Duurder voedsel bedreigt politieke stabiliteit
Wereldbank, Zoellick, Duurder voedsel, Monetair systeem, Extreme armoede -

Duurder voedsel bedreigt politieke stabiliteit

dinsdag 1 maart 2011 12:54

Verleden week koos mijn zoontje Ruben, ter bespreking in de les economie, een artikel uit de editie van de Tijd van 19 februari. Ruben is 13 jaar en zit in het 2de jaar ASO. Het artikel kopte: “Duurder voedsel bedreigt politieke stabiliteit”.

In dit artikel spreekt Robert Zoellick, voorzitter van de Wereldbank, over een bedreiging van de politieke stabiliteit in veel landen. Zoellick lanceerde zijn waarschuwing zaterdag in de marge van de G20-vergadering van de ministers van Financiën in Parijs. “De twee komende jaren kunnen een groot aantal onlusten ontstaan. Regeringen zouden kunnen vallen en bedrijven over de kop gaan in de wanorde” verklaarde Zoellick.

De Wereldbank berekende eerder die week dat door de stijging van de voedselprijzen er tussen juni en december 44 miljoen mensen bijkomend in extreme armoede geraken. Extreme armoede wil zeggen dat mensen (over-)leven met minder dan 1,25 dollar per dag per persoon. Volgens de laatste schattingen leven er vandaag de dag 1,2 miljard mensen onder die grens. Volgens Zoellick toonden de G20-ministers zich ‘ontvankelijk’ voor zijn boodschap en is deze groep van geïndustrialiseerde en groeilanden bereid om te handelen.

Ik was verrast van de keuze van het artikel omdat ik reeds eerder over dit onderwerp wou schrijven en een bijdrage op http://www.andersbekeken.be, de website van een vriend, wou posten. Wat voor Ruben op het eerste zicht een heel menslievende bekommernis van de heer Zoellick leek te zijn, blijkt in de realiteit al snel meerdere bodems te bevatten.

De Wereldbank is ‘s werelds grootste instituut voor ontwikkelingssamenwerking. Het geeft leningen aan ontwikkelingslanden met als voornaamste doel het bestrijden van armoede. Economen weten echter dat het verschaffen van leningen aan ontwikkelingssamenwerking ook belangrijk is voor onze eigen economie. Het garandeert ons namelijk het voorbestaan van ons monetair systeem. Hierbij dient misschien een extra woordje uitleg gegeven te worden. Op het ogenblik dat we naar de bank stappen en geld lenen, wordt de geldvoorraad vergroot. Het geld wordt gewoon gecreëerd met een druk op de knop, op basis van de schuld die we aangaan. Het geld van spaarders en investeerders doet hierbij enkel dienst als gedeeltelijke ‘reserve’. Weinig mensen begrijpen de creatie en distributie van geld zoals het door ons systeem van ‘fractional money creation’ gecreëerd en gedistribueerd wordt. Al het geld in omloop is gebaseerd op schuld, maar omwille van het interest-mechanisme vergroot deze schuld steeds tot niveaus vele malen groter dan de werkelijke hoeveelheid geld in omloop. Hierdoor dienen er steeds meer mensen in het geldspel betrokken te worden die dankzij hun nieuw verworven “welvaart” in staat zullen zijn om een huis te bouwen, hiervoor naar de bank te stappen, geld te lenen en zo de steeds groeiende schuld mee te helpen dragen. Deze schuld zit in ons economisch systeem ingebakken en kan het best vergeleken worden met een piramide spel. Door de expansie van de geldhoeveelheid ontstaat er inflatie, en net daardoor blijft de collectieve schuld min of meer draagbaar.  

Met deze achtergrond, kunnen we het bovenvermelde artikel eens opnieuw en ‘anders’ bekijken. Mr. Zoellick is in de eerste plaats bezorgd over politieke instabiliteit. Ik mag hier veronderstellen dat een zekere bezorgdheid voor hongerige mensen mee geïmpliceerd wordt, maar wat betreft die politieke instabiliteit, hebben leningen aan ontwikkelingslanden zelden soelaas gebracht. Dergelijke leningen, en meer bepaald de terugbetaling ervan, verplichten de betrokken landen om mee in het geldspel te stappen. Ze moeten een surplus aan productiecapaciteit opbouwen om handel te kunnen drijven en hun markten open te stellen. Zo ontstaat er welvaart en geraakt de bevolking uit hun extreme armoede, maar… ontstaat er ook corruptie en ongelijkheid. Je kan je nochtans ook afvragen wat dat juist betekent, extreme armoede. Stel bijvoorbeeld dat een dorp dankzij introductie van educatie, kennis en technologie in haar eigen behoeften kan voorzien dankzij een onafhankelijke productiecapaciteit en voorziening van gewassen, vlees, water, melk, onderdak, hygiëne, enz., is het dan belangrijk hoeveel men per dag verdient? Door deze mensen in een monetaire economie te introduceren, wordt voor de hogere klasse accumulatie van rijkdom een op zichzelf staand doel met corruptie als inherent gevolg. Er zullen altijd mensen aan de top zijn die liever een deel van de gemeenschappelijke productieopbrengsten zelf verkopen dan ze te delen met hongerige landgenoten. En laat nu net corruptie en ongelijkheid ook een oorzaak van onrusten en politieke instabiliteit zijn, zo leert ons toch de actualiteit in het Midden-Oosten en Noord-Afrika.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!