er al op dat er twee aarden van
arbeid zijn. Er is de arbeid als waardecreërende (“vuurspuwende”) activiteit
die nooit gespecificeerd kan worden of op voorhand in hoeveelheid uit te
drukken valt, en dus niet als koopwaar weergegeven kan worden. Daarnaast is er
de arbeid als hoeveelheid (i.e. aantal werkuren of output) die verhandelbaar is
en waar dus een prijs op te plakken valt. Hoewel de kunstenaar graag benadrukt
dat hij of zij niet ‘werkt’ maar kunst maakt, valt wat de kunstenaar doet samen
met die waardencreatie als innovatieve energie.

Meer nog, het
vermogen waarmee creatievelingen het nieuwe rondom ons vormgeven, is een
oervorm van arbeid. Het is die schepping die natuur tot cultuur maakt. En het
is ook die arbeid die de kapitalist zich wil toe-eigenen, om de meerwaarde die
ze creëert te kunnen uitbuiten, en om zich met het creatieve aura ervan te
omringen. Dat lukt alleen als die arbeid gecontroleerd en afgekocht kan worden.
Net binnen dit schema zoekt het bevlogen discours van Libeer op KFDA een
liaison met cultuurmanagers en kunstenaars.

In zijn
lezing ging het zo: je hebt twee werelden, die van het bedrijfsleven en die van
de kunst. De eerste is materialistisch, alleen gericht op winst en consumptie.
CEO’s zijn niet bezig met ethiek, humanisme of de essentie van het leven. De
tweede is gericht op schoonheid en betekenis. Het draait om het goede leven. ‘Artists and scientists build the world, not entrepreneurs!‘ De
uitdaging is daarom: ‘make the boundaries
dissolve
.’

Want als we
naar hun reclame kijken, is het aldus Libeer precies dat wat bedrijven willen.
Hij verwees naar het technologiebedrijf Imec met hun slogan ‘Embracing a better life’. Of die van het
oliebedrijf Total: ‘committed to better
energy
’…

En wat de kunstensector betreft, don’t sell drinks, sell dreams! Ook Libeer weet dat je kunst kapot
maakt als je alleen bezig bent met de economische waarde ervan. Kunst die
louter koopwaar is? Zinloos om daar in te investeren. (We voegen er aan toe: daar
valt evenmin mee te speculeren omdat de belofte van iets dat het commerciële
overstijgt en bijgevolg buitengewone prijzen verdient, wegvalt.)

Dat zou
aldus Libeer samen te vatten zijn in vijf uitdagingen: (1) Make the future, (2) Invest
in society
, (3) Search for excellence,
(4) Quest for beauty, en (5) The fun of making a deal. Kunstenares
Einat Tuchman van State of the arts
vond het op dat punt toch hoog tijd voor een vraag uit het publiek: ‘als
bedrijven willen investeren in de samenleving, waarom betalen ze dan niet
gewoon hun belastingen?’

Libeer
antwoordde voorspelbaar en ontwijkend: ‘de loonkost maakt onze economie kapot,
we moeten eerst een taart bakken…’ op de vraag wat zijn pleidooi om te
investeren in de samenleving dan wel motiveerde, had hij reeds zelf het
antwoord gegeven: the fun of making a
deal
.

Publiek-private samenwerking?

Ook kunstenaar
Kobe Matthys van State of the Arts
vond een gelegenheid voor een vraag: ‘Als meneer Libeer crowdfunding en sponsoring
allemaal verkeerd vindt, stuurt hij allicht aan op privaat-publieke
samenwerkingsmodellen (PPS) tussen overheid en commerciële spelers? Maar wat
hij dan dacht over de
nadelen
? Zoals het gebrek aan transparantie? Kosten voor de
samenleving die uit de hand lopen? Het gebrek aan democratische inspraak?

Opmerkelijk:
Libeer was het eens. ‘Je kan niet garanderen dat het niet misloopt.’ ‘Zal het
werken? Geen idee.’ De nu lopende PPS-constructies met schoolgebouwen en
andere? ‘Dat werkt niet’, stelde Libeer. ‘De last en de risico’s zijn voor de
samenleving, de winst voor de privé.’

Een krasse uitspraak, als we bijvoorbeeld
weten dat Sp.a
in Brussel van ‘haar’ nieuw museum in de Citroëngarage een electoraal speerpunt
wil maken. Dat het meteen ook een ijsbreker wordt voor een privaat-publiek
businessmodel, daar wordt opvallend weinig aandacht aan besteed. Volgens Libeer
is dat dus vanuit het perspectief van beleidsmensen op voorhand om problemen
vragen. Opvallend toch, hoe deze baas van De Wever zoveel kritischer is ten
aanzien van PPS dan Sp.a?

