De wereld van Saffier  Parlementszetel

De wereld van Saffier Parlementszetel

zaterdag 8 februari 2014 18:21

Moeder Elvira klikte de klokradio aan en luisterde zichzelf wakker. Ze kreeg nog net de staart van de nieuwsberichten te horen.

‘Gisteren in de namiddag werden chloordampen in het zwembad waargenomen, de kinderen werden uit het water gefloten. De coach van de voetbalploeg zei teleurgesteld: ‘Als je niet scoort kun je niet winnen.’ De weerman was ook al niet erg enthousiast: ‘Het weer stelt vandaag weinig voor, er kan wel een regendruppel vallen.’ Daarna kondigde de speaker een sonate voor fluit en piano aan, er werd enkel luit gespeeld.

‘We hoeven pas deze namiddag naar school,’ riep Saffier vanuit de badkamer.

‘Best geen dag overslaan,’ luidde het medisch advies. Vader Fons was een trouwe slikker tegen de dagelijkse hoge bloeddruk. Na de pil met koffie door het keelgat gespoeld te hebben, zette hij zorgvuldig de pijl van het dekseltje op de volgende dag, aangeduid op de rand van het doosje.

‘Vandaag, donderdag, hé,’ haalde hij bevestiging bij zijn vrouw. ‘t Is niet te doen, de week is alweer voorbij en ze is nog niet eens begonnen. De tijd voert ons in een rotvaart weg,’ foeterde hij.

‘Ik heb ook dat gevoel, het doet mij denken aan mijn tante Virginie die enkele jaren geleden stierf. Die zei eens: ‘ik heb de leeftijd behaald waarop de dagen elkaar haastig omver lopen, tijdens sommige weken vallen er dagen gewoon uit, jaren worden ingekort en zo voel ik mij vlugger aan mijn eind komen dan in normale omstandigheden het geval zou zijn,’ en zelf voegde ze er aan toe: ‘We blijven wel op onze stek rondscharrelen en toch worden we elke dag verder weggehaald, moesten we nog maar weten waarheen, maar dat is ons niet gegund.’

Vader Fons vroeg zich af of het ook iets te maken had met de geur van de drukinkt. Kun je eraan verslaafd raken? Komaan, de neus erin en eens kijken hoe de wereld er vandaag aan toe is.

‘Als een man met poen en voorkennis voor miljoenen fraudeert en hij in beroep vrijgesproken wordt, niet omwille van schuld of onschuld, gewoon om een procedurefout en als toevallig zijn vrouw zelf ook rechter is, wat denk je dan dat de gewone man denkt?’

‘Dat procedurefouten die in het leven geroepen werden om onschuldigen te beschermen in feite schuldigen beschermen, dat procedurefouten zelfs bewust begaan worden om schuldigen op voorhand uit de wind te zetten, dat ons ons kent en dat we hier met klassenjustitie af te rekenen hebben, dat denkt de man met de pet,’ trad zijn vrouw hem bij.

‘En het ergste van al is dat de bevolking dit knarsetandend moet slikken en dan de verzuring van de samenleving in de schoenen geschoven krijgt,’ voegde vader Fons eraan toe en boog zich alweer over een nieuwe politieke catastrofe.

‘Ik verneem dat een parlementslid niet wist wat zijn naaste medewerker in zijn naam zo allemaal aan amendementen indiende. Het waren er zoveel dat niemand geloofde dat hij het niet wist, zelfs in die mate veel dat hij er gewoon niet langs kon.’

‘Toch kan het, denk ik, bij voorbeeld wanneer de parlementszetel niet bezet is of opgevuld om sms’en te sturen en stripverhalen te lezen. Dat hebben we toch al meerdere keren gehoord, parlementsleden die gewoon niet opdagen, wekenlang, of indien ze er toch zijn, Kuifje en Robbedoes achterna lopen. Sommigen willen daar wel bovenop nog een gouden handdruk, om niet gewerkt te hebben,’ zei Saffier.

‘Ik zou niet te lichtvoetig omgaan met stripverhalen en de lectuur zeker niet afdoen als bezigheidstherapie of als schild tegen het oeverloos gelul van collega’s parlementsleden. Wie zegt mij dat de avonturen van De Rode Ridder geen geschiedenis gemaakt hebben door de verbeelding van een of andere verharde liberaal op hol te doen slaan en hem tegen de partijlijn in wat roder te doen stemmen in het voordeel van de minder fortuinlijke bevolking, zou toch kunnen?, redeneerde moeder Elvira.  

