De wereld van Saffier  Q-Music

De wereld van Saffier Q-Music

zaterdag 8 februari 2014 18:23

Just a moment lost in time.

‘Merkwaardig. Ik ben er gisterenavond mee in slaap gevallen en nu word ik er mee wakker. Is het aan een stuk doorgegaan of was de nacht een splijtzwam?’ verwonderde Saffier zich.

Begonnen nog voor het tanden poetsen draaiden teksten en melodie in haar hoofd om en om. Pressing pause is time defined. En na het water van de laatste spoeling door haar gebit gejaagd te hebben en in de lavabo uitgespuwd, dEUS in haar brein, neuriede ze luidruchtig mee: Just a moment lost on you. Onder de lakens gedoken ging de song Constant Now maar door. Ze had er tot dan toe niet bij stilgestaan of ze al dan niet in staat was muzikaal te dromen, in elk geval had ze geen weet dat dEUS tijdens de nachtelijke uren in haar verder zijn ding deed. Het was eerder zo dat  gisteravond bij het inslapen de pauzeknop werd ingedrukt en dan een klein moment verloren in de tijd volgde. Verloren was ze in een desolate omgeving. Tevens stelde ze ontzet vast dat haar bagage achtergebleven was, ergens op weg naar nergens, in een benauwend concreet niemandsland, zo hachelijk uitgestrekt dat het claustrofobisch op de adem sloeg. Bij nader toezien bleek dat ze toch haar koffer bij de hand had. Opgelucht frunnikte ze hem open. Hij was leeg. Verslagen drong het tot haar door dat hij vol, met heel haar hebben en houden, haar zelf, haar identiteit hier of daar in een niet bestemde bergplaats lag, onder het stof, wellicht onder een stapel rijshout. Ze kon het vanop haar plaats heel duidelijk waarnemen, alleen slaagde ze er niet in te vermoeden  hoe bij die voorraadschuur geraken. En dan nog, er was geen tijd meer voor. Ze moest verderop en haar koffer achterlaten, berooid. Om de ontreddering te verzachten verzekerde ze zichzelf dat ze hem misschien naderhand zou terugvinden. Op afspelen drukken is het enige dat je kunt doen, zong het in haar en daarmee was ze klaar wakker.
De rode cijfers van de radiowekker oogden 7:30 uur. Tijd om op te staan.

‘De postbode heeft de krant maar half in de bus gedropt. De helft van de berichten zijn verzopen, ik leg ze te drogen op de chauffage,’ waarschuwde moeder Elvira. ‘En nu ga ik op boodschappentocht.’

Een half uur radiatorwarmte bezorgde vader Fons een stijf boterpapieren exemplaar. Kort nadien kwam moeder Elvira met haar inkopen en het obligate nieuws uit de buurt thuis.

‘De vrouw van de gepensioneerde postbode lijdt aan borstkanker. Haar man is van mening dat ze het niet zo erg vindt, ze ziet haar eigen toch niet graag. En de vrouw van de groentewinkel is er eindelijk toe overgegaan de inboedel van haar overleden echtgenoot op te ruimen. Zijn mooiste kostuum heeft ze cadeau gegeven aan een overbuur die krap bij kas zit. Had ze op voorhand moeten weten, nu ziet ze dat kostuum op straat lopen met een andere man erin en heeft al spijt dat ze het gedaan heeft.’

‘Haar ongenoegen kan tijdelijk zijn,  misschien wil ze op termijn dat kostuum weer binnenhalen met alles er op en eraan.’

‘Fons, kop dicht! Is dat alles wat je kunt bedenken.’

‘Nog veel meer, maar dat wil je niet weten.’

‘Dat de Belg een te grote voetafdruk heeft wisten we al. Maar nu lees ik hier dat de helft van de Belgische mannen en vrouwen te dik zijn. De vrouwen krijgen daar bovenop alsmaar grotere borsten. Als het zo verder gaat barst de Belgische bevolking uit zijn voegen en wordt het land te eng,’ commentarieerde vader Fons de krant, een schuine blik op zijn buik die door de jaren van gedeeltelijke immobiliteit aardig aangezet was.

Druipnat streken de leerlingen op de binnenplaats neer. Eens herkenbaar geworden vanonder de neergelaten kapjes en de K-Way afgeschud waren ze terug bereikbaar voor elkaar. 

