Een geschiedenis van de Wereld in twaalf kaarten

Een geschiedenis van de Wereld in twaalf kaarten

In deze kanjer van een boek dat prachtig werd geïllustreerd met beroemde en minder bekende wereldkaarten uit de geschiedenis, gaat auteur Jerry Brotton, professor Renaissance Studies aan de Queen Mary University in Londen, op zoek naar de geheime agenda van twaalf wereldkaarten.

dinsdag 15 april 2014 18:11

De twaalf kaarten die de auteur
gebruikt zijn afkomstig uit verscheidene culturen en periodes in de
geschiedenis. Hij presenteert en analyseert hoe de kaarten tot stand
kwamen, met welke problemen de kaartmakers te kampen hadden en welke
rol cultuur en tijdsomstandigheden daarbij een rol speelden. Hij
bestudeert daarbij samen met de lezer alle mogelijk processen die bij
het ontwerpen van de kaarten een rol speelden, zoals, schaal,
waarneming, abstractie, perspectief en projectie.

Satellietkaarten

De voornaamste thesis die de professor
in dit werk betoogt is dat wereldkaarten geen zuiver
wetenschappelijke objecten zijn omdat iedere kaart een sterk
subjectieve constructie is die uiting geeft aan de ideologieën en
machtsstructuren van de tijd waarin ze werden ontworpen. “Cartografie
is niet meer of minder dan een individuele impressie van de maker
omdat die gebonden en beïnvloedt is door de samenleving waarin de
kaart tot stand kwam. Of het nu om de mythische voorstellingen in de
oudheid of de satellietkaarten van Google Maps gaat, onze wereld
wordt voortdurend opnieuw uitgevonden.”, zegt de auteur.

Subjectief

Volgens Jerry Brotton heeft de
cartografie om die reden haar potentie als wetenschap nooit echt
waargemaakt. En zelfs vandaag – nu de cartografen gebruik kunnen
maken van satellietbeelden en de wereld praktisch volledig in kaart
werd gebracht – is er volgens Brotton, nog steeds geen sprake dat de
cartografie een gestage ontwikkeling naar wetenschappelijke
nauwkeurigheid en objectiviteit doormaakt.

Cartografie zonder ontwikkeling

Hij spreekt zelfs van een “cartografie
zonder ontwikkeling”, die verschillende culturen op specifieke
momenten in de tijd voorziet van bepaalde beelden in de wereld. Want
hoewel het vertrouwen in de objectiviteit van wereldkaarten de
afgelopen decennia grondig is herzien blijven ze subjectief en
weerspiegelen ze vooral een bepaalde tijd en cultuur. En om deze toch
wel verrassende stelling kracht bij te zetten beschrijft hij bij elke
kaart die in dit boek wordt besproken, uitgebreid de maatschappelijke
context van de tijd waarin de kaart tot stand kwam.

Alexandrië

Het boek begint met de oudste
wereldkaart van Ptolemaeus, een Griekse geleerde die leefde in
Alexandrië en die als grondlegger van de moderne cartografie wordt
beschouwd. Ptolemaeus publiceerde zijn omvattende werk, Geografia,
omstreeks 150 na Christus. Het werk was geschreven op een papyrusrol
in acht delen en bevatte alle Griekse kennis uit de voorgaande
duizend jaar over de afmeting, vorm en reikwijdte van de bewoonde
wereld. Die Griekse kennis betrof niet alleen feitelijke geografische
informatie, maar ook methodische adviezen om de wereld in kaart te
brengen, zoals wiskundige formules en een relaas over de rol van de
astronomie.

Fabelachtige wezens

Verder analyseert de auteur de ‘Hereford Mappa Mundi’, dat
gepubliceerd in 1300, waarop Jeruzalem in het midden van de wereld is
gesitueerd en waar aan de randen van de kaart allerlei monsters en
fabelachtige wezens werden bijgetekend die rondvliegen en die het
kwaad of het onbekende moeten voorstellen. Het boek toont trouwens
nog enkele kaarten met Jeruzalem in het middelpunt.

Google Earth

Er wordt ook een kaart getoond met het oosten bovenaan en een met
het Afrikaans continent dat groter is dan Azië. De beroemde
Mercatorkaart ontbreekt hier vanzelfsprekend niet waarop je de wereld
ziet door de bril van de Vlaming in de zestiende eeuw. Andere kaarten
die Grotton bespreekt zijn onder meer de wereldkaart van Martin
Waldseemüller (1507), de Atlas Maior van Joan Blaeu (1662) de
Petersprojectie (1973) en uiteraard het tegenwoordige Google Earth.

Nieuwe wereldbeelden

In zijn slotwoord besluit de auteur
dat cartografen moeten werken met vergelijkbare vraagstukken. Maar ze
lossen deze ieder, ook vandaag nog, naar eigen dunken op, waarbij ze
vaak uitgaan van religieuze, emotionele, politieke of financiële
redenen. En zo stelt deze Britse professor dat alle kaarten die
worden gemaakt ontstaan uit een wereldbeeld en dat die kaarten
daardoor op hun beurt weer nieuwe wereldbeelden creëren. Deze
spetter van 575 pagina’s is in ieder geval aan te raden voor
leergierige lezers die in hun opgebouwde kennis over de geografie wat
actueler in kaart willen brengen.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!