Duurzame ontwikkeling als kompas voor bedrijven
Opinie -

Duurzame ontwikkeling als kompas voor bedrijven

Te midden grote onzekerheid vragen bedrijven zich af hoe het straks anders, misschien zelfs beter kan. De Duurzame Ontwikkelingsdoelstellingen van de VN kunnen het Zwitserse zakmes zijn voor een meer crisisbestendige economie

woensdag 10 juni 2020 19:30
Spread the love

 

Sinds de coronacrisis staat het internet vol hallucinante berichten. Van een gezondheidssysteem onder druk tot beursschommelingen, van verlamde toeleveringsketens en bedrijven tot landen en gemeenschappen afgesloten van de buitenwereld. Terwijl prijzen in verschillende sectoren ongeziene variaties aannemen, wacht een recordaantal technisch werklozen op een uitkering.

Tegelijkertijd lezen we ook berichten van verbeterde luchtkwaliteit in Shanghai, helder water in de Venetiaanse kanalen en een historische daling in de CO₂-uitstoot. Deze coronacrisis heeft al meer gedaan voor het klimaat dan alle klimaatbetogingen van vorig jaar bij elkaar. Een langverwachte beloning van jarenlange inspanningen zijn die effecten dan weer niet. Want terwijl onze ecologische voetafdruk wereldwijd daalt, wordt duurzame ontwikkeling op veel plekken achteraan de agenda geduwd. De kans is dan ook groot dat de hedendaagse effecten van korte duur zullen zijn. Dat stelt ook directeur van het VN Milieuprogramma, Inger Anderson: ‘Zichtbare, positieve effecten – zoals verbeterde luchtkwaliteit of verminderde broeikasgassen – zijn slechts tijdelijk, gezien ze het gevolg zijn van een tragische economische vertraging en menselijk leed.’

Het is niet meer dan menselijk om in crisissituaties te reageren met het indijken van de impact en de gevolgen. Als je huis in brand staat, loop je ook niet naar de doe-het-zelf-winkel voor een rookmelder maar blus je eerst het vuur. Al is de intrede van een onzichtbaar virus niet de eerste ‘brand’ die ons ‘huis’ bedreigt. Denk maar aan de klimaatcrisis, de vluchtelingencrisis en de wereldwijde afname van biodiversiteit. Misschien wordt het stilaan dus toch tijd voor die rookmelder.

Een kwestie van barsten of buigen

Een productieketen verspreid over meerdere continenten was tot voor kort geen bezorgdheid voor bedrijven met focus op winstmaximalisatie. Vandaag legt het coronavirus de kwetsbaarheden van dit systeem bloot. Hoewel bedrijven op deze manier jarenlang kosten hebben kunnen drukken, verliezen ze nu volledig de controle over de toelevering van hun producten en hun verkoopcijfers. Zo zag de Zweedse modegigant H&M in maart haar omzet kelderen met een hallucinante 46 procent. Ook AB Foods, moederbedrijf van Primark, davert op zijn grondvesten met een omzetverlies van zo’n 750 miljoen euro. Dat brengt niet alleen de aandeelhouders in paniek, maar ook de miljoenen textielarbeiders die hun werk en dus ook hun inkomsten in rook zien opgaan.

Ook in eigen land hebben bedrijven het moeilijk. Zo voorspellen de Nationale Bank en het Federaal Planbureau een inkrimping van de Belgische economie met 8 procent en een begrotingstekort tot 7,5 procent. Al maken ze daarbij nog de hoopvolle kanttekening dat onze economie even snel weer kan heropleven als ze in elkaar is gezakt. We kunnen ons echter afvragen of een heropleving van onze versplinterde, winstgedreven groei-economie wel precies is wat we nodig hebben.

Er zijn immers ook bedrijven die voldoende flexibel zijn om mee te buigen én op te veren in deze veranderende tijden. Zij doen het vaak net (uitzonderlijk) goed in deze crisistijden. Zo goed zelfs dat we ons kunnen afvragen of we niet iets van hen te leren hebben. Zo zag het Amerikaanse vleesvervangericoon Beyond Meat afgelopen mei haar aandelen stijgen tot het hoogste peil in zes maanden en zet het haar uitbreidingsplannen richting Azië ondanks de coronacrisis gewoon door. Niet toevallig grijpen vegetariërs en veganisten de coronacrisis – die, ironisch, haar oorsprong kende op een vleesmarkt in Wuhan – aan om mensen te overtuigen van een plantaardig dieet.

Ook groene energie lijkt te floreren onder de huidige omstandigheden. In tegenstelling tot fossiele brandstoffen, is de sector minder onderhevig aan de verlamming van globale industrieën, of het huisarrest van Koning Auto. Terwijl het coronavirus de fossiele brandstoffenindustrie op losse schroeven zet, wordt vergroening van ons energienet juist naar voor geschoven als hefboom om de huidige recessie te boven te komen, en kopt Bloomberg zelfs dat de negatieve olieprijzen gunstig zijn voor groene stroom.

