Donkere Winter: Oppositie en verantwoordelijkheid

Donkere Winter: Oppositie en verantwoordelijkheid

zondag 28 december 2014 14:19

Het lijkt altijd moeilijk om te praten of te schrijven over energie en elektriciteit,  groene energie en verbruik, milieu impact en verantwoordelijkheid. Dit komt omdat een discussie of een gesprek dient te beginnen bij ‘verantwoordelijkheid’. Wie wilt de verantwoordelijkheid nemen om al dan niet voor een verandering te gaan, om een andere weg in te slaan? Naast deze vraag rijst ook steeds vaker een andere vraag, misschien eerder een verwijt: wie had die verantwoordelijkheid moeten nemen? Want laten we eerlijk zijn tegenover onszelf en de miljarden mensen op onze Aarde; op dit gebied zijn we grondig te laat.

Over het onderwerp van dit artikel hebben mijn collega’s en ik reeds in het begin van deze zomer gesproken. De Belgische elektriciteitsvoorziening kende op dat moment een zeer woelige periode. Oude kerncentrales die vreemd genoeg oud bleken te zijn en een mysterieuze sabotage die voor technische schade zorgde in de turbines van de centrale van Doel. Berichten in de media, voorpagina’s gevuld met waarschuwingen dat we een groot deel van onze elektriciteitsproductie moeten stil leggen voor onbepaalde duur. Met als gevolg dat we een donkere en koude winter zouden kunnen meemaken zowel binnen- als buitenshuis. We zouden duurdere energie moeten gaan halen vanuit het buitenland, “want daar zullen ze wel genoeg hebben voor ons”, we zouden in sommige gemeenten en streken tijdelijk het licht uitdoen, “want we moeten het elektriciteitsnet in evenwicht houden”, we zouden onze steenkoolcentrales terug op 100% kunnen laten draaien, “want die dingen hebben we nog altijd staan, en zij draaien maar op een laag pitje”, we zouden een nieuwe centrale kunnen bouwen, “want.. sommige politici weten niet wat ze zeggen”. “We zouden…” We zouden eigenlijk al lang geleden klaar moeten zijn geweest om het ergste van onze “Donkere Winter” het hoofd te kunnen bieden, maar om de één of andere reden hebben de regeringen in België nooit de nood of de verplichting gevoeld om hun verantwoordelijk op te nemen.




Veel gewone mensen zijn pessimistisch over het klimaat. Als je mensen zou tegenhouden op straat en naar hun mening zou vragen, gaat een overgrote meerderheid vertellen dat er wel iets gedaan moet worden. De politiek zal zich daar wel mee bezighouden, naast de nog zovele andere dingen die hun aandacht vereisen. Mensen willen wel weten dat er iets aan de hand is maar worden ongeïnteresseerd door het pessimisme dat ontstaat door politieke stilstand en desinteresse van partijen en politici die al dan niet de postjespolitiek belangrijker vinden dan inhoudelijk bevoegde personen te zoeken. Pessimisme is aan de orde en een gevoel van defaitisme is hier niet misplaatst. Elke verandering, elke ‘objectief goede verandering’ die nu of morgen daadwerkelijk gebeurt, zal pas een zichtbaar effect hebben nadat er al een ‘X-amount’ aan onherstelbare schade is aangebracht. Ondanks dit realistisch doemscenario is kritisch zijn ongetwijfeld een betere houding. In de eerste plaats kritisch zijn tegenover de mensen die in onze en andere regeringen zitten en die niet willen instaan voor een progressieve aanpak of beleid inzake energieopwekking of -gebruik, toepassen van ‘Groene Energie’ captatie, het gebruik van kernenergie en het correcte onderhoud en onderzoek naar mogelijke verbeteringen op het gebied van veiligheid en efficiëntie. Wees kritisch voor politici die graag de mediageile goeroe uithangen door in het federale parlement de bouw van een nieuwe kerncentrale voor te stellen als antwoord op die ‘Donkere Winter’. Evengoed moet je kritisch zijn voor overhaaste ingrepen van zogezegde ‘nieuwe, gezonde, groene, wereld-reddende energie’. Als het te goed is om waar te zijn, is het dat ook vaak. Bekijk zulke projecten of zulke ideeën, informeer jezelf, praat en discussieer met je vrienden of andere mensen. Mensen die er iets van kennen en mensen die er wat verder vanaf staan. De eerder vernoemde ‘objectief goede verandering’ die geïmplementeerd dient te worden, kan alleen maar tot stand komen wanneer men alles doet dat mogelijk is om vooruit te gaan en niet ter plekke te blijven, trachtend niet te verdrinken in de onzin en miserie.

Misschien is dit alles wat streng voor de regeringen en de gevestigde macht, want de oppositie in een parlementaire democratie mag niet vrijuit gaan. Een belangrijke vorm van kritisch durven zijn is, zoals eerder vermeld, kritisch zijn naar de politieke stilstand. Gelukkig zijn er partijen en vooral mensen die over het concept van energiewinning nadenken en bezig zijn met onderzoek naar de consumptie en collaterale vervuiling van energiegebruik. Daarom is het belangrijk om kritisch te zijn voor, in ons geval, partijen zoals Groen. Groen wordt vaak gezien als een partij met leden die o zo graag staan te roepen vanuit de oppositie, zodat ze vergeten om uitgewerkte plannen voor te leggen om hun woorden te staven met daden. Dit wilt niet zeggen dat ze dat niet doen, want de milieu gerichte partij brengt de juiste onderwerpen krachtig aan de man tijdens een discussie of debat.  Het probleem ligt hem echter in hun reikwijdte; wat ze aan de man brengen blijft meestal bij de opponenten in de discussie.

Groen is de ideale partij om met hun, al dan niet bestaande, creatieve, ondernemende en progressieve plannen naar buiten te komen. Zij zitten ook in de beste positie om allerlei, om niet te zeggen alle, wetenschappelijke visies op ‘Groene Energie’ op te zoeken en te bundelen, te analyseren en voor te leggen. Elke week zouden zij dit in het parlement moeten doen en daar mag het niet stoppen. Elke kans moet groen benutten om mensen niet zo zeer te laten luisteren, maar te informeren. Niet alleen in de gewone lekentaal, maar apprecieer dat de mensen op straat ook geïnteresseerd kunnen zijn in harde wetenschappelijke bewijzen en/of rapporten. Kom naar het parlement, zoals gezegd, elke week, elke keer het kan met een goed en duidelijk uitgewerkt energie alternatief, opgebouwd uit wind, biomassa of zonne-energie. Maar stop met de vinger te wijzen en stop met ongecontroleerd tegen elkaar op te roepen. Akkoord, dat moet en dat mag. Maar wees dan echt progressief en neem initiatieven, als oppositie heb je tenslotte wel de beste positie om het land te verbeteren door met ideeën en goed uitgewerkte voorstellen naar buiten te komen. Let wel, dat mag niet gehaast en ondoordacht gebeuren. Neem de tijd om stevige wetenschappelijke argumenten te ontwikkelen en een concreet plan uit te werken vooraleer de strijd aan te gaan. Spreek mensen aan, informeer en discussieer met mensen die er iets van kennen en met mensen die er wat verder vanaf staan.

Roep zo hard je kan en de mensen zullen je horen. Roep het juiste en mensen beginnen te luisteren. Toon wat je doet, en toon wat je kan en mensen gaan zich achter je scharen. Groen, toon ons wat je doet en wat je kan. Want je kan ons en iedereen helpen.

Pieter Roefs,

Eindredacteur bij ZENIT Magazine

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!