De wereld van Saffier   Optellen en Aftrekken

De wereld van Saffier Optellen en Aftrekken

dinsdag 4 februari 2014 15:21

Vader Fons draaide zich op zijn rug en haalde een langgerekte geeuw uit. Moeder Elvira, ook wakker, antwoordde spontaan: ‘Je neemt me de woorden uit de mond.’

Ze stond op, doorheen het venster tuurde ze naar de lucht en keek uit op een gesloten conserveerblik, niet open te trekken.

‘Vandaag zaterdag. Als we straks eens bellen naar mijn schoonbroer, misschien kunnen we hem deze namiddag een bezoekje brengen,’ stelde ze voor.

‘Je weet, de zaterdagkrant met al zijn complementen en supplementen doornemen is een halftijdse job.’

‘Je hebt morgen ook nog tijd.’

‘Ontbijt, en dan begin ik er aan.’ Vader Fons hees zich uit bed. 

Na de koffie stak hij zijn hoofd naar buiten, de tuin lag er nat bij. Hoog boven zijn hoofd ontrafelde de wind de wolken tot een dun geweven stuk stof.

‘Waar stilaan doorheen te kijken valt. Mooie dag om naar de Mon te rijden,’ stelde hij met genoegen vast.

‘Altijd maar zagen over het zelfde, om een zieke hond te vervelen,’ ik hoor je het al zeggen. Maar kan ik het helpen? Ik stoot hier andermaal op een voorbeeld dat tegenwoordig alles, maar dan ook alles op de markt te koop is. Nu ook al mijn blik, ik kijk en anderen verdienen daar geld mee. Wanneer ik naar een fictief verhaal op teevee zit te staren, stijgt het marktaandeel van dat verzinsel. Mijn ogen met beginnende cataract zijn goud waard. Fons, kijken maar!, kassa, kassa, maar wel voor de zakken van een hoop mij onbekende hufters.’

‘Ik hoor eerst de kinderen even uit. Als ze het niet opvatten als een tuchtmaatregel gaan we deze namiddag op bezoek bij schoonbroer Mon,’ besloot moeder Elvira.

‘Doen,’ antwoordde vader Fons die zijn volle aandacht op Buitenlands Nieuws concentreerde. De Verenigde Staten figureren onafgebroken schouder aan schouder met landen die zij schurkenstaten noemen op het lijstje waar de doodstraf uitgevoerd wordt. Bovendien zit een vierde van alle gedetineerden over de hele wereld in Amerikaanse gevangenissen ‘Voor minder dan een door coke kapotte neusvleugel ga je voor jaren achter de tralies,’ getuigde een zwarte recidivist. Zijn de gedetineerden zo talrijk dat de overheid het niet meer aankan? Dan maar de klus overlaten aan de zelfstandigen, die weten er weg mee. Een gevangene brengt op.

 ‘Ik zie ze al bezig,’ zei vader Fons tegen zichzelf. ‘Urenlang vergadert en discussieert de bestuursraad over hoe de citroen uitpersen. In gehaktballen kun je alles verwerken, varkensoren en poten, organen en het smaakt nog lekker ook. Op de sandalen kunnen we besparen, ze gewoon laten verslijten tot het eelt op hun voeten nog net de grond niet raakt.’

Terwijl de telefoon door de hoorn rinkelde hoopte moeder Elvira dat ze haar schoonbroer niet uit zijn slaap haalde.

‘Hallo, Mon, ben je al wakker?’

‘Neen, wel al op.’

Tijdens de autorit haalden Saffier en Bert-Bertha herinneringen van lang geleden boven. Nonkel Mon, onderwijzer in de lagere school van zijn dorp, kwam vooral tijdens de zomervakanties met de fiets langs. Tante was ziekelijk, maar eigenlijk een broedse hen die men niet van haar nest kreeg. Ze stierf onverwacht en veel te vroeg. Op zijn dooie gemak reed hij op een te laag zadel, doorgezakt, de buik tussen de knieën. Met twee koppen koffie en een gemakkelijke zetel kon hij moeiteloos een hele namiddag vullen. Saffier en Bert-Bertha zaten nog in de lagere school. Het leek er op dat hij het leven niet aankon zonder leerlingen voor zich.

