De community ruimte is een vrije online ruimte (blog) waar vrijwilligers en organisaties hun opinies kunnen publiceren. De standpunten vermeld in deze community reflecteren niet noodzakelijk de redactionele lijn van DeWereldMorgen.be. De verantwoordelijkheid over de inhoud ligt bij de auteur.

De verdwenen kunst van het bijten en de anti-school

zaterdag 19 juni 2021 10:13
Spread the love

Mijn dochter is net vijf geworden. Ik mag haar haar niet kammen. Zelf doet ze het ook niet. Tanden poetsen is ook een hele lange onderhandeling. Soms wilt ze geen verse onderbroek aandoen, en enkel bij mama gaat ze in bad, of in de douche bij Bonnie en Pep. Die van mij vindt ze te klein. Nagels knippen moet ik bijna stiekem doen: als ze Ketnet jr kijkt, of net niet als ze slaapt. Ze kleurt met haar stiften meer op zichzelf dan in haar kleurboeken, en in de speeltuin gaan schoenen en sokken zonder pardon uit, en soms de broek ook, als die te strak zit. Wildheid. Ik mis het. Ik mis het bij mezelf. Mijn dochter is langs de andere kant evengoed een meisje, met prinsessenjurken, lippenstiftjes, hakjes, ballerina’s, oorbelletjes. Maar wat wil dit allemaal zeggen in deze fluïde tijden? Als vader wens ik dat ze zich vooral vrij voelt en veilig, nu en later. In een ideale wereld zou een vrouw (maar evengoed een man) naakt over straat moeten kunnen lopen, zonder dat dit een afwijking is. Dit zou geen steen des aanstoots mogen zijn, of een vrijgeleide voor seksuele intimidatie. We zijn tenslotte geboren in ons Adam en Eva-kostuum, maar zo werkt het spijtig genoeg niet. Is het schaamte? De angst om ongewild uit te dagen? Juist door kleren te dragen is bloot sexy geworden. Naar ’t schijnt zou in de zigeunercultuur het tonen van blote borsten geen probleem zijn, enkels daarentegen … Vandaar de sokken die je bij hen onverwachts ziet. Wat de vrijheid van de vrouw betreft, kunnen we ook eens kijken naar het andere uiteinde van het spectrum: in een ideale wereld zou een vrouw een niqab of boerka mogen dragen. Als westerling begrijpen we dit misschien niet zo goed, maar puur ideëel gezien, zou dit een recht moeten zijn. Het argument van herkenbaarheid is, laten we eerlijk zijn, in covid-tijden volledig weggevallen. Het is nu eenmaal eigen aan de mens dat we experimenteren met het volledige spectrum van hoe we creatief kunnen zijn met ons uiterlijk. En door ons niet te laten zien, als vrouw meestal, komen we vaak tot een essentie: ‘ik wil niet beoordeeld worden op mijn uiterlijk maar op mijn innerlijk, of nog beter op mijn daden, niet op mijn praatjes, of andere oppervlakkige zaken.‘

De mythe rond Homeros spreekt boekdelen: hij was naar ’t schijnt blind, en kon zo de ware wereld ‘zien’. Het gevaar schuilt erin als je zelf denkt dat je die gave hebt, dat je door de huichelarij kan kijken. Door te zeilen op zee heb ik gemerkt dat er situaties zijn dat je niet kan bluffen, dat je je niet beter kan voordoen dan je bent. Daarom hou ik van de zee. Ik ben geneigd om te schrijven dat ik in één oogopslag genoeg heb om te zien wat voor vlees ik in de kuip heb, maar dan ga ik voorbij aan mijn eigen fundamentele feilbaarheid. Maar dat in Game Of Thrones het juist een piraat is die stelt: ‘There is only one true religion, and it is between a woman’s legs!’, legt iets bloot over onze binaire wereld. Ik vind het geen louter vrouw-onvriendelijk aforisme, het zegt meer iets over masculiniteit, die tragisch is, en toxisch als ze slachtoffers maakt.

Wat voor mijn dochter opgaat, zou niet voor mijn zoon opgaan. Meisjes mogen stilletjes aan jongens zijn, maar jongens meisjes? In theorie zou zachtheid niet alleen met moederlijkheid mogen geassocieerd worden, maar ook met vaderlijkheid, en ik heb al eens gelezen dat Afghaanse grootvaders een ongelooflijke tederheid aan de dag leggen met hun kleinkinderen, wat geen conditio sine qua non is in een kansarm land. Heel die genderverwardheid uit zich in de stereotypen: ik vind het niet erg, na de Claudia Schiffers en Kate Mosses van de jaren ’90, maar de curvy Kim Kardashian is nu zowat het schoonheidsideaal geworden. En de mannen is het niet beter vergaan: welke jongere wil er nu geen Cristiano Ronaldo-lijf? Je moet niet alleen gespierd en sterk zijn, je spieren moeten ook nog eens getekend zijn, als houtvezels: ieder detail is van belang. Extrapoleren we naar gevechtssport: volgens Joyce Carol Oates ‘de laatste viering van de mannelijkheid’. Ook vrouwen zien we nu in kooien vechten, en los van hun seksuele geaardheid, verloopt dat volgens regels. Een cat fight is ooit anders geweest. Ik weet niet hoe het eraan toe gaat bij free fights, maar het meest extreme dat ik gezien heb in een ring waren kopstoten: geen flauw benul welke bond dat was.

