De Zesde Uitroeing (I)

De Zesde Uitroeing (I)

vrijdag 17 mei 2019 17:11

In dit korte artikeltje tracht ik de wetenschappelijke kant van de zesde uitroeing uit te leggen om mensen bewust te maken van wat komen gaat als we niet zeer hard ingrijpen.
Biodiversiteit is noodzakelijk. Als we verder soorten uitroeien dan roeien we onszelf uit.

“” Klimaatverandering en menselijke activiteiten zijn soorten, tegen een ongekende snelheid via een overvloed aan directe en indirecte, vaak synergetische mechanismen, aan het uitroeien. Zo kunnen primaire uitstervingen die worden aangedreven door veranderingen in de omgeving slechts het topje van een enorme uitstervingsijsberg zijn. Naarmate we meer inzicht krijgen in het belang van ecologische interacties bij het vormgeven van de ecosysteem-identiteit, wordt het steeds duidelijker hoe het verdwijnen van consumenten als gevolg van de uitputting van hun hulpbronnen – een proces dat bekendstaat als ‘co-extinctie’ –  als belangrijkste oorzaak van biodiversiteitsverlies aangegeven kan worden. Hoewel de algemene relevantie van co-extincties wordt ondersteund door een gedegen en sterke theoretische achtergrond, maken de uitdagingen bij het verkrijgen van empirische informatie over lopende (en vroegere) co-extinctie-gebeurtenissen de beoordeling van hun relatieve bijdragen aan de snelle achteruitgang van soortenrijkdom zeer complex, zelfs in bekende systemen, laat staan ​​op wereldschaal. Door een groot aantal virtuele aardes te onderwerpen aan verschillende trajecten van extreme veranderingen in het milieu (globale verwarming en koeling) en door het verlies van soorten te volgen tot aan de volledige vernietiging van al het leven, al dan niet door co-extinctieprocessen, laten we zien hoe afhankelijkheden in de ecologie zijn. Deze versterken de samenhang van de directe effecten van veranderingen in het milieu op de ineenstorting van de planetaire diversiteit met maximaal tien keer. “” (vertaling Tara Vanhonacker)

 

bron : https://www.nature.com/articles/s41598-018-35068-1#ref-CR1

De auteurs zijn deze wetenschappers :

Giovanni Strona is een kwantitatieve ecoloog die momenteel werkzaam is bij het Gemeenschappelijk Centrum voor Onderzoek van de Europese Commissie. Hij werkt op het raakvlak tussen ecologie, informatica en natuurkunde en probeert de mechanismen te ontrafelen die de interacties tussen soorten en de stabiliteit van complexe natuurlijke systemen reguleren.

https://forest.jrc.ec.europa.eu/en/people/person/1/detail/ 

Corey J. A. Bradshaw is de Matthew Flinders Fellow in Global Ecology aan de Flinders University of South Australia. Hij publiceerde meer dan  260 wetenschappelijke artikelen, negen boekhoofdstukken en drie boeken, naast zijn onderzoek dat regelmatig in de Australische en internationale media wordt getoond.

CJA Bradshaw

Wat deze geleerden proberen uit te leggen is dat ze 2000 (tweeduizend) computersimulaties hebben doen draaien op basis van klimaatsverandering en/of verlies van biodiversiteit in zowel stijgende temperatuur-scenarios als dalende temperatuur-scenarios. Bij daling was het verlies aan ecologische diversiteit sneller dan bij een temperatuursstijging. Echter in hun studie konden ze ook aantonen dat bij een stijging tussen 3 en 10 Graden Celsius op termijn alle leven op aarde uitgeroeid zou worden, dus ook de mens. Een parallel kan je maken met de Perm-uitroeing 252 miljoen jaar geleden. Toen was er een stijging met 6 graden Celsius.

Bij 1.5 Celsius (volgens hun studie) verliezen we tussen 20 en 40% aan biodiversiteit. (Dit houdt ook het huidige reeds bestaande verlies in).

Beide geleerden en hun medewerkers hebben uiterst conservatieve uitgangspunten gebruikt en op correcte wijze rekening gehouden met het menselijke consumptiepatroon dat ook zijn invloed heeft.

Los hiervan hebben beide geleerden in simulaties bewezen dat als wij op de ingeslagen weg blijven voortdoen, dat er in 2100 wellicht geen leven meer is op Aarde, zoals wij dat kennen.

Veel van hun studie heeft te maken met de trofische niveaus en dat is geen tikfout …

Dit over die trofische niveaus :

Het trofische niveau van een organisme is de positie die het inneemt in een voedselketen. Een voedselketen is een opeenvolging van organismen die andere organismen eten en die op hun beurt zelf kunnen worden gegeten. Het trofische niveau van een organisme is het aantal stappen dat het organisme vanaf het beginpuntvan de keten staat.

