Een geschiedenis die ergert.  Werk maken van warme, inclusieve gemeenschappen

Een geschiedenis die ergert. Werk maken van warme, inclusieve gemeenschappen

donderdag 22 juni 2017 15:52




“Over het algemeen weten Moslims weinig over de geschiedenis van de islam.  Maar het menselijk denken evolueert.  De islam is een religie waarover is nagedacht, en waarover vanzelfsprekend nog meer zal worden nagedacht.  Door de geschiedenis te kennen leer je dat er allerlei uiteenlopende meningen zijn geweest, allerlei vormen van openheid.  Het tiende-eeuwse Bagdad was ongelooflijk.  Geleerden analyseerden het gedachtengoed van de Grieken, Indiërs, Perzen …

De islam is niet één.  Hij heeft vele gezichten.

Tegenwoordig zijn heel veel Moslims bang om te verdwalen.  ‘Stel niet zoveel vragen!  Dan verdwaal je!’  Dat geeft aan hoe onzeker mensen zijn over het geloof.”

Dit hadden mijn eigen woorden kunnen zijn, zeker nu vanwege mijn engagement met Huis van Vrede om te werken aan warme, inclusieve gemeenschappen.  Om deze laatste te kunnen vormen, is het aangewezen de geschiedenis van de mensengroepen die we tegenkomen goed te lezen, zeker waar het leed van mensen tot ons spreekt.  We kunnen best werken aan een inclusieve kijk daarop.

Maar het citaat komt uit Mohamed El Bachiri’s boek “Een jihad van Liefde” (p. 33).  Weet je wel, de metrobestuurder die nu even het woord krijgt omdat zijn geliefde vrouw omkwam in de metro bij de aanslagen van amper een jaar geleden in Brussel (op 22 maart 2016).  Mohamed, mijnheer El Bachiri, krijgt even het woord omdat hij geschiedenis heeft geschreven.

Ik heb hem afgelopen maandag (19/06/’17) ontmoet op een voorstelling van zijn boek in het hartje van Molenbeek op een iftar maaltijd georganiseerd door de vrouwen-/genderzelfgroep Kaleidoscoop.  Een pakkend moment.  Ik heb geluisterd, gekeken, gevoeld, gehuild en gezwegen.  Hij schreef in mijn exemplaar van zijn boek: “… vive l’amour et l’humanité (leve de liefde en de menselijkheid)”.

Mohamed El Bachiri gelooft in de Liefde, en daarom kreeg hij het woord.  Hij viel op door zijn radicaal anders zijn kort na de aanslagen, door zijn mooie woorden die recht uit zijn hart komen, door de parels van menselijkheid die hij uit zijn religie naar boven haalt.  Gekwetst als een geschoten wild, kapot tot het bot omdat hij zijn vrouw doodgraag ziet, roept hij op om niet te haten, om geen wraak te nemen.  Achtergebleven met drie zoontjes wil hij de Liefde blijven uitdragen in zijn gezin, die aanleren aan zijn telgjes die het welllicht nog moeilijker hebben dan hun papa. 

Anderen zouden het anders doen, moord en brand schreeuwen, op wraak belust zijn.  Maar Mohamed weet dat vrede uit het hart moet komen en niet met wapens worden beslecht.  Wapens van haat, van vernietiging, hij wil ze de wereld uitbannen.  Hij schrijft geschiedenis, steekt even met kop en schouders boven ons allemaal uit.  Hij leert het zijn kinderen aan, spreekt daarover in een van de mooiste passages van zijn boek waarin hij hen oproept niet op wraak uit te zijn.   

Mohamed’s verhaal zegt veel over mezelf, weliswaar op een andere manier.  Wie mij de afgelopen dagen wat gevolgd heeft op de Facebook pagina ‘Belgen voor vrede’, weet waarover ik het heb.