‘De Rode Ridder is ouwe koek’ weerlegde haar man.

‘Inderdaad, het brengt mij andermaal tante Virginie voor de geest. Toen ze nog jong was kreeg ze een ansichtkaartje van een vriendinnetje die op vakantie was in de Ardennen. Het argeloze kind schreef: ‘We hebben hier mooi weer en voor de rest niets nieuws behalve dat de Rode Ridder, die lastpost,  op bezoek gekomen is.’ Mijn tienertante toonde de kaart aan haar ouders. Haar vader kon er niet mee lachen en schold haar de huid vol: over die dingen praat je niet!’

Moeder Elvira keerde zich met een samenzweerderig lachje naar Bert-Bertha die begon te blozen zoals alleen Bertha dat kan. Reeds geruime tijd had ze vastgesteld dat ze normale maandstonden kreeg op door haar afgesproken kalenderdagen en dat ze daar lijfelijk niet van ondersteboven was.
‘Er moet binnen in mij niet gebricoleerd worden, alleen aan de buitenkant,’ stelde ze met nog een laatste rest van twijfel verheugd vast. Ze had gelezen over beroemde schrijfsters, onder hen literaire diva’s die verschillende bestsellers op hun naam aanvinkten. Graag hadden ze die opgeofferd als ze voor de keuze stonden tussen hun trofeeën en de lust om een kind uit hun lijf te toveren en de wereld in te sturen.
‘Als het zover is hoop ik dat de operatie mij niet met een identiteitscrisis  opzadelt, maar dat ik mezelf dan eindelijk gevonden heb,’ hoopte ze.

Saffier had zichzelf nog niet van het zadel gelicht en de fiets gestald of ze klampte verontwaardigd de vriendinnen aan.

‘In El Salvador, een piepklein land in Midden-Amerika, durven vrouwen die bloedingen hebben na een spontaan miskraam niet naar een kliniek gaan uit schrik niet te kunnen bewijzen dat het geen abortus was, ze kunnen voor jaren in de gevangenis belanden. Blijkt dat den Opus Dei daar achter zit.’

‘Wat is dat?’ wilde de Brusselse vriendin weten.

‘Een ultraconservatieve katholieke sekte,’ lichtte Bert-Bertha haar in.

‘Te vergelijken met Al Qaida in de moslimwereld,’ sprong de Afghaanse bij.

‘Die Opus club pleegt wel geen zelfmoordaanslagen,’ reageerde Bert-Bertha.

‘Dat is dan een verschil. Maar ze berokkent wel veel leed aan de Salvadoraanse dames,’ besloot Saffier.  

In de late namiddag liep moeder Elvira de tuin in. Middenin de heldere blauwe hemel, pointillistisch opgevuld met schapenwollen wolkjes, lag  een compacte formatie zwarte wolken als de uitstoot van een steenkoolfabriek. Terug binnen aanhoorde ze de commentaren van haar binnengevallen schoolkroost.

 Na het avondmaal vroeg ze aan haar man: ‘Heb je dat gehoord van ons oudste?  De scholen krijgen geen subsidies meer voor de bus die hen tot aan het water voert. Zij is onder water geboren, dat is er aan te zien. Toen ze nog in de lagere school zat en ze voor de eerste keer naar een zwembad gevoerd werd sprong ze meteen de kuip in en bleef als een ballon boven drijven. Vandaag moeten de kinderen hun eindtermen zwemmen halen, ik vraag me af hoe als ze nooit een zwembad van dichtbij gezien hebben.

‘Kinderen, de azalea laat zijn oren hangen. Vooraleer jullie naar bed gaan, duwt hem in een emmer en houdt hem onder water tot hij geen blazen meer maakt!’ riep moeder Elvira.

‘Door mijn val heb ik een bewegingshandicap, een straat verder woont een buur met een visuele handicap en nu blijkt volgens de regering heel het land opgezadeld te zitten met een nieuwe variëteit, een soort loonhandicap,’ fluisterde vader Fons, maar zijn eega sliep al.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!