Ter
verduidelijking: PPS is in trek omdat het een handigheid is waarmee
beleidsvoerders met het oog op hun electorale populariteit binnen één termijn
een voorafname kunnen nemen op het budget van hun opvolgers, weliswaar via vage
contracten vol veel te dure verbintenissen. Het Rekenhof waarschuwt er al jaren
voor dat de kost van PPS exponentieel oploopt (van 33 miljoen in 2009 tot 650
miljoen in 2019, meer dan maal twintig op tien jaar tijd). Daardoor heeft elk
toekomstig beleid vanwege haar schuldenstructuur amper nog marge. Kortom, het
zet onze democratie op de helling.

Toen ik Jo Libeer aan de bar vroeg wat hij
van deze waarschuwingen vond, was het antwoord: ‘het Rekenhof minimaliseert
nog, het gaat om veel grotere bedragen’.

Nog een
voorbeeld. AA Gent werd vorige week landskampioen. Dat feestje voltrok zich in
de Ghelamco-Arena – die zou aanvankelijk Artevelde stadion heten maar kreeg dan
toch maar de naam van de private investeerder mee – en die infrastructuur is
een PPS-constructie. Los van de vele miljoenen die stad en provincie moesten
bijeenzoeken hoewel de noden duidelijk elders lagen, is het contractueel zo dat
de stad elk jaar bijna 1 miljoen huur moet betalen. Let wel: niet voor het
sportcomplex maar voor de aanverwante commerciële infrastructuur. Dat is part of the deal.

Om het in de boeken te
kunnen schrijven, werd er een kunstdepot van gemaakt. Ondertussen blijft het
Stedelijk Museum voor Actuele Kunst (SMAK) vragende partij voor een
structurele oplossing voor de grote vervallen hangar achter het museum. Daar
is geen geld voor. En mede door die hap van 1 miljoen, als boekhoudkundige
operatie, werd het cultuurbudget vorig jaar met ruim 3 procent gekort.

PPS?
Nee, Libeer weet wel beter. Hij denkt eerder aan een fonds waarin ondernemers
uit idealisme kunnen investeren, gericht op beloftevolle kunstenaars die het ook
nodig hebben. Aan de bar ging het zo: ‘dat is niet alleen goeie marketing voor
de ondernemerswereld, daarmee kunnen ze ook duidelijk maken waar de overheid
faalt: ze steekt teveel geld in die loge structuren. Maar dat kunstenaars
ondertussen zitten te creperen op een mansardekamer, het is een schande’.

Zo’n
fonds is natuurlijk een goed idee. Nog beter wordt het als er ook zo’n fonds
komt voor zorg, voor onderwijs, voor milieu, voor de opvang van
bootvluchtelingen, enzovoort. Door die fondsen wordt dan meteen duidelijk op
welke domeinen onze VOKA-regeringen manifest falen, vanwege de transfers van
publiek naar privaat, van arm naar rijk. Omdat er geen alternatief zou zijn.

nv Imuze

Kobe Matthys
had nog een vraag. Of meneer Libeer even kon toelichten wat zijn ervaringen
waren met een privaat-publieke samenwerking die hij zelf had opgestart, nv.
Imuze genaamd? Op aansturen van ACOD hadden namelijk zowel Bart Caron als
Yamilla Idrissi daarover daags voordien een parlementaire
vraag
gesteld.

De nv Imuze
werd in mei 2014 door enkele leden van de raad van bestuur van de vzw Brussels
Philharmonic opgericht. Om commerciële filmmuziek op bijvoorbeeld CD’s te
kunnen maken, waarbij een beroep kan worden gedaan op het fiscaal verdienmodel
van het taxsheltersysteem. De prestigieuze naam ‘Brussels Philharmonic’ wordt hiervoor
gebruikt en musici van deze vzw kunnen meedoen aan de opnames, als zelfstandige
in bijberoep of als vrijwilliger met een kleine onkostenvergoeding.

Het komt
erop neer dat een gesubsidieerde organisatie nu musici tewerkstelt als werknemer
én als externe medewerker. Maar wat moeten de muzikanten van Brussels
Philharmonic doen om in aanmerking te komen voor opnamesessies? Mag iedereen
deelnemen, of alleen enkele getrouwen? De constructie is duidelijk opgezet om
de sociale rechten binnen de vzw Brussels Philharmonic uit te holen, om de
bestaande cao’s te omzeilen, om de last bij de publieke dienstverlening te
leggen en de winst bij de spin-off. Het gebruik van de kleine
onkostenvergoeding voor kunstenaars door een winstgericht bedrijf is bovendien totaal
ongepast.