Naast vleesvervangers en groene energie doet ook de index voor duurzame aandelen (de zogenaamde ESG Leaders index) het de laatste weken opvallend goed. Zo zakte de ‘klassieke’ index eind april zowel in Europa, de VS, Japan, als in de ontluikende markten sterker dan de index voor duurzame bedrijven. Een vergelijking van de huidige beurskoersen is dan geen finale bevestiging voor crisisbestendigheid, toch zijn de verschillen tussen ‘klassieke’ en duurzame bedrijven opmerkelijk.

Een bestaand kader in een nieuw licht

Terwijl de wereldeconomie op haar kop staat, lijken er nieuwe industrieën op te klimmen uit de schaduw van het kapitalisme. In tegenstelling tot traditionele internationale mastodonten, hanteren ze deze crisis als opportuniteit. Ze zijn robuust en wendbaar. Wil uiteindelijk niet elk bedrijf dat zijn?

Nu komt het goede nieuws: we hoeven het warm water niet uit te vinden. Er bestaat immers een wijdverspreid, stevig gefundeerd kader voor het definiëren van antwoorden in tijden van crisis. De Duurzame Ontwikkelingsdoelstellingen (SDG’s) van de VN mag je gerust zien als het Zwitserse zakmes om onze economische, sociale en andere systemen duurzamer te maken. In tegenstelling tot onze menselijke tendens om de wereld te interpreteren als éénrichtingsverkeer op vlak van oorzaak en gevolg, stimuleren de SDG’s ons om het volledige plaatje te bekijken.

Met haar 17 pijlers kunnen de SDG’s van de VN een raamwerk zijn voor het herdefiniëren van strategieën voor bedrijven die zich willen oriënteren in de richting van stabiliteit op lange termijn. Zo’n strategische omwenteling is nodig als we onze economie beter willen wapenen. De coronacrisis is wellicht niet de laatste systeemcrisis. Ondanks de hoop van enkelen, is niet iedereen ervan overtuigd dat onze veranderde consumptiegewoonten zullen standhouden als het virus weg is. Verandering van bovenaf is dus niet enkel aangewezen, ze is broodnodig.

SDG’s in de praktijk

De abstractie van de Duurzame Ontwikkelingsdoelstellingen (SDG’s) zorgt ervoor dat de doelstellingen evenzeer aangewend kunnen worden door multinationals als door de buurtwinkel op de hoek. Diezelfde abstractie maakt het voor veel bedrijven helaas ook moeilijk om tot concrete doelstellingen te komen. Laat ons dit raamwerk dus in enkele duidelijke voorbeelden gieten van acties die de productieketen en het businessmodel van bedrijven kunnen versterken.

Thuiswerk

Als we kijken naar de bedrijven die operationeel blijven ondanks de coronacrisis, kunnen we grofweg twee types onderscheiden: bedrijven en organisaties die vitale diensten of producten aanbieden, en bedrijven die diensten of producten vanop afstand kunnen produceren, communiceren en aanleveren. Voor de tweede groep heeft thuiswerk de laatste maanden sterk aan populariteit gewonnen. De mogelijkheid om de continuïteit van de activiteiten te garanderen zonder een fysieke werkplek, brengt een aantal voordelen met zich mee:

  • robuuste bedrijfsactiviteiten en -resultaten;
  • effectieve indijking van de pandemie;
  • positieve impact op de gezondheid van medewerkers;
  • reductie van de CO₂-uitstoot en fileleed;
  • verlaagde kosten voor kantoorruimte en -benodigdheden.

De effecten van thuiswerk maken het één van de meest voor de hand liggende manieren om in te zetten op SDG’s, want dit levert een positieve bijdrage aan waardevolle jobs (SDG8), duurzame steden en gemeenschappen (SDG11) en klimaatactie (SDG13). Volgens een studie van het advieskantoor BDO overwegen ondertussen negen op de tien Belgische werknemers en leidinggevenden om telewerk blijvend te implementeren na de versoepeling van de coronamaatregelen. Dit toont aan dat de coronacrisis niet alleen een impact heeft op onze fysieke wereld, maar ook op onze perceptie en organisatie ervan.

Diversificatie

Natuurlijk is thuiswerk niet voor alle sectoren een passende oplossing. Taxichauffeurs zal het een worst wezen; zonder auto en zonder passagiers valt hun broodwinning in het water. In een zoektocht naar een meer efficiënte benutting van hun middelen, lanceerden zowel Uber als Lyft1 eind april een bezorgdienst voor essentiële goederen om hun bedrijf in leven te houden tijdens de coronamaatregelen.

Bedrijven kunnen niet alleen voordeel halen uit het diversifiëren van hun aanbod, maar ook van hun resources. In het voorbeeld van de taxichauffeurs behoeft hun afhankelijkheid van fossiele brandstoffen weinig uitleg. Met historisch lage prijzen kan dat een meevaller lijken, maar de coronacrisis is niet de enige uitdaging die de sector boven het hoofd hangt. De grondstoffen zijn eindig en de populariteit van schadelijke gassen die vrijkomen tijdens winning en gebruik gaat er ook niet op vooruit. Overstappen op een (economisch) stabielere energiebron wordt dus steeds aantrekkelijker, zeker wanneer je ze ook (deels) zelf kan opwekken.

