Een kunstenaar heeft niet het recht om geen standpunt in te nemen

Een kunstenaar heeft niet het recht om geen standpunt in te nemen

maandag 18 januari 2016 11:11

Een kunstenaar heeft niet het recht om geen standpunt in te nemen, of hoe kunstenaar Pjotr Pavlensky artistiek ‘neen’ zegt.

Pjotr Pavlensky

Op 22 september 2015 stak de Russische kunstenaar Pjotr Pavlensky de voordeur van het FSB-hoofdkantoor in brand, de centrale militaire veiligheidsdienst van Rusland en opvolger van de KGB. Hij riskeert een gevangenisstraf van vijf jaar.

Pavlensky gaf deze actie de naam “Dreiging . . Lubyanka Brandende deur”, of kortweg Lubyanka, de volksnaam voor het gebouw. De kunstenaar zegt hierover het volgende in een videoboodschap :




”Lubyanka is de handschoen die de samenleving gooit in het aangezicht van een terroristische dreiging. De Federale Veiligheidsdienst gebruikt de methode van de non-stop terreur om de macht over meer dan 146.000.000 mensen te behouden. Angst maakt vrije individuen tot een kleverige massa van niet-verbonden lichamen. De dreiging van ‘onvermijdelijk’ geweld houdt iedereen binnen het bereik van de controle en binnen de grenzen van de paspoortlimieten. Militaire rechtbanken vernietigen elke uiting van vrije wil.” Het is de staat met zijn anti-terrorretoriek en zijn wetten tegen het terrorisme die terreur zaait onder het Russische volk.

Na de Lubyanka-actie werd Pavlensky aangeklaagd voor vandalisme. Het openbaar ministerie verklaart dat hij handelde uit motieven van ‘ideologische haat’. Pavlensky complimenteerde tegenover journalisten het openbaar ministerie voor de accurate bewoording.

Hoewel Pavlensky cynisch is over de huidige situatie van zijn thuisland, is er volgens hem nog wel degelijk hoop. “We hebben het geluk dat we in het internettijdperk leven. Informatie wordt snel verspreid en door velen gezien. Het stelt mij en zoveel anderen in staat een realistisch beeld te geven van wat er in Rusland gaande is. Door het internet zien mensen in andere landen hoe het er hier echt aan toe gaat, ook al wordt die informatie in mijn eigen land gecensureerd,” besluit Pavlensky.

 Op 21 oktober 2014 sneed de Russische politieke kunstenaar Pjotr Pavlensky zijn oorlel af, terwijl hij naakt op de muur van het Serbsky psychiatrisch centrum van Moskou zat. Deze act kreeg wereldwijde aandacht. Hier legt hij uit wat hem gemotiveerd heeft, welke voorzorgen hij nam om te voorkomen dat de overheid zich met deze publieke daad van dissidentie zou bemoeien, en hoe hij zich mentaal voorbereidde op de pijn. Pjotr is niet aan proefstuk toe : hij nagelde zijn scrotum al eens vast op de klinkers van het Rode Plein, hij wikkelde zich in prikkeldraad en naaide zijn mond dicht – allemaal in de openbare ruimte. Hij noemt dit hen ‘kunstacties’ en geen ‘protest’.

Pjotr Pavlensky : waarom sneed ik mijn oorlel af in het openbaar ?




Allereerst moet ik zeggen dat het woord ‘protest’ te algemeen is en niet nauwkeurig definieert wat ik doe. Ik doe aan politieke kunst. Politieke kunst grijpt in de mechanica van de dominante controle in. Macht oefent controle uit met behulp van een reeks tools : religie, propaganda, de media, het gerechtelijk systeem, het gevangeniswezen, psychiatrie en vele andere. Deze tools maken gebruik van iets dat inherent is aan elke persoon : het gevoel van dierlijke angst. De dreiging met straf hangt boven elke burger en maakt vriendelijke, volgzame, beheersbare objecten van hen. Mensen zijn bang voor zichzelf en nemen de rol op van politie, aanklager en rechter. De overheid is niet geïnteresseerd in een echte ‘samen-leving’, de overheid wil een reeks van functies ingevuld zien. Politieke kunst wil van het individu weer een subject maken – de mens die actie onderneemt en niet het onderwerp van controle is.  Politieke kunstenaars hebben de neiging om zich te hullen in instrumenten tegen de machtige controle van de autoriteiten. Dat wil zeggen dat ze met de kracht van hun eigen aan de slag gaan. De taak van de kunstenaar is de vernietiging van het landschap waarachter de machinerie van de macht zich verbergt : het geweld. Mijn actie ‘Otdelenie’ (vertaling: afscheiding, maar ook afdeling) is een statement over de terugkeer van een imperialistische ideologie waarbij Rusland de psychiatrie voor politieke doeleinden dreigt te gebruiken.