Ik had een artikel geplaatst deze week over de opening van een inclusieve Moskee, één meer op deze aardbol waar een vrouw imam mag zijn en waar je niet veroordeeld wordt als men weet dat je homo bent (LGBTQIA).  Kreeg ik daar een reeks reacties op van een paar misnoegde moslims die moord en brand schreeuwden dat homoseksuelen die omarmd worden en vrouwen aan het hoofd van een moskee nooit bestaan heeft doorheen de 1400 eeuwen islamgeschiedenis.  Ik moest en zou me verantwoorden, zo werd me duidelijk gemaakt.  Het hek was van de dam toen ik zei dat de religieuze bronnen op verschillende manieren geïnterpreteerd kunnen worden en dat er altijd plaatsen en momenten in de moslimgeschiedenis zijn geweest van lokale geloofsgemeenschappen die ver zijn gegaan in het sluiten van een pakt van vrede met de dominante omgeving die anders is, van islamitische praktijk en rechtspraak die de religieuze bronnen even anders interpreteren om zo rust en vrede te kennen.  Bijvoorbeeld, hindoeïsme is in de islam veelgodendom.  Dus, dit kan niet.  Je kan het als moslim nooit als religie begrijpen.  Toch is het de verdienste geweest van Sufi moslimgeleerden om toen ze in het huidige India aankwamen te stellen dat men hindoeïsme wel als zogenaamde ‘religie van het Boek’ kan aanvaarden.  Met andere woorden: als een groep die rechtsbescherming krijgt binnen de moslimgemeenschap, waarmee deze laatste op basis van respect kan leven.

Heb ik iets verkeerd gezegd?  Wel nu, in de betreffende Facebook discussie had ik gesteld dat als islamgeleerden zich indertijd even stroef opgesteld hadden als vele vandaag, moslims nooit een wereldreligie hadden gekend.  Het is nu juist die flexibiliteit, die menselijkheid die van de islam iets moois heeft gemaakt dat kon integreren in vele culturen. 

Het is een zoeken.  Maar het is een theologie van het vredespact.  Wij moeten alvast beginnen met wat goeie geschiedenisboeken ter hand te nemen over de islam in de verschillende culturen, zo had ik gesteld tot spijt van boze discussianten die zeiden dat er maar een enkele Islam is.  

In de discussie kreeg ik wat schelden rond de oren geslingerd van een paar misnoegde moslims.  Anderen bleven beleefd.  Ik kreeg ook meelezers die zich met een stille ‘like’ achter mijn ideeën zetten.  Een enkele discussiant riep stop: geen haat en racisme op deze pagina die op een progressieve manier met religie wil omgaan.  Ik was even dankbaar.

Maar de discussie ging verder …  De dag erna zette ik twee verdachte artikelen op de Facebook pagina.  Ik deed dit opzettelijk, en bewust gaf ik er geen inleiding of commentaar bij.  Ik verwachtte reacties, die gezond zijn.

Namelijk, ik had van een verdachte, commerciële, nogal anti-moslim website twee artikelen geplukt.  De eerste tekst ging over een kind-huwelijk in Jemen waarin het bruidje van 8 omkwam tijdens de eerste huwelijksnacht (lees: verkrachtingsnacht).  In de tweede tekst werd gewag gemaakt van een koppel homo’s in Marokko die de liefde bedreven op hun kamer en daarop door een invallende bende misnoegden dodelijk gepakt werden.  De beide artikelen zouden vals zijn. 

Ik geef toe, indien deze dingen gelogen zijn, brengen ze de moslimgemeenschap onterecht in een slecht daglicht.  Daarom vond ik de eerste reacties die ik kreeg heel normaal, en ik had ze uitgelokt want ik ging ervan uit dat dit op een progressieve Facebook pagina ging gebeuren.  Maar daarna wou ik tot mijn punt komen: kunnen we niet boven de politicisering uitstijgen om naar het leed van mensen op zich te kijken?  Dit wil zeggen: eens we het ‘bedrog’ in rapportering vaststellen, verder overgaan tot de orde van de dag.  Want wie kan beweren dat de werkelijkheid van kind-bruiden en van vermoordde homo’s onbestaande is?  Natuurlijk ontkenden de discussianten dit niet. 

