Een “thuis” ver van “thuis”

Een “thuis” ver van “thuis”

donderdag 3 oktober 2013 15:09

Zondag 8 september 2013 – zoals elke dag beëindigen we ons werk in Lajee (zijnde het voorbereiden van de Cultural Lajee Tour in 2014, maar ook wat zelfstudie arabisch of übergeconcentreerd lectuur verslinden voor onze thesis) rond een uur of 6, droppen Charis en ik onze spullen in ons appartementje en slenteren we naar de plaatselijke groentenwinkel en supermarkt om onszelf – met kleine beetjes arabisch – van ingrediënten voor het avondmaal te voorzien. Even later tovert Mohammed  – onze host maar vooral goeie vriend hier – deze ingrediënten om in een gigantische portie overheerlijke pasta die we samen opeten in de zetel.

Hoewel er in de verste verte geen enkele gelijkenis te vinden is met m’n vertrouwde thuis in België, voelt elke dag als thuiskomen; thuiskomen in een andere wereld.  Ik heb er met m’n flatgenootje – ondertussen soulmate aangezien we hier op bijna elk moment exact hetzelfde denken – al veel gesprekken over gehad en we geraken er niet uit hoe we ons hier moeten voelen.

Eerst en vooral zijn er zoveel dingen die ons een warm gevoel bezorgen terwijl enkel seconden later andere dingen ons confronteren met zure, bittere en soms zelfs woedende gevoelens. Heel vaak worden m’n emoties uitvergroot en beland ik in een rollercoster van emoties. Gisteren werd bijvoorbeeld iemand – na negen jaar cel – terug in Aida Camp verwelkomd. Auto’s met Palestijnse vlaggen reden met luide muziek het kamp door, mensen zongen, knuffelden en zoenden de man bij zijn thuiskomst. Van op een afstand kon ik zien hoe de man letterlijk op handen van de auto naar zijn moeder gedragen werd. Ik denk niet dat er meer woorden nodig zijn om de blijdschap en ontroering te omschrijven wanneer je deze foto bekijkt.

De warmte die gepaard ging met dit feest, maakte meteen plaats voor vraagtekens en killere gedachten. Mohammed begon te vertellen over zijn nonkel die op dit moment 30 jaar opgesloten zit zonder enig idee wanneer hij terug vrij zou komen. “We are talking about generations,” zegt hij, “You should just imagine the fact that a child this man knew when he got arrested, was then only one year old and now turned into a 30 year old person.

Tja, wie kwaad doet, moet boeten, zeker?” hoor ik velen thuis denken. Maar het feit dat er sinds 1967 meer dan 600.000 Palestijnen – wat trouwens één van de hoogste aantallen ter wereld is  – een periode in de gevangenis doorbrachten zonder verdere informatie te krijgen over waarom ze vastzaten, voor hoe lang of waar, verandert ons “gangbare” beeld van gevangenschap toch wel enorm, niet? Voor mij althans wel.

Mocht dat niet volstaan om je beeld op Palestijnse gevangenen bij te sturen, wat dan te denken van het feit dat in Hebron twee dagen geleden 50 mensen op hetzelfde moment willekeurig gearresteerd werden omdat enkelingen de – trouwens illegale – watchtower van de – alsook illegale – apartheidsmuur in brand had gezet bij wijze van protest? De arrestaties gebeurden in het midst van de nacht waarbij Israëlische militairen massaal en aggressief tientallen huizen in het vluchtelingenkamp in Hebron bestormden en van start gingen met de arrestaties van – voornamelijk jonge – mannen.   Of wat te denken dat er jaarlijks ongeveer 700 minderjarigen uit hun bed gehaald worden en een periode doorbrengen in de gevangenis zonder ook maar enig bewijs dat er een steen gegooid werd – wat trouwens een “misdaad” is waar Israel tot 20 jaar cel voor kan geven?

Verschillende van onze vrienden hier brachten periodes in de gevangenis door. Miras, een goeie vriend – en overigens een hilarische grapjas – werd vorig jaar drie maanden opgesloten zonder te weten waarom. Zijn arrestatie gebeurde zoals gewoonlijk in het hol van de nacht. Hij werd geblinddoekt en gehandboeid (ook zoals gewoonlijk by the way) en meegenomen naar een plaats waar hij uren met dezelfde mensen in een kleine ruimte moest wachten. Zonder voedsel en in de bittere kou, werd hij lange tijd ondervraagd, hopende dat hij iets zou bekennen. Maar Miras bekende niets – hij zou ook niet weten wat – en bleef drie maanden vastzitten. Ondertussen miste hij zijn eindexamens alsook de Lajee Cultural Tour naar Ierland en Schotland.

