De community ruimte is een vrije online ruimte (blog) waar vrijwilligers en organisaties hun opinies kunnen publiceren. De standpunten vermeld in deze community reflecteren niet noodzakelijk de redactionele lijn van DeWereldMorgen.be. De verantwoordelijkheid over de inhoud ligt bij de auteur.

Een aanklacht tegen de institutionele religies en de morele suprematie van West-Europa

Een aanklacht tegen de institutionele religies en de morele suprematie van West-Europa

zondag 19 juni 2016 22:25
Spread the love

Het heeft me geschokt. Het heeft me waarlijk van mijn melk gebracht. Ik heb het over de uitzending van De Afspraak op Canvas waarin de rabbi – uit dienst – Aaron Malinsky en de imam Brahim Laytouss trachtten de relatie tussen respectievelijk het jodendom en homoseksualiteit en de islam en homoseksualiteit in een positief daglicht te kaderen. Wat begon als een prachtige poging om een gespreksplatform te creëren tussen twee monotheïstische religies en onze West-Europese Belgische maatschappij liep af met een sisser van formaat, toen beide geleerden niet kordaat konden antwoorden op de vraag “Wat als uw zoon homo zou zijn?”. Het liep voor een van beide geleerden volledig verkeerd toen hij homoseksualiteit trachtte te psychiatriseren, een praktijk die in onze contreien nu toch al 26 jaar vanuit medische optiek niet meer tot de norm behoort.

Het was tragisch. Het was schandalig. Afleidend uit de mediahetze die na de (nu al beruchte) aflevering van De Afspraak ontstond, denk ik dat velen het hiermee eens zijn. Maar de voorbije hetze heeft ook iets getoond over onze eigen West-Europese maatschappij waartoe die religies nu eenmaal behoren. Het lijkt er ten zeerste op dat wij vergeten zijn hoe wij moeten reageren op standpunten die niet de onze zijn. Wij zijn het gewoon geworden, wij vinden het zelfs vanzelfsprekend, om andere culturen te verketteren, vanuit een gevoel van morele suprematie. Dat gevoel, dat veelal gestoeld is op een lezing van de Verlichtingsdenkers (wie zijn deze denkers eigenlijk?), sluit bij voorbaat elke poging op een gesprek, een discussie en een debat uit. Een zorgwekkende tendens die we terugzien in alle dimensies van onze maatschappij. Zorgwekkend omdat een gesprek, een discussie en een debat, de middelen zijn om ideeën te delen met elkaar, maar ook om ideeën te “bestrijden”, teniet te verklaren en belangrijker, om nieuwe ideeën te doen grond vinden. Deze middelen zijn de veruitwendigingen van die waarden, die zo te zien onze maatschappij funderen, namelijk ‘vrijheid’, ‘gelijkheid’ en ‘broederlijkheid’. Woorden die de laatste jaren op ieders puntje van de tong liggen. Het zijn woorden die hot zijn. Het zijn ideeën die de laatste jaren volledig zijn uitgehold.

Het zal velen tegen de borst stoten om hier te lezen dat het monotheïsme, waartoe het jodendom, het christendom en de islam behoren, ons hier iets kan bijbrengen. Het klopt, de historische contextualiteit van religies wordt veelal nog achterwege gelaten door hun instituties waardoor onrecht wordt gedaan aan mensen, dieren en de wereld zoals deze de dag van vandaag zijn. De tragische passage van rabbi Malinsky en imam Laytouss is hier een van de vele voorbeelden. De verstoring van de begrafenis van de slachtoffers van de aanslag in een nachtclub in Orlando, door aanhangers van een (christelijke) baptistenkerk, is een ander. Reden voor de verstoring: de homoseksuele geaardheid van de slachtoffers. Maar onder deze aberraties schuilt er een monotheïstische structuur die ook nu nog in onze West-Europese maatschappij terug te vinden is, en dit niet enkel in de lichamelijk gestalten van de religies die onze maatschappij rijk is. Het is een structuur die bestaat uit een spanning tussen relationaliteit en verharding, een spanning tussen beweging en stilstand, een spanning tussen af- en aanwezigheid.