Maar hoezeer ik ook zei in de Facebook discussie dat ik die dingen gepost had als stunt, om te zien of we nog geaffecteerd worden door de brutaliteit van het geweld zelf, hoezeer gingen de reacties alsmaar verder in een trend van ideologisering.  Het grote euvel van deze wereld volgens de commentaren leek te zijn dat moslimhaters concrete voorvallen van geweldpleging uitvinden.  Ik gaf toe: die haat tegen moslims is erg natuurlijk, en dit werd wel terecht gesteld tijdens de discussie.  Maar het werd wat ik voorspeld had: dat ons geaffecteerd zijn voor het leed van mensen op zich lijkt teniet gedaan te worden eens we meegenomen worden door een sneltrein die ons van de werkelijkheid wegvoert, die ons meesleept in discussies en tegendiscussies over de Grote Leugens zonder dat we nog even naar de mensen in nood zelf gaan.  Dit is althans wat er vaak gebeurt op het niveau van de discussie, van het discours.  Ik oordeel geen enkele discussiant, want ik kan moeilijk nagaan wat iemand werkelijk doet buiten het discours om.  En ik stel het wat scherp voor, want ook in de commentaren kwam er hier en daar een notie van ingaan op het concrete leed van mensen.   

Dat in de eerste tekst die ik postte, over de inclusieve Moskee, de vrouwelijke imam in kwestie met de dood bedreigd wordt en ooit levensgevaarlijk verwond werd (toen ze als advocate een cliënte verdedigde tegen huiselijk geweld), leek de zogenaamde religieus-verbolgen discussianten te ontgaan.  Dat homo’s op heel wat plaatsen ter wereld, in en buiten de moslimgemeenschap, afgemaakt worden, daarover kon men het niet meer hebben, ook al riep ik op om zulks te doen.  Dat er miljoenen kind-bruiden in arme landen fistula krijgen bij het baren van hun eerste kind op veel te jonge leeftijd, en voor de rest van hun dagen in een hoekje van alle mannelijke affectie verstoken achtergelaten worden, leek maar van weinigen het hart te raken.  De meeste woorden werden besteed aan het anti-discours, tegen het zogenaamde anti-moslim betoog in. 

Waarom kon men dan tijdens de discussie het over het concrete leed niet meer hebben, temeer omdat ik vroeg om ons over de inhoud te buigen?  En, niet in het minst: waarom was ik de allereerste dag van de discussie zo alleen toen misnoegde moslims mij kwamen uitschelden vanwege een inclusieve Moskee?  Waarom moet het leed dat mensen aangedaan wordt door gelovigen vanwege hun religieuze ideologie onder de mat geschoven worden?  Waarom is het taboe om het daarover te hebben, wordt er censuur ingeroepen?  Wat is dan wel geschiedenis volgens de meegesleepte deelnemers aan het wij-zij gesprek, volgens de meesters van het botsende discours?  Stopt de geschiedenis van de lijdende mensheid daar?  Is dit het nu, en enkel dit?  Zijn er geen echte misdrijven die door gelovigen gepleegd worden omdat de dominante normen in hun religieuze cultuur hen toelaten dit te doen?  Kan men het daar niet meer over hebben omdat we het mensenleed moeten laten ondersneeuwen door het discours over het discours dat op zich even dominant kan worden als dat waartegen het zich afzet? 

Als ik dit soort dingen niet reeds tientallen keren heb meegemaakt, zou ik die vragen niet stellen.  Het is voor mij over de schreef gaan.  Ik bedoel: dat er terstond een tiental mensen zich uitschrijven uit de Facebook pagina is misschien een goeie zaak, want niet-linksen zijn er op eigen risico, moeten verwachten dat we de grenzen van het progressieve blijven bewaken.  Maar mij verontrust het dat er op die twee dagen van Facebook discussiëren op Belgen voor vrede eerst maar één enkele “stop” door iemand geroepen wordt wanneer een paar mensen intimiderende taal spreken naar homo’s toe en naar wie hen verdedigt, terwijl de dag erna er tientallen reacties komen dat het toch wel schande is dat er teksten gepost worden die aangeven dat er anti-moslims zijn die ‘verkeerde’ informatie doorgeven over moslims (maar ik herhaal: het was de allereerste keer dat zo’n ‘riskante’ teksten werden gepost, en dan nog wel als stunt, zoals al vlug werd duidelijk gesteld). 