Zowel overstappen op groene energie als het zelf opwekken van energie, zijn efficiënte manieren om in te zetten op tal van duurzame ontwikkelingsdoelstellingen, zoals betaalbare en schone energie (SDG7), innovatie en infrastructuur (SDG9), duurzame gemeenschappen (SDG11) en klimaatactie (SDG13). Inzetten op deze doelstellingen heeft positieve effecten voor het bedrijf en zijn omgeving:

  • meer controle over energietoelevering;
  • minder afhankelijk van (prijs)wijzigingen in andere sectoren;
  • meer flexibiliteit en aanpassingsvermogen;
  • minder CO₂-uitstoot;
  • betere luchtkwaliteit;
  • lokale verankering (denk aan energiegemeenschappen).

Gedeelde verantwoordelijkheid

Het opwekken van je eigen energie is natuurlijk geen hapklare oplossing voor alle bedrijven en sectoren. Duurzame ontwikkeling vereist steeds een nauwkeurige beoordeling door alle betrokken partijen. Toch geven bovenstaande voorbeelden een goed beeld van hoe het raamwerk van de Duurzame Ontwikkelingsdoelstellingen (SDG’s) gebruikt kan worden om bedrijven robuuster, flexibeler en beter bestand tegen crisissituaties te maken.

Om dat doel te bereiken, blijft het evenwel belangrijk dat de doelstellingen op de hoogste strategische bedrijfsniveaus worden vastgelegd. Als het kader louter als inspiratiebron wordt gebruikt, kan dat je imago wel oppoetsen maar echt duurzaam word je er niet van. Zo kunnen bovengenoemde fast fashion ketens als Primark en H&M best beloven dat ze hun onverkochte kleding niet zullen vernietigen, zonder engagement om het aantal jaarlijkse collecties terug te dringen, werkomstandigheden te verbeteren of armoede bij hun textielarbeiders aan te pakken is er van duurzaam ondernemen weinig sprake.

Natuurlijk ligt de verantwoordelijkheid om te evolueren naar een duurzame(re) samenleving niet uitsluitend bij onze bedrijven. Er is ook een belangrijke rol weggelegd voor onze overheden. Zonder een ondersteunend kader kunnen bedrijven de omslag naar een nieuw systeem onmogelijk maken. Initiatieven zoals het wetsontwerp dat bedrijven, gelinkt aan belastingparadijzen, de toegang tot financiële steun ontzegt, lijkt dan ook een stap in de goede richting.

Mogelijk kunnen bedrijven die actief bijdragen aan een duurzamere economie in de toekomst ook een vlottere toegang tot steunmaatregelen krijgen. Eén ding is evenwel duidelijk: de overgang naar een duurzame(re) samenleving is een gedeelde verantwoordelijkheid. Bedrijven noch overheden kunnen die op hun eentje opnemen.

De keuze is aan ons

Gaan we al blussend achter branden blijven aanlopen of kopen we nu een rookmelder? De bedrijven die de komende decennia zullen floreren, zijn diegene die een balans vinden tussen rentabiliteit en verantwoordelijkheid, tussen robuustheid en flexibiliteit, in normale omstandigheden zowel als in crisismomenten. Om deze balans te vinden is het essentieel dat bedrijven binnen een holistisch kader denken en een technische en menselijke visie integreren.

Zo’n multidisciplinaire uitdaging vormt de queeste bij uitstek voor een bestuurs- of adviesraad, die de waarden en bezorgdheden van de sector begrijpt en vanuit verschillende perspectieven gefundeerde strategische doelstellingen kan definiëren voor de toekomst. Naast uitdagingen te midden grote onzekerheid, biedt de huidige situatie de uitzonderlijke opportuniteit om moedige beslissingen te nemen en doortastend beleid uit te stippelen. Met oog op de toekomst van onze welvaart, onze omgeving en onze kinderen.

 

Note:

Deze inspanningen om hun diensten te diversifiëren maken van Uber en Lyft natuurlijk niet spontaan duurzame bedrijven. Hun voornaamste doel lijkt nog steeds om hun winsten te maximaliseren, Desalniettemin is het opvallend dat zelfs deze bedrijven om de crisis te doorstaan al dan niet bewust principes van het SDG-raamwerk omarmen.

 

Carl De Cock is consultant industriële duurzaamheid en projectmanager bij Sustaineer

Britt Buseyne is duurzaamheidsjournalist en co-founder van Sustainababbels

 

Dit artikel is origineel gepubliceerd in Samenleving & Politiek, Jaargang 27, 2020, nr. 6 (juni), pagina 42 tot 47.

Creative Commons

take down
the paywall
steun ons nu!