Een voedselketen begint op trofisch niveau 1 met primaire producenten zoals planten, kan zich verplaatsen naar herbivoren op niveau 2, carnivoren op niveau 3 of hoger, en eindigt meestal met toproofdieren op niveau 4 of 5.

Het pad langs de keten kan ofwel een eenrichtingsstroom of een voedselweb zijn.

Ecologische gemeenschappen met hogere biodiversiteit vormen complexere trofische paden.

Primaire producenten (autotrophs) zijn meestal planten of algen. Planten en algen eten gewoonlijk geen andere organismen, maar trekken voedingsstoffen uit de bodem of de oceaan en maken hun eigen voedsel met behulp van fotosynthese. Om deze reden worden ze primaire producenten genoemd. Op deze manier is het de energie van de zon die gewoonlijk de basis van de voedselketen aandrijft. Een uitzondering doet zich voor in diepzee-ecosystemen, waar geen zonlicht is. Hier produceren primaire producenten voedsel via een proces dat chemosynthese wordt genoemd.

Primaire consumenten (heterotrofen) zijn soorten die hun eigen voedsel niet kunnen produceren en andere organismen moeten consumeren. Dieren die primaire producenten eten (zoals planten) worden herbivoren genoemd.

Secundaire consumenten (ook carnivoren) zijn zij die herbivoren eten. Dieren die andere dieren eten, worden carnivoren genoemd en dieren die zowel planten als andere dieren eten, worden alleseters genoemd.

Helemaal bovenaan staan de consumenten die  als carnivoor andere carnivoren consumeren.

De mens bevindt zich hoofdzakelijk bij de secundaire consumenten of soms zelfs bij de tertiaire consumenten.

Wat is nu het probleem ?

Bij onderzoekingen blijkt dat er sprake kan zijn van een cascade effect :

Een ecologisch cascade effect is een reeks van secundaire uitroeingen die worden veroorzaakt door de primaire uitroeing van een belangrijke soort in een ecosysteem. Secundaire uitstervingen komen waarschijnlijk voor wanneer de bedreigde soorten  afhankelijk zijn van een paar specifieke voedselbronnen, of mutualistisch (afhankelijk van de belangrijkste soort op de een of andere manier), of gedwongen om te samen te leven met een indringer die nieuw wordt geïntroduceerd in het ecosysteem.

Introductie van soorten in een ecosysteem kan vaak hele gemeenschappen en zelfs hele ecosystemen verwoesten. Deze exotische soorten monopoliseren de hulpbronnen van het ecosysteem en omdat ze geen natuurlijke vijanden hebben om hun groei te verminderen, kunnen ze voor onbepaalde tijd aangroeien.

De belangrijkste oorzaak van cascade-effecten is echter het verlies van toproofdieren. Als gevolg van dit verlies treedt een dramatische toename (ecologische vrijlating) van prooisoorten op. De prooi kan dan zijn eigen voedselbronnen over-eten, totdat de populatieaantallen die in overvloed zijn verminderen, wat kan leiden tot uitsterving. Wanneer de voedselbronnen van de prooi verdwijnen, verhongeren ze en kunnen ze ook uitsterven.

Als de prooisoort herbivoor is, kan de eerste keer dat ze uitgezet en geëxploiteerd worden, de biodiversiteit van de plant in het gebied verminderen . Als andere organismen in het ecosysteem ook afhankelijk zijn van deze planten als voedselbronnen, dan kunnen deze soorten ook uitsterven. Een voorbeeld van het cascade-effect dat wordt veroorzaakt door het verlies van een toproofdier, is zichtbaar in tropische bossen. Wanneer jagers lokale uitsterving van toproofdieren veroorzaken, nemen de populaties van de prooidieren toe, wat leidt tot overconsumptie van een voedselbron en een cascade-effect met verlies van soorten.

Recente studies zijn uitgevoerd over benaderingen om uitstervingcascades in voedsel-web-netwerken te matigen.

 

 

In een toespraak beschrijft Noam Chomsky wat er aan de hand is …

Avram Noam Chomsky (Philadelphia (Pennsylvania), 7 december 1928) is een Amerikaans taalkundige, filosoof, mediacriticus en politiek activist. Chomsky is emeritus hoogleraar taalkunde aan het Massachusetts Institute of Technology. Als grondlegger van de generatieve taalkunde is hij de invloedrijkste taalwetenschapper van de 20e eeuw. Tussen 1980 en 1992 was hij de meest geciteerde auteur in wetenschappelijke tijdschriften op zeven na: Marx, Lenin, Shakespeare, Aristoteles, de Bijbel, Plato en Freud.

…/…

In een volgende post tracht ik aan de hand van een voorbeeld uit te leggen hoe het in zijn werk gaat …

 

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!