Het ontwijkende
antwoord van Libeer? Dat is gestook van de vakbonden, terwijl het net een
manier is om die muzikanten aan meer werk te helpen! Het opzetten van een nv is
nodig om in aanmerking te komen voor de taxshelter, wat niet het geval is voor
een vzw…

Jo Libeer heeft ook nog het bedrijf NV Mediumpakt, gespecialiseerd in
investeringsadvies, vastgoed en de organisatie van culturele evenementen. Dat
laatste is nodig om via taxshelter-constructies belastingen te kunnen
ontwijken. Het bedrijf zou een kapitaal hebben van 1 miljoen euro. In 2011
maakte het een winst van 384.301 euro, waarop het slechts 4.941 euro
belastingen betaalde. Kobe Matthys vond helaas geen ruimte om daar nog een
vraag over te stellen. Jammer, want het doel van de studiedag was toch dat
cultuurmakers iets konden leren van meneer Libeer over alternatieve
financiering?

Silence of the lambs

Dat Libeer
na een carrière van 33 jaar als captain
of industry
een nieuw leven zoekt in de kunsten, we kunnen het hem moeilijk
kwalijk nemen. Dat hij vanuit zijn denkwereld op zoek gaat naar raakvlakken, evenmin.
Dat hij zich – als onderdeel van zijn charmeoffensief – onbevangen uitspreekt
over de gevaren van alternatieve financiering, iets waarover hij toch uit eigen
ervaring kan spreken, is zelfs een opsteker in een strijd van kunstwereld
versus uitverkoopbeleid. Want als zelfs papa VOKA zegt dat het onzin is, wie
zijn onze VOKA-ministers dan om hen tegen te spreken?

Dat zijn nieuwste
keuze voor een filantropisch model – als good
practice
, een bewijs dat een positieve en goedbedoelende ondersteuning
zonder returns ook nog mogelijk is – paradoxale consequenties heeft? Ook dat
kunnen we hem eigenlijk niet verwijten, omdat filantropie in wezen sowieso paradoxaal
is. Hij blijft natuurlijk wel een woordvoerder van de 1 procent, een wolf in
schapenvacht, die nu blijkbaar obscure PPS-constructies wil combineren met
corrigerende filantropische fantasieën.

Het meest
problematische zat die dag zat toch vooral in de meegaandheid van
cultuurambtenaren inzake de uitverkoop. Uiteraard werd Libeer meteen omringd door
een horde cultuurmanagers de maar al te graag een hellfie willen zijn voor zijn nieuwe carrière.

En wat te
denken van een kunstensteunpunt dat het blijkbaar niet de moeite vindt een
studiedag te organiseren over de impact van de saneringen, over de gevaren van
het Angelsaksisch model inzake cultuurpolitiek, of over de onvrijheid die
kritische en geëngageerde kunstenaars te beurt valt in een vermarkte
kunstwereld? Maar dat wel de rode loper uitrolt voor Libeer zijn gefilosofeer
in een salonfähige setting als het KFDA? Was het echt teveel gevraagd om ook
een kritische stem aan het woord te laten op het podium, binnen het programma?

La trahison des clercs

Wat te
denken van gastspreekster Leonie Kruizinga, zakelijk leidster van het
Holland Festival, die ons bij wijze van levensles uit het
Nederland-na-de-kaalslag zonder verpinken komt vertellen dat de kunsten
vervreemd zouden zijn van de samenleving vanwege de subsidiecultuur? Dus de
crisis van de kunsten ligt niet aan de kunsten zelf, nee joch, dat komt door de
overheid? Private investeerders gaan dat nu oplossen, aldus deze
cultuurambtenaar. Wat sommige mensen allemaal niet verzinnen om toch maar in de
gunst bij sponsors komen…

Of wat te denken van de curatoren Kris Martin en Jan Hoet Jr. van de kunstroute Pass in de Vlaamse Ardennen? Ze pakten
op het
VRT journaal
graag uit met hun zelfbedruipend vermogen, alsof het om een Grote
Vernieuwing gaat. Het is een manier om het niet te moeten hebben over het feit
dat subsidies niet evident zijn voor een route die expliciet is opgevat als een
parcours dat loopt van het ene sterrenrestaurant naar het andere…  of hadden ze gewoon niets anders te
vertellen?

Wat te
denken van het KFDA zelf, dat sinds dit jaar van start gaat met een ‘creation fund’, waarin sponsors
privileges in return wordt beloofd? Wie genoeg betaalt, mag de kunstenaars
ontmoeten. Bedrijven die 5000 euro of meer veil hebben, zullen hun logo op alle
communicatiedragers zien verschijnen en worden ‘return op maat’ beloofd. Deze
evolutie richting haast feodale toestanden is veel aanstootgevender dan ene Jo
Libeer die ons een openhartige inkijk geeft in zijn wereldbeeld.