Wat het monotheïsme in haar diepste wezen kenmerkt, is het adagium ‘Enkel God is God’. Deze uitspraak plaatst God buiten de werkelijkheid. Het maakt van God de afwezige en geeft de wereld de volledige vrijheid. Dit adagium is de kritiek die het monotheïsme uitte op natuurreligies die hun goden steeds in de werkelijkheid plaatsten. Toch, niemand zal ontkennen dat God steeds opnieuw in de wereld werd binnengehaald, dat zij steeds opnieuw werd aanwezig gesteld. Niemand ontkent dat er bijvoorbeeld zowel vreselijke als zeer wenselijke dingen zijn gebeurd in haar naam. Niemand ontkent dat er in haar naam wordt gesproken en gehandeld. De werkelijkheid op zich is namelijk te groot om te overzien. Een principe moet haar afknotten willen wij niet in haar verdrinken. Dat is ook de reden waarom het monotheïsme zichzelf omschrijft als religie. Het monotheïsme spreekt over een pure transcendentie, maar erkent ook de onmogelijkheid om haar als transcendentie te benaderen. Op het moment dat over God wordt gesproken, wordt zij in onze werkelijkheid aanwezig gesteld. Deze spanning tussen af- en aanwezigheid, is er één die ten diepste geworteld is in onze maatschappij.

Dit is niet een mechanisme dat enkel in het monotheïsme terug te vinden is. Iedereen heeft een beeld van de werkelijkheid, om in de werkelijkheid te kunnen staan. Niemand heeft de macht om de gehele werkelijkheid te overzien. Zij die beweren van wel, maken zich schuldig aan totalitarisme. Zij wanen zich God, het transcendente. Zij doen aan heiligschennis in de diepste betekenis van het woord. Zij verstenen de werkelijkheid en trekken de bewegelijkheid eruit. En deze bewegelijkheid is te danken aan de zelfkritiek van het monotheïsme.

Dat het concept ‘God’ niet op de transcendente God slaat, is niet de enige boodschap die het monotheïsme ons kan bieden. Er is ook de boodschap van relationaliteit. Het eerste scheppingsverhaal vertelt ons hoe alles in de wereld in relatie staat tot elkaar. Een geduldig lezer twijfelt op een bepaald moment, of de grens die God trekt tussen de verschillende segmenten van onze wereld, niet gewoon God zelf is. Stel je voor, God die een grens is. Een grens die op zichzelf niet kan bestaan zonder de relatie tussen twee of meerdere segmenten. Het stemt tot nadenken. In het christendom zien wij nog een beeld van relationaliteit, namelijk de triniteit. Daar is het transcendente een relatie pur sang. De Vader, de Zoon en de Heilige Geest. Wie is in staat om te kunnen beweren wie of wat deze relatie is? En ook in de islam zien wij deze relationaliteit terug. De 99 Schone Namen van Allah zijn allemaal concepten die niet op zichzelf kunnen bestaan, maar dat slechts kunnen door een relatie tussen twee of meerdere partijen, onafhankelijk van het feit of deze concepten nu te maken hebben met haar goddelijkheid, haar liefde, haar kennis, haar scheppen, haar macht enz.

De zelfkritiek van het monotheïsme, en de relationaliteit die inherent aan haar is, zijn diep verweven met elkaar en veronderstellen elkaar. Het niet sluitend kunnen benoemen van het transcendente, dwingt ons namelijk om te spreken met elkander. Het is de transcendente structuur van het goddelijke, die ons noopt om te luisteren naar elkaar, om met elkaar in gesprek te gaan, om met elkaar te debatteren. En daarbij kan men van mening verschillen. Het is logisch dat dit gebeurd. Het beeld dat ik heb van God, is mijn beeld, of die van de gemeenschap waarin ik me bevind, en is nooit datgene wat het wilt benoemen. Ik moet dus te rade gaan bij de ander die ik niet ben. Ik moet in relatie treden met de ander. Dit dwingt mij ook om de ander als ander te beschouwen. Zo niet is de ander slechts een goedkope replica van mezelf. Het is hierbij van belang om op te merken, dat op het moment dat men God opnieuw in de werkelijkheid trekt, de relatie met de andere versteend en zo geen relatie meer is. Het is ook belangrijk om op te merken dat op het moment dat ik de ander niet meer zie als een ander dan mezelf, maar als een ander zoals mezelf, ik me een god waan. Opnieuw verstart de relatie. Opnieuw verstart de werkelijkheid

