Deeltijds onderwijs blijft kampen met heel wat knelpunten

Deeltijds onderwijs blijft kampen met heel wat knelpunten

donderdag 31 maart 2011 13:26

Met meer dan 1800 leerlingen in het deeltijds beroepsonderwijs haalt Antwerpen een score van 26 % van het totaal voor gans Vlaanderen. Het aantal ‘deeltijdse’  leerlingen stijgt nog elk jaar.  Je zou dus kunnen spreken van een succesverhaal, maar de realiteit is iets genuanceerder. Deze onderwijsvorm kampt van bij z’n ontstaan in 1984 (na de invoering van de leerplicht tot 18 jaar) met heel wat knelpunten. Betrokken leerkrachten, begeleiders en verantwoordelijken verwachten dat hiermee nu eindelijk komaf wordt gemaakt en dat de overheid zorgt voor soliede oplossingen.

Specifiek aan deze onderwijsvorm is dat je maar ‘halftijds’ naar school gaat. De andere helft van de tijd ga je werken. Je kan dat doen met een halftijds arbeidscontract of een ander soort overeenkomst, zolang je maar werkervaring opdoet. Juist dat onderdeel is altijd de kracht maar juist ook het zwakke punt van dit onderwijssysteem geweest, namelijk het ernstig tekort aan arbeids- of werkervaringsplaatsen voor deze leerlingen.  Nochtans onontbeerlijk voor de slaagkansen van de leerling en daarom werden doorheen de jaren allerlei varianten bedacht om toch maar aan voldoende werkervaringsplaatsen te geraken. 

Maar er bereiken ons nogal wat signalen van een ‘neerwaartse’ trend. In een eerste interview peilden we bij Johan Jacquemin, coördinator van Don Bosco Werken én Leren, naar een stand van zaken. 

Johan Jacquemin:  We zijn nochtans op de goeie weg sinds 2008. In plaats van een ‘aanhangsel aan het onderwijs’ is dit nu geregeld als volwaardige onderwijsvorm: je kan er ook een volwaardig diploma behalen én er is sindsdien ook het ‘voltijds engagement’.  Dat betekent dat je naast een week opleiding op school voor de andere helft van de tijd niet zomaar kan gaan nietsnutten.  Eigenlijk is dit een bevestiging van de aanpak waar we bij  Don Bosco al altijd voor hebben gestaan. Maar goed, door de verplichting van het voltijds engagement , zijn er ook meer opvangsystemen gekomen voor wie nog geen halftijds werk had.

We kenden in Antwerpen al wel de brugprojecten. Dat zijn werkervaringsplaatsen bij het OCMW, de stad, de kringloopwinkels, of bij projecten, die door de Antwerpse CDO’s zelf, in samenwerkingsverband, werden opgericht, zoals de leerwerkrestaurants ‘De Brug’ of ‘La Cuisine’ en de leerwerkgarage ‘La Strada’.  Nu zijn daar ook de ‘voortrajecten’ bijgekomen. Dat zijn heel laagdrempelige werkervaringsplaatsen waar er vooral gewerkt wordt aan ontbrekende attitudes en vaardigheden.  Voor wie voorlopig helemaal niet aan werken toe is, omdat hij of zij eerst nog allerlei andere problemen moet oplossen, zijn er nu ook nog de persoonlijke ontwikkelingstrajecten.

Desondanks blijven er heel wat knelpunten, hebben we begrepen.    

Johan Jacquemin: Ja, langs de ‘onderwijskant’ is het nu wel geregeld dat je in het deeltijds onderwijs een volwaardig diploma kan behalen, maar men moet blijven onthouden dat leerlingen in het deeltijds onderwijs komen voor een beroep te leren. Vroeger mochten wij opleidingen inrichten naar wat de markt vroeg. Ten gevolge van een programmatiestop (en dus geen nieuwe diploma’s mogelijk, nvdr)kunnen  centra vandaag in Antwerpen  bijvoorbeeld geen opleiding ‘Installateur sanitaire installaties’ of wegenbouwer  inrichten, beide nochtans erkend als een knelpuntberoep!

Langs de kant van de arbeidsmarkt werden we in de omgeving van onze school geconfronteerd met het verdwijnen of afhaken van heel wat grote bedrijven. Bij die grote bedrijven konden we terecht voor een groot aantal werkervaringsplaatsen voor onze jongeren.  Nu moeten we meer terecht bij kleine ondernemingen. Maar daar is het veel moeilijker voor om die begeleiding en administratie er bovenop te nemen.  De tewerkstelling van onze jongeren bij bedrijven neemt ook af door allerlei regels en juridische verplichtingen.

Wat de jongeren zelf betreft, wil ik aantstippen dat we meer en meer +18-jarigen binnen krijgen.  Voor hen geldt de leerplicht niet meer, en na 30 dagen zonder ‘werkinvulling’ moeten we die leerlingen spijtig genoeg terug uitschrijven. 

Ondanks de vele moeilijkheden en knelpunten die de CLW’s ondervinden, mochten wij in de persoon van Johan Jacquemin een enthousiaste coördinator, en achter hem een dito ploeg collega’s ontmoeten, die er blijven voor gaan. We willen dan ook graag ingaan op de hint die Johan ons gaf om als vakbonden mee te werken aan de totstandkoming van een éénvormig statuut voor de werkervaringsplaatsen van  deeltijds leerlingen.  Dat zou de plaatsing bij een werkgever en de bijkomende administratie al een heel stuk veréénvoudigen.

Jan Van den Eynde, regioverantwoordelijke acv-fusiestad-antwerpen.

INFO:
Leren én Werken in het DBSO (deeltijds beroepssecundair onderwijs) in de stad Antwerpen:

Totaal aantal leerlingen: 1866 (ter vergelijking voor gans Vlaanderen: 7200)
In Vlaanderen zitten 10 % van de jongeren uit het beroepssecundair onderwijs ( ongeveer 70000) in het stelsel van ‘leren én werken’.
Scholen die het stelsel van Leren en Werken aanbieden, worden nu Centra voor Leren en Werken  genoemd,  kortweg CLW, vroeger waren het de centra voor deeltijds onderwijs of CDO’s
De Antwerpse erkende CLW’s  zijn:
Don Bosco Werken én Leren te Wilrijk, het Keerpunt te Borgerhout en het Leercentrum te Merksem beide van TNA (Technicum Noord Antwerpen), CDO Spectrum Deurne van het GO (gemeenschapsonderwijs), CDO Leonardo Lyceum en CDO Noord, beide van het stedelijk onderwijs.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!