Hoe lang denken
cultuurorganisaties dat spagaat nog te kunnen volhouden: werk presenteren dat
de mond vol heeft over de waanzin van het neoliberalisme, maar ondertussen hun
management ombouwen op neoliberale premissen? Het komt neer op wat in de
filosofie la trahison des clercs
heet: je kan niet beweren tegen de vermarkting te zijn, als je tegelijk
kritiekloos plooit voor een pragmatiek die diezelfde vermarkting stimuleert. Je
kan dan niet langer beweren neutraal te zijn en ondertussen kritiek afwimpelen
als populisme, waardoor je diezelfde kritiek neutraliseert.

Die positie
is simpelweg onhoudbaar. Kunstenaars zouden er daarom goed aan doen te
overwegen waar zij collectief een grens trekken, voor ze helemaal in de
vermarkting ondergedompeld zitten, in hun eigen belang en dat van volgende
generaties kunstenaars. Onze cultuurmanagers gaan het duidelijk niet in hun
plaats doen. Het omgekeerde is waar: de uitverkoop en alle fiscale zwendel die
ermee gepaard gaat, voltrekt zich vandaag zogezegd in het belang van de kunstenaar, ze wordt
verantwoord in hun naam.

Shame-protest?

Maar er is hoop,
ten minste, als we onze blik wat ruimer trekken dan het eigen landje. In het
Verenigd Koninkrijk hebben kunstenaars de miserie van de vermarkting al vroeger
over zich heen gekregen. Ze zijn vandaag in dat opzicht al een stap vooruit: ze hebben de
neoliberale verwarring en de leugen van het pragmatisme al overwonnen, ze protesteren tegen privatiseringen van musea, ze ontmaskeren musea die oliebedrijven als sponsor
hebben, ze contesteren hypocriete en uitbuitende
initiatieven.

We mogen het
betreurenswaardig vinden dat bijvoorbeeld in Bozar de private nocturnes en walking dinners exponentieel toenemen,
sponsors voorrang krijgen op de planning en zo de normale werking verstoren. Het
zal nog zoveel erger worden als we er samen niets tegen doen.  

Vallejo
Gantner, de artistiek leider van PS122
in New York, gaf op diezelfde studiedag een stuitend voorbeeld van waar we ons
aan mogen verwachten, als we deze schandalige evoluties geen halt toeroepen.
Hij verklaarde zonder schroom dat hij 60 procent van zijn tijd moet steken in
fundraising, 100% tax-deductible!, samen met twee staff
members
die daar voltijds mee bezig zijn. Elk lid van zijn raad van bestuur
moet per jaar minstens 10.000 dollar betalen, volgens een give or get-principe: wie het zelf niet geeft, moet dat bedrag via
lobbywerk elders weten te halen. (Bij de board
members
van The Metropolitan zou
het om meer dan 1 miljoen gaan…) .

Gantner screent
actief wie van zijn publiek geld heeft om er dan achteraan te gaan. Hij screent
ze op Google, of stuurt zijn board members op pad om dat te onderzoeken (‘I wheel them out as ambassadors…’).
Deze artistiek leider specialiseert zich in benefietavonden om superrijken in de kijker te zetten
als ‘Friend’ die dan weer hun rijke vriendjes
moeten meebrengen en per tafel 50.000 dollar mogen leggen. Geld van ‘vuile
sponsors’ was ook geen probleem want ze deden er nu iets goed mee… Hey, wat
moet je doen als er geen alternatief is?

Niet onbelangrijk:
PS122 is geen organisatie beeldende kunsten, maar een theaterhuis. Enkele dagen
geleden ging Chris Dercon tijdens een interview
op Radio 1 fel tekeer tegen de vermarkting van kunst en cultuur. ‘Het Kapitaal loopt rond op de Biënnale van Venetië (Dercon spreekt van
een ‘kunstkermis’) en krijgt dagenlang Marx gereciteerd. Ze komen van hun
jachten om daarnaar te luisteren. Werkt het? Ik denk het niet. Die kritiek
wordt gerecupereerd, de kunstmarkt recupereert kritiek. Vandaar mijn overstap
naar theater, die is nog minder ‘durch economisiert’. ‘Kunst zit steeds meer in
de dichtheid van het geld.’

Dat zegt dus iemand die een absolute topfunctie beeldende
kunst (Tate London) inruilt voor een absolute topfunctie theater (de Volksbühne Berlijn). Maar laten we
ons na de workshop met Vallejo Gantner geen illusies meer maken, vluchten helpt
niet. Als we er zelf niets tegenin brengen, is er geen ontsnappen aan. Er is
geen alternatief, als we vrije kunsten belangrijk vinden.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!