De community ruimte is een vrije online ruimte (blog) waar vrijwilligers en organisaties hun opinies kunnen publiceren. De standpunten vermeld in deze community reflecteren niet noodzakelijk de redactionele lijn van DeWereldMorgen.be. De verantwoordelijkheid over de inhoud ligt bij de auteur.

Een hoog oplopende twist over de hoofddoek (Deel 1: Florence Hainaut)

Een hoog oplopende twist over de hoofddoek (Deel 1: Florence Hainaut)

vrijdag 16 juli 2021 09:26
Spread the love

Kan je in het hoger onderwijs studentes verbieden een islamitische hoofddoek te dragen? Dat was de vraag die een jaar geleden aan het Grondwettelijk Hof gesteld werd. En het antwoord was, kort samengevat: het kan, maar het hoeft niet. Vanuit de grondwet gezien is zowel een verbod als géén verbod mogelijk. De journaliste Florence Hainaut publiceerde in die context op 18 juli 2020 een opiniestuk in Le Soir (waar zij voor werkt) over de hoofddoekenkwestie. Dat lokte een reactie uit van de Franse onderzoekster Bergeaud-Blackler, medestichtster en directrice van het wetenschappelijke segment van het Observatoire des fondamentalismes in Brussel. Daaruit groeide een onverkwikkelijke twist met een reeks censureringen en beschuldigingen. Het boek “Cachez cet islamisme”, waarvan de titel zinspeelt op het opiniestuk van Florence Hainaut, gaat zeer uitgebreid in op deze zaak. Het is uitgegeven door de al genoemde Florence Bergeaud-Blackler en de Brusselse advocaat Pascal Hubert. Eerder had ik het al over de bijdrage aan die publicatie van Fadila Maaroufi, de directrice van het Observatoire. Nu wil ik het betoog van Florence Hainaut bekijken, dat in Le Soir verscheen: https://plus.lesoir.be/314021/article/2020-07-18/cachez-ce-foulard .

 

De journaliste wijst eerst en vooral op de juridische koerswijziging: in oktober 2016 werd een Luikse hogeschool nog veroordeeld wegens een verbod op levensbeschouwelijke kentekens. Maar het Grondwettelijk Hof stelde in 2020 dat een hogeschool zo’n verbod mag invoeren, of ook niet, dat staat haar vrij.

 

Vervolgens vergelijkt Hainaut de studenten van het hoger onderwijs met mensen die gebruik maken van een openbare dienst: als je een document wilt afhalen in het gemeentehuis hoef je toch niet vrij te zijn van levensbeschouwelijke kentekens? Waarom ook? Omdat je de mensen die aanschuiven levensbeschouwelijk zou kunnen beïnvloeden? (Maar er zijn, merkt de journaliste op, vrouwen met hoofddoek die slechte ervaringen hebben opgedaan bij het bezoek aan loketten van de gemeentelijke administraties…)

 

Het ene levensbeschouwelijke teken is het andere niet

 

Florence Hainaut pakt dan het verschil aan dat gemaakt wordt tussen de levensbeschouwelijke kentekens. Waarom zijn sommige kentekens acceptabel? Je hoort vrijwel nooit iets over christelijke kruisjes of over joodse pruiken en ook het voorkomen van traditionalistische islamitische mannen met hun baarden en specifieke pantalons is niet het voorwerp van discussie. Waarom de hoofddoek van moslima’s wel? En zij haalt het voorbeeld aan van het Brusselse STIB, dat zij gekenmerkt acht door zo’n ongelijke behandeling van tekens en van mannen en vrouwen, een kwestie die zoals bekend inmiddels in het centrum van de politieke en mediale aandacht geraakt is.

Dat iedereen zijn mening heeft en zijn zegje doet over de hoofddoek, is heel normaal in een democratie, vindt Hainaut. Maar discriminerende maatregelen zonder wettelijke basis zijn dat niet. Er bestaat geen wetsartikel over een recht om niet geconfronteerd te worden met hoofddoeken. De omvang van de discriminatie rond de hoofddoek is volgens Hainaut moeilijk in te schatten, omdat België – ondanks zijn internationale verplichtingen – nalaat de vereiste data over discriminatie en haatdelicten degelijk te verzamelen en aan te leveren. Het is daarover al op de vingers getikt op Europees niveau. “Geen cijfers, geen probleem. Geen probleem, geen debat,” zo vat de journaliste de zaak samen.

