Een jaar na de instorting van het Rana Plazacomplex

Een jaar na de instorting van het Rana Plazacomplex

Een jaar na de instorting van het Rana Plazacomplex, in Dhaka, Bangladesh waarbij 1138 doden vielen is het topic 'ethische verantwoord consumeren' weer even in de aandacht. Waarschijnlijk zal het weer even snel verdwijnen.

zaterdag 26 april 2014 19:59

Jef Van Hecke van Wereldsolidariteit stelde in Ter Zake (24/04) dat het de verantwoordelijkheid is van de grote merken en de consument om ethisch te produceren en consumeren. Dat meneer Van Hecke rekent op de grote merken is ronduit naïef. Deze zijn gemaakt om winst te maken en beconcurreren elkaar. Zolang er een deel van de marktspelers arbeiders aan onmenselijke lonen laat werken en bijgevolg goedkope kledij op de markt brengt is het oneerlijk voor de bedrijven die wel ethisch besef hebben. Al wil ik geen zwartdenker zijn, toch geloof ik dat de bedrijven die bijvoorbeeld het Bangladesh Veiligheidsakkoord ondertekende of geld doneerde voor de slachtoffers dit vooral doen uit eigen belang. De consument wil dit immers graag horen. Maar binnenkort zal het thema weer verdwijnen uit de media en dreigt onze vrije markt nog steeds een pikzwart kantje te hebben. 

Reden waarom ik zo sceptisch sta ten opzichte van de goede wil van bedrijven die kledij verkopen gemaakt in het Zuiden is dat de uitbuiting door grote merken niet nieuw is. De Europese Unie viel vorig jaar uit de lucht en veroordeelde de gang van zaken. Ronduit hypocriet. De oneerlijke handelspraktijken zijn al heelhuids beschreven in boeken als ‘No Logo’ van Naomi Klein of ‘het zwartboek der wereldmerken’ van Klaus Werner en Hans Weiss. Het was eveneens één van de zaken die de antiglobalistische beweging aanklaagde met massabetogingen, ook voor de deuren van de Europese Unie.  Daarnaast zijn er nog lobbygroepen zoals ‘de schone kleren campagne’ die deze praktijken aanklagen. Het is al decennia lang zo en het dreigt nog decennia lang zo te blijven. 

De consument wil graag eerlijke producten kopen leerden de reportages over het onderwerp in o.a. Het Journaal ons. Maar de consument wil liever niet op elk etiket naar de afkomst kijken. Ook is het moeilijk voor de consument om veel meer te betalen voor eerlijke kledij dan voor kledij met een donker kantje aan. 

Al het bovenstaande wetende, en ook al om oneerlijke concurrentie tegen te gaan zou ik daarom met quota werken, op verbod van import. De EU stelt deze op, namelijk rond minimumloon, veiligheid, arbeidsduur en vrijheid zich te organiseren. Controleurs en waarnemers kijken hier op toe. De EU kan dit financieren door minder uit te geven aan ontwikkelingssamenwerking. Na 50 jaar moeten we durven toegeven dat ontwikkelingssamenwerking te weinig heeft opgeleverd. Beter dus onrechtstreeks de arbeidsomstandigheden en inkomens van de werknemers die producten vervaardigen voor op de Europese markt verbeteren. 

Gaan de prijzen hierdoor stijgen? Ja. Maar dat mag geen bezwaar zijn. Toch? Het tegendeel zou verdomd veel over ons zeggen. Bovendien kan het de werkgelegenheid hier misschien ten goede komen aangezien de goedkope arbeid uit het Zuiden minder goedkoop zal zijn voor de multinationals. Deze zullen dan minder snel hun productie verhuizen. Dat bespaart op transportkosten, en het is nog ecologisch ook. Denk globaal, consumeer lokaal!

Koen Zelderloo, lid van PVDA en vzw Vrede maar schrijft dit uit eigen naam

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!