Maar het kan erger. Musa werd in het gezicht geschoten omdat hij arrestaties van kinderen filmde. Alsof dat niet genoeg was, werd hij maanden later agressief gearresteerd en drie weken opgesloten. Tien dagen ervan bracht hij door in short en op blote voeten. Hij moet binnen enkele maanden opnieuw geopereerd worden. De littekens die bij Musa – en vele andere vrienden die ergens in hun jeugd een kogel opvingen – uiterlijk zichtbaar zijn, zitten onderhuids bij elke inwoner van Aida Refugee Camp: het gevangenschap tekent ieders hele leven. Ofwel heb je een broer, neef, vader of nonkel in een Israëlische gevangenis, ofwel maakte je het zelf mee. “I had my real education in jail,” zei Dawud die op zestienjarige leeftijd voor zes jaar gevangengenomen werd. De verhalen die we van hen horen, tonen ons dat dingen die wij op school of in de jeugdbeweging meemaken, de vriendschappen die we er opbouwen en de ervaringen die ons wijsheid bijbrachten,  hier grotendeels gedeeld worden in de gevangenis. Waarmee ik zeker niet wil zeggen dat een periode doorbrengen in de gevangenis een aangename periode is. Verre van… Folteringen, dagen op brood en thee of willekeurige verplaatsingen naar andere gevangenissen maken de periode tot een ware hel.

Deze ideeën bezorgen me telkens koude rillingen en iemand die negen jaar in deze hel doorbracht, in z’n moeders armen zien vliegen, brengt de rollercoster van emoties zonder enige aarzeling in gang.  Hoe stoer de mannen hier ook lijken te zijn, hun “mama” – of hier simpel weg “Omi” – is de belangrijkste persoon ter wereld, hun heldin, hun alles. Om het met Mohammeds woorden te zeggen: “The first person you see in heaven, is your mother. Simply because our mothers are our gods.”  Hij kreeg het dan ook nog steeds niet over zijn hart om zijn moeder te vertellen dat zijn broer in een soort Palestijnse gevangenis zit omdat hij gezocht wordt door IOF (Israeli Occupation Forces). Mocht hij thuis blijven wonen, wordt hij de komende dagen zonder veel boe of ba opgepakt en vastgezet in ergere omstandigheden. Hoewel stress hier niet weg te denken is, probeert elke zoon zijn moeder te sparen van nog meer ongerustheid. Iedere avond val ik dan ook in slaap met een gedachte aan die ongerustheid waar een moeder in Aida Refugee Camp mee gaat slapen: bang dat die nacht misschien alweer enkele militairen het huis zouden bestormen om één van haar zonen van haar weg te halen.

De extreme ups en downs van emoties komen ook voort uit de vriendschappen die we hier met iedereen opbouwen. Naast het vertellen van hun verhaal, luisteren zij ook naar hoe ons leven er in België uitziet, cruisen we op hilarische manieren door de oude stad van Bethlehem en  leren ze ons Arabisch schrijven (aan Charis voornamelijk) of spreken (dat heb ik dan weer wat meer beet). Het boeiendste vind ik de vele gesprekken die hun visie op de politieke situatie in het Midden Oosten weergeven: hoe ze denken over de interventie die de VS plant, hun visie op Assad of Sadam Hoessein en wat zij denken dat hier te gebeuren staat de komende weken, maanden of jaren. Het zou me te ver leiden om hier een volledige uiteenzetting over te doen – er wordt heel veel over gepraat en ook hier verschillen de meningen – maar ik kan niet ontkennen dat dit me ook anders naar de wereld doet kijken.

En net dàt is de tweede reden voor meer gepieker hier. Ik blijf mezelf afvragen wat mijn positie hier precies is. Wat doe ik hier eigenlijk? Afgelopen weken werden we bewust van het feit dat de mensen hier zoveel internationale mensen over de vloer krijgen. Het is een komen en gaan van internationale vrienden, van “kamp”-toeristen of oprecht geïnteresseerde groepen. Het doet me ook beseffen dat ik – zij het onbewust – een bepaalde verantwoordelijkheid draag wanneer ik hier een tijdje te verblijf. Ervan overtuigd zijnde dat ik hier alleen maar kan leren, tracht ik in hun wereld te kruipen en vooral te luisteren en te ervaren wat gaande is.  Meer kan ik niet doen. Maar tegelijk geeft het me ook een lastig gevoel. Het lijkt alsof ik wat hang te bengelen tussen twee werelden, niet meer goed wetende hoe ik tegenover elke wereld moet kijken. Vooral de ruimte tussen beide werelden lijkt zo groot. Het lijkt wel dat – als ik deze wereld écht wil begrijpen – ik nooit meer terugkan naar de wereld waar ik vandaan kwam. Omgekeerd is het ook niet mogelijk om – eens ik terugkeer – deze wereld volledig met me mee te dragen.

Hoogstwaarschijnlijk zit ik in de fase zit waarbij mijn promotor – Professor Parker – aangaf dat je jezelf soms moet kunnen verliezen in de situatie: letterlijk “get lost…”.  Hoewel ik hem blindelings vertrouw in zijn overtuiging dat ik hieruit zal leren, voelt het toch wat bizar aan. Dit laatste kan ook een reden zijn waarom het vaak moeilijk is om de dingen neer te pennen met het gevolg dat jullie niet altijd een verslag krijgen van wat ik hier doe. Ik wil dan ook geen loze beloften maken en nu zeggen dat ik hier meer werk van zal maken. Het enige wat ik wil vragen is om me wat tijd te geven om m’n weg te vinden. Ik ben ervan overtuigd dat ik – zodra ik het kaartlezen beet heb – ook m’n weg terug zal uitstippelen!

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!