‘Wat hebben die achterlijke Russen toch tegen homo’s?’ ergerde Bert-Bertha zich.

‘Machogedrag,’ gokte de Afghaanse. ‘Als je het al niet hebt van bij je geboorte, dan wordt je het wel boven op de spierbundels van hengsten die door de ijzige vlakten razen. 

‘En de Latijns-Amerikanen dan, die staan bekend als heethoofden en toch ook beruchte macho’s?’ twijfelde de Brusselse vriendin.

‘Zou het kunnen dat de extreme noorderkou en de evenaarshitte elkaar de hand geven?’ raadde Bert-Bertha.

‘Een nicht van mij is getrouwd met een Mexicaan en woont ginder. Ze ergert zich blauw aan de aaneenrijging van grollen en moppen die mannen over homo’s op elkaar loslaten. Daar slaapt de regering op beide oren, de bevolking zorgt voor de censuur,’ verzekerde die uit Brussel.

‘En het Vaticaan, dat is nog een ander verhaal. Niemand wordt als homo geboren, je wordt het onderweg, zeggen ze ginder. Als het geen dogma is, dan toch een vast geloofspunt, kan ook niet anders als ze naar zichzelf kijken, een vrouw mag niet, dan maar een troostprijs, een bondgenoot in geslacht. Ze zijn er wel vierkant tegen en maar preken: homoseksualiteit is een ziekte, een tegennatuurlijke geaardheid, die tegen de droom van de schepper indruist, enzovoorts. Schepper en natuur, inwisselbaar, een pot nat. Ondertussen trekken ze ongegeneerd hun soutane uit en sloffen, badmantel op de schouder, naar hun homocentrum in een discrete afdeling van de gebouwen om in een sauna te liggen dampen. De rest kan iedereen er naar godsvrucht en vermogen bijdenken. Voor sommigen blijkt dat geen bezwaar te zijn: hoe meer ze er tegen zijn, hoe meer ze er zich op toeleggen. Anderzijds doen geruchten de ronde dat het Vaticaan barst van de homopriesters. Vroeger werden knapen de zaadleiders over gesneden, de castraten werden door het publiek vereerd en bemind om hun misleidende en aanlokkelijke sopranenstem en zachtmoedige omgang. Waarom niet meteen de clerus officieel reserveren voor homo’s? Zachtmoedig en openhartig zullen ze vereerd en geprezen worden, terwijl er nu een doem van achterdocht en onhandigheid over hun bestaan hangt,’ bedacht Saffier.

Ze hadden er dagen, weken naar uitgezien. In de vroege avond trok de familie naar het theater. Vader Fons was benieuwd om zijn vrouw in haar biotoop bezig te zien. Ze kreeg een centrale rol in het stuk. Vol enthousiasme besloot hij de opgevouwen rolstoel in de wagen aan de voet van de toneelzaal achter te laten en op krukken binnen te wandelen. Hij keek zich de ogen uit, wat was het? Haar opgetutte gedaante, de verleidelijke outfit, haar uitvergrote stem, soms bevelend en dan weer vleiend, haar bevlogen monologen? Karaktertrekken, die hij wel kende, zoals haar poeslief gedrum om te komen waar zij wilde, dreven nu rijkelijk geschminkt ver boven haar uit tot een dubbelleven, waarin hij zich als overspelige echtgenoot stiekem in het duister van de zaal wentelde. In jaren had hij zulke verliefdheid niet meer gevoeld. Spontaan moest hij denken aan de drommen bedrogen dames die hun man ter verantwoording dwingen: wat heeft zíj dat ík niet heb? Niets, maar ze is anders. Na de geslaagde vertoning terug tot zichzelf herleid nam zijn vrouw achter het stuur naast hem plaats.

‘Ben jij dat?’ vroeg hij verrast.

Commentaren onder hun vier duurden nog een stukje over middernacht. Elk van hen hield de anderen pratend uit bed. Maar s’anderdaags wachtte de school ongenadig op Saffier en Bert-Bertha .

‘Jij met je theatertalent, probeer mij ook nu eens stijf te praten,’ praamde vader Fons onder de lakens terwijl zijn vingers in de vegetatie van haar liefdeheuvel graaiden. 

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!