De waarden die de Verlichting ons heeft gebracht, zijn vanuit deze optiek niet nieuw. Als men zegt dat God onze contreien heeft verlaten en de leuze “Vrijheid, Gelijkheid en Broederlijkheid” haar heeft vervangen, dan is dit niet nieuw. Het monotheïsme heeft zich in haar diepste structuur steeds bekommerd over deze afwezigheid en de relationaliteit die hiermee verbonden is. Ook de concepten van de Verlichting kunnen slechts begrepen worden vanuit een relationaliteit die vooraf gaat aan deze concepten. Het concept ‘broederlijkheid’ (‘relationaliteit’ lijkt me hier gepaster) is hier dan ook fundamenteler dan de concepten ‘vrijheid’ en ‘gelijkheid’. Het concept ‘vrijheid’ is er een waarvan niemand werkelijk weet wat het wil zeggen. Daarom noopt het ons om te spreken met een ander, om te streven naar wat het zou kunnen zijn, samen, zonder ervanuit te gaan dat wij de waarheid in pacht hebben.

Deze uiteenzetting is een aanklacht tegen de ijdelheid van de institutionele religies, die hun monotheïstische structuur verloochenen, waardoor ze zichzelf als godheid wanen in deze wereld. Tegelijkertijd is het een aanklacht tegen onze West-Europese maatschappij, met hun politici op kop, die denkt dat zij volledig nieuw is en zichzelf zo de suprematie toemeet om anderen te verketteren. De tragedie die zich afspeelde in De Afspraak, is er één die ons moet aanmoedigen om vrijheden en verworvenheden te verdedigen. Maar dit doen wij best niet vanuit de gedachte dat wij moreel superieur zijn. Het zijn net de concepten ‘vrijheid’, ‘gelijkheid’ en ‘relationaliteit’ die ons dwingen om ons bescheiden op te stellen, om zo in relatie te treden met de ander. Het is via gesprek dat ideeën grond vinden en nieuwe ideeën ontwikkeld kunnen worden. Maar het is ook die bescheidenheid die ons in staat stelt om onszelf onder kritiek te plaatsen. Niet om verworvenheden af te geven, maar net om onze verharde visie ervan opnieuw open te breken om zo naar de ander te kunnen toegaan en te kunnen spreken. Uiteindelijk vergt het moed, veel moed, om te leven met de ander, om in relatie te treden met de ander. Platformen van gesprek en pogingen om te spreken zoals in De Afspraak moeten worden aangemoedigd, zowel om onszelf te horen, als de ander. Het lijkt erop dat het begin van de 21e eeuw ons oproept om die moed op te nemen, willen wij niet opnieuw verzanden in de gitzwarte bladzijden van de geschiedenis die aan ons vooraf gingen.

Ideeën die hier zijn ontwikkeld vinden hun grond bij de Franse filosofen Jacques Derrida en Jean-Luc Nancy en bij de Belgische filosofen Ignaas Devisch en Mark de Kesel.

dagelijkse newsletter

Unite Talks: Mohamed Barrie

This interview is one to to take your time for! 🙏 🔆 45 minutes of Mohamed Barrie!🔆 💥 Mohamed is a dedicated social worker, organizer and advocate for veganism. He shares his view on structural racism, power, exclusion and veganism. 🌏 Based on his own experiences he shines a new light on the vegan movement and on the role of racism within these movements. 〄 PS: We just started doing these interviews, so feedback is much appreciated!

Geplaatst door u:nite op Dinsdag 20 oktober 2020

take down
the paywall
steun ons nu!