Maar wat je niet ziet, dat zijn de ‘taboewapens’ van het eigen lichaam. Bruce Lee had het erover, en ook in kung fu komt het ter sprake. Ik raad ten stelligste aan van te gaan lopen als je in een gevechtssituatie terechtkomt die je niet kan winnen. Maar als je niet kan vluchten, gebruik dan dat dierlijke arsenaal dat je ter beschikking hebt, of je nu een man of een vrouw bent. Let the beast go: trek aan de haren, krab die ogen uit, pits venijnig in dat vel, en last but not least BIJT! We hebben een gemeenschappelijke voorouder met chimpansees, gorilla’s en oerang oetangs. BIJT! Als je je verdedigt weliswaar, niet als agressor. Je zal het wellicht nooit zien in MMA of UFC, maar het is wel het totale gevecht. En de vraag is, wie is de lafaard? Als je aangerand wordt, bijt die halsslagader over. Zoiets. Maar nog beter zou het zijn als er geen seksuele agressie meer was. Maar kun je het hen kwalijk nemen, de zogezegd zwakkeren? Als in de jaren ’80 een Sovjetpiloot neerstortte in Afghanistan maar zich kon redden met zijn schietstoel, wou hij dat hij al dood was als hij de vrouwen van de Moedjahedien zag aankomen met gewette messen …

Vrouwelijkheid en wildheid dus, of hoe je zachtheid niet moet verwarren met zwakheid. Het laat me aan iets anders denken, aan een concept dat ik anti-school wil noemen. Ook hier weer idealiter. Het idee heb ik van de anti-psychiatrie van de jaren ’60. De zachte zielenknijperij: geen gedwongen opnames, niet teveel medicatie, niet teveel Freudiaans seksueel reductionisme. De humanistische psychologie die over gevoelens ging en niet over gedrag, over ontplooiing en jezelf zijn. Michel Onfray heeft zo ook een anti-boek geschreven: Anti-handboek voor de filosofie. Zo’n anti-school zou een antwoord moeten bieden op de excessen van het kapitalisme en de meritocratie. Want laten we eerlijk zijn, hoe groot is die schoolefficiëntie eigenlijk? Hoeveel jongeren verslijten er hun broek niet op school? Ondanks het engagement van het onderwijspersoneel is er niets zo moeilijk als kinderen en jongeren te begeesteren.

Een anti-school zou moeten bewerkstelligen dat jongeren die tijdens de vakanties geen ad(h)d hebben, dat ook niet hebben op de anti-school. Voor een stuk heb ik het schoolvoorbeeld (pun intended) van hoe een anti-school er moet uitzien: Guppie. Zo heette het zeiljacht van Laura Dekker waarmee ze op veertienjarige leeftijd de wereld rondreisde. Toen ze zestien werd, was ze nog onderweg. Zo zou een anti-school eruit moeten zien. Het leergeld dat ze betaald heeft aan boord, die leerschool, kan je toch geen verspilde tijd noemen? Dat is toch geen verkwisting? Laura Dekker zou ik ook niet gepriviligieerd noemen. De Guppie was een onderkomen yacht dat haar vader met haar gerenoveerd heeft, want dat kon die wel: hij was een keukenbouwer. Meer dan het geld of de opportuniteit was er de droom, de roeping. Toen ik als achttienjarige eerder klassieke filologie wou gaan studeren omdat ik zo graag Latijn deed en teksten vertaalde, en gefascineerd was door de antieken, hebben ze mij dat afgeraden omdat ik geen klassiek Grieks had gevolgd op het middelbaar. Nochtans boden universiteiten die optie aan. En, laten we eerlijk zijn, bij Japanologie en Sinologie, starten we ook van nul. Het werd uiteindelijk Germaanse en een flop. Het was geen keuze van het hart.

Nog vroeger, toen ik een jaar of zestien was, en Point Break gezien had, wou ik een surfer worden. Dit was allemaal pre-internet. In de jaren ’90 lag ik toen al als één van de eerste met een body-boardje in de bruine baartjes van Blankenberge. Een golfsurfer was toen nog nooit gespot aan de Noordzee van de Lage Landen. Het is er nooit van gekomen, al had ik als ex-skater potentieel. Maar het netwerk was er gewoon niet. Mijn ouders kenden er te weinig van, en ik was op een bepaalde leeftijd gewoon niet meer ambitieus. Mijn drive was volledig weg. Toen het er eindelijk van begon te komen, had ik ofwel geen werk en geen geld om te reizen, of ik was te bezadigd door de anti-depressiva die ik moet slikken voor mijn dwangstoornissen. En nu ben ik te oud: de laatste keer in El Palmar scheet ik in mijn broek bij een wipe-out in een golf van twee meter. Maar genoeg zelfmedelijden. Als je één ding moet onthouden van deze verschrijving, laat het dan het volgende zijn: koester je wildheid en de wildheid van je kinderen, denk eens na over mannelijkheid en vrouwelijkheid, vergeet niet dat je kan BIJTEN, en brainstorm eens mee over een anti-school.

 

P.S.: Deze quote zegt alles over onze vervreemding: “I have always found it interesting that white children take so quickly to Indian ways, while Indian children, when brought to be raised in white families, never take to it at all.”

― Philipp Meyer, The Son

Een boek over Comanches geschreven door een witte Amerikaan. Geen idee over de publieke opinie en of de Comanches dit ‘cultural appropriation’ vonden. En waarom zou de zoon niet The Daughter kunnen zijn? Ik wens het die van mij alvast toe …

Creative Commons

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!