Laten we deze situatie recht zetten van eenzijdige verontwaardiging : van mensen die alleen maar geaffecteerd zijn wanneer hun eigen gemeenschap (of deze waarmee ze affiniteit hebben) zogenaamd in een verkeerd daglicht gesteld wordt, maar niet meer om het onrecht aan te klagen binnen die eigen groep.  Dit rechtzetten kan enkel wanneer we te allen tijde vertrekken vanuit het leed op zich en dit niet uit het oog verliezen, wanneer we boven het ideologiserende discours kunnen opklimmen (zonder het te omzeilen), wanneer we hand in hand actie voeren met progressieve gelovigen en niet-gelovigen.   

Ik geef een voorbeeld.  In 2004 werd Amina Lawal, een arme boerin uit het Noorden van Nigeria veroordeeld om gestenigd te worden onder islamitisch strafrecht.  Ze werd bijgestaan door een groep van vrouwelijke juristen die een internationale coalitie samenriep rond de zaak.  Die riskeerden hun leven, werden bedreigd.  En ze klaagden erover dat ze weinig steun kregen van linkse mensen uit het Westen (ik denk om de reden van de eenzijdige verontwaardiging waarover ik het heb).

Dan, op een gegeven moment kwam er een Amnesty International campagne die nogal een loopje nam met de werkelijkheid.  Wellicht met goede bedoelingen, maar de opinietekst waarvoor handtekeningen werden verzameld, stelde dat mevrouw Lawal op het punt stond om onmiddellijk gestenigd te worden.  Dit was een leugen waartegen de juristen rond de arme boerin een stop riepen.  Waarom?  Omdat ze geloofden dat elke internationale druk van dat soort de terechtstelling van Lawal kon versnellen, en omdat de verdediging in de rechtszaal moest gebeuren en niet gepolitiseerd moest worden.  Hauwa Ibrahim, de hoofdadvocate van de veroordeelde, was van mening dat voor een advocaat een concreet mensenleven redden voor de rechter gebeurt en niet op het politieke toneel.  Dat laatste kan achteraf komen, zo stelde ze duidelijk, maar het mag het werk van de verdediging niet in gevaar brengen. 

Dit was heel juist, want sinds Ibrahim en haar collega’s zaak per zaak zijn gaan winnen, is er nu zoiets als een stilzwijgend moratorium op lijfstraffen als handen afhakken of steniging.  En daarom geloof ik dat er rond de redding van Lawal geschiedenis is geschreven, omdat structurele veranderingen werden ingevoerd (ook al zijn die stilzwijgend) op basis van de ontsluiting van het concrete leed van mensen. 

Hierop doel ik wanneer ik het heb over een inclusieve geschiedenis en vooral over een dito ageren.  Het is een aanpak die ergernis oproept bij bepaalde mensen, maar die ons des te meer aanspoort om werk te maken van warme, inclusieve gemeenschappen.  Met Huis van Vrede (www.thabor.org) en met Belgen voor vrede (Facebook pagina) willen we hieraan meewerken en naar mensen gaan die op een of andere manier uitgesloten worden, die wachten dat hen de hand wordt gereikt, omdat ze de moed verloren hebben, omdat hun krachten verzwakt zijn, omdat ze niet kunnen rekenen op hun lichaam of geest, omdat ze anders denken.  Zoveel mensen die uitgesloten worden door onze kille gemeenschappen.  Maar ze vinden activisten in het veld die hun concreet leed herkennen door met hen op stap te gaan (en niet door te stoppen bij het ‘discours’) en die zo meestrijden voor een beter wereld.  Die mensen heb ook ik in de loop der jaren ontmoet, en ik ben blij in hun bijzijn te kunnen vertoeven.

Zie ook: https://www.facebook.com/huis4vrede/.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!