Dienstencheques: bomen groeien niet tot de hemel

Dienstencheques: bomen groeien niet tot de hemel

vrijdag 2 september 2011 10:43

De dienstencheques staan volop in de belangstelling. Eerst nadat De Morgen één element uit mijn rentree-interview uitvergrootte en de rest van de media daar op sprong. Later volgde de lancering van een nieuw HIVA-rapport over het gebruik van dienstencheques in de Vlaamse welzijnssectoren, met een pleidooi om de dienstencheques vooral daar in te zetten.  

Dienstencheques onhoudbaar

Uiteraard hebben de dienstencheques hun nut. Heel veel laaggeschoolden, vooral vrouwen, zijn daardoor aan de slag kunnen gaan.  In mindere mate heeft het een deel van het zwart- of grijswerk gewit.  En voor de gezinnen die er gebruik van maken is het een onbetwistbare steun.  Zeker ook als daardoor arbeid en gezin gemakkelijker kunnen worden gecombineerd. 

Maar zoals een vroeger HIVA-onderzoek in samenwerking met het ACV al eerder titelde: de bomen groeien niet tot in de hemel.   Inmiddels is het budget van de dienstencheques opgelopen tot 2,2 miljard. En bij ongewijzigd beleid zal dat budget alsmaar verder oplopen. Dat in tijden waarin de sociale zekerheid zwaar onder vuur ligt.  

Als we nu niet doordacht ingrijpen, dreigt het hele systeem van dienstencheques budgettair te imploderen. Het is dan ook  al te doorzichtig hoe de uitzendbureaus beginnen te chanteren met banenverlies, nu ze hun fraaie winstmarges op de dienstencheques bedreigd zien. Niets doen zal nog veel meer banen in de sector  kosten.

Deze redenering als ‘oneervol’ bestempelen, zoals de hoofdredacteur van Trends dat deze ochtend op radio 1 deed, is dan ook onzin.

Weg van het minste kwaad

Het ACV stelt voor de kostprijs van een dienstencheque op 7,5 euro te houden. Het ACV vraagt wel om de fiscale aftrek te laten verminderen naarmate het inkomen stijgt.

Is dat pijnlijk?  Uiteraard is dat pijnlijk. Niemand betaalt graag meer.  Maar laat ons ook serieus blijven. Hoeveel klanten zullen er afhaken als het bedrag van de fiscale aftrekbaarheid aangepast wordt in functie van het gezinsinkomen? De verhoging van de kostprijs die daar het gevolg van is, is veel te klein. Bovendien zit die prijs dan nog steeds, zij het met regionale verschillen, ver beneden de kostprijs op de zwarte of grijze markt.

Het ACV is ook geen voorstander van de beperking van de dienstencheques tot de lage inkomens. Ook gezinnen met een beter inkomen moeten van de dienstencheques kunnen genieten. Ook deze moeten toegang kunnen hebben tot de maatregelen om de combinatie van arbeid en gezin te vergemakkelijken. Met het ACV hebben we eerder deze zomer al gewaarschuwd voor zogenaamde inkomensvallen, als teveel voordelen enkel worden voorbehouden voor de lage inkomens. Die lage inkomens verliezen dan ook teveel voordelen eens hun inkomen verbetert.

Geen commercialisering van de zorg

En waar we zeker geen voorstander van zijn is het voorstel dat werd gedaan om de dienstencheques vooral te gaan gebruiken in de zorgsectoren. Zoals ACV Voeding & Diensten al aangaf , wakkert dit alleen maar de verdere commercialisering van de zorg in de hand. Het ACV trekt in de zorgsector voluit de kaart van reguliere tewerkstelling met daarvoor opgeleide werknemers.

Het is ook al te gemakkelijk voor de Gemeenschapsoverheden om hun verantwoordelijkheid voor de uitbouw van de zorg aan bejaarden en personen met een handicap via de dienstencheques af te wentelen op de federale overheid.  Die federale overheid moet al  de volledige kosten van de vergrijzing dragen, gaf de Studiecommissie voor de Vergrijzing in juni nog maar eens aan. Bovenop nog eens de factuur betalen van de Gemeenschappen maakt dat nog moeilijker houdbaar.  Precies het omgekeerde moet gebeuren: omzetting in de dienstencheques in reguliere werkgelegenheid in de niet-commerciële zorg, gesubsidieerd via de normale kanalen.

Luc Cortebeeck,
Voorzitter ACV

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!