Een kroniek van onkunde van de psychiatrie in Vlaanderen

Een kroniek van onkunde van de psychiatrie in Vlaanderen

donderdag 14 februari 2013 14:25

Lente 2009. Ik word gecontacteerd door de papa van I.  Hij had mijn naam gehoord via een jeugdrechter, of ik een reportage zou willen maken over zijn zoon. Hij was ten einde raad. Ik maak een afspraak en ga naar dit gezin. Vader, moeder, twee dochters en I. “Ik ben een beetje ziekjes, ik heb geen geduld”, zegt I tijdens dat gesprek. 

I. is op dat moment 14 jaar. De ouders hebben met I. al zowat heel Vlaanderen gezien, zowat elke psychiatrische instelling in Vlaanderen.  Ik moet twee keer terugkeren om zijn volledige dossier te lezen.  Zowat elk verslag spreekt een ander verslag tegen. Opgeteld heeft hij volgens een dozijn psychiaters zowat alle neigingen tot bestaande stoornissen die bestaan.  Eén ding blijft in elk verslag hetzelfde. I. is infantiel, zwakbegaafd en heeft het verstand van een kind van twee jaar. 

Ik spreek af met mijn hoofdredactie en beslis om de reportage breder te trekken. Meer kinderen zoals I. op te sporen en jeugdrechters te spreken. Nog voor de reportage rond is krijg ik telefoon van de papa van I. Of ik even kan komen. Hij staat op de parking van een Carrefour in X. I. heeft weer een agressie-aanval.

Ik rijd naar daar en zie I. totaal overspannen afgevoerd worden. Het wordt de derde keer dwangbuis, weer afzondering, kind of niet. I. heeft ook een echte groei-sprong. Op een jaar tijd is hij dus fysiek enorm vooruitgegaan. Het maakt zijn zusjes en zijn ouders bang. 90% van de tijd is hij een kind, lief, met aandacht én humor, maar het is die 10% die van hun huishouden een hel maakt. 

De ouders kunnen niet meer en vragen weer hulp. Geen enkele psychiatrie wil hem opnieuw opnemen. De jeugdrechter kan niet anders dan I. te plaatsen in Ruiselede.  Jawel, Ruiselede, qua beeldvorming dé gesloten gemeenschapsinstelling voor zware misdrijf-minderjarigen. 

Ik ga I. bezoeken. Hij belde zelf “Kom je voetballen Saskia?”, ik zeg dat ik dat eerst moet vragen of dat wel mag.  In de leefgroep zitten alle kinderen in een cirkel. Er wordt hen om de beurt gevraagd waarom ze in deze gesloten instelling zitten. 
“Omdat iedereen mijn kloten kan kussen”, zegt de ene. “Omdat ik steel in huizen in de grensstreek”, zegt de andere. “Omdat de politie zotten zijn”, klinkt het op een andere stoel. “Ik antwoord niet. Rot op”, klinkt het ook nog. 

Het is de beurt aan I. “Waarom zit jij hier I?” “Omdat mijn mama en papa geen school vinden”, zegt hij recht in de ogen kijkend van de opvoeder. Dát, mensen, gaat recht door je ziel. Echt recht door de ziel.  I. is zwakbegaafd en daar zit hij dan tussen die ‘zware gastjes’. 

Mijn reportage kreeg een nominatie voor de persprijs van deze reeks. Er werd o.a. door deze beklijvende getuigenis een commissie ad hoc opgestart in het Vlaams Parlement.  Ze ging naar elke commissie, van september 2010 tot april 2011. Er werd in die commissie een motie van aanbeveling geschreven. Over de partijen heen was iedereen het er over eens: “Deze kinderen horen niet in de gemeenschapsinstellingen”. 

Recent hebben de opvoeders in de gesloten gemeenschapsinstellingen beslist te staken. Bevoegd minister Vandeurzen kan begrip opbrengen voor de staking.  Zoals I. zitten tientallen kinderen in deze voorzieningen, de psychiatrie weigert hen op te nemen, ze worden weggemoffeld tussen de misdrijfjongens.  Terecht zeggen de opvoeders voor de zoveelste keer : “Het is genoeg geweest, we leggen het werk neer”. 

Aan de parlementsleden van de Commissie Welzijn van het Vlaams Parlement : de toestand is de schaamte voorbij. Echt, echt wel! Schaam jullie!  Men zegge het voort aub, in de naam van I. en zijn vele lotgenoten.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!