Het Instituut voor Forensische Psychiatrie is de plaats waar al meer dan 50 jaar alle politiek ongewenste burgers gediagnosticeerd en geplaatst werden met verschillende vormen van schizofrenie. Terwijl het mes de oorlel van het lichaam scheidt, doet de betonnen muur hetzelfde tussen de ‘redelijke samenleving’ en de ‘krankzinnig patiënten’. Waar ligt deze scheidslijn juist tussen de ‘norm’ en het begin van ‘waanzin’, en wie zet deze uit ? Nee, de psychiatrie als wetenschap bestaat niet – deze lijn is gewoon een muur tussen de straat en het ziekenhuisgebouw, een lijn die mensen uit de samenleving uitsluit. Achter deze muur kan elk handelen of elk verzuim uitgelegd worden als weer een andere manifestatie van pathologie.

Van Gogh sneed zijn oorlel af en werd krankzinnig verklaard. Hij werd het voorwerp van pesterijen die hem uiteindelijk zelfmoord dreven. Ik ook heb mijn oorlel afgesneden, maar ik ben niet gek verklaard. Zelfde act, maar een fundamenteel tegenovergestelde diagnose. Waar is de psychiatrie ?

Deze actie doet me inzien dat de autoriteiten psychiatrische isolatie op mij en andere politiek ongewenste burgers probeert toe te passen. In 2013 was er in Moskou een veelbesproken rechtszaak waarbij een van de demonstranten van 6 mei (Michael Kosenko) tot gedwongen psychiatrische behandeling veroordeeld zou worden (nvdr: het ging om een protestbetoging tegen Poetin op het Bolotnaya-plein).

Een psychiatrische commissie onderzocht in mijn geval de protestactie ‘Vrijheid’ die ik op 23 februari 2014 hield (nvdr: Pëtr verbrandde toen autobanden in hommage aan de Maidan protesten). En na mijn actie ‘Otdelenie’ (zie hoger) volgden drie psychiatrische en een forensisch onderzoek. Al deze onderzoeken brachten geen enkele psychische handicap aan het licht op basis waarvan men mij onvrijwillig kon opnemen. Desondanks probeerden medewerkers van de onderzoekscommissies samen met het Openbaar Ministerie om me gek te laten verklaren en me te isoleren in een psychiatrisch ziekenhuis. Drie keer weigerde de rechtbank echter. Maar deze onderzoekers en de officieren van justitie blijven zoeken en dus heb ik besloten om zelf de stap naar de psychiatrie te zetten …

Hoe ik me voorbereidde :




Toen ik op weg ging naar Moskou, bleef ik heel voorzichtig. Mijn collega’s en ik worden geregeld grondig in het oog gehouden en het is niet mogelijk om te weten wanneer het begint : telefoontap, controle van sociale netwerken en onder mijn raam een speciaal uitgeruste auto om af te luisteren … Toch had ik alle noodzakelijke dingen verzameld (een mes en onopvallende kleding). Ik kocht mijn ticket naar Moskou zonder mijn paspoort te gebruiken, zodat ze mijn verplaatsing niet konden detecteren.

In Moskou verbleef ik bij een vriend en bezocht ik de plaats van de actie om de hoogte van de muur na te gaan, alsook het aantal bewakingscamera’s en de nabijheid van een politiekantoor. ’s Avonds ging ik terug naar mijn vrienden en aten we samen. Daarna ging ik naar bed om vroeg in de ochtend op te staan.

Hoe overstijg je pijn :

We hebben zo’n overdreven houding ten opzichte van pijn veroorzaakt door oppervlakkige huidwonden. Dat is ons opgedrongen door de geneeskunde en televisiepropaganda. De pijn van de lichamelijke verwondingen tijdens mijn acties kan nauwelijks echte pijn worden genoemd – het voelt eerder gewoon vervelend aan en bovendien duurt het niet zo lang. Het is belangrijk om de pijnfobie te overwinnen als actievoorbereiding. Dit is één van de blokkades die moet worden geëlimineerd – hetzelfde geldt voor de angst voor politie, psychiaters en andere vertegenwoordigers van de ordehandhavers.

Van al mijn acties was ‘Karkas’ de meest pijnlijke. Ik was toen gewikkeld in prikkeldraad dat in mijn huid sneed. Maar ook toen was het ongemak van korte duur.

Een zeer belangrijk kenmerk van mijn acties is de beperktheid van de benodigde fondsen. Ik gebruik eenvoudige en gemakkelijk vindbare artikelen : naald en draad, prikkeldraad, spijkers, gebruikte banden, een mes, … al deze items kunnen makkelijk worden gekocht of gevonden op een stortplaats. Moeilijker is om de televisiepropaganda en de fobieën te overwinnen. Je moet een situatie creëren waarin de machthebbers machteloos staan, zodat je zelf kan werken aan het realiseren van de doelstellingen van politieke kunst.