‘Hoofdrekenen, daar komt het op aan, als je het ver wil schoppen,’ zeurde hij tijdens zijn bezoeken.

En zo liet hij hen de tafels van optellen, aftrekken, vermenigvuldigen en delen opdreunen. Saffier deed het razendsnel, maar Bert-Bertha moest steevast herbeginnen tot ze erin slaagde de klus te klaren zonder haperen en zonder fouten. De pijnlijke blikken mochten niet baten, moeder vond dat nonkel Mon wel wat overdreef, maar liet begaan. Wanneer ze het geluk hadden hem van verre te zien aankomen riep Bert-Bertha:

‘Daar komt de cijfermaniak, wegwezen.’

Ze verscholen zich achterin de tuin. Moeder Elvira maakte zich medeplichtig en spelde nonkel Mon op zijn mouw dat de kinderen aan de speelpleinwerking van het vakantiepatronaat deelnamen. Dat bezoek hield hij voor een gemiste kans.

Vader Fons draaide zich naar zijn kroost op de achterbank: ‘Vroeger, toen er nog geen sprake van gps-toestanden was, functioneerden de kerktorens als kompasnaalden, het waren onfeilbare oriëntatiepunten. Ik weet dat nog van mijn vader. Op een dag vertelde hij het ons. Van zo haast hij de eerste stappen in de wijde wereld zette besefte hij instinctief dat het hem niet lukte ver te gaan. Hij kon zijn vertrekpunt niet uit het oog verliezen. Hij voelde zich vastgebonden aan een verlengdraad en ging zo ver tot die helemaal afgewikkeld was. Op een dag was hij op straat aan het spelen met enkele buurjongens die besloten om naar de kermis te gaan van een nabijgelegen dorp. Een van hen was een kozijn, jullie ma heeft hem nog gekend. Hij was nog nooit zover gegaan zonder dat zijn moeder het wist. Na lange tijd, midden in de velden zag hij plots de kerktoren van zijn dorp niet meer. Hij geraakte in paniek, bleef stokstijf staan en moest per se terug. Alleen durfde hij de terugweg niet aan en zijn gejammer verplichtte zijn kozijn samen met hem rechtsomkeer te maken. Later zou dit gevoel hem altijd bijblijven. Als hij ergens heen ging, was zijn voornaamste bekommernis onderweg niet hoe er te geraken, maar wel hoe terug te keren.’

 Ze parkeerden de auto naast de kerk en stapten de straat in waar nonkel Mon woonde. In het voorbijgaan begonnen verschillende huizen te blaffen. Het nummer hing scheef aan een roestig nageltje tegen de bakstenen gevel vast. Voor het raam zonder gordijnen stond nog altijd  een manshoge namaak Chinese vaas als een verboden-doorgang-bodyguard.

Nonkel Mon, dankbaar om de tijdelijke uitlichting uit zijn isolement, had een biscuittaart gekocht. Het verhaal dat hij daarop volgend ten beste gaf, stuurde de blikken van de twee meisjes naar elkaar toe. Saffier las de lippen van Bert-Bertha: ‘cijfermaniak.’

‘Bij de stoelgang had ik het gemerkt, ik was niet meer alleen, ik leefde in het gezelschap van een lintworm. Pompoenpitten eten drijft de worm er uit, adviseerde mij een buurman. Een paar weken geleden had ik hem bij zijn lurven, praktisch integraal, een klepper. Ik zette de tafel en de stoelen opzij en  spreidde hem over de vloer uit in stroken van anderhalve meter om zijn lengte te kunnen bepalen. 5 stroken van 1,50 meter en 1 strook van iets meer dan een 0,50 meter, schrijven en tellen meer dan 8 meter,’ triomfeerde hij als een jager die op safari een leeuw schoot.

‘Ik had dat beest graag gezien. Je hebt hem toevallig niet op sterk water gezet, nonkel Mon?’ vroeg Saffier.

Moeder Elvira keek haar vernietigend aan.  

‘Gedane plicht,’ zuchtte Bert-Bertha, terwijl ze in de auto stapten en de terugreis inzetten. 

‘s Nachts riep een uil drie maal, het klonk als het geschrei van een kind. Moeder Elvira dacht spontaan aan haar oudste en haar gejank in o elke donderdag van haar babyjaren.  

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!