Frankrijk en België zijn de twee Europese landen met de meeste wettelijke regelingen en institutionele verbodsbepalingen tegen religieuze kleding van moslima’s. Want het gaat altijd weer vooral of uitsluitend over de vrouwen. “Alsof sommige mannen of vrouwen de zending hebben de vrouw te redden van de hoofddoek door die te verbieden.”

Een klassiek argument om het verbod op religieuze kleding te verantwoorden is de gelijkheid van man en vrouw. De hoofddoek zou, zegt Hainaut, een teken van onderdrukking zijn, het bewijs van een patriarchale islamitische vernedering, een duidelijk bewijs dat de vrouw onvrij is. Maar dat wordt tegengesproken door de sociale wetenschappen. Sociale druk om een hoofddoek te dragen komt voor, maar voor veel vrouwen gaat het om een persoonlijke keuze. De hoofddoek blijkt heel veel verschillende betekenissen te hebben en er zijn eindeloos veel verschillende attitudes van vrouwen tegenover de hoofddoek. En Florence Hainaut besluit: “de hoofddoek, zoals die vandaag bij ons gedragen wordt, is helemaal geen eenduidig symbool dat strijdig is met de gelijkheid van de seksen.”

“Mijn lichaam, mijn keuze!”

En dan wijst zij op een zeer zwakke plek in het discours tegen de hoofddoek: “dat argument van de bevrijding van de vrouw wordt gebruikt zonder dat men de moeite gedaan heeft de meest direct belanghebbenden te raadplegen. Ze worden globaal gezien als te zeer slachtoffers om in aanmerking te komen als gesprekspartners of te zeer wervend om het woord te verdienen. In beide gevallen zijn ze ertoe veroordeeld dat wij over hen praten. Je kan je niet voorstellen dat de debatten over de schrapping van abortus uit het strafwetboek zouden gevoerd worden zonder aanwezigheid van vrouwen en vrouwenorganisaties. Waarom verbaast men zich er zo weinig over dat geen enkele vrouw met hoofddoek ooit gehoord werd bij het opstellen van een wetsvoorstel of een reglement om het dragen ervan in te perken?

Maar de sociale netwerken hebben de situatie nu veranderd. De vrouwen nemen het woord, en zij betoogden in juli 2020 in Brussel, zwaaiend met hun universitaire diploma’s, tegen het arrest van het Grondwettelijk Hof. Met de slogan: “mijn lichaam, mijn keuze”. Florence Hainaut vindt dit een emancipatiebeweging, al verduidelijkt ze: “Laten we elkaar goed verstaan, ik ben niet aan het zeggen dat alle vrouwen met hoofddoek feministische militanten zijn en nog minder dat het dragen van een hoofddoek op zich een feministische daad is, ik zeg alleen maar dat het de vrouwen toekomt zelf te beslissen of en hoe zij hun lichaam laten zien. En nee, geen enkel feminisme heeft het monopolie van de middelen tot verzet en emancipatie. (…) de gemeenschap hoort de vrouwen niet op te leggen hoe zij kunnen beschikken over hun eigen lichaam. Is haar rol niet veeleer te garanderen dat de vrouwen in alle vrijheid hun keuzes kunnen maken? Of die nu medisch, esthetisch, religieus of economisch zijn. En of die al dan niet onze persoonlijke overtuigingen kwetsen.”

De publieke ruimte lijkt mij, als atheïste, niet minder neutraal omdat ik er religieuze tekens tegenkom. En als ik een administratief document zou moeten ontvangen van een vrouw die een hoofddoek draagt of van een man met een kippa (wat mogelijk is in het gemeentehuis van Gent, waar een zogeheten inclusieve neutraliteit geldt, of bij Actiris, helemaal mee met deze kwesties), dan zou ik daarin geen bedreiging zien van de neutraliteit van de openbare dienst. Ik kom niet om de absolutie te vragen, alleen maar een document. Maar ik voel me wel bedreigd als in 2018 de Kamercommissie van Justitie een dertigtal experten hoort over de depenalisering van abortus, waarvan sommige bekend staan als leden van Opus Dei. Luidruchtige mannen die gehoord worden. Maar het is waar: ze droegen geen zichtbaar boetekleed en geen zweepjes.

Ik vind dit een vinnig en goed beargumenteerd opiniestuk. Maar Florence Bergeaud-Blackler denkt daar helemaal anders over. In een volgende blog zal ik haar visie bekijken, wat meteen ook betekent: een blik werpen op het Observatoire des fondamentalismes in Brussel, waar bijvoorbeeld ook de CDH-parlementariër Georges Dallemagne lid van is.

Creative Commons

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!