Ambtenaren waren urenlang te bang om tot bij mij te komen. Ze wisten niet wat te doen. Bijvoorbeeld, plaatsten zij een muur van zachte matten onder mij en moedigde me aan om veilig naar beneden springen, maar ik kon niet voor gaan, onder alle omstandigheden – omdat het zou betekenen dat ik brak en gaf in de reactie van de autoriteiten. In dit geval, het deed me denken van de mensen die een 30 dagen hongerstaking houden. Elke dag tijdens het ontbijt, lunch en diner, de autoriteiten breng ze warm eten, ze provoceren om de hongerstaking te zwakte tonen beëindigen en verraden hun positie. Maar deze mensen niet toegeven aan provocaties en houden hun posities, soms zelfs ten koste van hun leven.

Voor de autoriteiten was de situatie waarin ik me bij Otdelenie bevond, heel moeilijk. Urenlang durfden ze me niet benaderen en wisten ze niet wat te doen. Ze plaatsten bijvoorbeeld een mat onder mij en drongen erop aan dat ik zou springen. Maar ik kon hier onder geen beding op ingaan, want dat betekende dat ik mijn actie you afbreken en ingaan op hun eisen. Ik moest denken aan mensen die 30 dagen in hongerstaking zijn. Elke dag wordt hen voor ontbijt, middag- en avondmaal eten gebracht en komen ze in de verleiding om hun actie te beëindigen, zich zwak te tonen en verraad te plegen. Maar deze mensen geven niet en blijven bij hun voornemen, soms zelfs ten koste van hun leven.

Over waar ik nu sta :

Ik verberg me voor niemand.




Anderzijds heb ik me ook niet aan absurde maatregelen afkomstig van een onderzoekscommissie gehouden, zoals “huisarrest en van goed gedrag zijn”. Deze preventieve maatregel verplicht de verdachte om rustig en gehoorzaam thuis in je eigen stad te zitten en te wachten. De onderzoekscommissie koos voor mij deze maatregel na een strafzaak over de actie ‘Vrijheid’. Ze is erdoor bezeten om me krankzinnig te laten verklaren – ze willen me gedwongen laten opnemen in een psychiatrisch ziekenhuis. Natuurlijk, het is dom om de bureaucratie een lesje te willen leren, en daarom doen de autoriteiten ook zo hun best om de psychiatrie voor politieke doeleinden te gebruiken. Denk erover – hun verlangens vervullen zou nog veel dwazer zijn. Het zou hetzelfde zijn als op het bed in de psychiatrische afdeling blijven liggen, alsof je vastgebonden bent, terwijl in feite je armen en benen vrij zijn.

Pjotr Pavlensky

 

Pavlensky werd geboren in Sint-Petersburg en studeerde er aan de kunstacademie, die hij omschrijft als een “disciplinaire instelling die is bedoeld om ambtenaren te maken van kunstenaars “. Hij is zeer geïnteresseerd in Caravaggio, omdat hij met het thema zelfbeschadiging werkte. Hij vertaalde het effect van echte gebeurtenissen naar de lichamen van zijn modellen. “Ik ben zeer kritisch over elke decoratieve kunst, over ornamentalisme en de kunst van het verbergen. Integendeel, alles wat het tegenovergestelde doet, wat onthult hoe de dingen in werkelijkheid zijn, is wat mij echt interesseert.”

Pavlensky situeert zich in een lange traditie van Russische protestkunstenaars, en met name de school van het ‘Moskouse activisme’ van de jaren 1990. Het meest bekend is het protest van de groep Voina (‘oorlog’), die berucht was voor zijn ‘schandaalacties’. Zo schilderden ze ooit een gigantische penis op een brug in St Petersburg. ’s Avonds wordt de brug opgetrokken om schepen door te laten waardoor de penis in “erectie” leek en naar het FSB- gebouw op de oever wees. De groep won met deze stunt een belangrijke kunstprijs (de Innovatzia, het equivalent van de Turner Prize), maar werd er ook strafrechtelijk voor vervolgd.




Twee Voina-kunstenaars vormden mee het kunstcollectief Pussy Riot, dat met hun mix van muziek, kunst en activisme later terecht zou staan ??voor ‘hooliganisme gemotiveerd door religieuze haat’ na hun punkoptreden in de Christus Verlosserkerk. Pavlensky radicaliseerde tijdens het Pussy Riotproces : “Ik vroeg me af waarom niemand reageerde. En toen besefte ik dat je niet moet wachten op andere mensen, maar dat je zelf actief moet worden.”

Ondanks de reële dreiging van een gevangenisstraf is Pavlensky niet van plan om te stoppen. Zijn pijnlijk soort acties komen voort uit een dwingende drang naar radicalisme : “Het was een zeer belangrijke stap voor mij, toen ik inzag wat er gebeurt als een persoon een kunstenaar wordt, wanneer een persoon zijn onverschilligheid en zijn inertie overwint. Ik denk dat een kunstenaar niet kan bestaan zonder dit besef en niet gewoon in isolement en contemplatie zijn ding kan doen. Een kunstenaar heeft niet het recht om geen standpunt in te nemen.”

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!